Kan Béhemoth een dinosauriër zijn geweest?

Kan Béhemoth een dinosauriër zijn geweest?
door Allan K. Steel in TJ 15(2).
vertaling FZ, Werkgroep In Genesis

Samenvatting

Op onfeilbare wijze beschrijft de Here in Job 40 een werkelijk historisch schepsel dat de naam ‘Béhemoth’ draagt. Geen enkel levend dier, bijvoorbeeld de olifant of het nijlpaard komt overeen met de beschrijving in dit schriftgedeelte. Een nauwkeurige analyse van de sleutelwoorden in Job 40:12a (Job 40:17a NBV) leidt al gauw tot de conclusie dat de meest natuurlijke interpretatie erop duidt dat de staart van Béhemoth wordt vergeleken met de grote afmetingen van de ceder. Het is dus het meest logisch te concluderen dat Béhemoth een groot dier was met een grote staart. Op basis van onze huidige kennis van dinosauriërs zou het heel goed mogelijkheid zijn dat het bij Béhemoth gaat om een nu uitgestorven dinosauriërsoort.


'Artist's impression' van mens en sauropoda (Steve Cardno)Het bijbelgedeelte Job 40:10-19 geeft een gedetailleerde beschrijving van een schepsel met de naam Béhemoth. Er bestaan verschillende ideeën over wat een ‘Béhemoth’ zou zijn geweest. Dit artikel richt zich op het schriftgedeelte Job 40:12a, wat cruciaal is voor de stelling dat Béhemoth een soort dinosauriër geweest zou kunnen zijn. Ook andere veel voorgestelde interpretaties komen aan bod en wordt er gekeken wat er uit het schriftgedeelte als geheel afgeleid kan worden.

Uitgangspunten

Het letterlijke woord ‘Béhemoth’ (Job 40:10 SV) is een meervoudsvorm van een algemeen gebruikt Oudtestamentisch (OT) woord met de betekenis ‘Beest’. Praktisch alle bijbelcommentatoren en vertalers zijn het erover eens dat het hier gaat om een majesteitsmeervoud waarmee de betekenis zoiets is als een ‘kolossaal beest’. Dit is geval is vergelijkbaar met het woord ‘Elohim’ (de algemene naam voor God in het OT), wat feitelijk een majesteitsmeervoud is, maar verbaal altijd met een enkelvoudige vorm wordt aangeduid, zoals we ook zien in dit schriftgedeelte. Ook lezen we in vers 14 over Béhemoth ‘Hij is een hoofdstuk der wegen Gods…’ (SV) wat suggereert dat Béhemoth een van de grootste (zo niet de grootste) was van al God’s schepsels.

Er zijn eigenlijk drie diersoorten als kandidaat naar voren geschoven voor Béhemoth. We zullen die in dit artikel behandelen: de olifant, het nijlpaard en een bepaalde soort dinosauriër.

Gordis geeft een interessant overzicht van hoe Béhemoth in de loop van de geschiedenis is geïnterpreteerd. Daarbij moet worden aangetekend dat ‘de interpretatie zich door de eeuwen heen tussen de twee uitersten; mythologisch en werkelijkheid bewoog’. [1] De interpretatie dat Béhemoth een olifant was gaat ver terug en was onder geleerden in de middeleeuwen algemeen aanvaard. De originele Engelse King James Bijbelversie van 1611 vermeldde in de kantlijn: ‘Of, de olifant, zoals sommigen denken’. De Franse Protestantse dominee Samuel Bochart die de bijbelse dieren zeer gedetailleerd bestudeerde, suggereerde in zijn Hierozoicon (1663) echter, dat Béhemoth een nijlpaard was en sindsdien is dit de meest gebruikelijke interpretatie gebleven. De suggestie dat het een dinosauriër zou kunnen zijn is relatief recent ontstaan. (het woord dinosauriër is pas in gebruik sinds 1841).

