10 antwoorden van Bijbels creationisten—deel 2

GidonPico / Pixabay

Voordat u verder gaat met het lezen van de onderstaande punten raden wij u sterk aan om eerst onze ‘introductie’ en onze antwoorden op de eerste 5 vragen te lezen die ds. Michael Roberts stelde (deel 1).

6. Waarom veronderstellen jullie dat de dood in het dierenrijk pas optrad nadat Adam van de vrucht at?

Adams zonde is de oorzaak van alle dood in de wereld. Een consistent Bijbels antwoord wijst erop dat de dood een indringer is en dus geen deel uitmaakte van Gods oorspronkelijke schepping, maar uiteindelijk te wijten is aan de zonde van de mens.
Adams zonde is de oorzaak van alle dood in de wereld. Een consistent Bijbels antwoord wijst erop dat de dood een indringer is en dus geen deel uitmaakte van Gods oorspronkelijke schepping, maar uiteindelijk te wijten is aan de zonde van de mens.

Er wordt hier geen veronderstelling gemaakt. Liever gezegd leert de Schrift duidelijk dat de dood kwam als gevolg van de zondeval.

De theorie houdt in dat er geen dieren doodgingen vóór de zondeval, zodat de aarde daarom wel jong moet zijn. Maar Genesis 3 zegt in feite niets over de dieren en of ze pas stierven na de zondeval. Dit heeft men er zelf in Genesis ingelezen. Het komt van John Miltons epische gedicht ‘Paradise Lost’ en het zou geen deel moeten uitmaken van het christelijke geloof.

Ten eerste is het niet zomaar een ‘theorie‘, maar eerder het verslag van de Bijbelse geschiedenis en de theologie op basis van diezelfde geschiedenis, die leren dat de dood pas kwam na de zondeval—vanwege de vloek die de schepping trof nadat Adam had gezondigd. Genesis 1:30 geeft duidelijk aan dat alle dieren vóór de zondeval herbivoor waren. Bovendien had de eerste vermelding van bloedvergieten een relatie met de zondeval—God zelf kleedde immers Adam en Eva met dierenhuiden (Genesis 3:21), als voorbode van de verzoening van Christus met het vergieten van Zijn bloed (Hebreeën 9:22).

De theologie van de apostel Paulus hangt af van de Bijbelse geschiedenis, die beseft dat de verspreiding van de dood over de hele mensheid het gevolg was van de zonde van Adam. Niet alleen de mensheid, maar de gehele schepping lijdt als gevolg van de zonde, inclusief de dieren. In een hoofdstuk dat gaat over de verlossing van de zonde, beschrijft Paulus dat de hele schepping ‘onderworpen is aan zinloosheid’ en ‘zucht en lijdt als in barensnood’ (Romeinen 8:20-22).

De Bijbel zelf geeft aan dat er geen dood was van nephesh chayyāh schepsels [dat wil zeggen, met levensadem] vóór de zondeval. Michael Roberts beweert dat de overtuiging dat dieren pas dood gingen na de zondeval ‘geen deel zou mogen uitmaken van het christelijk geloof‘ (omdat veronderstelt wordt dat het ontleend is aan het gedicht “Paradise Lost” van John Milton uit 1667). Deze redenatie verraadt een (bewuste) onwetendheid over hetgeen de kerkvaders leerden, gebaseerd op de Schrift. Dit wordt hieronder besproken als antwoord op Roberts’ volgende vraag. Paradise Lost weerspiegelde het algemene geloof van de kerk uit die tijd, wat zijn bewering (volgende vraag) ondermijnt dat ons idee van een ‘jonge aarde’ een recente uitvinding is.

7. Is jonge-aardecreationisme de traditionele Christelijke visie?

‘Ja’, maar het enige dingetje hier is dat 6.000 jaar niet als ‘jong’ wordt beschouwd vanuit een Bijbels perspectief (zie vraag 4, deel 1). Het is alleen jong in contrast met het seculiere idee van miljarden jaren. De traditionele visie is echter zonder twijfel dat de leeftijd van de aarde slechts enige duizenden jaren is.

