Het aardmagnetisme: aanwijzingen voor een jonge aarde

Het aardmagnetisme: aanwijzingen voor een jonge aarde
door Jonathan Sarfati in Creation 20(2).
vertaling AH, Werkgroep In Genesis

De aarde heeft een magnetisch veld dat bijna noord-zuid wijst met slechts een afwijking van 11,5°. Dit is een prachtig ontwerp-aspect van onze planeet want het maakt kompas-navigatie mogelijk en beschermt ons tegen gevaarlijk geladen deeltjes van de zon. Het is ook krachtig bewijsmateriaal dat de aarde wel jong moet zijn zoals de Bijbel leert.

Weergave van de afname van het magnetische veld gedurende de tijd, waarbij omkeringen en fluctuaties worden getoond
Hoe het aardmagnetisme veranderde. De veldsterkte kon niet veel groter zijn dan het beginpunt toont, wat duidt op een jonge aarde.

In de 70’er jaren merkte de creationistische natuurkundige, Prof. Thomas Barnes op, dat metingen sedert 1835 hebben aangetoond dat het veld verminderd met 5% per eeuw [1] (ook tonen archeologische metingen aan, dat het veld in het jaar 1000 na Chr. ongeveer 40% sterker was dan nu [2]). Barnes, de auteur van een goed bekendstaand tekstboek over elektromagnetisme [3], stelde voor dat het aardmagnetisch veld werd veroorzaakt door een verminderende elektrische stroom in de metallische kern van de aarde (zie kadertekst). Barnes berekende dat de afname van deze stroom niet meer dan 10.000 jaar kon hebben geduurd, anders zou zijn oorspronkelijke sterkte zo groot zijn geweest dat de aarde zou zijn gesmolten. De aarde moet dus jonger zijn dan 10.000 jaar.

Evolutionistische reacties

Het model van de afnemende stroom is natuurlijk niet verenigbaar met de miljarden jaren die de evolutionisten nodig hebben. Hun geprefereerde model is een zichzelf onderhoudende dynamo (elektrische generator). Er wordt verondersteld dat de rotatie van de aarde en convectie het gesmolten nikkel/ijzer van de buitenkern doen circuleren. Positieve en negatieve ladingen in het gesmolten vloeibare metaal worden verondersteld ongelijkmatig te circuleren, waardoor een elektrische stroom ontstaat en daarmee het magnetische veld. Maar ondanks een halve eeuw onderzoek hebben de wetenschappers nog geen werkbaar model kunnen produceren. Er zijn nog steeds veel problemen. [4]

Maar de grootste kritiek op het jonge aarde argument van Barnes betreft bewijsmateriaal, dat het magnetische veld dikwijls is omgekeerd, d.w.z. dat kompassen naar het zuiden wezen in plaats van naar het noorden. Wanneer korrels van het gewone magnetische mineraal magnetiet in vulkanisch lava,- of as-stromen afkoelen beneden hun Curie punt (zie kadertekst) van 570°C, zullen de korrels zich richten op het magnetische veld van de aarde op dat moment. Als het gesteente volledig is gekoeld, blijft de richting van het magnetiet bestaan. Op deze manier hebben we een volledig tijdsregister van het aardse veld.

Hoewel evolutionisten geen goede verklaring hebben voor de magnetische omkeringen, beweren zij, dat daarom de gelijkmatige afname zoals Dr Barnes veronderstelt onjuist is. Bovendien vereist hun model ten minste duizenden jaren voor een omkering. En met hun dateringaannamen, geloven zij dat de omkeringen met intervals van miljoenen jaren plaatsvinden en duiden op een oude aarde.

Schets van het aardmagnetisch veld
Een ‘krachtveld’ rondom de aarde.

Het aardmagnetisme is aan het afnemen. Dit wereldwijde fenomeen kon niet langer duren dan enkele duizenden jaren, ondanks de vele malen van omkering. De evolutionisten kunnen niet verklaren hoe het magnetisme zichzelf gedurende miljarden jaren kon onderhouden.