Allereerst zullen we afrekenen met het idee dat Béhemoth een soort mythologisch schepsel was. Gordis geeft tal van goede redenen waarom Béhemoth niet als zodanig geïnterpreteerd kan worden. Bijvoorbeeld:

‘De eerste toespraak van de Here behandelt dieren van vlees en bloed en vogels, waaruit belangrijke conclusies getrokken worden over het aardse bestaan, over de aard van de wereld en de plaats van de mens daarin. Dezelfde overweging ondersteunt het denkbeeld dat Béhemoth en Leviathan ook natuurlijke (werkelijke) schepsels zijn, waarvan het bestaan de impact van Gods argument kracht bijzet.’ [2]

Ook komen de beschrijving van de fysieke eigenschappen en gedragskenmerken van Béhemoth niet overeen met mythologische wezens. We zullen nu tevens een eind maken aan het idee dat het woord ‘Béhemoth’ zijn herkomst zou hebben het Egyptische woord p-ehe-mou met de betekenis ‘wateros’ en dus zou verwijzen naar het nijlpaard, zoals dat algemeen werd aanvaard onder commentatoren in de 19e eeuw (bijv. Delitzsch [3] en Gesenius [4] ). Driver en Gray hun reactie hierp is: ‘er is geen bewijsmateriaal aanwezig waaruit blijkt dat de dikwijls geciteerde p-ehe-mou ooit heeft bestaan’. [5] Ook Gordis wijst het voorgestelde Egyptische woord af; hij verklaard dat het helemaal niet bestaat! [6]

Wanneer we geloven in de inspiratie en de onfeilbaarheid van de Bijbel, dan moeten we er ook aan vasthouden dat wat is gezegd over Béhemoth (en ook Leviathan), is gesproken door hun Schepper die van elk detail van Zijn eigen ontwerp geweten moet hebben. De beschrijving van de dieren in de hoofdstukken 38 tot 41 worden gegeven om Job te overtuigen van zijn onwetendheid en dwaasheid. Kritisch beschouwd kan worden gesteld dat, wanneer het doel is om de grootsheid aan te tonen van een dier, toch zeker de meest belangrijke feiten over dat dier, en de wijze waarop het verschilt in gewoonten of kenmerken van alle anderen vermeld moeten worden.

De sleutelwoorden

Dit alles meewegende zullen we ons nu bezinnen op de sleutelwoorden van Job 40:12a. (Job 40:17a NBV). Hieronder een weergave van enkele vertalingen van de sleutelwoorden:

  • NBG51: Hij spant zijn staart als een ceder
  • GNB96: Zijn staart staat omhoog als een ceder
  • Het Boek: Zijn staart is zo recht als een ceder
  • NBV: Hij kan zijn staart rechten als een ceder

Enkele Engelse vertalingen:

  • KJV:Hij beweegt zijn staart als een ceder
  • NASB: Hij buigt zijn staart als een ceder
  • NIV: Zijn staart zwaait als een ceder
  • NKJV: Hij beweegt zijn staart als een ceder
  • REV: Zijn staart is stijf als een ceder
  • RSV: Hij maakt zijn staart stijf (hard) als een ceder
  • RV: Hij beweegt zijn staart als een ceder

Ook oudere vertalingen zijn interessant:

  • Septuagint (Grieks): Hij steekt zijn staart omhoog (estesen) als een cipres.
  • Vulgate (Latijn): Hij bind (constringit) zijn staart als een ceder.
  • Luther (Duits, 16th C): Zijn staart strekt zich als een ceder.
  • Statenvertaling (17th C): Als het hem lust, zijn staart is als een ceder.
  • Diodati (Italiaans, 16th C): Hij richt zijn staart op (rizzare) zijn staart als een ceder.

Zoals we kunnen zien zijn er flink wat variaties in de vertalingen! De reden hiervoor is dat het Hebreeuwse werkwoord in deze zinsnede zeer problematisch is. We zullen het daarom enigszins gedetailleerd onderzoeken.

