Een gebruikelijk evolutionistisch argument wordt opnieuw door evolutionisten zelf geëvalueerd.
Een artikel in de Proceedings of the National Academy of Sciences wekt de suggestie dat de gebruikelijke waarde van meer dan 98% overeenkomst in het DNA tussen chimpansees en mensen onjuist is. [2] Roy Britten, onderzoeker en schrijver van het artikel, komt tot ongeveer 95% wanneer toevoegingen en verwijderingen (de zogenaamde insertions en deletions) worden meegerekend. Deze onderzoeken omvatten belangrijk veel meer dan mensen zich realiseren.
De aanduiding meer dan 98,5% overeenkomst was nogal misleidend omdat het afhankelijk is van wat er vergeleken wordt. Er zijn een aantal belangrijke verschillen die moeilijk in aantallen uit te drukken zijn. Een beschouwing door Gagneux en Varki [4] beschrijft een lijst van genetische verschillen tussen mensen en de grote apen. De verschillen omvatten ‘cytogenetische verschillen [red1], verschillen in het type en aantal herhalende DNA van het genoom en overdraagbare elementen, overvloed en distributie van endogene [red2] retrovirussen [red3], de aanwezigheid en omvang van polymorfisme in de allelen, specifieke gen gereguleerde deactivering gebeurtenissen, gen sequentie verschillen, gen duplicaties, enkelvoudig nucleotide polymorfismen, gen expressie verschillen, en variaties van het splijten van het messenger RNA.’[4]
Specifieke voorbeelden van deze verschillen zijn o.a. :
Deze typenverschillen worden gewoonlijk niet meegenomen in de berekeningen van de overeenkomende DNA percentages.
Bij een van de meest uitgebreide onderzoeken naar de overeenkomsten tussen het DNA van de mens en chimpansee, [3] vergeleken de onderzoekers meer dan 19,8 miljoen basen. Hoewel dit klinkt als een enorme hoeveelheid komt het slechts overeen met net iets minder dan 1% van het genoom. Zij berekenden een gemiddelde overeenkomst van 98,77% ofwel 1,23% verschil. Echter, evenals andere onderzoeken wordt er alleen rekening gehouden met vervangingen (substitutions) maar worden insertions of deletions niet meegerekend wat wel werd gedaan in een nieuw onderzoek door Britten. Een nucleotide vervanging is een mutatie waar een base (A, G, C, of T) vervangen is door een ander. Een insertion of deletion (indel) wordt aangetroffen daar waar nucleotiden ontbreken wanneer twee sequenties worden vergeleken.
Figuur 1. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Substitution (vervanging) |
Insertion/deletion (Toevoeging/verwijdering) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Vergelijking tussen een base substitution en een Insertion/deletion. Twee DNA sequenties (ketens) kunnen worden vergeleken. Als er een verschil is in de nucleotiden (een A in plaats van een G) is dit een substitution. Daar staat tegenover dat wanneer er een nucleotide base ontbreekt dit als een Insertion/deletion wordt gezien. Er wordt verondersteld dat er een nucleotide toegevoegd is in een van de sequenties of dat de een is verwijderd van de ander. Het is vaak te moeilijk om te bepalen of het verschil het resultaat is van een insertion of een deletion en wordt daarom aangeduid als een “indel.” Indels kunnen nagenoeg iedere lengte hebben. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Het Britten-onderzoek [2] richtte zich op 779 kilobasenparen (dat is 779.000 basenparen!) om zorgvuldig de verschillen tussen chimpansees en mensen te ontrafelen. Uit zijn bevindingen bleek dat 1,4% van de basen vervangen waren, wat overeenkomt met eerdere onderzoeken (98,6% overeenkomst). Hij trof echter een veel groter aantal indels aan. De meeste daarvan waren slechts 1 tot 4 nucleotiden lang, hoewel er een klein aantal was met een lengte van meer dan 1.000 basenparen. Verassend genoeg droegen de indels bij aan een toegevoegde 3,4% van basenparen die verschillend waren.