Het antwoord van creationisten

De kernfysicus Dr Russell Humphreys is van mening dat Dr Barnes het bij het rechte eind had, en hij geloofde ook dat de omkeringen echt waren. Hij wijzigde het model van Barnes om rekening te houden met speciale effecten van een vloeibare geleider, zoals het gesmolten metaal in de buitenkern van de aarde. Als de vloeistof omhoog stroomde (als gevolg van convectie: hete vloeistoffen stijgen, koude zinken) zou dit af en toe het veld snel kunnen omkeren. [5], [6]

Zoals vermeld in Creation 19(3), 1997, stelt Dr John Baumgardner voor, dat het zinken van de tektonische platen veroorzaakt werd door de zondvloed (Zie online versie). Dr Humphreys zegt dat deze platen de buitenkant van de kern zouden hebben doen afkoelen waardoor convectie op gang kwam. [7]

Dat betekent dat de meeste omkeringen tijdens het jaar van de zondvloed plaatsvonden, ongeveer om de twee weken. En na de zondvloed zouden er nog grote fluctuaties zijn als gevolg van resterende beweging. Maar de omkeringen en fluctuaties konden het algemene vervalpatroon niet stoppen. De totale veldsterkte zou zelfs nog sterker afnemen (zie afbeelding hierboven). [8]

Dit model verklaart ook waarom de zon iedere 11 jaren zijn magnetisch veld omkeert. De zon is een gigantische bal van hete, snel bewegende, elektrisch geleidende gassen. In tegenstelling tot het dynamo model, is de veldsterkte van de zon aan het afnemen.

Dr Humphreys stelde voor om dit model te testen: magnetische omkeringen moeten te vinden zijn in gesteenten waarvan bekend is dat die afgekoeld zijn in enkele dagen of weken. Bijvoorbeeld, in een dunne lavastroom zou de buitenkant eerder koelen en het aardmagnetisme in één richting vastleggen; het inwendige zou later afkoelen, en het veld in een andere richting vastleggen.

Drie jaar na zijn voorspelling, vonden de onderzoekers Robert Coe en Michel Prévot een dunne laag lava die in 15 dagen moet zijn afgekoeld en die een continuerende 90° omkering had vastgelegd. [9] En het was geen toeval want 8 jaar later, rapporteerden zij een nog snellere omkering. [10] Dit was slecht nieuws voor hen en de evolutionistische gemeenschap, maar een krachtige ondersteuning van Humphreys’ model. ( Zie ook Dr Humphreys’ online artikel The Earth’s magnetic field is young.)

Conclusie

Het aardmagnetisme is niet alleen een goed navigatiemiddel en een bescherming tegen ruimtedeeltjes, het is ook sterk bewijsmateriaal tegen evolutie en miljarden jaren. Het vervalpatroon toont duidelijk aan dat de aarde niet ouder dan 10.000 jaar kan zijn.

De oorsprong van het Aardmagnetisch veld

Het voorstel van Humphreys

Dr Humphreys stelt zich voor dat God de aarde eerst schiep uit water. [1] Hij baseert dit op verschillende Bijbelteksten. Bijvoorbeeld 2 Petrus 3:5 waarin staat dat de aarde is gevormd uit water en door water. Hierna zou God veel van het water omgezet hebben in andere elementen zoals gesteente/mineralen. Water bevat waterstofatomen, en de kern van een waterstofatoom is op zichzelf een kleine magneet. Gewoonlijk neutraliseren deze magneten elkaar zodat water op zichzelf nagenoeg niet-magnetisch is. Maar Humphreys denkt dat God het water schiep met de gerichte magneetkernen. Direct na de schepping, zouden zij een meer willekeurig systeem hebben gevormd, waardoor het magnetisch verval is ontstaan. Dit zou een stroom genereren in de kern van de aarde, die dan afneemt in het model van Barnes. Dit staat los van de vele omkeringen die volgens het model van Humphreys plaatsvonden in het jaar van de zondvloed.