Het werkwoord

Het Hebreeuwse werkwoord in dit fragment is yachpôts. Let op, er is met zekerheid wel een algemeen OT werkwoord châphêts met de betekenis ‘lust of behagen scheppen’, en yachpôts zou de Imperfect Qal vorm (onvoltooid verleden tijd) van deze stam kunnen zijn. Volgens de meeste woordenboeken en commentatoren is yachpôts op deze plaats echter een vorm van een andere stam, welke binnen het OT, alleen op deze plaats voorkomt! Het geroemde Hebreeuwse woordenboek van Brown, Driver en Briggs (BDB) presenteert de twee stammen als volgt:[7]

  • A) châphêts: betekent ‘lust of schept behagen, plezier hebben’, gebruikelijk met voorzetsel be (‘in’), dus: ‘lust in of behagen scheppen in’. Een verwant Arabisch woord dat is voorgesteld betekent ‘indachtig zijn, opmerkzaam’.
  • B) châphâts: betekent ‘naar beneden buigen’. Een verwant Arabisch woord wat is voorgesteld betekent ‘omlaag brengen, omlaag drukken’. Ze vertalen het tekstgedeelte dan als: ‘hij boog zijn staart neerwaarts (neerwaarts stijf uitstrekken)’.

Het veel recentere en in brede kring gebruikte woordenboek van Koehler en Baumgartner dat zijn voordeel doet met de vooruitgang die binnen de Semitische taalkunde gemaakt is sinds de BDB uitgave, geeft nog altijd een vergelijkbare beoordeling met twee verschillende stammen:[8]

  • A) châphêts: betekent ‘verlangen’ Het Syrische woord wat hieraan verwant is betekent ‘proberen te krijgen’, en een Arabisch verwant woord betekent ‘houden, ervoor zorgen’.
  • B) châphâts: heeft een Arabisch verwant woord wat ‘omlaag brengen’ betekent. Zij suggereren dan dat het werkwoord in dit vers, samen met het woord zânâb (‘staart’) ‘hangen’ betekent, met als mogelijk alternatief ‘stijf houden’.

Het merendeel van de commentators zijn het in principe eens dat er twee gescheiden stammen zijn. James Barr merkt op dat de filoloog Felix Perles in 1895 suggereerde dat het werkwoord hier niet stam (A), maar stam (B) betreft, met de betekenis van ‘rechtmaken, uitstrekken’. [9] Driver en Gray verklaren dat stam (A) een andere stam is van stam (B) en geven dezelfde Arabische verwantschap voor stam (B) als de BDB, wat ‘omlaag brengen, omlaag drukken’, betekent en in de Koran gebruikt wordt in de context van een vogel die zijn vleugels omlaag brengt (‘hier lijkt het wat algemener, nl. buigen’). [10] Jenni en Westermann suggereren dat het vers een andere stam heeft dan de algemene ‘lust’ stam (A), en suggereren de betekenis van ‘laten hangen(?)’ voor de stam (B). [11]

Nu gaan de meeste commentators er van tevoren al vanuit dat Béhemoth een nijlpaard is. Enkelen van hen geven dan vervolgens toe dat dit minder goed bij het vers past. Andersen verklaart dat het nijlpaard het beste bij de passage past, maar zegt vervolgens: ‘Maar het is moeilijk voor te stellen hoe zijn staart met een ceder vergeleken kan worden’. [12] Pope zegt: ‘Als we het op de staart van het nijlpaard toepassen is er sprake van extreme overdrijving want die staart is absurd klein …’. [13] Hanson en Hanson maken het nog bonter door te zeggen: ‘De auteur moet verkeerd geïnformeerd zijn over de staart van het nijlpaard’! [14]

Anderen nog altijd in de veronderstelling van een nijlpaard, proberen de betekenis van het werkwoord in te passen in de veronderstelling! Velen geven werkwoord (B) de betekenis van ‘hard maken’ of ‘verstijven’, zodat het vers als geheel geïnterpreteerd wordt alsof de staart van Béhemoth vanwege zijn hardheid of stijfheid op een of andere manier met een ceder vergeleken wordt. Dit idee wordt bijvoorbeeld gevolgd door BDB en Rowley (vertaling voor (B), hierboven), [15] en Koehler en Baumgartner (alternatieve vertaling voor (B), hierboven). Waarschijnlijk is dit het idee achter de vertalingen van de REV, RSV en Vulgate bijbelversies zoals hierboven geciteerd. Maar zowel in het Arabisch als in andere talen zijn er geen verwante woorden voorhanden om de betekenis van ‘hard maken’ of ‘stijf’ te rechtvaardigen. Het lijkt erop dat deze vertaling slechts voorgesteld is, door hen die bij voorbaat al de veronderstelling hadden dat Béhemoth een nijlpaard moest zijn! Bovendien past het sowieso niet, omdat het nijlpaard een korte, vette staart heeft (zoals Andersen, etc. zich hierboven realiseerden)!

