Ontmoeting met de voorvaders

Een fascinerende observatie over de geslachtsregisters van Genesis

Stelt u zich eens voor: Lamech, de vader van Noach1, die tegen Adam zegt: “Adam, vertel me nog eens hoe het was om met God te praten in de Hof van Eden, voordat jullie van de verboden vruchten aten?” Fictief? Ja! Maar het is een gesprek dat wel degelijk plaats had kunnen vinden. Als we naar de stambomen kijken die in Genesis staan beschreven, dan zien we dat Adam pas stierf nadat Lamech al 56 jaar oud was.2(zie de tabel).

En wat te denken van Abraham die tegen Shem zegt: “Vertel me nog eens hoe je samen met je vader Noach en je broers de Ark hebt gebouwd? En hoe was het om een jaar lang op de ark te leven met alle dieren die God had gestuurd?” Weer een gesprek dat heel goed plaats heeft kunnen vinden. Shem stierf pas toen Abraham 150 jaar was (Abraham werd 175 jaar oud).3 4

De Bijbel is uiterst nauwgezet in het weergeven van de leeftijden van de aartsvaders. Het vertelt hoe oud ze waren toen hun eerste kind (of het kind in de Messiaanse afstammelingenlijst) werd geboren, hoe lang ze daarna nog leefden en hoe oud ze waren toen ze stierven.5 6 Met behulp van eenvoudige rekenkunde en de Bijbel kan dus nauwkeurig het geboortejaar, leven en dood (uitgedrukt in het jaar van de wereld7) van de aartsvaders bepaald worden. De Bijbel vertoont hierin geen enkel hiaat.

Dus Adam, die is geschapen op de zesde dag van het eerste jaar en stierf in 930 AM (anno mundi, na de schepping), kan met al zijn nazaten gesproken hebben tot en met Noach zijn vader, Lamech, die werd geboren in 874 AM. Noach’s zoon Shem, geboren in 1558 AM, kan met al zijn nazaten gesproken hebben tot en met Abraham die werd geboren in 2008 AM. [3] De datum van de zondvloed kan op die manier ook nauwkeurig worden bepaald. Genesis 7:6 zegt: “En Noach was 600 oud toen de vloed op de aarde was.” Als we even in de tabel kijken, dan zien we dus dat de zondvloed plaatsvond in 1656 AM, 352 jaar voordat Abraham geboren werd.

Opvallend is dat Shem († 2158 AM) en Eber († 2187 AM) alle andere aartsvaders tot Abraham overleefden. Geen wonder dat in het tijdperk van de aartsvaders de Israëlieten Semieten of Hebreeërs genoemd werden.

Zijn er hiaten?

Sommige christenen zeggen (of hebben gezegd) dat er hiaten in deze Bijbelse genealogie zit. De reden hiervoor, misschien goed bedoeld, is om te proberen om het Bijbelse tijdpad daarmee uit te rekken, en om op die manier voor een deel aan de seculiere geologie en archeologie tegemoet te komen. Er zitten echter geen hiaten in de Genesis Genealogie. Ze zijn geschreven om waterdicht te zijn! Gods Woord is waar en kent geen onvolkomenheid.

Is het verslag van de Bijbel nauwkeurig?

Er staan 11 verzen in Genesis die zeggen: “Dit zijn de generaties [Hebrew toledoth = ‘ontstaan’, ‘historie’ of ‘familie historie’] van …”8 Deze verklaringen staan allemaal vermeld na de gebeurtenis die ze beschrijven. Bovendien vonden alle gebeurtenissen in elk deel plaats voor de dood van de individuen die worden genoemd. Met andere woorden: het kunnen heel goed ondertekeningen of handtekeningen zijn. Dat is, colofon i.p.v. aanhef.9

Als dat zo is, dan zou het volgende een goede verklaring kunnen zijn. Adam, Noach, Shem en de anderen legden de gebeurtenissen die plaatsvonden gedurende hun leven vast op kleitabletten,10 en dat gaven ze door van vader op zoon via de lijn, Adam, Seth, … Noach, Shem …, Abraham, Isaak, Jacob etc. Onder de leiding van de Heilige Geest selecteerde, bewerkte en compileerde Mozes deze verslagen, samen met zijn commentaar tot het boek Genesis.11

Dergelijke geschreven verslagen zouden veel hebben geholpen om de mondelinge overleveringen van de gebeurtenissen accuraat te houden. Ook de grote voorouderlijke overlap heeft daartoe bijgedragen. Met andere woorden, tussen Adam en Abraham waren er eigenlijk maar twee intermediairs nodig: Methusalem (of Lamech) en Shem.

