10 antwoorden van Bijbels creationisten—deel 1

Bijbel, Genesis 1

Recentelijk publiceerde het Britse tijdschrift Premier Christianity een online-artikel, geschreven door dominee en voormalig geoloog Michael Roberts, genaamd “10 vragen om aan een jonge-aarde-creationist te stellen”.1 De lezers (meer dan dertigduizend) van dit maandblad zijn voornamelijk charismatisch evangelischen,2 maar Premier wil lezers uit een breed christelijk spectrum provoceren, inspireren en aangrijpen.

De Eeuwige Rots is het enige fundament op Wie wij onze levens kunnen bouwen volgens de Bijbel.
De Eeuwige Rots is het enige fundament op Wie wij onze levens kunnen bouwen.

Als antwoord op de 10 vragen van Michael Roberts hebben wij “10 antwoorden van Bijbels creationisten” bereid. De missie van CMI is het onderbouwen van de effectieve proclamatie  van het evangelie door geloofwaardige antwoorden te verstrekken die de betrouwbaarheid van de Bijbel bevestigen, met name de geschiedenis in Genesis. In het verlengde hiervan, quoten we vaak 1 Petrus 3 vers 15:

“Maar heilig God, de Heere, in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en ontzag.”

Helaas overlappen veel van Roberts’ vragen elkaar, dus zullen de antwoorden in dit artikel noodzakelijkerwijs enige herhaling bevatten. In het onderstaande zullen alle opmerkingen van Roberts in het rood worden weergegeven. Hij opent het artikel met het volgende statement:

“… Genesis 1 vertelt over de schepping die in zes dagen geschiedt, niet in miljarden jaren.”

Roberts geeft daarmee toe dat het exegetische argument voor de normale lezing van de Schrift een sterke case is—zover gaat het goed. Maar zijn tweede statement, “Maar in de afgelopen 2000 jaar geloofden de meeste christenen niet in een jonge aarde,” is overmoedig en ongegrond, en zal hieronder binnen de relevante secties behandeld worden. Zijn laatste opmerking in de introductie, “het is pas sinds de laatste halve eeuw dat het een groot issue voor sommige christenen is geworden” klopt ook niet—ironisch genoeg—omdat kerkleiders (die een vergelijkbare visie met Roberts delen) juist degenen zijn die onorthodoxe ideeën leren! Laten we dus naar de kern van wat hij claimt gaan:

  1. Kunnen we het er allereerst over eens zijn dat het evangelie meer gaat over de Eeuwige Rots dan over de eeuwigheid van rotsen?

Antwoord: Maar als de Eeuwige Rots het mis heeft wat betreft de leeftijd van de rotsen, hoe kan Hij dan een betrouwbaar fundament zijn op wie wij ons leven kunnen bouwen?

Het middelpunt van het evangelie is de gekruisigde en herrezen Christus, en alles in het Oude Testament wijst daarnaar. Jezus, en niet de ouderdom van mijn stenencollectie, is het hart van het christelijk geloof.

Collectie van mineralen
Collectie van mineralen

De eerste vraag van Michael Roberts is zo gesteld—door middel van een ‘vals dilemma’—om de mogelijkheid uit te sluiten dat de ouderdom van de rotsen en het evangelie op een significante manier zijn verbonden. Dit valse dilemma wordt gebracht met dit zwakke argument: ”Jezus, en niet de ouderdom van mijn stenencollectie, is het hart van het christelijk geloof”—ja, natuurlijk is het dat.

Maar de ouderdom van de aarde en het evangelie zijn wel degelijk fundamenteel verbonden, en dit onderwerp moet worden besproken. Jezus zelf sprak over de geschiedenis van de aarde; Hij plaatste man en vrouw bijvoorbeeld aan het “begin van de schepping” tijdens zijn woordenwisseling met de Farizeeën over huwelijk en scheiden (Mattheus 19 vers 4; Markus 10 vers 6), en niet 4,5 miljard jaar na de formatie van de aarde.