Ondersteuning door veldsterkte waarnemingen van andere planeten

Gebaseerd op dit model berekende Dr Humphreys ook de magnetische veldsterkte van andere planeten (en de zon). De belangrijke factoren zijn de massa van het object, de grootte van de kern en hoe goed de elektrische geleidbaarheid is, plus de aanname dat hun oorspronkelijke materiaal bestond uit water. Zijn model verklaard kenmerken die evolutionistische dynamo theoretici voor raadsels stelt. Bijvoorbeeld, refereren evolutionisten aan het ‘voorbeeld van het magnetisme op de maan’. [2] De maan had vroeger een sterk magnetisch veld, hoewel het maar éénmaal per maand roteert. Volgens de evolutionistische oorsprongmodellen, had de maan nimmer een gesmolten kern, noodzakelijk voor de werkzaamheid van een dynamo. Mercurius heeft een veel sterker magnetisch veld dan op basis van de dynamotheorie verwacht kan worden van een planeet die 59 keer langzamer draait dan de aarde.

Belangrijker nog is dat Dr Humphreys in 1984 voorspellingen deed aangaande de veldsterkte van Uranus en Neptunus, twee gas giganten voorbij Saturnus. Zijn voorspellingen waren ongeveer 100.000 maal de evolutionistische dynamo voorspellingen. De twee rivaliserende modellen werden onbewust getoetst toen Voyager 2 deze planeten in 1986 en 1989 passeerde. De velden voor Uranus en Neptunus [3] waren precies zoals Humphreys had voorspeld. [4] Toch noemen vele anti-creationisten het creationisme ‘onwetenschappelijk’ omdat het geen voorspellingen zou doen!

Humphreys’ model verklaart ook waarom de manen van Jupiter met kernen, magnetische velden hebben, terwijl Calisto, dat geen kern heeft, ook geen magnetisch veld heeft. [5] (Zie Dr Humphreys’ online artikel Beyond Neptune: Voyager II Supports Creation)


Oorzaak van het magnetische veld van de aarde

Materialen zoals ijzer bestaan uit kleine magnetische domeinen, die zich gedragen als kleine magneten. Deze domeinen bestaan uit nog kleinere atomen, die op zichzelf gerichte kleine magneetjes zijn, binnen het domein. Gewoonlijk neutraliseren de domeinen elkaar. Maar in magneten zoals een kompasnaald, zijn er meerdere domeinen gericht in dezelfde richting waardoor het materiaal een totaal magnetisch veld heeft.

De kern van de aarde bestaat voornamelijk uit ijzer en nikkel. Zou het magnetisch veld van de aarde dus op dezelfde manier gevormd zijn als dat van een kompasnaald? Nee – boven de temperatuur die het Curie punt wordt genoemd, zijn de magnetische domeinen verbroken. De koelste delen van de aardkern zijn ongeveer 2400 – 4700°C, veel warmer dus dan de Curie punten van alle bekende stoffen.

Maar in 1820 ontdekte de Deense fysicus H.C. Ørsted dat een elektrische stroom een magnetisch veld produceert. Zonder dit fenomeen zouden elektrische motoren niet kunnen bestaan. Zou een elektrische stroom dus verantwoordelijk kunnen zijn voor het aardmagnetisme? Elektrische motoren hebben een krachtbron, maar een elektrische stroom houdt vrijwel onmiddellijk op te bestaan, zodra de krachtbron is uitgeschakeld (behalve in supergeleiders). Hoe kan er dan een elektrische stroom zijn in de aarde, zonder een krachtbron?

De grote creationistische natuurkundige Michael Faraday beantwoorde deze vraag in 1831 met de ontdekking dat een veranderend magnetisch veld een elektrische spanning induceert, de basis voor elektrische generatoren.

