Waarom worden er geen fossielen van mensen samen gevonden met trilobieten? Als mensen en dinosauriërs tegelijkertijd hebben geleefd waarom worden hun fossielen dan niet samen gevonden? Hoe kon de zondvloed de ordening in de fossiele afzetting veroorzaken?
De Bijbel leert ons in Genesis 1 dat de mens al sinds de zesde scheppingsdag op deze aarde rondloopt. Hij is geschapen op dezelfde dag als de landdieren (en daarmee ook de dinosauriërs) en één dag na de zeedieren en de vogels. Evolutionisten beweren dat de volgorde waarin de fossielen zijn afgezet (b.v. trilobieten heel diep en mensen dicht bij het oppervlak) is toe te schrijven aan een opeenvolging van de levensvormen op aarde over periodes van vele honderden miljoenen jaren. Volgens hun ideeën vertegenwoordigen de rotslagen enorme tijdspannes.
Creationisten daarentegen geloven dat de meeste fossielen ontstonden tijdens de wereldwijde vloed waarvan Genesis 6-9 spreekt en die een jaar duurde. (zie: Was de zondvloed wereldwijd?). Creationisten geloven dus dat de orde in het fossielenverslag is toe te schrijven aan de volgorde van bedekking tijdens de zondvloed, en de lokale catastrofes die daarop volgden. Sceptici vragen dan bijvoorbeeld, waarom worden de menselijke fossielen niet gevonden samen met de fossielen van dinosauriërs?
Vertegenwoordigen de rotslagen enorme tijdperken?
Er is een overvloed aan bewijsmateriaal dat aantoont dat de rotslagen geen enorme tijdspannes vertegenwoordigen. Een voorbeeld hiervan is de reusachtige Coconino zandsteenformatie in de Grand Canyon. Deze zandsteenformatie is ongeveer 100 m dik en strekt zich uitover een gebied van ongeveer 250.000 km2. Het op grote schaal voorkomen van kruislingse afzettingen, aangeduid als “crossbedding” toont aan dat het zandsteen is afgezet in diep, snelstromend water over een periode van enkele dagen. Ook andere rotslagen in de Grand Canyon laten zien dat ze snel werden afgezet zonder wezenlijke tijdsonderbrekingen tussen de afzettingen van de afzonderlijke eenheden. [1]
De gehele opeenstapeling van rotslagen van de Grand Canyon is geplooid in de Kaibab Upwarp. Op sommige plaatsen behoorlijk extreem en zonder scheuren of barsten. Dit duidt erop dat de lagen, waarvan wordt verondersteld dat deze bijna 300 miljoen jaar van evolutionaire tijd vertegenwoordigen, allen nog zacht waren toen het plooien plaatsvond. [1], [2] Dit is verenigbaar met de snelle afzetting en plooien tijdens de zondvloed (in de dagen van Noach). Ander bewijsmateriaal voor het niet-bestaan van de lange tijdperken en voor de snelle afzetting van de lagen zijn:
Er wordt verondersteld dat Uluru (Ayers Rock), in centraal Australië, zich langzaam heeft gevormd over een periode van meer dan honderden miljoenen jaren. De structuur van de rots toont echter aan dat het zich zeer snel en recent moet hebben gevormd. [4]
Het bestaan van vele ‘levende fossielen’ is ook een probleem voor de veronderstelde honderden miljoenen jaren van ‘aardse geschiedenis’. Bijvoorbeeld, zeesterren, kwallen, brachiopoda, de tweekleppige schelpdieren en slakken, die we kennen van fossielen door evolutionisten gedateerd op 530 miljoen jaar oud, zien er net zo uit als degenen die in het heden leven.
De Duitse wetenschapper Dr. Joachim Scheven, heeft een collectie met meer dan 500 voorbeelden van dergelijke ‘levende fossielen’ welke jarenlang in een museum tentoongesteld zijn geweest. Daarnaast ontbreken sommige van deze fossielen in de tussenliggende lagen waarvan wordt verondersteld dat deze vele miljoenen jaren van evolutionaire tijd vertegenwoordigen. Dit is opnieuw een aanwijzing dat er geen tijdhiaten waren.
Bewijsmateriaal dat dinosauriërs en mensen tijdgenoten waren
Veel bewijsmateriaal wijst erop dat de mens en dinosauriërs samen leefden en niet gescheiden door 65 miljoen jaar of meer zoals evolutionisten geloven:
Fossielen op de verkeerde plaats
Vele fossielen en artefacten zijn op ‘de verkeerde plaats’ aangetroffen. [7] Zij bevinden zich bijvoorbeeld in lagen waarvan de evolutionisten zelf zeggen dat ze een periode vertegenwoordigen waarin dat organisme niet leefde, of de menselijke artefacten niet gemaakt konden zijn.