De kerkvaders geloofden allemaal in een relatief recentelijke bovennatuurlijke schepping van de aarde.
De kerkvaders geloofden allemaal in een relatief recentelijke bovennatuurlijke schepping van de aarde. © upload.wikimedia.org

De vroege christenen waren tot aan 1800 niet duidelijk over de leeftijd van de aarde omdat dit afhankelijk was van hoe letterlijk ze over Genesis dachten en omdat ze geen geologische informatie hadden om hen hierbij te leiden. Later, toen de geologie een oude aarde leek aan te tonen, accepteerden de meeste christenen dit ook, omdat het geen invloed had op de Christelijke leer. Vanaf 1850 waren er nog maar weinig Christenen die in een jonge aarde geloofden en dit geloof kwam slechts voor sommigen terug in de jaren zestig van de 19e eeuw met de komst van het jonge aardecreationisme in Morris en Whitcombs boek The Genesis Flood.

In zijn introductie stelt Michael Roberts: ‘voor de laatste 2000 jaar hebben de meeste christenen niet geloofd in een jonge aarde en het is eerst in de laatste halve eeuw een groot probleem geworden voor sommige christenen’.1

Dit is een schaamteloze verdraaiing van de kerkgeschiedenis. Het geloof in een recente schepping was de standaard historische positie van de kerk van de eerste eeuw tot aan het tijdperk van Darwin. Het is niet overdreven om te stellen dat alle kerkvaders, zoals Augustinus, geloofden in een recente schepping minder dan 6000 jaar geleden.2 Andere voorbeelden zijn Calvijn, Basilius, Chrysostomos, Irenaeus, Theophilus van Antiochië, Gregorius van Nyssa, Athanasius, Panagiotes Nellas, Origenes en St Ambrosius — die ook onderwezen dat de zondvloed wereldwijd moet zijn geweest (zie Noah’s Flood was global). Dit alles is uitgebreid vermeld in commentaren, dus is er geen excuus voor deze vorm van verbeelding van de geschiedenis (Zie verder: Orthodoxy and Genesis: What the church fathers really thaught, The early church believed Genesis as written).

Het geloof in een recente schepping was de standaard historische positie van de kerk van de eerste eeuw tot aan het tijdperk van Darwin
De bewering dat het geloof in een recente schepping op de een of andere manier een moderne afwijkende visie is blijkt volkomen onhoudbaar (zie modern aberrant view). Het idee dat er geen “geologische bewijsmateriaal was om de Christenen te leiden”, wordt tegengesproken door het feit dat Bijbelgetrouwe geologen van die tijd (zie volgende paragraaf) mannen waren die over uitermate grote geologische deskundigheid beschikten. Zij werden echter genegeerd door het gezag (van wie er velen deïsten waren), die de academische trend van Hutton en Lyells uniformitarianisme volgden.

Roberts laatste stelling over bijbels creationisme als een minderheidsvisie die ontstaan is na 1850 is helaas juist (zeker onder theologen en veel natuurwetenschappers, hoewel de christelijke bevolking als geheel meer trouw bleef aan de traditionele historische visie op Genesis). Daarom zijn we dan ook dankbaar voor de publicatie The Genesis Flood (1961) van Morris en Whitcomb waardoor het geloof van velen in de betrouwbaarheid van de uitspraken van de Schrift over de geschiedenis van de aarde ging herleven, en de moderne creationistische beweging snel op gang kwam. Maar wat betreft “wat iedereen gelooft”: overeenstemmings-wetenschap is geen (goede) wetenschap. De meerderheid kan het mis hebben — wat we ook daadwerkelijk terugzien in de geschiedenis van de wetenschap (zie: Can all those scientists be wrong?)

8. Waren de vroegere geologen, tegenstanders van het Christendom en gebruikten ze hun kennis van geologie om het geloof te ondermijnen?

Nicholas Steno, de vader van de geologie, hield vast aan het Bijbelse geloof in de schepping en de zondvloed.
Nicholas Steno, de vader van de geologie, hield vast aan het Bijbelse geloof in de schepping en de zondvloed. © Wikipedia

Nee, sommige van de vroege geologen waren Bijbelgetrouwe creationisten en bekeken geologie in het licht van de Schrift, zoals hieronder besproken.

