10 Gevaren van theïstische evolutie.

10 Gevaren van theïstische evolutie.
door Werner Gitt in Creation 17(4).
vertaling AH, Werkgroep In Genesis

 

De atheïstische formule voor evolutie is:

Evolutie = materie + evolutionistische factoren (kans en noodzaak + mutatie + selectie + isolatie + dood) + héle lange tijdperioden.

In de theïstische formule is God toegevoegd:

Theïstische evolutie = materie + evolutionistische factoren (kans en noodzaak + mutatie + selectie + isolatie + dood) + héle lange tijdperioden + God.

In dit systeem is God niet de alom machtige Heer van alle dingen, wiens Woord serieus moet worden genomen door alle mensen. Maar Hij is geïntegreerd in de evolutionistische filosofie. Dit leidt tot 10 gevaren voor christenen. [1]

Gevaar Nr. 1 – Onjuiste voorstelling van Gods karakter

De Bijbel openbaart God aan ons als onze hemelse Vader, die absoluut volmaakt is (Mattheüs 5:48), heilig (Jesaja 6:3) en almachtig (Jeremia 32:17). De apostel Johannes zegt: “God is liefde”, “licht” en “leven” (1 Johannes 4:16, 1: 5, 1:1-2). Als deze God iets schept, dan wordt zijn werk als ‘zeer goed’ (Genesis 1:31) en ‘volmaakt’ (Deuteronomium 32:4) omschreven.

Theïstische evolutie geeft een onjuiste interpretatie van Gods natuur, omdat ze aan de Schepper dood en gruwel toeschrijft als principes van de schepping vóór de zondeval. (Ook “progressief creationisme” voorziet in miljoenen jaren van dood en gruwel vóór de zonde).

Gevaar Nr. 2 – God wordt een “god van de hiaten”

De Bijbel zegt dat God de volstrekte Oorzaak is van alle dingen. Wij hebben “maar één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn … en maar één Heere, Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn, en wij door Hem” (1 Korintiërs 8:6).

Maar in theïstische evolutie is de enige werkruimte die God wordt toegewezen slechts dat gedeelte van de natuur dat de evolutietheorie niet kan verklaren met de middelen die ze heeft. Op deze manier wordt God gereduceerd tot een “god van de hiaten” voor die fenomenen waarover men twijfelt. Dit leidt tot de filosofie: “God is niet absoluut, Hijzelf is geëvolueerd – Hij is evolutie”. [2]

Gevaar Nr. 3 – Ontkenning van de voornaamste Bijbelse leringen

De hele Bijbel getuigt ervan dat wij te maken hebben met een bron van waarheid die haar gezag van God betrekt (2 Timoteüs 3:16) met het Oude Testament als de onmisbare “oprit” die leidt naar het Nieuwe Testament, zoals een oprit naar een autosnelweg leidt (Johannes 5:39). Het Bijbelse scheppingsverslag hoort niet beschouwd te worden als een mythe, een parabel of allegorie, maar als een historisch verslag, omdat:

  • Biologische, astronomische en antropologische feiten worden gegeven in didactische (onderwijzende) vorm.
  • In de Tien Geboden baseert God de zes werkdagen en de ene rustdag op dezelfde tijdsspanne als beschreven in het scheppingsverslag (Exodus 20: 8-11).
  • In het Nieuwe Testament verwijst Jezus naar feiten van de schepping (Bijv. Matteüs 19: 4-5).
  • Nergens in de Bijbel zijn er enige indicaties dat het scheppingsverslag enigszins anders moet begrepen worden dan als een feitelijk verslag.

De doctrine van theïstische evolutie ondermijnt deze fundamentele manier van Bijbelinterpretatie, zoals door Jezus, de profeten en de apostelen werd voorgestaan. Het verslag van de gebeurtenissen in de Bijbel wordt gereduceerd tot mythische verbeelding, en het begrip van de bijbelse boodschap, als zijnde waar in woord en betekenis, gaat verloren.

Gevaar Nr. 4 – De weg naar het vinden van God gaat verloren

De Bijbel beschrijft de mens als helemaal verstrikt in de zonde na Adams val (Romeinen 7:15-19). Enkel die personen die zich realiseren dat zij zondig en verloren zijn, zullen een Verlosser zoeken die ‘kwam om de verlorene te redden’ (Lucas 19:10).

Maar de evolutietheorie weet van geen zonde in bijbelse zin, namelijk van het doel missen met betrekking tot God. Zonde wordt betekenisloos gemaakt, en dat is precies het tegenovergestelde van wat de Heilige Geest doet: Hij overtuigt mensen van zonde en zondig zijn. Als de zonde wordt gezien als een onschuldige evolutionaire factor, dan is men de sleutel verloren om God te vinden, en dat wordt niet opgelost door “God” toe te voegen aan het evolutionaire scenario.