Weer anderen hebben het idee van ‘uitstrekken’ gesuggereerd (bv. Perles, hierboven). Gordis verklaard dat het werkwoord ‘gewoonlijk is afgeleid van het Arabische woord hafasa ‘omlaag brengen, omlaag drukken’, vandaar ‘buigen, welven, zich uitspannen’ (P.). De verwijzing naar de ceder maakt deze betekenis echter ongeschikt’. [6] Maar vervolgens verklaard hij met dogmatische stelligheid dat de context (zijn veronderstelling dat Béhemoth een nijlpaard is) de betekenis ‘uitstrekken’ vereist.

Wat kunnen uit het geheel opmaken?

Het werkwoord châphêts (A) (‘lust’) heeft normaal het voorzetsel be (‘in’, ‘met’), maar dat ontbreekt in deze zin. Dit pleit voor het standpunt dat we hier niet met stam (A) van doen hebben. Ook vanwege het voorzetsel ke (als) wat normaal bijwoordelijk gebruikt wordt, dus verbonden met het werkwoord, is de ‘lust’ betekenis dubieus: Het is moeilijk voor te stellen hoe een dier ‘lust kan hebben in een staart als een ceder’ (waarbij het ‘als een ceder’ verwijst naar de manier waarop het ergens lust in heeft (plezier heeft). Merk op dat de Statenvertaling de enige vertaling is welke het werkwoord op deze wijze interpreteert. De zin als geheel is tamelijk betekenisloos met deze vertaling.

De betekenis ‘hangen’ voorgesteld voor stam (B) (bv. door Koehler en Baumgartner, hierboven) heeft in zekere zin nog een betekenis verwant aan zijn voorgestelde Arabische verwant, met de betekenis ‘omlaag brengen’. Bovendien hebben alle hierboven geciteerde vertalers en commentatoren de neiging om te veronderstellen dat het schepsel Béhemoth het onderwerp is van het werkwoord en dat zijn ‘staart’ het onderwerp is van het (veronderstelde transitieve) werkwoord.

Echter, als de betekenis ‘hangen’ toegestaan is, dan zou ‘zijn staart’ het onderwerp van het werkwoord kunnen zijn, zodat de zin vertaald kan worden als ‘Zijn staart hangt als een ceder’. Dit zou grammaticaal zeker juist zijn, als de verbale betekenis juist was. Het blijft echter moeilijk om een goede betekenis te geven aan de zin, als de uitdrukking ‘als een ceder’ bijwoordelijk verbonden moet worden met het werkwoord.

We moeten ook in gedachten houden dat het taalgebruik in Job verschillende onderscheidende kenmerken heeft. Pope merkte op dat er in Job meer hapax legomena (woorden die in een taal, tekst of tekstverzameling zoals de Bijbel eenmalig voorkomen) voorkomt dan enig ander bijbelboek. [16] Driver en Gray merken op dat Job verschillende Aramese woorden bevat, [17] en ook Young benadrukte het ‘belangrijk veelvuldig significante veelvuldige voorkomen van Aramees’ en concludeerde: ‘In ieder geval is het onomstotelijk juist te zeggen dat een vrije expressie van dialectische kenmerken, karakteristiek is voor de poëtische stijl van Job’. [18]

Concluderend lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat we hier te maken hebben met de ‘lust’ stam (A). Ook weten we niet zeker wat stam (B) precies betekent, want de enige suggesties zijn gebaseerd zwakke relaties met andere Semitische verwanten. Het is tevens heel goed mogelijk dat stam (B) een soort dialectisch woord is en geen standaard bijbels Hebreeuws. Maar uitsluitend op basis van huidige filologische overwegingen (de context van de hele zin negerend), kunnen we zeggen dat de enige betekenissen van het werkwoord welke toegestaan zouden kunnen zijn, het ‘lust’ concept of zoiets als het ‘omlaag brengen’ of ‘hangen’ concept betreft. Er is absoluut geen filologische rechtvaardiging voor het ‘hardheid’ of ‘stijf maken’ idee!