Ik deed eens een excursie met een atheïstische geoloog en terwijl we praatten zei hij dat geloof in een oude aarde leidt tot atheïsme. We discussieerden maar kwamen er niet uit! Maar wanneer je de geschiedenis van de geologie leest kom je er al gauw achter dat veel geologen christenen waren, van Steno in 1680 tot vandaag aan toe.

Deze vraag grenst aan de drogreden van generalisatie, aangezien Roberts hiermee impliceert dat alle vroege geologen dezelfde visie deelden en dat ze zonder uitzondering het idee van een ‘jonge aarde’ verwierpen. Terry Mortenson geeft in zijn boek The Great Turning Point3 gedetailleerde beschrijvingen van zeven ‘Bijbelgetrouwe Geologen’ die bezwaar hadden gemaakt tegen het idee van een ‘oude aarde’ (diepe tijd) theorieën (zie ook The 19th century scriptural geologists: historical background).

Evenwel werd het zich snel ontwikkelende vakgebied van de geologie in de tijd van Charles Darwin gescheiden van de Schrift. Vervolgens accepteerden veel geologen uit die tijd, (zelfs sommige christenen) het wereldse uniformitaire denken. Want helaas ‘is het hun willens en wetens onbekend dat door het Woord van God de hemelen er reeds lang geweest zijn, evenals de aarde, die uit het water oprijst en in water vaststaat. Daardoor is de wereld die er toen was, vergaan, overspoeld door water’ (2 Petrus 3: 5-6).

Roberts vertelde over een persoonlijk gesprek waarin een atheïstische geoloog zei: ‘Geloof in een oude aarde leidt tot atheïsme’. Hoewel dit niet altijd het geval is, kan het evolutionaire denken dat gepaard gaat met miljarden jaren leiden tot atheïsme. Maar geloof in diepe tijd is niet consistent met het geloof in het gezag en de onfeilbaarheid van de Bijbel – wat mogelijk verschrikkelijke gevolgen kan hebben voor christenen die met dergelijke opvattingen compromissen sluiten.

Wat nog belangrijker is, toen Roberts de verklaring van de atheïst probeerde te betwisten, gaf hij toe dat ze ‘er niet uit kwamen!’ Dat is ironisch, vooral omdat Roberts vertelt dat we moeten geloven in ‘miljarden jaren’, omdat het verdedigen van een 6000-jaar oude aarde ongelovigen zou ontmoedigen.

Maar Richard Dawkins is juist een goed voorbeeld van een atheïst die niet onder de indruk raakt van een gecompromitteerde kijk op de Schrift. Zouden christenen, in plaats van mensen te behagen, niet eerst naar Gods Woord moeten luisteren en er op vertrouwen? ‘Vertrouw op de Heere met heel je hart en steun op eigen inzicht niet’ (Spreuken 3:5). We zouden ons moeten afvragen ‘wat zal er het meest toe doen als we voor onze Schepper en Opperrechter staan: zijn we mensenbehagers of Godbehagers geweest?

Creation Ministries International (CMI) is ervan overtuigd dat iemand zowel een geoloog als een christen kan zijn (zij het dat een creationistisch geoloog een ander wereldbeeld zou hebben vergeleken met dat van een seculiere geoloog). Daarom werkt CMI met personeel die professioneel geoloog zijn (of dat zijn geweest), naast veel andere wetenschappelijke disciplines. Roberts’ vermelding van Steno is belangrijk omdat Nicholas Steno een goed voorbeeld is van een geoloog die christen was en zich hield aan een Bijbels begrip van de schepping en zondvloed zoals vastgelegd in Genesis (d.w.z. letterlijke, historische gebeurtenissen). En hij gebruikte dit kader in zijn geologische interpretaties. Dit is iets dat Roberts niet vermeldde toen hij schreef over Steno (zie ook: Nicholas Steno — the father of geology).

9. Wezen Christenen in het verleden de oude-aardegeologie af?

Sommige deden dit zeker, zoals vermeld onder vraag 8.

