Hoe konden alle dieren in Noach’s Ark passen?

Hoe konden alle dieren in Noach’s Ark passen?
door Jonathan Sarfati
vertaling FZ, Werkgroep In Genesis

Veel sceptici stellen dat de Bijbel het fout heeft, want zij beweren dat het onmogelijk is dat de ark alle verschillende dieren heeft kunnen meenemen. Dit heeft sommige christenen overreed tot het ontkennen van de vloed zoals beschreven in Genesis, of te geloven dat het slechts een locale vloed betrof, waarbij slechts een relatief kleine groep locale dieren betrokken was.
Over het algemeen hebben zij echter nooit de betreffende berekeningen uitgevoerd.

Toch is er al vanaf 1961 een creationistisch boek The Genesis Flood [1], die een gedetailleerde analyse bevat. Een meer gedetailleerde en herziene technische studie over deze en andere vragen vinden we in het boek Noah’s Ark: a Feasibility Study [2] van John Woodmorappe. Dit artikel is gebaseerd op bovengenoemde boeken en daarnaast nog enkele onafhankelijke berekeningen.

  • Er zij twee vragen te stellen:

    1. Hoeveel diersoorten moest Noach meenemen?
    2. Was de ark groot genoeg om alle benodigde dieren te herbergen?


  1. Hoeveel diersoorten moest Noach meenemen?

    De relevante bijbelpassages zijn Genesis 6:19–20 en Genesis 7:2–3.

    ‘En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn; Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden.’ (Genesis 6:19–20)

    ‘Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje. Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde.’ (Genesis 7:2–3)

    In het originele Hebreeuws is het gebruikte woord voor ‘vee’: behemah, wat refereert aan gewervelde landdieren in algemene zin. Het woord voor ‘kruipende dieren’ is remes, wat een aantal verschillende betekenissen heeft in de Schriften, maar hier refereert het waarchijnlijk aan reptielen. [3] Noach hoefde geen zeedieren mee te nemen want deze waren niet noodzakelijkerwijs met uitsterving bedreigd door de vloed. [4] Echter, het onstuimige water zou een massale slachting aanrichten, zoals we zien in de fossielenafzetting, en veel oceaandieren stierven waarschijnlijk ook uit als gevolg van de vloed.

    Echter, als God in Zijn wijsheid besloten had om sommige oceaandieren niet te behouden, dan was dat niet Noach zijn zaak. Noach hoefde ook geen planten mee te nemen, aangezien velen zouden kunnen overblijven als zaad en anderen zouden het gered kunnen hebben op matten van drijvende vegetatie.

    Veel insecten en andere ongewervelde waren klein genoeg om ook op zulke matten te overleven. De vloed vernietigde alle door hun neus ademende landdieren behalve diegene aan boord van de ark (Genesis 7:22. ) Insecten ademen niet door neusgaten maar maken gebruik van kleine buisjes (tracheolen en tracheeën) die hun toevoer krijgen via openingen (stigma’s) in hun uitwendige skelet.

    Reine dieren:

    De Bijbel-critici zijn evenredig verdeeld over de vraag of het Hebreeuws ‘zeven’ of ‘zeven paar’ van ieder soort rein dier betekend. Woodmorappe kiest voor de laatste om de sceptici zoveel mogelijk tegemoet te komen. Echter het merendeel van de dieren is niet rein, en waren slechts afgevaardigd met twee exemplaren.

    De betekenis van de term ‘rein dier’ wordt niet eerder gedefinieerd dan bij de ‘wet van Mozes’. Daar Mozes de samensteller is van het boek Genesis, kunnen we de definities van de wet van Mozes toepassen op de situatie van Noach. We volgen dan het principe dat ‘de Schrift zelf de Schrift interpreteert’. Er worden in feite maar enkele ‘reine’ landdieren genoemd in Leviticus 11 en Deuteronomium 14.

    Wat is een type?

    Dieren bij de ark
    God bracht allerlei type ademende landdieren naar Noach om van de vloed gered te worden.

    God schiep een aantal verschillende diersoorten met veel variatiemogelijkheden binnen zekere grenzen. [5] Anders dan bij mensen, zouden de nakomelingen van die verschillende dieren, vandaag in veel gevallen vertegenwoordigd worden door een grotere groep dan wat we nu een soort noemen.

    In de meeste gevallen zullen die soorten die afstammen van een individueel type, nu binnen een groep vallen die moderne taxonomen aanduiden met: geslacht (meervoud: geslachten.)