De Heere Jezus vergeleek zijn wederkomst ook met de plotselinge komst van de vloed in de “dagen van Noach”, toen zij die niet veilig aan boord van de ark waren allemaal vernietigd werden (Lukas 17 vers 26; Mattheus 24 vers 37). Daarom handhaafde Jezus Genesis als letterlijke geschiedenis, wat de traditionele Joodse opvatting was, gebaseerd op Mozes, wat een zesdaagse schepping van slechts enkele duizenden jaren geleden inhoudt.

Bovendien baseerde Paulus zijn theologie op de historische waarheid van Genesis, waarbij hij Jezus beschreef als de “Laatste Adam” (1 Korinthe 15 vers 45) die mensen van de straf van de zonde (de dood) redt. Dit is de penibele situatie van de mensheid geweest sinds Adams val van Gods perfecte schepping (Romeinen 4 vers 12, 15, 21; 1 Korinthe 15 vers 21-22).

De verzameling stenen van Michael Roberts is niet miljoenen jaren oud zoals hij doet voorkomen. Het getuigt niet van vele jaren van dood voor de zonde (volgens het evolutionaire beeld), maar het dient eerder als bewijsmateriaal voor de zondvloed en de waarheid van het getuigenis dat onze Heer daarover geeft.

Paulus somt het evangelie en het “hart van het christelijk geloof” op in zijn uitspraak: “Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere”
Ook had Jezus het niet bij het verkeerde eind wat betreft zijn geslachtsregister (Lukas 3 vers 23-38), wat Hem direct verbindt met historische figuren als Noach en Adam. Noch was Zijn Vader schuldig aan misleiding door Jezus toe te staan om onjuistheden te onderwijzen—een godslasterlijk gevolg van zulk foutief denken.

Paulus somt het evangelie en het “hart van het christelijk geloof” op in zijn uitspraak: “Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere” (Romeinen 6 vers 23). Als het gesteente daadwerkelijk miljoenen jaren oud is, is deze centrale evangelietekst niet waar, wat de dood ver voor het loon van de zonde plaatst, en zo de logische link verwoest naar de genadegaven in Christus Jezus.

De Heere Jezus stierf om de prijs te betalen voor de vloek van de zonde die op de mensheid ligt door Adams overtreding, en stond op de derde dag op om te laten zien dat Hij de vloek van de dood overwonnen heeft. Als Roberts’ stenen echt miljoenen jaren oud zijn, dan was de dood reeds deel van de natuur lang vóór Adam aanwezig was om te zondigen, wat het doel van verzoening daarmee irrelevant maakt.

  1. Doet de ouderdom—of de vorm—van de aarde ertoe voor een christen?
Ja, de leeftijd en de vorm van de aarde zouden ertoe moeten doen voor een christen, omdat, als de Schrift het mis heeft over zulke basale dingen, hoe kunnen we de Bijbel dan vertrouwen in uitspraken over zwaardere onderwerpen als redding, ethiek, de toekomst van de mensheid, of de theologie die op deze zaken zijn gebaseerd?
Ja, de leeftijd en de vorm van de aarde zouden ertoe moeten doen voor een christen, omdat, als de Schrift het mis heeft over zulke basale dingen, hoe kunnen we de Bijbel dan vertrouwen in uitspraken over zwaardere onderwerpen als redding, ethiek, de toekomst van de mensheid, of de theologie die op deze zaken zijn gebaseerd? Ze zijn allemaal gebaseerd op de betrouwbaarheid van de Schrift aangaande de aard van de realiteit.

Voor een christen zou de aarde 10.000, 10.000.000 of 10.000.000.000 jaar oud kunnen zijn, en het maakt niet uit welke waar is, aangezien de Bijbel er niet duidelijk over is. Maar om tegen de bewezen resultaten uit de wetenschap in te gaan is gewoonweg gekkigheid. Al 250 jaar lang hebben geologen slechts bewijsmateriaal gevonden voor een oude aarde en niks voor een jonge aarde.