Gevaar Nr. 5 – De leer van Gods vleeswording wordt ondermijnd

De vleeswording van God door Zijn Zoon Jezus Christus is een van de fundamentele leringen van de Bijbel. De Bijbel stelt: “En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14), “Jezus, Christus … door de gestalte van een dienstknecht aan te nemen en de mensen gelijk te worden” (Filippenzen 2:5-7).

Evolutie ondermijnt deze basis van redding. Evolutionist Hoimar von Ditfurth bespreekt de onverenigbaarheid van Jezus’ vleeswording met het evolutionistische gedachtegoed: “De beschouwing van evolutie dwingt ons onvermijdelijk tot een kritische herziening … van christelijke formuleringen. Dit geldt duidelijk voor het centrale thema, de ‘vleeswording’ van God …”. [3]

Gevaar Nr. 6 – De Bijbelse basis van Jezus’ verlossingswerk gemythologiseerd

De Bijbel leert dat de zondeval van de eerste mens een ware gebeurtenis was en dat dit de zonde in de wereld tot direct gevolg heeft: “Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd.” (Romeinen 5:12).

Theïstische evolutie erkent Adam niet als de eerste mens, noch dat hij direct geschapen werd “uit het stof der aarde” (Genesis 2, 17). De meeste theïstische evolutionisten zien het scheppingsverslag eerder als een mythisch verhaal, zij het dan met een bepaalde geestelijke betekenis. Maar, de zondaar Adam en de Redder Jezus Christus worden in de Bijbel met elkaar verbonden: Romeinen 5: 16-18. Dus, elke zienswijze die Adam en zijn directe schepping enigszins mythologiseert die ondermijnt de Bijbelse grondslag van Jezus’ werk van de verlossing.

Gevaar Nr. 7 – Verlies van Bijbelse chronologie.

De Bijbel voorziet ons van een tijdsschaal voor de geschiedenis en die is nodig voor een goed begrip van de Bijbel. Deze tijdsschaal houdt in:

  • De tijdsschaal kan niet onbepaald worden uitgetrokken in het verleden, noch in de toekomst. Er is een goed gedefinieerd begin in Genesis 1:1, evenals een moment waarop de fysische tijd zal eindigen (Matteüs 24:14).
  • De totale duur van de schepping was 6 dagen (Exodus 20:11).
  • De leeftijd van het heelal kan worden geschat op basis van de genealogieën in de Bijbel (let op dat deze berekeningen niet exact zijn). Het gaat hier om verscheidene duizenden jaren, maar niet miljarden jaren.
  • Galaten 4:4 wijst op de bijzonderste gebeurtenis in de menselijke geschiedenis: “Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet, opdat wij zijn kinderen zouden worden”. Dit gebeurde ongeveer 2000 jaar geleden.
  • De wederkomst van Christus, in kracht en heerlijkheid, is de belangrijkste toekomstige gebeurtenis.

Aanhangers van de theïstische evolutieleer (en ook die van progressieve schepping) veronachtzamen de in de bijbel gegeven tijdsaanduidingen, ten voordele van evolutionistische tijdsschalen met hun miljarden jaren in zowel verleden als toekomst (waarvoor geen overtuigende natuurkundige bewijzen bestaan). Dit kan leiden tot twee dwalingen:

  1. Niet alle gegevens van de Bijbel moeten serieus genomen worden.
  2. De waakzaamheid aangaande de tweede komst van Christus kan verloren gaan.

Gevaar Nr. 8 – Verlies van het Scheppingsbegrip.

Er worden een aantal essentiële begrippen geleerd in de Bijbel. Deze houden in:

  • God schiep materie zonder het gebruik van enige beschikbaar materie.
  • God schiep de aarde eerst, en op de vierde dag de maan, het zonnestelsel, ons eigen melk-wegstelsel, en alle andere sterrenstelsels. Deze volgorde is in strijd met alle ideeën over ‘kosmische evolutie’, zoals de ‘big bang’ kosmologie (de Oerknaltheorie).

Theïstische evolutie negeert al deze bijbelse scheppingsprincipes en vervangt ze door evolutionistische noties, waarbij God’s almachtige scheppingsdaden worden ontkend.

Gevaar Nr. 9 – Onjuiste voorstelling van de realiteit

De Bijbel draagt het zegel van waarheid, en al zijn verklaringen zijn gezaghebbend – of ze nu handelen over vragen van geloof en redding, dagelijks leven, of zaken van wetenschappelijk belang.