De geneologische details van de aartsvaders wordt in de Bijbel drie keer weergegeven: in Genesis hoofdstukken 5 en 11, 1 Kronieken 1, en Lukas 3. Laten we niet zeggen dat God geen belang hecht aan deze details.12 13 14Judas 14 refereert ook nog specifiek aan Enoch (‘de zevende van Adam’). Dit benadrukt nogmaals dat deze stambomen een nauwkeurig verslag zijn van de historie en dat we ze, net als de schrijvers uit het nieuwe testament, letterlijk moeten nemen.15

Perspectivisme
Die hoge leeftijden

Velen hebben beweerd dat de hoge leeftijden van de aartsvaders in de eerste hoofdstukken van Genesis niet historisch zijn. Maar:

1) Niets in de tekst suggereert dat zij niet historisch bedoeld zijn;

2) Hun orde van grootte wordt ondersteund door de Sumerische verslagen16;

3) De Hebreeuwse manier om getallen (in woorden) te schrijven maakt de kans op kopieerfouten zeer klein;

4) Er is gesuggereerd dat elk ‘jaar’ eigenlijk een maand moest zijn. Hierdoor zou Methusalem bijvoorbeeld overlijden na 80 jaar. Maar deze ad hoc veronderstelling zonder tekstuele steun houdt het geen stand, aangezien enkele aartsvaders in hun vroege kinderjaren dan al vader geweest zouden zijn;

5) De interne samenhang blijkt op diverse plaatsen. Van de leeftijden die bij overlijden worden vermeld, kan men berekenen dat Methusalem precies in het jaar van de zondvloed stierf.17 Als men de (feilbare) Septuagintvertaling gebruikt, zou zijn overlijden 14 jaar na de zondvloed plaats hebben gevonden terwijl hij niet aan boord van de ark was–een interne tegenspraak. De dramatische terugval van de hoge leeftijden vind slechts plaats vlak na de zondvloed, wat verenigbaar is met de rampzalige effecten op de wereld en de bevolking;

6) Er is geen biologische barrière voor de hoge leeftijden, en er zijn overtuigende genetische verklaringen (naast milieufactoren) voor de verdere terugval.18