Stel je de aarde voor vlak na de schepping met een sterke elektrisch stroom in zijn kern. Dit produceert een sterk magnetisch veld. Zonder een krachtbron neemt deze stroom af. Dus zal het magnetische veld ook afnemen. Daar afname ook een verandering is, wordt er stroom opgewekt, weliswaar minder, maar wel in dezelfde richting als de oorspronkelijke stroom.

We hebben dus te maken met een afnemende stroom, die een afnemend magnetisch veld produceert, welke weer een afnemende stroom veroorzaakt… Als de grootheden van dit circuit groot genoeg zijn, zou het enige tijd duren voordat de stroom ophoudt te bestaan. De afname snelheid kan nauwkeurig berekend worden, en is altijd exponentieel. De elektrische energie verdwijnt niet, het wordt omgezet in warmte, een proces dat in 1840 door de natuurkundige James Joule werd ontdekt.

Dit is de basis van het model van Dr Barnes.


Addendum: Beantwoording van kritische vragen

Exponentieel verval?

Sommige sceptici hebben beweerd dat een exponentiële vervalcurve niet geldig is, en dat in plaats daarvan er een lineair (rechtlijnig) verval is. Beide, zowel de exponentiele als de lineaire vervalcurve hebben twee passende parameters:

  • Exponentieel verval, (i = Ie-t/τ) vereist de parameters I and τ.

  • Lineair verval van de algemene vorm y = mx + c m en y-intercept c.

Als de curven vergelijkbaar waren zou er geen statistische reden zijn om de één boven de ander te kiezen. De curven zijn ongeveer gelijk voor het traject waarover gegevens bekend zijn, zonder significant verschil tussen de twee.

Maar het is een algemeen aanvaarde procedure bij het modelleren van regressie analyse om betekenisvolle vergelijkingen te gebruiken die, wanneer er een gezonde basis voor is, de natuurkundige fenomenen beschrijven. Stroomverval in weerstand/inductie schakelingen nadat de krachtbron is uitgeschakeld verlopen altijd exponentieel, niet lineair. Bijvoorbeeld, in een simpele schakeling is op tijdstip t, met initiële stroom I, weerstand R en inductie L, de stroomsterkte i = Ie-t/τ, waarin τ de tijdconstante L/R— tijd voor een verval tot 1/e (~37%) van zijn initiële waarde. Voor een bol met straal a, geleidbaarheid σ en permeabiliteit μ, is τ gegeven als 4σμ/π.

Een lineair verval lijkt op papier misschien goed, maar is natuurkundig gezien absurd binnen de werkelijkheid van elektrische schakelingen. Lineair verval komt in de natuur zelden voor. Exponentieel verval is daarentegen stevig geworteld binnen de theorie van elektromagnetisme.

Thomas Barnes, die als eerste magnetisch verval aanwees als probleem voor evolutionisten, was specialist in elektromagnetisme en schreef enkele gewaardeerde leerboeken over dit onderwerp. Maar de meeste van zijn critici zijn onbekend met de materie.

Een ander belangrijk punt is dat deze berekeningen wijzen naar een maximale leeftijd van de aarde. Zelfs als de sceptici gelijk hadden met hun lineair verval, zou dit nog steeds wijzen op een bovengrens van 90 miljoen jaren, en dit is veel te jong voor evolutie. Tenslotte, als het verval inderdaad lineair zou zijn, is er niet veel tijd over totdat het magnetisch veld van de aarde geheel is verdwenen.