    Een algemene definitie voor een soort luidt:

    Een groep van organismen welke onderling vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen, en zich niet voortplanten met andere soorten.

    Echter de meeste van deze zogenoemde soorten (zeker alle uitgestorven soorten) zijn niet getest om te zien of ze wel of niet onderling kunnen voortplanten. In feite zijn er niet alleen bekende kruisingen tussen de zogenoemde soorten, maar zijn er veel gevallen van transgeneriek paargedrag, dus het type zou in sommige gevallen op hetzelfde niveau als de familie kunnen staan.

    Het identificeren van het type met het geslacht is ook in Schriftuurlijke zin consistent, want die spreekt over het type ( ‘soort/aard’ ) op een manier die de Israëlieten makkelijk konden herkennen zonder de noodzaak voor het testen van reproductieve isolatie.

    Paarden, zebra’s en ezels bijvoorbeeld zijn waarschijnlijk afstammelingen van een equine-(paard-achtige) type, want zij kunnen gekruist worden. Hun nakomelingen zijn echter onvruchtbaar. Honden, wolven, coyotes en jakhalzen komen waarchijnlijk van een canine-(hond-achtige) type.

    Alle verschillende typen vee (wat de reine dieren zijn) zijn afstammelingen van de Oeros (Aurochs [6] ), dus er waren waarschijnlijk maximaal zeven (of veertien) stuks vee aan boord. De Oerossen op hun beurt, zouden kunnen afstammen van een vee-type waartoe ook de bizon en waterbuffels behoren. We weten dat tijgers en leeuwen onderling nakomelingen kunnen voortbrengen (ook wel ‘lijgers’ genoemd), het is dus waarschijnlijk dat ook zij, van één enkel origineel type afstammen.

    Hoeveel dieren?

    Woodmorappe komt op een totaal van 8.000 geslachten, inclusief de uitgestorven geslachten. Dit betekent dat er ongeveer 16.000 dieren aan boord moesten. Bij uitgestorven geslachten zien we een tendens bij sommige paleontologen om iedere nieuwe vondst een nieuwe geslachtnaam te geven. Maar dit is nogal willekeurig, waardoor de genoemde aantallen uitgestorven geslachten waarschijnlijk erg overdreven zijn.

    Neem bijvoorbeeld de sauropoden. Dit waren de grootste dinosauriërs – de groep van kolossale planteneters zoals de Brachiosaurus, Diplodocus, Apatosaurus, enz.
    Er worden nu 87 sauropod-geslachten geopperd waarvan er maar 12 werkelijk erkend en gevestigd zijn, 12 anderen worden beschouwd als redelijk erkend. [7]

    Dino eieren
    De eieren van zelfs de grootste dinosauriërs waren niet groter dan een rugbybal, dus alle jonge dinosauriërs waren tamelijk klein.

    Dinosauriërs

    Een van de standaard vragen is:
    ‘Hoe passen al die grote dinosauriërs in de ark?’

    Allereerst zijn er van de 668 veronderstelde geslachten slechts 106 die op volgroeide leeftijd meer wogen dan 10 ton.
    Ten tweede, zoals hierboven vermeld, is het aantal dinosauriër-geslachten waarschijnlijk erg overdreven. Toch heeft Woodmorappe er voor gekozen om deze aantallen te honoreren ten behoeven van de sceptici.

    Ten derde, de Bijbel zegt niet dat de dieren volgroeid moesten zijn. De grootste dieren waren wellicht vertegenwoordigd door ‘tieners’ of misschien nog jongere exemplaren. Volgens de volledig herziene rangschikking van Woodmorappe zou de mediaan-grootte van al deze dieren op de ark in feite overeenkomen met die van een kleine rat, terwijl slechts 11% veel groter dan een schaap geweest zou zijn.

    Ziektekiemen

    Een ander vermeend probleem wat vaak door atheïsten en evolutionisten naar voren wordt gebracht is de vraag ‘hoe wisten ziektekiemen de vloed te overleven?’ Dit is een toonaangevende vraag – het veronderstelt dat die ziektekiemen net zo gespecialiseerd en effectief zijn als vandaag de dag, zodat alle bewoners van de ark geïnfecteerd zouden zijn met iedere bekende infectieziekte op aarde.

    Maar waarschijnlijk waren ziektekiemen vroeger veel sterker, en hebben ze pas tamelijk recent hun eigenschap verloren om te overleven in verschillende gastheren of hun onafhankelijkheid van een gastheer. Feitelijk kunnen veel ziektekiemen ook nu nog overleven in insect bacillendragers of lijken, of in gedroogde of bevroren staat, of door een gastheer gedragen zonder ziekte te veroorzaken. Tenslotte, vermindering van weerstand tegen ziekte is consistent met de algemene degeneratie in het leven sinds de zondeval.[8]

  2.  

