Is Genesis geschiedenis? – 15 argumenten 

Is Genesis geschiedenis? – 15 argumenten  –  deel 1: de houding van Jezus Christus ten opzichte van het Oude Testament
door Don Batten en Jonathan Sarfati

Tweeduizend jaar geleden schreef de apostel Paulus: ‘Wij slechten de redeneringen en elke schans die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, en brengen elk bedenksel als krijgsgevangene onder de gehoorzaamheid aan Christus’ (2 Kor. 10:5).

In de afgelopen tweehonderd jaar hebben mensen zich in toenemende mate tegen deze ‘kennis van God’ verzet, door te stellen dat de ‘natuur alles is wat ercover bestaat’: het zogenaamde naturalisme. Zij beweren dat enkel natuurlijke processen de oorsprong en geschiedenis van alles kunnen verklaren.
Dit historische naturalisme aanvaardt per definitie geen bewijsmateriaal voor het bestaan van God. De oerknal, uniformitaristische geologie (de leer dat dezelfde processen die we nu waarnemen verantwoordelijk zijn voor de aardlagen) en biologische evolutie gaan uit van (en vooronderstellen) dit naturalisme. Het is daarom niet verrassend dat van deze drie opvattingen gezegd wordt dat ze het naturalisme ondersteunen. Al deze drie ideeën weerspreken het raamwerk van de geschiedenis dat de Bijbel biedt, en waarvan de basis in Genesis 1 tot en met 11 is te vinden.

Er bestaan voldoende bijbelse, historische én wetenschappelijke argumenten om Genesis 1 tot en met 11 te beschouwen als een rechttoe rechtaan historische beschrijving van de oorsprong van het heelal. In deze artikelenreeks, die ook in boekvorm te verkrijgen is de boekwinkel worden vijftien bijbelse en historische argumenten behandeld om Genesis als een historisch verslag te zien. In andere bronnen is voldoende te vinden over de natuurwetenschappelijke argumenten hiervoor. De voetnoten en de genoemde websites bieden hierover meer informatie.

1.De houding van Jezus Christus ten opzichte van het Oude Testament  

Jezus Christus beschouwde de boeken van het Oude Testament als het Woord van God. Dat wil zeggen: hoewel ze door mensen zijn opgeschreven, waren het woorden door God uitgesproken of geïnspireerd door de Heilige Geest (Matth. 19:4, 5; 22:31-32; Mark. 12:26; Luk. 20:37). Daarom is zelfs de kleinste letter of letterteken geïnspireerd en zal dit Woord ‘nooit vergaan’ (Matth. 5:18; Luk. 16:17). Jezus gebruikt citaten uit vrijwel ieder boek uit het Oude Testament en beschouwt die als gezaghebbend. Zo bevestigde Hij daarmee de canon waaruit de Bijbel vandaag de dag bestaat.1 Dit laat geen ruimte om ook maar enig deel van de Bijbel te beschouwen als op wat voor manier dan ook ontoereikend.

Het laat evenmin ruimte om de Bijbel als het product van het brein van ‘ongeletterde primitieven’ te beschouwen (kampvuurverhalen van Semitische nomaden, ‘primitieve geitenhoeders’ enzovoort). Voor een goede hermeneutiek (methode van interpretatie) die overeenkomt met Jezus’ houding, wordt gebruikgemaakt van exegese, oftewel: de boodschap die de schrijver wilde overbrengen uit de tekst lezen– en niet van eisegese, oftewel: dingen inlezen in de tekst. Het oprecht lezen van de Bijbel houdt in dat men probeert uit te zoeken wat God zegt, niet wat de lezer de tekst kan laten zeggen om hem aanvaardbaar te maken of aan te passen aan populaire overtuigingen van dat moment. Gebruikmaken van exegese is geen ‘bibliolatrie’ (het aanbidden van een boek), een term die nogal eens neerbuigend wordt gebruikt om mensen aan te duiden die accepteren dat de Bijbel door God geïnspireerd is (zoals de Bijbel overigens zelf zegt).

Juist omdat christenen zich onderwerpen aan het koningschap van Christus, accepteren zij dat Hij de lijn uitzet. Bij veel gelegenheden beëindigde Jezus een discussie door te zeggen: ‘Er staat geschreven’ (in het Oude Testament), en: ‘Hebt u het niet gelezen?’ Dit bekrachtigde het gezag van de Bijbel. Jezus was niet alleen niet jaloers op de aandacht die mensen hadden voor de Bijbel, maar Hij berispte hen zelfs voor hun onwetendheid aangaande de Bijbel (Matth. 22:29; Mark. 12:24). Jezus bevestigde zelfs de historische betrouwbaarheid van juist die passages in de Bijbel die momenteel het meest aan spot van sceptici blootstaan2 (zie hiervoor ook argument 2 in het artikel dat later verschijnt.