Deze vraag wil zeggen dat de ouderdom van de aarde, net als diens vorm, direct gemeten kan worden—dat kan niet, het is een categoriefout.3 De ouderdom van de aarde kan alleen afgeleid worden en hangt af van het wereldbeeld van de onderzoeker. De filosofische aannames achter deze dateringstechnieken ontkrachten elke veronderstelde claim dat gesteenten betrouwbare klokken kunnen zijn, dus zijn deze aannames geen “bewezen resultaten uit de wetenschap”, zoals Michael Roberts claimt.4 De onderzoeker was niet aanwezig om de begintoestand van de gesteentevorming te meten, noch kon hij observeren hoe het gesteente door de geschiedenis heen veranderd kan zijn.

Daarom is de aanname dat de uiteindelijke toestand van een bepaald gesteente tot stand gekomen is via hedendaagse veranderingssnelheden een a priori [van te voren gemaakte] veronderstelling, die catastrofale of versnelde processen uitsluit (die actief zouden zijn geweest tijdens de schepping of de zondvloed). Bewijzen uit het heden kunnen slechts geïnterpreteerd worden binnen iemands vooraf gekozen historische raamwerk (wereldbeeld).

In tegenstelling tot wat Michael Roberts beweert, is de Bijbel duidelijk over de geschiedenis van de aarde: een recente, perfecte schepping, aangetast door de zondeval, gevolgd door een wereldwijde vloed. De chronogenealogieën van Adam tot Abraham die in Genesis opgenomen zijn maken een berekening van de leeftijd van de aarde mogelijk, vanaf de schepping tot het heden van ongeveer 6.000 jaar. Je kunt gewoonweg geen miljoenen jaren in de Bijbelse geschiedenis proppen zonder de tekst geweld aan te doen, en hebraïsten (zoals James Barr) weten dit.

Roberts claimt dat “geologen al 250 jaar lang slechts bewijsmateriaal gevonden hebben voor een oude aarde en niks voor een jonge aarde”, maar dit is een cirkelredenatie aangezien dit afhangt van diezelfde geologen die de gesteentes interpreteren vanuit een ‘methodologisch naturalisme’-perspectief. Zulk denken sluit a priori elke verklaring uit die een bovennatuurlijke schepping of wereldwijde vloed toestaan.

Het feit is echter dat Bijbelse geologen die schreven in de dagen van Lyell, evenals wetenschappers tot aan het heden toe, allemaal geloofden, volgens de Schrift, dat de aarde duizenden en niet miljarden jaren oud is. Zij hebben bewijsmateriaal geleverd dat regelrecht uit observaties in het veld komt, wat laat zien dat geologie beter verklaard wordt door catastrofale processen. Daarmee laten ze zien dat geologisch bewijsmateriaal consistent is met de geschiedenis van de aarde zoals dat in de Bijbel staat.

Roberts’ claim dat geologen geen bewijs hebben gevonden voor “een jonge aarde” laat duidelijk zien dat hij zich niet bewust is van het bewijs, want er is veel bewijsmateriaal dat het miljarden-jaren-geloofssysteem dat hij zonder pardon aanneemt zwaar foutief is. Er bestaat zoveel sterk en positief bewijs voor een jonge aarde, onder andere:

Zie voor een uitgebreide lijst van bewijzen voor een jonge aarde vanuit verschillende invalshoeken het artikel van CMI 101 evidences for a young age of the earth and the universe.

  1. Leert de Bijbel dat de aarde bolvormig is?

De Bijbel geeft inderdaad aanwijzingen die consistent zijn met het begrip van de aarde als een bol, mits gelezen in context.

Jonge-aarde-creationisten zullen vaak beweren dat er wetenschap in de Bijbel is, omdat de Bijbelse auteurs werden geïnspireerd om te leren dat, in tegenstelling tot de leer van hun tijd, de aarde een bol was. Sommigen claimen dat Jesaja 40 vers 22 op een bolvormige aarde wijst. Maar de vertalingen zeggen terecht een “cirkel”, niet een bol. Noch is het mogelijk om een bolvormige aarde te lezen in Genesis 1 vers 6-8. Dat komt omdat de Bijbel niet geïnteresseerd is in wetenschap. Galileo zei “De Bijbel zegt hoe we naar de hemel kunnen gaan en niet hoe de hemelen gaan.”