Verschillende componenten van het magnetisch veld

Sommige critici beweerden het volgende:

‘ … alleen de dipool-veld-sterkte neemt af gedurende de laatste anderhalve eeuw … de sterkte van het niet-dipool-veld (15% van het totale veld) is toegenomen over dezelfde periode, zodat het totale veld bijna constant blijft. Barnes’ aanname van een constante afname in de veldsterkte gedurende de geschiedenis, is natuurlijk ook niet te handhaven, met de paleo-magnetische waarnemingen van de fluctuaties en omkeringen [in het geomagnetische veld] (Ecker, 1990, 105)’

De ‘autoriteit’ blijkt een anti-creationistisch woordenboek samengesteld door een antichristelijke bibliothecaris, zonder – voor zover wij weten zonder –enige wetenschappelijke opleiding. Dr Humphreys antwoordde in Juli 2001:

‘Litani in de kerk van Darwin: “Het niet-dipool deel van het magnetisch veld zal ons redden!” Dat is een oud maar onbelangrijk evolutionistisch argument. Tom Barnes noemde het in zijn publicaties van de 70’er jaren. Ik behandelde het aan het einde van mijn publicatie “A Physical Mechanism for Reversals of the Earth’s Magnetic Field During the Flood”. [6]

‘Meer dan 90% van het veld is dipolair (twee polen, één noord, één zuid), maar de rest is niet-polair, of liever meerpolig, zoals het vierpolige deel (twee noord en twee zuid), het 8- polige deel (4 noord en 4 zuid), enz. stel het je zo voor: de velden van staafmagneten tot één geheel samengebonden onder variërende hoeken.

‘In de 70’er jaren claimden evolutionisten dat de zeer grote hoeveelheid verdwijnende energie (eenheden zijn Joule of ergs) van het dipool deel van het veld niet omgezet wordt in warmte, maar op een of andere wijze wordt opgeslagen in het niet-dipool deel van het veld, en later teruggewonnen als een nieuwe dipool in omgekeerde richting. Sommige artikelen toonden aan dat de gemiddelde veld intensiteit (eenheden in Tesla of Gauss) van sommige dipooldelen in geringe mate toenemen. [7]

‘Maar veld intensiteit is geen energie. Om de totale hoeveelheid energie in een component te berekenen, moet men de intensiteit in een klein volume rondom ieder punt, kwadrateren, het vermenigvuldigen met het volume en een zekere constante, en de resulterende energieën bij elkaar optellen in de totale ruimte. De niet-polaire intensiteiten vallen af (met toenemende afstand van het centrum van de aarde) veel sneller dan de dipool intensiteit, dus het niet-dipool gedeelte draagt lang niet zoveel bij aan het totaal als het dipool gedeelte. Dat betekent dat de kleine toename in sommige niet-dipool-delen nauwelijks bijdraagt aan het totaal in vergelijking met de dipool gedeelte. Dat betekent dat de kleine toename in sommige niet-dipool veld-intensiteiten schijnbaar niet genoeg energie vertegenwoordigt om het enorme jaarlijkse verlies aan dipool energie te compenseren.

‘Ik twijfel eraan dat het artikel waarnaar verwezen wordt werkelijk het punt bewijst dat de evolutionisten willen, namelijk dat “niet-dipool energie winst, het verlies aan dipool energie compenseert.” Niet alleen geloof ik er niets van, maar ook mijn theorie, in het ICC artikel van 1990 betreffende omkeringen, is het er ook niet mee eens [Zoals hierna getoond, heeft Dr Humphreys geen twijfels meer. Hij weet nu zeker, en ook iedereen die de berekeningen controleert, dat de evolutionistische claim sofistisch is]. Er staat dat een gering energiedeel in de non-dipool componenten gaat zitten, maar lang niet genoeg om het verlies aan energie uit de dipool component te compenseren. Het omkeringproces, dat ik voorstel, is niet efficiënt; het verliest veel energie als warmte. Ik behandel dit, inclusief niet-dipool delen (indirect), in het op één na laatste deel (“The Field’s Energy Has Always Decreased”) van mijn Impact article op de ICR website.