Er zijn voldoende voorbeelden waarvan enkele gepubliceerd zijn in gerespecteerde tijdschriften voordat het evolutionistische paradigma de dienst uit ging maken. Dergelijke voorbeelden worden tegenwoordig niet gepubliceerd in reguliere moderne evolutionistische tijdschriften. Mogelijk omdat het onvoorstelbaar is dat iets dergelijks in een evolutionistisch wereldbeeld zou kunnen bestaan. In een andere context, zei de Nobelprijs winnaar Sir Fred Hoyle:
‘De wetenschap van vandaag is opgesloten in paradigma's. Elke afslag wordt geblokkeerd door onjuiste geloofsovertuigingen, en als u vandaag de dag probeert om wat dan ook door een tijdschrift gepubliceerd te krijgen, zult u op een paradigma stuiten, en de redacteurs zullen het verhinderen.' [8]
Forbidden Archeology (vert: Verboden Archeologie), door Cremo en Thompson, noemt enkele “niet-passende” menselijke artefacten (archeologische vondsten). [9] Zij schreven het boek vanuit een verwesterd Hindoe standpunt om aan te tonen dat de mensen vanaf de oudheid aanwezig waren, zoals vereist voor de tijdperken van meervoudige reïncarnatiecycli binnen het Hindoe geloof. (Ware Hindoes maken zich niet druk over dergelijk rationaliseren, zij geloven dat de fysieke wereld een illusie is.) [10]
Cremo en Thompson maken zich niet druk over de miljoenen jaren, enkel of er al mensen waren. Zij zitten slechts voor een deel op dezelfde golflengte als creationisten. De overeenkomsten zitten enkel in het feit dat ze net als wij geloven dat de mensen hier nagenoeg altijd al waren. Wij zijn het echter niet eens met de miljarden jaren. Cremo en Thompson hebben een degelijk werk neergezet van 914 pagina’s.
Er zijn menselijke fossielen gevonden, zelfs vele honderden, maar over het algemeen in afzettingen waarvan de meeste creationisten zouden denken dat ze van na de zondvloed zijn (b.v. begraven in holen tijdens de na-zondvloedse ijstijd.). Echter in ten minste één geval, zijn er menselijke beenderen gevonden in ‘oudere’ lagen. [11]
|
|
Jammer genoeg maakt het gebrek aan gedetailleerde documentatie over hun opgraving het onmogelijk om met zekerheid vast te stellen dat de beenderen niet zijn binnengedrongen vanuit een aardlaag volgend op degene waarin ze gevonden zijn. Overigens is er niets dat er op wijst dat dit het geval zou zijn.
Om vast te stellen of dingen die samen worden gevonden ook noodzakelijkerwijs samen leefden en stierven, kunnen paleontologen fossielen op beschadigingen onderzoeken die het gevolg zouden kunnen zijn van ‘re-working’ (‘herwerking’), die een indicatie zouden kunnen zijn dat de organismen niet noodzakelijk samen leefden of samen stierven.
Er wordt echter bijna altijd zonder verdere bestudering een beroep gedaan op de het idee van ‘herwerkte’ of een ‘stratigrafische lek’ (waar iets ‘jongs’ aangetroffen wordt in ‘oud’ gesteente ) als het gaat om ‘niet-passende fossielen'.
Hoe zit het met het algemene patroon?
Hoewel de rotslagen geen reeks van tijdperken van de geschiedenis van de aarde vertegenwoordigen, zoals gewoonlijk wordt geloofd, vertonen zij wel een algemeen patroon. Bijvoorbeeld, de relatief immobiele en op de bodem levende zee organismen worden meestal in de diepere lagen gevonden van lagen die complexe organismen bevatten. De meer mobiele gewervelde landdieren komen veel vaker voor in de hogere lagen. Denk daarbij ook aan de volgende factoren:
Woodmorappe geeft in een van zijn onderzoeksrapporten een diepgaande behandeling van het fossiele verslag van cephalopoda (zoals bv de octopusen de pijlinktvis) en hoe dit past bij de schepping en de zondvloed [17]
Dit zijn enkele factoren die de patronen verklaren in het fossielen verslag, met inbegrip van de algemene afwezigheid van menselijke fossielen in de afzettingen van de zondvloed.
Het grootste deel van de fossiele afzetting vertegenwoordigt niet de geschiedenis van het leven op aarde, maar de orde van bedekking tijdens de zondvloed. Wij zouden met een wereldwijde vloed inderdaad bepaalde patronen verwachten, maar geen volledig perfect patroon. Dit is ook wat we terug zien in de geologische lagen.
Iedere historische gebeurtenis kent problemen met de reconstructie, in het bijzonder die gebeurtenissen, die geen moderne tegenhanger kennen. Dit gaat zeker op voor de zondvloed. [18] Hierdoor is het dus erg lastig om de exacte opeenvolging van gebeurtenissen voor te stellen waarmee de zondvloed materiaal erodeerde, deponeerde, en fossielen creëerde. Het is heel goed mogelijk dat er een ondernemende creationistische wetenschapper met een zondvloedmodel op de proppen komt dat een volledige verklaring geeft voor alle fossielen en de verschillende aardlagen.
Voor de geïnteresseerde lezer zijn er enkele interessant rapporten verschenen over dit onderwerp. Onder andere het TAB (Tectonically Associated Biological) provincies model van Woodmorappe. [12] Dr.Tasman Walker zijn zondvloedmodel; dat ook veel van de gegevens lijkt te verklaren. [19] Het catastrofale aardschollen tektoniek model van Dr’s. Austin, Baumgardner en collega’s lijkt ook interessant in het verklaren van de distributie van vele fossielen (zie What about continental drift? [vert: Hoe zit het met continentale drift?]). Andere modellen zijn nog in ontwikkeling en kunnen ook nuttig zijn bij het verklaren van het bewijsmateriaal. [20]
Men kan er zeker van zijn dat de evolutionistische kijk op de aarde geschiedenis onjuist is en dat het verslag in de rotsen en de fossielen, met inbegrip van de distributie van menselijke fossielen, logischer is in het licht van de bijbelse beschrijving van de schepping, zondeval en de zondvloed. Toen God het oordeel over de wereld uitsprak zei hij, ik zal de mens vernietigen die ik van het gezicht van de aarde 'heb gecreëerd (Gen. 6:7). Misschien maakt het gebrek aan menselijke fossielen van voor de zondvloed wel deel uit van de vervulling van dit oordeel!
Referenties en aantekeningen
Originele Engelse tekst op: http://www.creationontheweb.com/content/view/3674
© Creation Ministries International
© Werkgroep in Genesis