De aarde, vanuit de ruimte gezien als een bol
De aarde, vanuit de ruimte gezien als een bol

Roberts lijkt te beargumenteren dat de Schrift de aarde als plat beschrijft, en daarom zouden we de Bijbel dus niet moeten gebruiken om uitspraken te doen over moderne, wetenschappelijke ideeën. Maar als de Bijbel het mis heeft wat betreft zulke fundamentele ‘wetenschappelijke’ concepten (zoals de vorm van de aarde), betekent dat natuurlijk ook dat je niet op het Woord kan vertrouwen wat betreft spirituele of morele autoritaire beweringen.

In tegenstelling tot de beweringen van Michael Roberts, beweren Bijbelse creationisten niet dat er “wetenschap in de Bijbel is”; we zeggen eerder dat de Bijbel als Gods Woord betrouwbaar en accuraat is in diens beweringen over de natuur en de realiteit. Hoewel de Bijbel niet lijkt op wetenschappelijke tekstboeken (die regelmatig een update nodig hebben), geeft het wel een overkoepelend paradigma waaronder we de geschapen orde kunnen verstaan en juist kunnen interpreteren.

Roberts laat niet uit de geschiedenis zien dat de Bijbelschrijvers “in tegenstelling tot de leer van hun tijd” schreven dat de “aarde een bol was”. De oude Grieken, bijvoorbeeld, geloofden en onderwezen zeker al in en over de aarde als een bol in tegenstelling tot de ‘mythe van de platte aarde’.5

De bewering van Roberts aangaande Jesaja 40 vers 22 is onnauwkeurig, aangezien de Hebreeuwse tekst het woord חוּג (choeg) gebruikt om de aarde op een poëtische manier te beschrijven vanuit Gods oogpunt (“Hij is het Die zetelt boven de omtrek van de aarde, waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn”). Job 22 vers 14 gebruikt hetzelfde woord om op poëtische wijze de hemelen te beschrijven, die duidelijk niet worden voorgesteld als een platte schijf. Het Engelse woord ‘vault’ (kluis) is waarschijnlijk meer op zijn plaats in beide contexten, omdat het een driedimensionale structuur impliceert.

Michael Roberts beweert ook, “Noch is het mogelijk om een bolvormige aarde te lezen in Genesis 1 vers 6-8.” Mee eens, maar het lezen van de twee verzen daarvoor in Genesis 1 vers 3-5 lijkt een bolvormige aarde nodig te hebben dat het licht van het duisternis scheidt door middel van de schaduwgrens van dag en nacht (de schaduwgrens, of terminator, is de lijn die de daglichtzijde en de donkere nachtzijde scheidt op een hemellichaam). Laat de lezers zelf bepalen:

De eerste dag: licht, Genesis 1 vers 3-5:

“En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. En God zag het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.”

De tweede dag: gewelf, Genesis 1 vers 6-8:

“En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken, tussen water en water! En God maakte dat gewelf en maakte scheiding tussen het water dat onder het gewelf is, en het water dat boven het gewelf is. En het was zo. En God noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag.”

Het feit is dat de Bijbel in verhalende en historische passages dingen leert die consistent zijn met een bolvormige aarde. (Het is natuurlijk waar dat andere passages uit de Bijbel, bijvoorbeeld die met een poëtisch genre, fenomenologische taal gebruiken, net als de meest gedreven seculaire wetenschappers dat vandaag de dag doen.)

Noch kan Michael Roberts Galileo forceren om zijn argument te bevestigen, omdat Galileo empirisch wetenschappelijk bewijs gaf dat de baan van de aarde om de zon gaat (het heliocentrische wereldbeeld) dat inging tegen de Katholieke Kerk die de Griekse geocentrische visie aanhingen. Met andere woorden, Galileo pleitte niet voor iets dat tegen de Bijbel in ging. Het feit dat de Bijbel betrouwbaar is in diens claims over de natuur en de realiteit betekent dat we ook kunnen vertrouwen in diens claims over verlossing.