Referenties en noten

  1. Niet te verwarren met een andere Lamech, de zoon van Methúsaël, een nakomeling van Kaïn (Genesis 4:17-18).
  2. Overgenomen uit McIntosh, A.C., Genesis for Today—Showing the relevance of the creation/evolution debate to today’s society, 6th edition, Day One Publications, Epsom, UK, pp. 44–47, 2001. Merk op dat Genesis for Today andere data voor Abraham voorstelt.
  3. Abram wordt voor het eerst vermeld in Genesis 11:26, en was de belangrijkste van de drie zonen geboren van Terah; het is onduidelijk of hij de eerstgeborene was, cf. Shem, Noot 6. Abram verliet (C)Haran op 75-jarige leeftijd (Genesis 12:4), na de dood van Terah (Handelingen 7:4) die stierf op 205-jarige leeftijd (Genesis 11:32). Dit zou betekenen dat Abram werd geboren toen Terah 130 was, ofwel in AM 2008.
  4. Abram’s naam, die ‘verhoogde vader’ betekent, werd toen hij 99 jaar oud was door God veranderd in Abraham (Genesis 17:1,5), wat ‘vader van vele’ betekent.
  5. Bijvoorbeeld Genesis 5:3–6: “En Adam leefde honderddertig jaren, en gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde zijn naam Seth. En Adams dagen, nadat hij Seth gewonnen had, zijn geweest achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochters. Zo waren al de dagen van Adam, die hij leefde, negenhonderd jaren, en dertig jaren; en hij stierf. En Seth leefde honderdvijf jaren, en hij gewon Enos (…)”
  6. Noach had drie zonen die geboren zijn na zijn vijfhonderdste levensjaar (Genesis 5:32). Hoewel Shem als eerste wordt genoemd, staat Japheth beschreven als de oudste (Genesis 10:21), wat betekent dat hij waarschijnlijk was geboren toen Noach 500 was; Ham wordt de jongste zoon genoemd (Genesis 9:24). Genesis 11:10 zegt: “Toen Shem honderd jaar oud was, verwekte hij Arpaksad, twee jaar na de vloed.” Oftewel, Shem was 100 in AM 1658, en zou dus in AM 1558 zijn geboren, toen Noach 502 was.
  7. Het jaar van de wereld, meestal afgekort tot AM (Anno Mundi). De eerste scheppingsdag is jaar 0 AM.
  8. Genesis 2:4; 5:1; 6:9; 10:1; 11:10; 11:27; 25:12; 25:19; 36:1; 36:9; 37:2.
  9. Zie bijv. de kleitafeltheorie van Wiseman en/of download de Nederlandse vertaling van het boek bij Stichting De Oude Wereld: Ontdekkingen over Genesis van P.J. Wiseman. Dit boek toont uiterst boeiende resultaten van archeologisch onderzoek in Sumerië, de bakermat van de tegenwoordige beschavingen. Het geeft overtuigend bewijs van het bestaan van de schrijfkunst direct na de vloed en werpt licht op kleitabletten van voor de zondvloed die de basis van Genesis moeten hebben gevormd.
  10. De meeste gebeurtenissen tijdens de Scheppingsweek, beschreven in Genesis 1, vonden plaats voordat Adam gecreëerd was. Het is dus aannemelijk dat ze door God zijn geopenbaard, waarschijnlijk aan Adam.
  11. De Heere Jezus zelf en de schrijvers van de Evangeliën zeiden dat de Wet gegeven was door Mozes (Markus 10:3; Lucas 24:27; Johannes 1:17). De Joodse schriftgeleerden, de eerste Christenen, en de getrokken conclusies door conservatieve geleerden van vandaag de dag, zijn het er allemaal over eens dat Mozes de schrijver van Genesis is.
  12. Zie bijvoorbeeld het belang van herhaling van incidenten in Genesis 41:32 en Handelingen 10:9; 11:10.
  13. Voor uitleg over de benoeming van Cainan in Lukas 3:36, zie Cainan: How do you explain the difference between Luke 3:36 and Gen. 11:12?
  14. Voor meer informatie over hoeveel mensen er waren voor en na de zondvloed, zie Batten, D., Where are all the people? Creation 23(3):52–55, 2001.
  15. De sleutel tot het begrijpen van ieder deel van de Bijbel, is weten wat de schrijver van een bepaald deel ermee bedoelt. Deze drie verslagen geven aan dat het de schrijvers’ intentie was om een compleet geslachtsregister te geven van Adam tot Abram/Abraham (en van de koningen van Juda in 1 Kronieken, en van Jezus Christus in Lukas 3).
  16. De leeftijden van hun koningen voor de zondvloed lijken ook astronomisch. Wanneer we ons echter realiseren dat de Sumerische beschaving een zestigtallig stelsel gebruikte (geen tien), dan komen bij het overzetten van deze historische overleveringen de leeftijden aardig in de buurt van die van de aartsvaders in Genesis. Zie López, R., The antediluvian patriarchs and the Sumerian King List, CEN Tech. J. 12(3):347–357, 1998.
  17. Sommige commentators beweren dat de naam Methusalem afstamt van de stam muth (= dood, sterven) en shalach (= brengen of gezonden worden) zodat zijn naam de betekenis heeft van ‘Als hij dood is zal het gezonden worden’–een profetische verwijzing naar het zondvloedoordeel. Als dat waar is, past het goed bij het feit dat hij de langst levende persoon was in de Bijbel, een teken van Gods enorme geduld en lijdzaam afwachten.
  18. Wieland, C., Living for 900 years?, Creation 20(4):10–13, 1998 and Decreased lifespans: have we been looking in the right place? CEN Tech. J. 8(2):138–141, 1994.