  3. Was de ark groot genoeg om alle benodigde diertypen te herbergen?

    De afmeting van de ark was 330x50x30 el (Genesis 6:15), dat is ongeveer 140x23x13,5 meter dus het volume was 43.500 m3. Om ons een beeld te schetsen, dit komt overeen met een volume van 522 standaard (VS) treinwagons voor veevervoer, iedere wagon kan 240 schapen vervoeren.

    Wanneer de dieren gehuisvest waren in kooien met een gemiddelde afmeting van 50x50x30 centimeter, dat is 75.000 cm3, de 16.000 dieren zouden slechts 1.200 m3 in beslag nemen ofwel 14,4 treinwagons. Zelfs al hadden er een miljoen insectsoorten mee moeten gaan dan was dit geen probleem geweest want zij vereisen maar weinig ruimte.

    Als ieder paar een kooi was toegewezen van 10 cm per kant, ofwel 1.000 cm3, dan zouden alle insectensoorten slechts een totaal volume in beslag nemen van 1.000 m 3, ofwel nog eens 12 wagons. Dit laat nog steeds ruimte over voor 5 treinen met ieder 99 wagons voor voedsel, Noach’s familie en ‘ruimte’ voor de dieren.

    Insecten zijn echter niet inbegrepen in de betekenis van behemah of remes in Genesis 6:19-20, dus wellicht hoefde Noach ze ook niet als passagier aan boord te nemen. Het op deze wijze rangschikken van het totaal volume is redelijk want het geeft inzicht om te zien dat er meer dan genoeg ruimte op de ark is en genoeg ruimte overlaat voor voedsel, beweegruimte enz.

    Het was mogelijk om de kooien te stapelen, met voedsel bovenop of vlakbij (om gesleep met voedsel voor de mensen te minimaliseren), om de ark verder te vullen, terwijl ondertussen voldoende ruimte bleef voor luchtcirculatie. We hebben te maken met een noodsituatie, niet noodzakelijkerwijs een luxe onderkomen.

    Hoewel er voldoende bewegingsruimte is, hebben sceptici de benodigde bewegingsruimte vaak overdreven. Zelfs als we geen kooien stapelen om vloerruimte te besparen, dan zou dit nog geen probleem zijn. Woodmorappe toont met gestandaardiseerde vloeroppervlak aanbevelingen voor dieren aan, dat zij met elkaar minder dan de helft van het beschikbare vloeroppervlak nodig hadden van de drie dekken van de ark. Een dergelijke indeling staat maximale opslagmogelijkheden toe voor voedsel en water boven de kooien dicht bij de dieren.

    Voedsel voorziening

    De ark heeft waarschijnlijk ook samengeperst en gedroogd voedsel aan boord gehad, en waarchijnlijk ook geconcentreerd voedsel. Misschien voedde Noach het vee hoofdzakelijk met graan samen met wat hooi voor vezels. Woodmorappe heeft berekend dat het totaal volume voor voedselopslag slechts 15% van de het totaalvolume van de ark zou zijn. Drinkwater zou maar 9,4% van het totaalvolume bedragen. Dit volume kon teruggebracht worden als er ook regenwater verzameld en opgeslagen werd.

    stalletjes
    Eenvoudig aflopende vloeren onder de kooien met lattenbodems maakt ze zelf-reinigend
    (Met toestemming overgenomen uit Woodmorappe, [9]).

    Sanitaire eisen

    Het is twijfelachtig of de mensen iedere morgen de kooien schoon moesten maken. Mogelijk hadden ze aflopende vloeren of kooien met spleten in de vloer, zodat de mest weg kon vallen en weggespoeld kon worden (genoeg water voorhanden!). Een andere verwerkingsmogelijkheid is vermicomposteren (compostmethode met wormen) waarbij de aardwormen dan ook als voedsel gebruikt konden worden. Een hele diepe onderlaag kan soms tot een jaar ongemoeid gelaten worden zonder verversing. Absorberend materiaal (zoals zaagsel, houtkrullen en met name turfmolm) zou het vocht kunnen opnemen en daarmee ook de stank.