  1. Hoe konden mensen in 1000 v.Chr. het idee van geologische tijd behappen?

Makkelijk! Veel culturen in die tijd (en langer geleden) geloofden in een hele oude aarde, waaronder de Babyloniërs, Grieken en met name de Hindoes die geloofden dat het universum 3,4 miljard jaar oud was! De oude Egyptenaren stelden zich voor dat hun eigen geschiedenis een periode van honderdduizenden jaren betrok, die naar zij geloofden nog letterlijk “miljoenen jaren” in de toekomst zou voortduren. Vandaar dat de tempel van Ramses II het “Huis van Miljoenen Jaren” werd genoemd.6 En niemand zou moeten twijfelen aan de intelligentie van de antieke mensheid (om de oertijd te behappen), die we duidelijk kunnen zien uit hun bouwprojecten, technologie en beschaving.

Geologen begonnen na 1680 langzamerhand te zien dat de aarde ouder was dan Usshers leeftijd van 4004 v.Chr. Door het bestuderen van het gesteente in Nant Peris in Snowdonia begon ds. John Ray, een geweldige botanist, zich af te vragen of de aarde ouder was dan Ussher had gesuggereerd. Hij was voorzichtig en nogal sceptisch, maar hij vroeg wel de juiste vragen. Tegen 1800 dachten de meesten dat de leeftijd van de aarde in de miljoenen was en dat was inclusief de meeste christenen.

In de 20e eeuw lieten radiodateringsmethoden zien dat de aarde 4,6 miljard jaar oud is. Dat is gebaseerd op de natuurkunde achter radioactiviteit en heeft niks te maken met evolutie. Als de leeftijden verkeerd zijn, dan geldt dat ook voor de gehele natuurkunde.

Een overzicht van prominente Bijbelcommentaren uit de vroege 19e eeuw laat zien dat Bijbelse geleerden een letterlijk beeld van Genesis aanhielden.
Geologische tijd in een seculiere context is oertijd of ‘diepe tijd’ (deep time in het Engels), d.w.z. miljoenen en miljarden jaren. Bijbelse creationisten houden zich aan een leeftijd voor het universum en de aarde van net iets meer dan 6.000 jaar, wat vanuit een Bijbels perspectief erg oud is. Bisschop Ussher deed geen ‘suggestie’ voor de leeftijd van de aarde; hij was eerder een briljante geleerde die de schepping op 4004 v.Chr. berekende.

De berekening van Isaac Newton viel in dezelfde ordegrootte. Al deze berekeningen waren gebaseerd op de onfeilbare Schrift—“door God ingegeven en nuttig om daarmee te onderwijzen” (2 Timotheüs 3 vers 16)—in plaats van naturalistisch denken gebaseerd op redenaties van gevallen intellecten die een gevallen schepping onderzoeken (Romeinen 8 vers 21).

Helaas geeft Roberts geen referentie naar ds. John Rays geschriften, maar wat we wel kunnen zeggen is dat Ray een toegewijde christen was, en ook al leefde hij lang voor Charles Darwin, was hij tegen het idee van evolutie zoals we daar nu over denken.

Michael Roberts vervolgt: “Tegen 1800 dachten de meesten dat de leeftijd van de aarde in de miljoenen was en dat was inclusief de meeste christenen.” Een overzicht van prominente Bijbelcommentaren uit de vroege 19e eeuw laat zien dat Bijbelse geleerden (en in het verlengde daarvan de meeste kerkgangers in de Britse maatschappij) een letterlijk beeld van Genesis aanhielden. Niettegenstaande moet het duidelijk zijn dat waarheid niet bepaald wordt door de meerderheid—christelijk of niet—maar juist door wat de Bijbel zegt.7

Het fundamentele probleem is het wereldbeeld dat seculiere geologen aanhangen als het gaat over de veronderstelde processen in het niet-geobserveerde verleden. Dit is wat hen tot zulke enorm verschillende conclusies leidt met betrekking tot de geschiedenis van de aarde, vergeleken met hen die een Bijbels wereldbeeld aanhouden. God maakt nooit fouten en we zouden Gods Woord altijd boven de gedachten van feilbare mensen moeten zetten—“het Woord was bij God en het Woord was God” (Johannes 1 vers 1).