Op grond van mijn oppervlakkige lezing van natuurwetenschappelijke boeken en ‘religie-en-wetenschapsliteratuur’, dacht ik dat christenen tegen geologie waren. Maar ik ben van gedachten veranderd toen ik een geschiedkundige studie deed. In de afgelopen decennia heb ik onderzoek gedaan naar deze vraag en honderden oude theologieboeken, tijdschriften en andere boeken gelezen. Ik moest mijn mening herzien. Ik ontdekte dat in de 17e eeuw christenen geloofden in een soort van jonge aarde omdat er te weinig geologie was om hen te leiden. Toen geologie in de 18e eeuw verder bestudeerd werd, kwamen er meer en meer goed opgeleide christenen tot de conclusie dat de aarde oud was. De meeste christenen concludeerden, vaak na studeren, dat de aarde oud was. Zeer weinig christenen verzetten zich in de laatste paar eeuwen tegen geologie.

Christenen die vasthouden aan het geloof in de historische betrouwbaarheid van Genesis 1–11 blijven zich verzetten tegen de ‘oude aarde’ geologie op grond van deugdelijke wetenschappelijke argumenten, zoals veel van onze artikelen getuigen. Dit moet echter niet worden verward met het bestrijden van de geologie an sich, of wetenschap in het algemeen wat dat betreft.

Roberts zegt: ‘In de 17e eeuw geloofden christenen in een soort van jonge aarde omdat er weinig geologie was om hen de weg te wijzen.’ We moeten onszelf afvragen waarom Christenen historisch gezien in een jonge aarde geloofden. Was het werkelijk vanwege hun onwetendheid op het gebied van de aardwetenschap? Nee, het was te danken aan de rechtzinnige prediking van de Bijbel — vastgelegde geschiedenis.

Christenen die vasthouden aan het geloof in de historische betrouwbaarheid van Genesis 1–11 blijven zich verzetten tegen de ‘oude aarde’-geologie op grond van deugdelijke wetenschappelijke argumenten, zoals veel van onze artikelen getuigen.
Roberts laat zich hier in de kaart kijken, in die zin dat hij klaarblijkelijk gelooft dat de mening van de meerderheid van de moderne wetenschap deze duidelijke vertelling (en daarmee Bijbelse autoriteit) overtroeft, zoals hierboven aangegeven. We moeten daarnaast wel onthouden dat wetenschap wordt uitgeoefend door feilbare wetenschappers, die in een gevallen wereld leven. Empirische wetenschap is herhaalbaar en waarneembaar (op verschillende plaatsen door verschillende mensen), en hierin is er geen meningsverschil tussen mensen die wel of niet geloven in de Bijbel. Maar zoals we zagen bij vraag 4 zijn interpretaties over het niet-waarneembare verleden sterk afhankelijk van het wereldbeeld dat men aanhoudt. Een logische uitkomst van de uniformitaire leerstelling – dat is: ‘het heden is de sleutel tot het verleden’ – is het ontkennen van de Bijbelse leerstellingen van de schepping en de wereldwijde zondvloed.

 

Michael Roberts insinueert dat Bijbelse creationisten onderontwikkeld zijn en tegen de wetenschap zijn. We hebben al laten zien dat dit ver van de waarheid is met betrekking tot de sprekers van CMI (ruim veertig op het moment van schrijven, inclusief velen met een doctorstitel op het gebied van de natuurwetenschappen).

10. Waarom beweren jullie dat zo veel geologen in de laatste 350 jaar verkeerd zaten met hun geologie?

Het is niet duidelijk waar Michael Roberts de cijfers ‘250 jaar’ (bij vraag 2) en hier, ‘350 jaar’ vandaan haalt? In het eerste geval gaan we ervan uit dat hij verwijst naar de publicatie van James Huttons Theory of the Earth uit 1788 (230 jaar geleden). Huttons publicatie was een filosofische indruk op het gesteente. Het was niet gebaseerd op langdurige, uitgebreide veldobservaties maar op een ongerechtvaardigde extrapolatie naar het verleden. Deze uniformitaire aanpak was een gevolg van zijn a priori naturalisme dat, na de Charles Lyells bevordering van Huttons werk, het heersende paradigma werd, waardoor de geologie sindsdien wordt geïnterpreteerd.