Terwijl eerdere onderzoeken zich richtten op base vervangingen (substitutions), misten zij daarbij wellicht het grootste aandeel van de genetische verschillen tussen chimpansee en mens. Ontbrekende nucleotiden van de een of de ander lijken verantwoordelijk voor twee maal het aantal vervangen nucleotiden. Hoewel het aantal vervangingen ongeveer 10 maal groter is dan het aantal indels, is het aantal nucleotiden wat betrokken is bij indels groter. De onderzoeksresultaten geven aan dat indels in dezelfde mate aanwezig zijn in de sequenties van de chimpansee als van de mens. Daarom komen de insertions of deletions niet enkel voor in de chimpansee of de mens en kunnen ze zodoende ook worden geïnterpreteerd als intrinsieke verschillen.
Zal evolutie nu in twijfel worden getrokken nu de DNA overeenkomst tussen de chimpansee en de mens gereduceerd is van meer dan 98,5% tot ca. 95%? Waarschijnlijk niet. Ongeacht of de overeenkomst was verminderd tot zelfs minder dan 90%, zullen evolutionisten blijven geloven dat mensen en apen een gemeenschappelijke voorouder delen. Daarnaast verbergt het gebruik van percentages een belangrijk feit. Als 5% van het DNA verschillend is, komt dit overeen met 150.000.000 DNA basenparen die onderling verschillen!
Een aantal onderzoeken heeft opmerkelijke overeenkomsten aangetoond in het nucleaire DNA [red5] en mtDNA onder de huidige mensen. Voor alle mensen is de overeenkomst in de DNA keten zo sterk, dat wetenschappers gewoonlijk concluderen dat er ‘voor de moderne mens een recente enkelvoudige oorsprong geweest moet zijn met een algemene vervanging van verouderde populaties.’ [8] Voor de duidelijkheid, de schattingen voor de datering van een ‘meest recente gemeenschappelijke voorouder’ (MRCA) wordt door evolutionisten gesteld op 100.000 - 200.000 jaar geleden wat voor creationistische maatstaven natuurlijk niet recent is. Deze schattingen zijn gebaseerd op vergelijkingen met chimpansees en de aanname van een gemeenschappelijke chimpansee/mens voorouder ongeveer 5 miljoen jaar geleden.
Daar staat tegenover dat studies die gebruik gemaakt hebben van stambomen of overerfbare mtDNA vergelijkingen 6, 10, 11 een veel meer recente MRCA opleverden — zelfs 6.500 jaar! [10]
Onderzoek naar waarneembare mutaties van generatie op generatie, duiden op een meer recente gemeenschappelijke voorouder voor mensen dan fylogenetische schattingen die een verwantschap met chimpansees veronderstellen. Men gelooft dat mutationele hotspots verantwoordelijk zijn voor dit verschil. [6] Echter in beide gevallen steunen zij op uniformitaristische principes — dat tempos gemeten in het heden gebruikt kunnen worden om zo de timing van gebeurtenissen uit het verre verleden te extrapoleren.
De hierboven genoemde voorbeelden tonen aan dat de conclusies van wetenschappelijke onderzoeken sterk kunnen verschillen afhankelijk van hoe het onderzoek is uitgevoerd. Mensen en chimpansees kunnen 95% of meer dan 98,5% overeenkomend DNA hebben, afhankelijk van welke nucleotiden worden meegeteld en welke worden uitgesloten. Moderne mensen zouden minder dan 10.000 of 100.000 - 200.000 jaar geleden een enkelvoudige recente voorouder kunnen hebben, wat afhangt van een veronderstelde verwantschap met chimpansees of welk type mutaties worden beschouwd.
| Zie ook het meer recente artikel DNA mens en chimpansee zeer verschillend |
Referenties en aantekeningen
Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/tj/v17/i1/DNA.asp