Radiodateringsmethoden kennen veel problemen, zelfs al wordt het aangeprezen alsof de kwestie van de leeftijd van de aarde daarmee afgesloten is. Radiodateringsmethoden is onderlegd door drie fundamentele vooronderstellingen (om het even welke specifieke radio-isotoop betrokken is), namelijk:

  • Er wordt aangenomen dat we de originele waarden van ouder-/dochtermateriaal te weten kunnen komen (ouderisotoop vervalt naar verloop van tijd naar dochterisotoop);
  • Er wordt aangenomen dat de vervalsnelheid constant is;
  • Er wordt aangenomen dat het ‘systeem’ (het gesteente en diens omgeving) gesloten is gebleven; d.w.z. er is geen lek (of besmetting) van zowel ouder- als dochtermateriaal geweest.

Deze vooronderstellingen gaan over de niet te observeren begintoestand van de aarde. Het beweren dat radiometrische datering aangeeft dat de aarde 4,6 miljard jaar oud is, wordt nog aangevuld met aannames over het niet-waargenomen verleden van het heelal (bijvoorbeeld Oerknalkosmologie). In plaats van deze onbekende parameters—gebaseerd op veronderstellingen uit ‘diepe tijd’ die uit een evolutionair perspectief voortkomen—dogmatisch te bevestigen, zou het niet veel verstandiger zijn om vanuit de Bijbel te beginnen, geïnspireerd door Degene die er vanaf het begin als Ooggetuige bij is geweest?

Hoe kan het ontkennen van de regelrechte betekenis van Genesis 1 mensen helpen om te komen tot een reddend geloof in de herrezen Heere Jezus? Jezus zei terwijl Hij Abraham citeerde: “Als zij niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen zij zich ook niet laten overtuigen, als iemand uit de doden zou opstaan”
Roberts statement “Als de leeftijden verkeerd zijn, dan geldt dat ook voor de gehele natuurkunde”, laat de categoriefout zien dat we de leeftijd van de aarde niet direct kunnen meten (zoals we in ons antwoord op vraag 2 hebben uitgelegd). Het is paniekzaaierig en het voegt historische wetenschap met operationele wetenschap samen. De grote meerderheid aan natuurkundigen doen hun alledaagse werkzaamheden zonder enige verwijzing naar een 4,6 miljard jaar oude aarde, net als dat praktisch alle biologen (met uitzondering van de evolutiebiologen) prima hun onderzoek uitvoeren zonder enige terugval op neo-Darwinistische redeneringen (zie Is evolution really essential for biology?). En zoals CMI al op meerdere gelegenheden heeft aangewezen, is het dateren van gesteentes een zeer subjectieve handeling.

Desalniettemin is koolstofdatering een enorm probleem voor het geloof in miljoenen jaren! Waarom accepteert Michael Roberts de koolstofdata niet? Hij is nogal selectief in het bewijsmateriaal dat hij overweegt, met andere woorden: hij wordt aangedreven door zijn wereldbeeld en niet door waar de data heenleiden.

  1. Spreekt de Bijbel altijd op een directe, letterlijke manier?

Nee, niet altijd. Het hangt af van welk literair genre je leest, maar Genesis 1–11 is historische verslaglegging, dus moeten we het letterlijk opvatten.

De Bijbelauteurs gebruiken veel verschillende vormen van taal. Er bestaat onder andere narratief [verhalend], poëzie, vergelijking, metafoor en meer. Narratief kan op sommige momenten, zelfs als het historisch is, poëzie bevatten. Zo lijkt Genesis 1 op het eerste gezicht narratief, maar dan is elke dag op een poëtisch-achtige vorm geschreven; “Toen sprak God, ‘laat er … zijn’”, gevolgd door “En God zag dat … goed was” met als refrein “En er was avond en er was morgen…” Alleen omdat er poëzie is gebruikt betekent niet dat het “onwaar” is. Psalm 23 is pure poëzie die geweldige beeldspraak gebruikt om de liefde van God uit te drukken.