Het komt uiteindelijk neer op een kwestie van autoriteit. Zowel Hutton als Lyell, waren anti-Bijbelse deïsten (die waren beïnvloed door het Vrijmetselaarsgeloof). Ze ‘lazen’ het gesteente niet, maar waren van plan om de historische geloofwaardigheid van de Bijbel, die nog algemeen werd aanvaard ten tijde van Hutton, ongedaan te maken. Ze bereikten hun doel door kunstgrepen toe te passen.

Ik weet niet hoeveel geologen de gesteentes en strata in de afgelopen 350 jaar hebben bestudeerd. Vandaag de dag zijn er 12.000 vakgenoten van de Geological Society of London en dus moeten er meer dan 100.000 gekwalificeerde geologen in de wereld zijn. En allemaal aanvaarden ze de enorme ouderdom van de aarde op zo’n 25 tot 30 ‘jonge aarde’-geologen na.

Ongetwijfeld maken geologen vandaag fouten en zo ook in het verleden. Ik kan alleen al van Charles Darwin een dozijn voorbeelden geven. Maar zijn fouten en die van andere geologen zijn minimaal. Tot nu toe heeft geen enkele jonge aarde-gelovige een argument tegen de geologische tijd gegeven dat ook maar enige geldigheid had.

Het is belangrijk om op te merken dat het invoeren van getallen in een verkeerde formule, hoe bekwaam de wiskundige ook mag zijn, altijd resulteert in een verkeerd antwoord. Op dezelfde manier twijfelen Bijbels creationisten niet aan de capaciteiten van de seculiere geologen, maar maken we wel bezwaar tegen het paradigma waarin ze werken (de ‘verkeerde formule’), die maakt dat het antwoord altijd onjuist is. Je kunt veilig zeggen dat alle seculiere geologen geloven dat de aarde ongeveer 4,5 miljard jaar oud is. Zoals we hebben gezien, wordt deze ‘leeftijd’ de Bijbel in gelezen, niet uit de Bijbel gelezen. Het doet er niet toe hoeveel geologen de berekeningen doen, de verkeerde vergelijking zal altijd het verkeerde antwoord produceren.

Wat nog belangrijker is, als Roberts gelijk heeft in zijn suggestie dat de meerderheid altijd gelijk heeft, waarom zei Jezus dan ‘Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden’ (Mattheüs 7:13-14)? Zoals we al duidelijk hebben gemaakt, wordt de waarheid niet vastgesteld door consensus.

Roberts geeft toe: ‘Geologen maken vandaag fouten en deden dat ook in het verleden’ — precies, dus moeten we hen betwisten. Veel wetenschappers in een generatie (en veel van hun volgers) waren er van overtuigd dat hun visie op een of andere kwestie de juiste was, maar werden later alsnog gedwongen om hun verhaal aan te passen aan nieuwe feiten.

Ervan uitgaande dat de meeste geologen niet in de Bijbel geloven, is het niet verstandig om hun woorden boven die van Jezus te plaatsen (bijv. Markus 10:6). Maar als seculiere geologen gelijk hebben dan zijn mensen slechts kortgeleden geëvolueerd. Miljarden jaren verstreken (zo beweren ze) voordat de mensheid op het wereldtoneel aankwam, dus welke tijdlijn is waar? Wat is jouw uiteindelijke autoriteit — Gods Woord, of het woord van de mens? (Zie het diagram hieronder).

 

 

Roberts laatste ongefundeerde verklaring, ‘geen ‘jonge aarde’-gelovige heeft ooit een argument tegen de geologische tijd gegeven dat enige geldigheid had’, kan twee dingen betekenen:

  1. Roberts heeft de geologieartikelen niet gelezen (zie met name het age of the earth-artikel) op de website van CMI (of andere creationistische websites), omdat er overvloedig en groeiend bewijsmateriaal is voor de ware geschiedenis van de Bijbel, of
  2. Hij heeft de geldigheid van al dit soort artikelen verworpen omdat ze zijn ‘oude aarde’-wereldbeeld tegenspreken (‘breng me niet in verwarring met de feiten, ik heb mijn beslissing al genomen’).