Merk tenslotte op dat de Septuagint (LXX), zoals boven geciteerd, het sleutelwerkwoord vertaalt met ‘omhoog brengen’. Het is heel goed mogelijk dat de LXX vertalers een interpretatieve traditie volgden die gebaseerd was op een betere kennis van het hebreeuwse woord of zijn oorsprong, zodat dit de ware betekenis is van het woord. Maar dit is speculatie. De LXX vertalers moesten hoogstwaarschijnlijk ook gissen naar de betekenis van het werkwoord, zoals de meeste vertalers gedaan lijken te hebben.

De staart en de ceder

We laten het werkwoord voor wat het is en gaan verder met de vraag, hoe we een staart met een ceder kunnen vergelijken. Omdat diverse passages in het OT een vergelijking maken met ceders vanwege de grote hoogte (Bijv. 2Koningen 19:23, Jesaja 2:13, 37:24 en Ezechiel 17:22, 31:3), kan het zijn dat de staart in Job 40:12a vanwege zijn grootte met een ceder vergeleken wordt. Dit zou de interpretatie kunnen suggereren dat Béhemoths’ staart hoog opgeheven was.(zie ook hieronder het tekstblok Wat is een ceder?) Al eerder merkten we op dat de LXX betekenis van ‘omhoog brengen’ mogelijk de juiste betekenis kan zijn. Dit zou een redelijke betekenis geven aan het gehele tekstgedeelte want dieren kunnen hun staarten opheffen en dit zou ook van toepassing kunnen zijn op bepaalde dinosauriërsoorten. Maar we moeten benadrukken dat dit speculatief is.

Een andere gedachtelijn is de volgende: daar het boek Job op een aantal manieren los staat van andere OT boeken (zo wordt bijvoorbeeld het volk Israël niet vermeld) en waarschijnlijk erg oud is. De literaire uitdrukkingen die worden toegepast hoeven niet strikt geïnterpreteerd te worden binnen het licht van de algemene beeldvorming elders in het OT. Dus de verticale hoogte van de ceder zelf hoeft hier niet per se te worden benadrukt. Een redelijk logische alternatieve interpretatie is dus, dat de ceder gewoonweg vermeld wordt vanwege zijn grote afmetingen of lengte. Immers een ceder die op de grond ligt is net zo goed een ceder is als een die rechtop staat. In Psalm 92:13 lezen we, ‘dat de rechtvaardige zal groeien als een palmboom en zal wassen als een cederboom op Libanon’. Hier is de kerngedachte eenvoudig; een van grote omvang en sterkte waarbij de hoogte niet belangrijk is.

Op dit punt moeten we ook opmerken dat sommigen hebben gesuggereerd dat het woord ‘staart’ hier ook geïnterpreteerd kan worden als ‘snuit of slurf’ en dat Béhemoth dus een olifant kan zijn [19]. Maar het duidelijkste bezwaar tegen dit denkbeeld is dat we later in vers 19 lezen over de neus van Béhemoth (zou men hem met strikken de neus doorboren kunnen?)! Dit dier kan geen slurf hebben (beschreven als staart) en daarnaast een afzonderlijke neus! Aangezien het in dit gedeelte de Here is die onfeilbaar spreekt, waarom zou Hij het woord ‘neus’ dan niet gebruikt hebben in vers 12 als Béhemoth werkelijk een olifant is? Daarnaast komt het hier gebruikte woord voor staart (zânâb) op acht andere plaatsen voor in het OT, [20] en in elk afzonderlijk geval is de grondgedachte de basis of eind van iets, of iets ondergeschikts. Dus zou het los van de context, op zichzelf buitengewoon onnatuurlijk zijn om het woord ‘staart’ als snuit of slurf te interpreteren. In de vergelijking met een ceder zijn de kenmerken van een olifantenstaart net zo ongeschikt als de staart van het nijlpaard.

We zagen eerder al dat er absoluut geen etymologische of filologische rechtvaardiging is voor de betekenis van ‘hard maken’ of ‘verstijven’, terwijl iets in de betekenis van ‘hangen’ een mogelijkheid is, en de LXX ook de betekenis van ‘omhoog brengen’ suggereert. Het lijkt er dus op, dat de enige logische wijze waarop de staart van een dier vergeleken kan worden met een ceder als onderscheidend kenmerk van het dier, zijn grote gestalte betreft (verondersteld dat het omhoog rijst), of simpelweg zijn lengte of grootte. Kern van de zaak is, dat er een belangrijke vergelijking met de ceder wordt gemaakt (los van de precieze betekenis van het werkwoord) om zo een onderscheidend kenmerk van Béhemoth te belichtten.