Roberts geeft toe dat “Genesis 1 op het eerste gezicht narratief” lijkt, maar dat komt ook omdat het dat is! Genesis 1 wordt geïdentificeerd als narratief door het gebruik van de Hebreeuwse wayyiqtol-constructie, die alleen maar in Hebreeuws narratief voorkomt en niet in poëzie. Roberts impliceert dat het herhalen van sommige woorden “poëtisch-achtig” is, maar redeneert vervolgens dat Psalm 23 “pure poëzie” is terwijl het geenszins de soort herhalingen bevat die hij uit Genesis 1 haalt. Bovendien, herhaling wordt ook wel ‘het kenmerk van Hebreeuwse retoriek’ (proza, niet poëzie) genoemd. Hoe het ook zij, het is duidelijk aangetoond dat Genesis 1 historisch narratief is—en moet dus ook op een letterlijke manier gelezen worden.

Dit is natuurlijk problematisch voor Roberts. Waar moet hij anders de miljoenen en miljarden jaren kwijt die hij aanhangt? Aangezien er een tijdlijn is vanaf Adam tot de geboorte van Jezus van ongeveer 4.000 jaar (na de schepping), is het meestal de duur van de scheppingsweek die geherinterpreteerd wordt. Maar je hebt toch een zekere mentale gymnastiek nodig om deze eeuwigheden in te verwerken—zij die dat doen zouden zich moeten afvragen of de rest van de Bijbel wel echt betekent wat het zegt.

Hoe kan het ontkennen van de regelrechte betekenis van Genesis 1 mensen helpen om te komen tot een reddend geloof in de herrezen Heere Jezus? Jezus zei terwijl Hij Abraham citeerde: “Als zij niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen zij zich ook niet laten overtuigen, als iemand uit de doden zou opstaan” (Lukas 16 vers 31). Door de regelrechte betekenis van Genesis 1 te negeren (ten behoeve van de seculiere oertijd denkwijze) komt Michael Roberts gevaarlijk dicht bij het plaatsen van hemzelf als eindredacteur van de waarheid boven Gods Woord. Op deze manier voegt hij zich bij degenen die menen dat de tekst in Genesis 1 het één zegt, maar dat het vanwege de wetenschap iets anders moet betekenen. Zoals de Schrift het zegt: “God is waarachtig, maar ieder mens een leugenaar” (Romeinen 3 vers 4).

 

(Deel 2 volgt spoedig!)

 

Referenties en noten

  1. Roberts, M., 10 questions to ask a young earth creationist, premierchristianity.com/Blog/10-questions-to-ask-a-young-earth-creationist, 13 November 2018. Premier Christianity publiceerde ook een begeleidend artikel: Mackay, J., 10 questions to ask Christians who believe in evolution, premierchristianity.com/Blog/10-questions-to-ask-Christians-who-believe-in-evolution, 13 November 2018. Er was echter geen artikel met de titel: 10 questions to ask an old earth creationist (10 vragen om een oude-aarde-creationist te stellen). Deze weglating is toepasselijk, omdat Premier Christian Radio in het recente verleden veel gedaan heeft om de visies van Reasons to Believe (RTB), een Amerikaanse ‘oude-aarde’ organisatie onder het bewind van dr. Hugh Ross, te publiceren. Jonathan Sarfati heeft het ‘progressief creationisme’ van RTB uitvoerig van kritiek voorzien, wat u hier kunt lezen (Engels).
  2. Bewoording overgenomen van https://www.premierchristianity.com/About-Us.
  3. Blackburn, S., The Oxford Dictionary of Philosophy, Oxford University Press, p. 58, 1994. Een categoriefout is een semantische of ontologische fout waarin dingen die een bepaalde categorie toebehoren gerepresenteerd zijn alsof zij bij een andere categorie horen, of, anderzijds, wordt er een eigenschap toegeschreven aan iets dat onmogelijk die eigenschap kan hebben.
  4. Zie Reed, J.K., Rocks aren’t clocks: A critique of the geologic timescale, Creation Book Publishers, Powder Springs, GA, 2013.
  5. Door Washington Irving in de 19e eeuw begonnen met een fictief verslag over Columbus en door Draper en White gepopulariseerd in hun invloedrijke, antichristelijke pennenstrijd, en iets recenter door Michael Roberts zelf!
  6. Wb. 3, 2.7-8, Hw.t-n.t-HH-m-rnp.wt “mansion of a million years (royal funerary temple)”.
  7. Dit behandelen we in ons antwoord op vraag 10, zie deel 2 van dit artikel (komt spoedig).