    Winterslaap / hiberneren

    De ruimte, voedsel en sanitaire voorzieningen waren voldoende, zelfs wanneer de dieren een normale dag/nacht slaapcyclus hadden. De mogelijkheid van een winterslaap zou dit nog verder vergemakkelijken. Het is waar dat de Bijbel dit niet specifiek noemt maar het sluit het daarmee ook niet uit.

    Sommige creationisten suggereren dat God het instinct voor hiberneren bij dieren heeft geschapen voor de dieren op de ark maar we moeten hoe dan ook, hier niet dogmatisch over doen. Sommige sceptici geven aan dat het aan boord nemen van voedsel een winterslaap uitsluit maar dat is niet waar. Hibernerende dieren slapen niet de gehele winter, in tegenstelling tot populaire beschrijvingen, dus hebben ze toch af en toe nog voedsel nodig.

Conclusie

Dit artikel laat zien dat de Bijbel betrouwbaar is bij toetsbare zaken, zoals de Ark van Noach. Veel christenen geloven dat de Bijbel alleen vertrouwd kan worden wanneer het spreekt over zaken van geloof en moraal en niet aangaande wetenschappelijke zaken. Maar we zouden eens moeten overdenken wat Jezus sprak tot Nicodemus (Joh. 3:12):

‘Indien ik u lieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek?

Ofwel, als de Schriften fout blijken bij toetsbare zaken zoals geografie, geschiedenis en wetenschap, waarom zouden we ze wel vertrouwen op zaken die gaan over ‘het karakter van God’ en ‘ leven na de dood’ waar geen empirische test op uitvoerbaar is?
Vandaar dat christenen altijd bereid moeten zijn ‘tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is’ (1 Petrus 3:15), als sceptici beweren dat de bijbel conflicteert met bekende ‘wetenschappelijke feiten’.

Hoewel we zien dat we de Bijbel betrouwbaar blijkt in toetsbare zaken, negeren de ongelovigen de Bijbelse waarschuwingen over het komende oordeel op eigen risico.



Referenties en aantekeningen

[1] J.C. Whitcomb, en H.M. Morris, The Genesis Flood, Phillipsburg, New Jersey, USA, Presbyterian and Reformed Publishing Co., 1961.
[2] Woodmorappe, J., Noah’s Ark: A Feasibility Study, Institute for Creation Research, El Cajon, CA, USA, 1997. Woodmorappe heeft zeven jaar gewijd aan deze wetenschappelijke methode om antwoorden te geven op bijna ieder denkbaar ‘anti-ark argument’ of op vermeende moeilijkheden met de bijbelse beschrijving. Daarnaast behandelt het ook andere relevante vragen. Er is nog nooit eerder een soortgelijk boek verschenen – een krachtige ‘rehabilitatie’ van het Genesisverslag over de Ark.
[3] A.J. Jones, ‘How many animals on the Ark?’ Creation Research Society Quarterly 10 (2):16–18, 1973.
[4] Het wordt de hoogste tijd voor sommige sceptici dat ze wat intellectuele integriteit tonen en nu eindelijk eens de bijbel gaan lezen. Misschien dat ze dan eindelijk eens stoppen met belachelijke opmerkingen over walvissen die over loopplanken hobbelen en vistanks op de ark.
[5] Een algemene misvatting die door evolutionisten wordt opgeworpen is dat variatie binnen een soort, op een of andere wijze bewijs zou zijn, voor de evolutie van stof tot mensen. Veel geciteerde voorbeelden zoals antibiotica-resistentie in bacteriën zijn inderdaad voorbeelden van natuurlijke selectie. Maar dit is geen evolutie. Evolutie vereist vorming van nieuw genetische informatie, die niet ontstaat uit natuurlijke processen, zoals mutaties en natuurlijke selectie (zie het artikel bij AIG: Does God exist?).
[6] Wieland, C., Re-creating the extinct aurochs?, Creation 14(2):25–28, 1992.
[7] McIntosh, Sauropoda, in Wieshampel, D.B. et al., The Dinosauria, University of California Press, Berkeley, p. 345, 1992.
[8] C. Wieland, ‘Diseases on the Ark’, Creation Ex Nihilo Technical Journal 8 (1):16–18, 1994 (zie online versie bij AIG). Virussen worden vaak veel meer besmettelijk ten gevolge van willekeurige mutaties die veranderingen veroorzaken in hun eiwit-wand. Dit maakt het voor de antilichamen lastiger om ze te herkennen maar er is geen toename van de informatie-inhoud, dus geen echte evolutie.
[9] Zie ref. 2.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v19/i2/animals.asp
en op http://www.answersingenesis.org/home/area/answersbook/arksize13.asp