De staarten van olifanten en neushoorns zijn volledig ongeschikt voor een dergelijke vergelijking. Het denkbeeld van een dinosauriër met een grote staart is echter zeer passend. Met name zijn er sauropoda aangetroffen met zeer lange staarten die de vergelijking met een ceder waardig zijn.

De hele passage

Ten slotte zullen we heel kort de geschiktheid van de voorgestelde dieren toetsen binnen de totale context van dit schriftgedeelte.

De olifant is welbekend om zijn slurf, zijn grote afmetingen (vooral zijn poten), zijn enorme eetlust en zijn oren. Geen van deze unieke kenmerken worden vermeld in dit gedeelte. Dit had wel zo moeten zijn als Béhemoth een olifant geweest zou zijn. Bovendien trekt de olifant zich terug in het bos tijdens het warmste deel van de dag. [21] Dit lijkt niet te passen met Job 40:16, wat suggereert dat Béhemoth zijn tijd in moerassige gebieden doorbracht.

Het nijlpaard staat bekend om zijn gewicht, zijn grote sterke muil met zijn dodelijke slagtanden, zijn dikke huid, zijn mogelijkheid om gedurende lange periodes op rivierbeddingen te lopen en het uitscheiden van een natuurlijke ‘zonnebrandcrème’. [red.1] Het verblijft het merendeel van de dag in het water want zijn huid droogt in de zon snel uit. [22]

Opnieuw zien we geen van deze unieke kenmerken in dit schriftgedeelte vermeld staan! Ook verblijft het nijlpaard in dieper water en dit lijkt niet te passen met Job 40:17, waar ons verteld wordt dat Béhemoth aan de oeverzijde onder de bomen verblijft.

De hoofdkenmerken van de dinosauriërs zijn niet bekend, los van de afmetingen van hun skelet, wat erop wijst dat sommigen van hen veel groter waren dan enig ander levend landdier. Vanwege onze onwetendheid op dit vlak, is er in het schriftgedeelte niets om de mogelijkheid van een dinosauriër uit te sluiten!

Het is geen verassing dat er in vroegere tijden, voordat er fossielen van grote uitgestorven dieren werden gevonden, de behoudende commentatoren Béhemoth slechts probeerden te identificeren met de voor hun bekende grootst levende dieren (hoewel geen van deze dieren echt geschikt is). De mogelijkheid van een groot uitgestorven dier kwam niet in hen op!

Conclusie

Het hele schriftgedeelte over Béhemoth in Job 40 suggereert duidelijk een groot dier, en geen enkel levend dier (dat bij de mens bekend is) past werkelijk bij deze beschrijving (om meerdere redenen waaronder, zoals behandeld, de gedetailleerde leefomgeving).

De meest natuurlijke interpretatie van de kernzin Job 40:12a is dat de staart van Béhemoth met een ceder vergeleken wordt vanwege zijn grote afmetingen, en er is niets in de context dat deze mogelijkheid tegenspreekt, ondanks het feit dat de precieze betekenis van dit werkwoord zeer moeilijk vast te stellen is.

Hieruit volgt dat de meest aannemelijke interpretatie (die rekening houdt met de gehele context) is dat Béhemoth een groot dier was, met een grote staart, dat nu is uitgestorven. Dus met onze huidige kennis kan een uitgestorven dinosauriërsoort als een zeer aannemelijke mogelijkheid worden beschouwd.