‘Als verder bewijs, gebruikte ik de toonaangevende International Geomagnetic Reference Field gegevens. Meer dan 2.500 metingen vertegenwoordigen het aardmagnetisch veld over de hele twintigste eeuw. De conclusie luidt:

‘In de periode waarover de metingen het nauwkeurigst zijn, van 1970 – 2000, is het totaal aan energie (dipool en niet-dipool) in het aardmagnetische veld constant verminderd met 1.41±0.16%. Met die snelheid zou het veld tenminste de helft van zijn energie verliezen in 1500 jaar, plus of min 100 jaar. Dit versterkte de creationistische visie dat het veld altijd energie verloor, zelfs tijdens omkeringen van het magnetische veld gedurende de zondvloed, sinds God het ongeveer 6.000 jaar geleden schiep.

‘De Evolutionisten hebben op hun beurt geen aannemelijke, wiskundig analyseerbare theorie van omkeringen. Zij beweren dat welk proces ook de omkeringen veroorzaakte, dit 100% efficiënt was, en dat de totale energie in hun verwachte dipool veld in de toekomst gelijk zal zijn aan de totale energie aanwezig bij de laatste piek (ongeveer rond de tijd van Christus). Dat wil zeggen, hun geloof in een miljarden jaren leeftijd voor het veld, vereist te geloven dat iedere cyclus als een phoenix herrijst uit de as van de vorige cyclus, zonder verliezen.

‘Anders gezegd, de kerk van Darwin vereist van hen, dat zij geloven dat de Tweede wet van de thermodynamica – dat alle vormen van energie omgezet worden in warmte – geen betrekking heeft op planetaire magnetische velden. Komt dat bekend voor?

Later publiceerde Dr Humphreys ‘The Earth’s magnetic field is still losing energy’, (Het aardmagnetische veld verliest nog steeds energie), CRSQ 39(1)1–11, Maart 2002, dat een meer gedetaileerde verklaring geeft voor het bovenstaande (zie het volledige artikel, en zijn meer populair wetenschappelijke samenvatting in Creation MattersThe Earth’s Magnetic Field: Closing a Loophole in the Case for its Youth, Maart/April 2002). De samenvatting van het CRSQ artikel luidt:

‘Dit artikel sluit een gat in de zaak voor een jonge aarde, gebaseerd op het verlies van energie van delen van het aardse magnetische veld. Gebruikmakend van twijfelachtige gegevens, hadden de evolutionisten beweerd dat energie winst in kleine delen (niet-dipool) het verlies aan energie in belangrijke delen (dipool) compenseerde. Het schijnt dat niemand die bewering had gecontroleerd met nieuwere, meer accurate gegevens. Gebruikmakend van de gegevens van de International Geomagnetic Reference Field (IGRF) toon ik aan dat van 1970 – 2000, het dipool gedeelte van het veld constant 235 ± 5 miljard megajoules energie verloor, maar dat het niet-dipool gedeelte slechts 129 ± 8 miljard megajoules won. Over die periode was het netto verlies van alle waarneembare delen van het veld 1.41 ± 0.16 %. Bij die snelheid zou het veld de helft van zijn energie verliezen in elke 1465 ± 166 jaren. Gecombineerd met mijn theorie uit 1990, die de omkeringen van polariteit tijdens de zondvloed en de intensiteit-fluctuaties daarna verklaard, ondersteunen deze nieuwe gegevens het creationistische model: het veld heeft snel en voortdurend energie verloren sinds God het ca. 6.000 jaar geleden schiep.’