Evolutionisten vegen dit alles van tafel. Zo zegt b.v. Richard Dawkins:

“Bijna alle volken hebben hun eigen scheppingsmythe, en het verhaal in Genesis is toevallig diegene die door een bijzondere stam van herders in het Midden-Oosten werd geadopteerd. Het heeft geen hogere speciale status dan het geloof van een West Afrikaanse stam die gelooft dat de aarde door de uitwerpselen van mieren gemaakt was.” [4]

Als de evolutietheorie onjuist is, dan hebben talrijke wetenschappen een vals getuigenis omarmd. Waar ook deze wetenschappen overeenkomen met de evolutionistische zienswijze, geven zij een valse voorstelling van de realiteit. Hoeveel meer dan een theologie die van de Bijbel afwijkt en met de evolutietheorie in zee gaat!

Gevaar Nr. 10 – Het doel missen.

In geen ander historisch boek vinden wij zoveel en zulke waardevolle uitspraken over het doel van de mens als in de Bijbel. Bijvoorbeeld:

  1. De mens is God’s doel in de Schepping (Genesis 1:27-28).
  2. De mens is het doel van God in het verlossingsplan (Jesaja 53:5).
  3. De mens is het doel van de zending van God’s zoon (1 Johannes 4:9).
  4. Wij zijn het doel van God’s erfenis (Titus 3:7).
  5. De hemel is onze bestemming (1 Petrus 1:4).

De gedachte aan een doelstelling klinkt de evolutionist als een vloek in de oren. ‘Evolutionistische aanpassingen volgen nooit een doelgericht programma, zij kunnen dus niet worden geacht scheppingsdoelgericht te zijn.’ [5] Dus, een geloofssysteem zoals theïstische evolutie, dat een huwelijk is van doelgerichtheid met niet-doelgerichtheid, is een contradictio in terminis.

Conclusie

De doctrines van schepping en evolutie liggen zo ver uit elkaar, dat verzoening absoluut onmogelijk is. Theïstische evolutionisten proberen de twee doctrines te integreren, een dergelijke integratie reduceert de boodschap van de Bijbel tot iets onbeduidends. De conclusie is onvermijdelijk: er is voor theïstische evolutie geen ondersteuning vanuit de Bijbel.

 

Wat houdt Theïstische Evolutie in?

De volgende evolutionistische aannamen zijn over het algemeen toepasbaar op de theïstische evolutie:

  • Het onderliggende principe, evolutie, wordt vanzelfsprekend geacht.
  • Men gelooft dat evolutie een universeel principe is.
  • Voor zover het de wetenschappelijke wetten betreft, is er geen verschil tussen de oorsprong van de aarde en al het leven en en zijn daaropvolgende ontwikkeling (het principe van uniformitarisme).
  • Evolutie vertrouwt op processen die toename van organisatie toelaten, van het eenvoudige tot het complexe, van niet-leven tot leven, en van lagere naar hogere vormen van leven.
  • De stuwende krachten van evolutie zijn mutatie, selectie, isolatie, en vermenging. Toeval en noodzaak, lange tijdperken, ecologische veranderingen, en dood zijn additionele, onmisbare factoren.
  • De tijdslijn wordt zo uitgetrokken dat ieder zoveel tijd kan krijgen als hij/zij nodig vindt voor het proces van evolutie.
  • Het heden is de sleutel tot het verleden.
  • Er was een langzame, geleidelijke overgang van niet-leven naar leven.
  • Evolutie zal blijven voortduren tot in de verre toekomst.

Behalve deze evolutionaire veronderstellingen zijn er nog drie principes van toepassing op het theïstisch-evolutionaire geloof:

  1. God gebruikte evolutie als middel tot scheppen.
  2. De Bijbel bevat geen bruikbare of relevante ideeën die in de hedendaagse oorsprongwetenschap toegepast kunnen worden.
  3. Evolutionistische verklaringen hebben prioriteit over Bijbelse verklaringen. De Bijbel moet geherinterpreteerd worden waar en wanneer het de hedendaagse evolutionaire wereldbeschouwing tegenspreekt.

Dit gedeelte is overgenomen van Werner Gitt’s boek: Heeft God de evolutie gebruikt? blz. 13-16, 24.

 

 


Referenties en aantekeningen

[1] Dit artikel is afkomstig van hoofdstuk 8 ‘De consequenties van Theïstische Evolutie’, van Prof. Dr. Werner Gitt’s book, Did God use Evolution?, Christliche Literatur-Verbreitung e.V., Postfach 11 01 35 . 33661, Bielefeld, Germany.
[2] E. Jantsch, Die Selbstorganisation des Universums, Munchen, 1979, p. 412.
[3] Hoimar von Ditfurth, Wir sind nicht nur von dieser Welt, Munchen, 1984, pp. 21-22.
[4] Richard Dawkins, The Blind Watchmaker, Penguin Books, London, 1986, p. 316.
[5] H. Penzlin, Das Teleologie-Problem in der Biologie, Biologische Rundschau, 25 (1987), S.7-26, p. 19.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v17/i4/theistic_evolution.asp