Mensheid draagt in geringe mate bij aan opwarming Aarde

Mensheid draagt in geringe mate bij aan opwarming Aarde
door Michael Oard,
20 september 2006.
vertaling FZ, Mediagroep In Genesis

Samenvatting

Redenen waarom christenen voorzichtig zouden moeten zijn met het controversiële onderwerp ‘mondiale opwarming’ worden behandeld. Voorbeelden van overdrijving door onheilsprofeten zijn talrijk, enkelen daarvan worden behandeld. Er wordt een voorbeeld uitgewerkt op basis van wat er bekend is over de mondiale opwarming, de veronderstelde mondiale temperatuur toename en de toegenomen hoeveelheid koolstofdioxide sinds 1959. Hieruit blijkt dat mondiale opwarming wel meevalt. De menselijke invloed versus natuurlijke klimaatopwarming wordt behandeld. Er wordt aangetoond dat de klimaatmodellen te gevoelig zijn voor een verdubbeling van koolstofdioxide. De vraag of de mondiale opwarming per saldo een negatief effect zal hebben wordt kort behandeld. De conclusie is dat meer onbevooroordeeld onderzoek nodig is.


Inleiding

We worden voortdurend bestookt met verontrustende berichten over de opwarming van de aarde. Orkanen nemen toe in frequentie en kracht, de ijsbedekking van Groenland en Antarctica smelten resulterend in een toename van het zeeniveau. De ijskap van de Noordpool smelt, droogtes zijn overduidelijk aanwezig en mensen sterven van de hitte enz. [1]

De opwarming van de aarde zou zelfs resulteren in hogere giftgehaltes en grotere giftige klimplanten (zoals bv. gifsumak). [2] Dit alles wordt veroorzaakt doordat de mens meer en meer CO2 uitstoot door het verbranden van fossiele brandstof en de vernietiging van tropische regenwouden. De aanhangers van dit doemscenario beweren dat we onmiddellijk moeten handelen, anders zullen we overrompeld worden door een ontoombare hittegolf. Dit is het standpunt van de onheilsprofeten. Andere beweren dat de mondiale opwarming de Golfstroom in de Atlantische Oceaan tot stilstand zal brengen en de aarde op korte termijn in een volgende ijstijd zal brengen. Het noordwaartse warmte transport van de Golfstroom zou al 30% zijn afgenomen! [3]

Er zijn ook wetenschappers die geloven, dat de opwarming van de aarde tot dusver maar gering is geweest. Zij zijn van mening dat de onheilsprofeten geen bewijs hebben voor hun zaak; een reusachtige temperatuursstijging bij een verdubbeling van de koolstofdioxide. Zij zijn van mening dat de verhoogde koolstofdioxide een netto gunstig effect kan hebben. Feitelijk hebben 20.000 wetenschappers, die in staat zijn om iets van de mondiale opwarming kwestie te begrijpen, de volgende verklaring ondertekend. Onder hen zijn ongeveer 2.700 natuurkundigen, geofysici, klimatologen, meteorologen, oceanografen en milieuwetenschappers:

Er is geen overtuigend wetenschappelijk bewijsmateriaal dat de door de mens veroorzaakte emissie van koolstofdioxide, methaan, of andere broeikasgassen nu of in de nabije toekomst, catastrofale opwarming van de atmosfeer en verstoring van het klimaat op aarde zal veroorzaken. Ook is er aanzienlijk wetenschappelijk bewijsmateriaal dat verhoging van koolstofdioxide in de atmosfeer vele gunstige effecten heeft op de flora en fauna op aarde. [4]

Ook ik hang dit standpunt aan en bepleit verder doordacht onderzoek, dat tevens voorziet in een forum voor de meningen van zowel verdedigers als tegenstanders van door de mens veroorzaakte extreme mondiale opwarming. [5] Door al het negatieve nieuws en de veelheid aan standpunten in deze kwestie, is het geen wonder dat de verwarring groot lijkt te zijn. Opiniepeilingen wijzen uit dat de meeste mensen er van overtuigd zijn geraakt dat de mondiale opwarming een ernstig probleem is. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan de hevige media offensief. De enige vraag die voor de meeste mensen overblijft, is wat doen we eraan? Moeten we met man en macht de mondiale opwarming bestrijden, doen we het stapsgewijs met geleidelijke maatregelen, of is er tijd voor meer onderzoek?

Redenen voor terughoudendheid.

Hoe zouden christenen met deze kwestie moeten omgaan?
Als eerste zouden we enkele aannames en doelstellingen moeten begrijpen van niet alleen diegene die nu handelen, maar ook die van de gehele milieubeweging. Ten tweede, moeten wij de gegevens controleren. Datgene waar we zeker van zijn. Ten derde, zullen we dan in een betere positie zijn om iedere voorgestelde actie ter verlichting van de mondiale opwarming te evalueren. Net als de schepping/evolutie kwestie moeten we de feiten scheiden van de interpretaties. Mijn sleutelvers in scheppingsonderzoek is (1 Tessalonicenzen 5:21) “Onderzoek alles, behoud het goede” (NBV). Wij moeten vasthouden aan de Bijbel als God’s woord en instructieboek aan ons, en aan Jezus onze Heer, Redder, en Schepper.