Referenties

[1] D. Russell Humphreys, The creation of planetary magnetic fields, Creation Research Society Quarterly 21(3):140–149, 1984.
[2] L.L. Hood, The enigma of lunar magnetism, Eos 62(16):161–163.
[3] The Voyager measurements were 3.0 and 1.5 x 1024 J/T for Uranus and Neptune respectively. N.F. Ness et al., Magnetic fields at Uranus, Science 233:85–89, 1986; A.J. Dessler, Does Uranus have a magnetic field? Nature 319:174–175, 1986; R.A. Kerr, The Neptune system in Voyager’s afterglow, Science 245:1450–51.
[4] Dr Humphreys had veldsterkten voorspeld in de orde van grootte van 1024 J/T—Creation Research Society Quarterly 27(1):15–17, 1990. De velden van Uranus en Neptune zijn buiten het centrum (0.3 en 0.4 van de straal van de planeten) en onder een grotere hoek met de draai-as van de planeten (60° and 50°). Een grote puzzel voor de dynamo theoretici, maar verklaarbaar met een catastrofe die, naar het schijnt, het hele zonnestelsel in zijn greep heeft gehad (Zie Revelations in the solar system).
[5] Creation 19(4):8, 1997.
[6] Humphreys, D.R., Physical mechanism for reversals of the earth’s magnetic field during the flood, Proceedings of the Second International Conference on Creationism, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, 2:129–142, 1990.
[7] Barraclough, D.R., Geophy. J. Roy. Astr. Soc., 43:645–659, 1975.


Referenties en aantekeningen

[1] K.L. McDonald and R.H. Gunst, ‘An analysis of the earth’s magnetic field from 1835 to 1965,’ ESSA Technical Report, IER 46-IES 1, U.S. Govt. Printing Office, Washington, 1967.
[2] R.T. Merrill and M.W. McElhinney, The Earth’s Magnetic Field, Academic Press, London, pp. 101–106, 1983.
[3] T.G. Barnes, Foundations of Electricity and Magnetism, 3rd ed., El Paso, Texas, 1977.
[4] Metingen van elektrische stromen op de oceaanbodem veroorzaken problemen voor de meeste populaire dynamo modellen – L.J. Lanzerotti et al., Measurements of the large-scale direct-current earth potential and possible implications for the geomagnetic dynamo, Science 229:47–49, 5 July 1986. De gemeten snelheid van de veldsterktevermindering is voldoende om de stroom te produceren die nodig is om de hedendaagse veldsterkte te produceren, dat betekent dat er vandaag geen dynamo in werking is, mocht dat al ooit het geval zijn geweest.
[5] D.R. Humphreys, Reversals of the earth’s magnetic field during the Genesis Flood, Proceedings of the First International Conference on Creationism, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, 2:113–126, 1986. De bewegende geleidende vloeistof zou magnetische flux lijnen dragen, die nieuwe stroom zou opwekken, welke nieuwe flux in tegengestelde richting zou produceren. Zie ook het interview met Humphreys in Creation 15(3):20–23, 1993.
[6] Humphreys, D.R., Physical mechanism for reversals of the earth’s magnetic field during the flood, Proceedings of the Second International Conference on Creationism, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, 2:129–142, 1990. Dr Barnes, who had opposed field reversals because no mechanism could be demonstrated, responded (p. 141): ‘Dr Humphreys has come up with a novel and physically sound approach to reversals of the magnetic field.’
[7] D.R. Humphreys, Discussion of J. Baumgardner, Numerical simulation of the large-scale tectonic changes accompanying the Flood, Proceedings of the First International Conference on Creationism, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, 2:29, 1986.
[8] The field intensity (B) fluctuated up and down during and after the Flood, but the total field energy always decreased. For the technically minded, the energy is the volume integral of B2.
[9] R.S. Coe and M. Prévot, Evidence suggesting extremely rapid field variation during a geomagnetic reversal, Earth and Planetary Science 92(3/4):292–298, April 1989. Zie ook de artikelen van Dr Andrew Snelling, Creation 13(3):46–50, 13(4):44–48, 1991.
[10] R.S. Coe, M. Prévot and P. Camps, New evidence for extraordinarily rapid change of the geomagnetic field during a reversal, Nature 374(6564):687–692, 1995; see also A. Snelling, The principle of ‘least astonishment’, CEN Technical Journal 9(2):138–139, 1995.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v20/i2/magnetic.asp#origin