Referenties en aantekeningen

[1] Gordis, R., The Book of Job: Commentary, New Translation and Special Studies, Jewish Theological Seminary of America, New York, p. 569, 1978.
[2] Gordis, Ref. 1, p. 571.
[3] Keil, C.F. and Delitzsch, F., Commentary on the Old Testament, Vol. IV, Job, Eerdmans, Grand Rapids, p. 357, 1988.
[4] Gesenius, W., Hebrew and Chaldee Lexicon, translated by S.P. Tregelles, Baker Book House, Grand Rapids, p. 105, 1979.
[5] Driver, S.R. and Gray, G.B., A Critical and Exegetical Commentary on the Book of Job, T. & T. Clark, Edinburgh, Part II, p. 326, 1921.
[6] Gordis, Ref. 1, p. 476.
[7] Brown, F., Driver, S.R. and Briggs, C.A., A Hebrew and English Lexicon of the Old Testament with an appendix containing the Biblical Aramaic, based on the Lexicon of William Gesenius, as translated by Edward Robinson, Clarendon Press, Oxford, 1951.
[8] Koehler, L. and Baumgartner, W., The Hebrew and Aramaic Lexicon of the Old Testament, Brill Academic Publishers, Leiden, p. 339, 1994.
[9] Barr, J., Comparative Philology and the Text of the Old Testament, Eisenbrauns, Winona Lake, p. 71, 1987.
[10] Driver and Gray, Ref. 5, Part II, p. 327.
[11] Jenni, E. and Westermann, C., Theological Lexicon of the Old Testament, translated by Mark E. Biddle, Hendrickson, Peabody, MA, pp. 466–467, 1997.
[12] Andersen, F.I., Job: An Introduction and Commentary, Inter-varsity Press, Leicester, p. 289, 1976.
[13] Pope, M.H., The Anchor Bible: Job, Doubleday, Garden City, NY, p. 323, 1965.
[14] Hanson, A. and Hanson, M., The Book of Job, SCM Press, London, p. 112, 1953.
[15] Rowley, H.H., The New Century Bible Commentary: Job, Eerdmans, Grand Rapids, p. 256, 1980.
[16] Pope, Ref. 13, p. xlviii.
[17] Driver and Gray, Ref. 5, Part II, p. xlvi.
[18] Young, I., Diversity in Pre-Exilic Hebrew, J.C.B. Mohr, Tübingen, p. 132, 1993.
[19] Merk op dat de NIV ook een notitie heeft opgenomen over het woord Béhemoth bij vers 15. ‘mogelijk nijlpaard of olifant’.
[20] Exodus 4:4; Deuteronomium 28:13; Richteren 15:4; Jesaja 7:4 , 9:14, 19:15.
[21] Rue, L.L., III, Elephants, Todtri, New York, p. 68, 1994.
[22] Article ‘Hippopotamus’, World Book Encyclopaedia, Field Enterprises Educational Corporation, Chicago, Vol. ‘H’, p. 228, 1976.
[red.1] Het nijlpaard bevat klieren in zijn huid die een afscheiding produceren die o.a. dient als o.a. zonnebrandcrème (maar ook als ontsmettingsmiddel en parfum). Deze afscheiding wordt kleurloos afgescheiden waarna ze verkleurt, via rood naar bruin.

 


Wat is een ceder?

door FZ, Werkgroep In Genesis

De ceder is een altijdgroene (soms blauwgroene) conifeer die behoort tot het genus Cedrus binnen de Pinaceae familie. De ceder is verwant aan de den en de spar, waarmee hij de kegelvormige groeiwijze gemeen heeft. Er zijn 5 taxa van Cedrus en een daarvan is de Libanon ceder (Cedrus libani) [1], die beschreven wordt in de Bijbel. [2]

De Libanon ceder

Cedrus libani, Tatton Park, Cheshire, UK. Foto © Harry Harrington (http://www.bonsai4me.com/) met toestemming.

De Libanon ceder (Cedrus libani) is afkomstig uit de bergen van Libanon, en het Taurus gebergte van westelijk Syrië en zuid en midden Turkije. Hij werd pas in 1638 in West-Europa geïntroduceerd. Met name in Engeland werd hij vanaf de 18e eeuw zeer populair als ornament op landgoederen, en in parken (zoals de afbeelding hiernaast uit het Tatton Park, Cheshire, UK). [3] Hij kan wel 20 tot 40 meter hoog worden en 9 tot 15 meter breed. De groei, en vooral de diktegroei is relatief langzaam, waarbij bodem en standplaats wel een gunstige invloed kunnen uitoefenen. De kleur van het bladerendek is afhankelijk van de dikte van de wittige waslaag die de 10-25 mm lange naalden beschermt tegen uitdrogen en varieert van donkergroen tot blauwgroen. [1]