‘Onfeilbaarheid’ is onlosmakelijk en logischerwijs verbonden met Jezus’ standpunt over de inspiratie. Want hoe zou God fouten kunnen inspireren? Als de Bijbel fouten zou bevatten, dan zou degene die beslist welke delen onjuist zijn, feitelijk gezaghebbend worden. Deze persoon eigent zich op die manier Gods autoriteit toe. Het ultravrijzinnige ‘Jesus Seminar’,3 waar onder de deelnemers gestemd wordt om te bepalen welke van de woorden die in de Bijbel staan werkelijk door Christus gesproken zijn, is een logisch gevolg van een dergelijke benadering.4

De Schrift is niet gezaghebbend als hij niet onfeilbaar is. Is misschien ‘hebt uw vijanden lief’ een fout? Of ‘gij zult niet stelen’? Of ‘indien wij onze zonden belijden, is Hij getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven’? Sommige mensen zeggen: ‘De Bijbel is gezaghebbend als het gaat om geloof en hoe we dat in de praktijk brengen.’ In dit uitgangspunt schuilt echter een groot gevaar. Want als we de Bijbel niet kunnen vertrouwen op het gebied van bijvoorbeeld de geschiedenis, hoe kunnen we het Woord dan vertrouwen op het gebied van geloof en praktijk (theologie)? In Lukas 16:31 staat: ‘Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen.’ En Jezus vroeg aan Nicodemus: ‘Indien Ik ulieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek?’ (Joh. 3:12).

Als wij de Bijbel niet kunnen vertrouwen op het gebied van aardse dingen (zoals de tijdsduur van de schepping en de volgorde van de gebeurtenissen), waarom zouden wij de Bijbel dan vertrouwen als het gaat over hemelse zaken (bijvoorbeeld de vergeving van zonden, de hemel, of morele wetten)? De Verklaringen van Chicago, die de onfeilbaarheid van de Bijbel behandelen, vormt een zeer belangrijke standaardverklaring onder evangelicale christenen.5,6

Deze verklaring stemt overeen met het onderwijs van Christus door te bevestigen dat ‘dat wat de Bijbel zegt, zegt God. Moge Hij verheerlijkt worden. Amen en amen.’7 Laat het duidelijk zijn dat geloof in de onfeilbaarheid van de Bijbel niet hetzelfde is als een in beton gegoten ‘letterlijk nemen’ van de tekst. Dat is een veelgebruikte drogredenering. De juiste toepassing is de gebruikelijke en orthodoxe grammaticaal-historische hermeneutiek. Deze hermeneutiek erkent het bestaan van stijlfiguren, zoals metafoor, hyperbool, enzovoort.8 Met andere woorden, de passages die duidelijk als letterlijke geschiedenis bedoeld zijn, worden als letterlijke geschiedenis gelezen (en dat is met inbegrip van Genesis 1 tot en met 11).

Voor de weerleggingen van een aantal andere drogredeneringen, die worden gebruikt door overigens zeer kundige geleerden als J.P. Moreland en W. Dembski, raadpleeg de bijbehorende verwijzingen.9,10
 

 


Referenties en aantekeningen

1 Dit wordt behandeld in J. Sarfati, ‘The authority of Scripture’, in: Apologia 3/2 (1994), p. 12-16; www.creation.com/authority.
2 D. Livingston, A Critique of Dewey Beegle’s book titled: ‘Inspiration of Scripture’, MA thesis; een samenvatting onder de titel Jesus Christ on the infallibility of Scripture is te lezen via www.creation.com/jesus_bible.
3 Jesus Seminar is een gezelschap vrijzinnige vooraanstaande theologen uit de westerse wereld die zich bezighouden met het onderzoek naar wat Jezus als historische figuur wel of niet heeft gezegd of gedaan. De beslissingen hierover volgen uit stemmingen van die groep.
4 Zie voor een kritische analyse van deze en andere onjuiste methoden van het Jesus Seminar: N.T. Wright, Jesus and the Victory of God, Londen 1996, SPCK, hoofdstuk 2.
5 Op internet te vinden op www.kulikovskyonline.net/hermeneutics/csbe.htm en in het Nederlands op  www.fotf.nl/cpc/uitgangspuntenverklaringenvanChicago.pdf.
6 Het woord ‘evangelicaal’ wordt in dit boek op sommige plekken gebruikt als vertaling voor het Engelse woord ‘evangelical’. Dit omvat meer dan ons woord ‘evangelisch’, en omvat in het Engelse taalgebied feitelijk alle als bijbeltrouw bekendstaande christelijke kerken.
7 Dit citaat staat aan het slot van de ‘exposition’ op de eerste verklaring.
8 Een goede samenvatting is te vinden in R. Grigg, ‘Should Genesis be taken literally?’, in: Creation 16/1 (1993), p. 38-41; www.creation.com/literal.
9 K. Ham, C. Wieland, en T. Mortenson, ‘Are (biblical) creationists ‘cornered’? – a response to Dr. J.P. Moreland’, in: Technical Journal 17/3 (2003), p. 43-50; www.creation.com/moreland.
10 J. Sarfati, ‘ID theorist blunders on Bible: Reply to Dr. William Dembski’; ww.creation.com/dembski, 7 februari 2005.1

Deze tekst is onderdeel van het boek Is Genesis geschiedenis? – 15 argumenten.

© Mediagroep in Genesis

© Mediagroep in Genesis 2011