Roberts kan zeker geen aanspraak maken op het niet kennen van deze en andere Bijbelse creationistische publicaties, aangezien zijn artikel duidelijk aangeeft dat hij zich bewust is van dergelijke evangelisatiebewegingen en hun argumenten. Omdat dit zo is, moeten we onze twijfels trekken bij zowel zijn mening over geologie als Bijbelinterpretatie. Lezers van dit Premier Christianity-artikel worden om de tuin geleid en gevraagd om de meerderheid van de geologen te geloven (inclusief Roberts zelf), zelfs als ze duidelijk de Bijbel tegenspreken.

Conclusies

Het belangrijkste argument van Michael Roberts’ artikel (dat aanleiding gaf voor deel 1 en deel 2 van dit antwoord) is gebaseerd op twee punten:

  1. Wetenschappers begrijpen dingen tegenwoordig beter dan men vroeger deed en dit keer hebben ze het wel bij het rechte eind.
  2. De meerderheid van de mensen denkt dat de aarde miljarden jaren oud is — en deze meerderheid heeft gelijk. Ze doen dit, naar verluidt, vanwege de toename van beschikbare informatie.

Helaas plaatst een dergelijk gecompromitteerde gedachtegang dood en lijden lang voordat de mens ‘geëvolueerd’ is,4 in tegenstelling tot de duidelijke leer van de Bijbel en de woorden van Jezus Christus. De hoop van het evangelie houdt in dat, wanneer de Heer terugkomt om een ​​nieuwe hemel en aarde te maken, Hij dat zal doen op bovennatuurlijke wijze, en geen gebruik zal maken van een proces van miljarden jaren dood en lijden.5

De hoop van het evangelie houdt in dat, wanneer de Heer terugkomt om een ​​nieuwe hemel en aarde te maken, Hij dat zal doen op bovennatuurlijke wijze, en geen gebruik zal maken van een proces van miljarden jaren dood en lijden.
Roberts heeft 10 vragen gesteld aan ‘jonge aarde’-creationisten. Nu we deze vragen hebben beantwoord (met een groot aantal links naar CMI-artikelen)6 is het aan de lezer om verder onderzoek te doen. Jezus zei: ‘Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden’ (Lukas 11:10). Een toename van kennis leidt niet automatisch tot grotere wijsheid. Maar het is eerder zo: ‘Het beginsel van wijsheid is de vreze des HEEREN en de kennis van de heiligen is inzicht’ (Spreuken 9:10). De interpretaties van feilbare mensen met steeds veranderende ideeën kunnen nooit een vast fundament vormen voor iemands leven, maar Gods Woord, dat nooit verandert, biedt het enige solide fundament waarop men kan bouwen.

 

Referenties en noten

  1. Onbewust spreekt hij zichzelf hier tegen. Onder vraag 7 zegt hij; vroege christenen waren tot aan 1800 niet duidelijk over de leeftijd van de aarde omdat dit afhankelijk was van hoe letterlijk ze over Genesis dachten en omdat ze geen geologische informatie hadden om hen hierbij te leiden. Later, toen de geologie een oude aarde leek aan te tonen, accepteerden de meeste christenen dit ook …
  2. Waar een aantal van hen redeneert tegen de letterlijke scheppingsdagen, was dat om te pleiten voor directe schepping en niet voor het invoegen van enorm lange tijdperken. Zie creation.com/instantaneous-creation, 19 December 2015.
  3. Mortenson, T., The Great Turning Point: The church’s catastrophic mistake on geology – before Darwin, Master Books, Green Forest, Arizona, p. 55, 2004.
  4. En hetzelfde is van toepassing op de andere ‘oude aarde’-compromissen, zelfs als de evolutie van de mens wordt ontkend, bijvoorbeeld in het progressieve creationisme.
  5. Zie: ‘All restored … but to what?’, hoofdstuk 10 van Bell, P., Evolution and the Christian Faith: Theistic evolution in the light of Scripture, Day One Publications, 2018, blz. 218–239.
  6. Creation.com presenteert nu al meer dan 11.000 artikelen over verschillende onderwerpen, inclusief geologie en de ouderdom van de aarde.