Bijzondere kenmerken

De meest opvallende kenmerken van de Libanon ceder zijn de talloze grote en zeer wijduitstaande takken en natuurlijk de afgeplatte brede kroon bij een volgroeide boom. Een jonge boom is meer kegelvormig, later meer openstaand op korte stam. Bij een jonge boom bestaat de kroon vaak uit een of twee opgaande takken maar een volgroeide boom staat bekend om zijn meerstammige afgeplatte kroon. [4] Dat wil zeggen, de top vertakt zich meestal in meerdere stammetjes die horizontale takken en dicht openstaande gekromde verticale twijgen hebben (goed zichtbaar op de foto hierboven). [5]

De stam versus takken

De primaire takken gaan veelal omhoog of buigen licht af. De zijtakken maken mooie horizontale groene schermen. De vertakte stam is vaak vrij van loof en vertakkingen op de eerste meters van de stambasis, waardoor de karakteristieke vorm van de hoofdtakken of vertakte stammen [6] goed zichtbaar zijn. De stam van een volgroeide boom bestaat gewoonlijk uit meerdere stammen, die soms ook ontspruiten vanuit dezelfde stambasis. [6]

Afbeelding van een oude Libanonceder in Bcharré, Noord Libanon. ©fotograaf Ds. R.J. van Amstel, met toestemming.

De oprijzende ceder en Béhemoth’s staart.

De krommingen van de gesteltakken geven bijzondere betekenis aan de wijze waarop een ceder oprijst. De vorm van de stam, in het bijzonder de stamvoet is afhankelijk van de begroeiingdichtheid van de omgeving. Wanneer ceders dicht op elkaar groeien, vormen zich rechtopgaande stammen. Maar als de Cedrus libani meer ruimte heeft, ontwikkelt hij zijn lagere horizontale takken die hij wijd uitspreidt [7] (goed zichtbaar op de bovenstaande foto van een oude Libanonceder in Bcharré [8]). Een solitaire ceder wordt doorgaans niet uitsluitend gedomineerd door een dikke verticale stam zoals gebruikelijk bij veel andere coniferen. We zien hier dat de lagere imposante gesteltakken en/of meervoudig vertakte stammen eveneens beeldbepalend zijn voor de majestueuze wijze waarop de Libanon ceder oprijst. Het lijkt niet ondenkbaar dat deze kenmerkende sierlijke krommingen ook iets kunnen zeggen over de staart van Béhemoth. Zou misschien de wijze waarop Béhemoth zijn staart omhoog kon brengen overeenkomsten gehad hebben met de vorm en de wijze waarop een solitaire ceder oprijst?

Terug naar de tekst.

Referenties en aantekeningen

[1] Wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ceder).
[2] Cedar of Lebanon in the Bible – Psalm 92:12 (http://www.habeeb.com/cedar.of.lebanon.in.the.bible.html)
[3] Cedrus libani, Tatton Park, Cheshire, UK. Foto © Harry Harrington (http://www.bonsai4me.com/) met toestemming.
[4] The cedar of lebanon culture history and ecology(http://alumni.eecs.berkeley.edu/~dany/lebanon/Cedars/cedar2.txt).
[5] Agnes Muylaert, Vlaamse Bonsaivereniging vzw (http://www.detuingids.be/pages/detail.asp?Id=2530).
[6] Cedars of Lebanon, Cedars of the Lord, (http://www.habeeb.com/cedar.of.lebanon/cedar.of.lebanon.info.html)
[7] Rania Masri, The Cedars of Lebanon: Significance, Awareness and Management of the Cedrus libani in Lebanon, From an on-line transcript of a talk presented at the Cedars Awareness and Salvation Effort seminar on the environment in Lebanon, held at Massachusetts Institute of Technology, Nov. 9, 1995. (http://almashriq.hiof.no/lebanon/300/360/363/363.7/cedars2.html).
[8] Afbeelding van een oude Libanonceder in Bcharré (Becharri), Noord Libanon. Met toestemming fotograaf Ds. R.J. van Amstel (http://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/Ceders.htm).

COPYRIGHT Werkgroep in Genesis © 2006


Originele Engelse tekst op: http://www.creationontheweb.com/content/view/1799/