Bij de neus genomen

Voorbeeld van een Rhinogradentia, die loopt met zijn neus. Door: Eigenes Foto - Rekonstruktion von Hopsorrhinus aureus im Naturkundemuseum Wiesbaden, CC BY-SA 3.0 de, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=37071978
Voorbeeld van een Rhinogradentia, die loopt met zijn neus. Door: Eigenes Foto - Rekonstruktion von Hopsorrhinus aureus im Naturkundemuseum Wiesbaden, CC BY-SA 3.0 de, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=37071978

Heb je weleens gehoord van de Rhinogradentia (‘neuslopers’)? Een beschrijving van deze vreemde groep schepselen is te vinden in een Europees handboek over zoölogie uit 1985 (zie ook de afbeelding hierboven).1 De originele bron komt van een monografie van H. Stümpke, waarvan een versie uit 1989 nog steeds wordt gedrukt.2

De meeste lezers van het boek zouden geen reden hebben om te vermoeden dat een van deze bronnen iets anders te bieden heeft dan een onomwonden wetenschappelijke beschrijving3 van een groep wezens die naar verluidt een vreemde manier van leven had geëvolueerd. Ze liepen op structuren die uit hun neus kwamen!

Stümpke’s monografie geeft veel details over hun vorm, benige structuur, evolutionaire relaties—zelfs hun embryologie. Het vertelt over hun ontdekking op een kleine archipel genaamd de Hi-Lay-eilanden, die sindsdien na atoomtesten onder water verdwenen zijn. Net zoals Darwin poogde om de vink-variëteiten op de Galapagoseilanden te verklaren, wordt ons verteld hoe een gemeenschappelijke voorouder aanleiding heeft gegeven tot een gevarieerde fauna van de neuslopers, aangepast aan vele verschillende levensomstandigheden.

Wie zou een nog dramatischer bewijs van de kracht van evolutie/natuurlijke selectie in kleine, geïsoleerde leefomgevingen kunnen wensen? De monografie heeft een indrukwekkend ogende bibliografie met enkele bekende namen in de Europese biowetenschappen.

Het probleem is dat dergelijke wezens nooit hebben bestaan—zoals je zelf kan verifiëren door een willekeurig aantal taxonomische standaardlijsten te raadplegen. De Rhinogradentia (en hun ‘thuiseiland’) zijn een bizarre demonstratie van Darwiniaanse inventiviteit. Ze zijn verzonnen door een zoöloog genaamd G. Steiner, die ‘Stümpke’ als een pseudoniem gebruikte.

Of het nu een opzettelijk misleidende hoax of een grap van een intellectueel betreft, we hebben gezien dat deze overtuigende evolutionaire fantasie in ten minste één standaard Europese tekst als feit is gepresenteerd. Wie weet hoeveel mensen er ‘bij de neus genomen zijn’ en daardoor op een dwaalspoor zijn gebracht (zoals in het geval van de Piltdown mens, een fossiele hoax die een generatie van studenten ervan overtuigde dat de menselijke evolutie een ‘feit’ was) door dergelijk schijnbaar feitelijk ‘bewijs’?

Aangepast vanuit het Duits door Dr. Carl Wieland uit een Factum-artikel. Dr. Joachim Vetter, een voormalig medewerker van het tijdschrift Creation Magazine, stierf in 1996.

 

Referenties en noten

  1. Wurmbach H., en Siewing, R., Lehrbuch der Zoologie, Verlag Fischer, Stuttgart-New York, 1985.
  2. Stümpke, H., Bau und Leben der Rhinogradentia, Fischer, Stuttgart (eerste druk 1961).
  3. Latinofielen zouden gewaarschuwd kunnen worden door de woorden incertae sedis (= ‘of doubtful habitat’)die zijn opgenomen in de wetenschappelijke beschrijving.