Wij zouden alles moeten onderzoekenen niet alleen op een oppervlakkig niveau. Zelf onderzoek ik de gegevens, de aannames en de interpretaties alvorens ik begin te zoeken naar bijbelse oplossingen voor aardwetenschappelijke problemen. Christenen moeten vooral voorzichtig zijn wanneer het kwesties betreft als de opwarming van de aarde en andere milieukwesties:

  • Eén van de redenen is dat deze kwesties in handen zijn gevallen van individuen die onze manier van leven willen veranderen. In het bijzonder het leidende christelijke wereldbeeld in het Westelijk Halfrond. Veith concludeerde: “Een belangrijk deel van het probleem is dat de huidige milieubeweging in handen is gevallen van uiterst links.” [6] Er is tevens pantheïsme bij betrokken. Deze groepen hebben allerlei plannen op maatschappelijk vlak.
  • Ten tweede, verkondigen sommige milieudeskundigen onjuiste informatie, zoals hieronder zal worden behandeld. Het is van belang dat wij onderzoeken wat werkelijk vast staat voordat wij gaan speculeren met toekomstige klimaatscenario’s.
  • Ten derde, zij die geloven dat wij nu onmiddellijk moeten handelen overheersen in de publieke discussie en worden op hun wenken bediend door de vooringenomen media.
  • Ten vierde zijn computer klimaatsimulaties niet altijd nauwkeurige voorspellers van de toekomst en overschatten ze de mondiale opwarming bij een verdubbeling van koolstofdioxide. Teveel mensen accepteren deze simulaties als gezaghebbend.
  • Ten vijfde gebruiken onheilsprofeten ad hominem [red1] argumenten tegen diegene die het met hen niet eens zijn. Een teken van zwakte en een weigering om een redelijke dialoog in te gaan.

Recentelijk stapten zesentachtig prominente christelijke leiders aan boord van de doemdenkerstrein met het Evangelical Climate Initiative (ECI). [7] Gebaseerd op een rapport in het tijdschrift World, lijkt het erop dat veel van deze christelijke leiders de zaak niet grondig onderzocht hebben en beïnvloed zijn door het spervuur van propaganda. [8] De Evangelical Interfaith Stewardship Alliance heeft de ECI onlangs bekritiseerd voor de slechte analyse van de situatie, en dat de armen waarschijnlijk te lijden zullen hebben van draconische overheidsregulering bedoeld om koolstofdioxide-emissies in bedwang te houden. Zo zullen bijvoorbeeld de overheidsmaatregelen die broeikasgassen in bedwang moeten houden de energieprijs waarschijnlijk astronomisch laten stijgen. De armen worden dan de dupe van deze ontwikkeling, omdat ze de voor hun ontwikkeling benodigde energie niet meer kunnen betalen.

Voorbeelden van hysterie.

Het is niet moeilijk om voorbeelden van verkeerde informatie en paniekzaaierij te vinden. Eén van de meest recente voorbeelden van hysterie was een speciaal artikel over mondiale opwarming gepubliceerd in Time van 3 april 2006. [9] Het artikel stelt zonder enige onderbouwing, dat: “het klimaat destabiliseert, wat te wijten is aan de mondiale opwarming.” [10] De mensheid wordt als schuldige aangewezen en de nadruk wordt gelegd op de potentiële schadelijke gevolgen. [10] Het artikel beweert dat het echte debat stilaan ten einde is gekomen (hoewel dit niet waar is) en noemt tal van rampzalige weer-, klimaat- en milieu-gebeurtenissen. Het echte debat is slechts beëindigd omdat radicale milieudeskundigen de discussie overheersen en kwaad spreken over hen die het met hen oneens zijn. Dit is niet anders dan we zien in het schepping/evolutie debat.

Er zijn vele andere voorbeelden van onjuiste informatie, halve waarheden en hysterie. In het tijdschrift Time van 22 januari 1996 vermeldde de omslag: “De gevarenzone, sneeuwstormen, overstromingen en orkanen: mondiale opwarming is de schuldige.[11] Geloof het of niet, zelfs sneeuwstormen zoals de krachtige Noordooster die in januari 1996 woedde aan de Oostkust van de VS, zou volgens sommigen zijn veroorzaakt door de mondiale opwarming.

Het lijkt erop dat sommigen geloven dat al het ‘slechte’ weer veroorzaakt wordt door de opwarming van de aarde. Eén van de problemen bij het ontkrachten van dergelijke verkeerde informatie is dat mensen een slecht geheugen hebben of zich niet inlezen in de geschiedenis van het weer. Waarschijnlijk het meest buitensporige voorbeeld van onjuiste informatie betreft een video uit 1990, waarin werd beweerd , dat in het jaar 2050 de temperaturen wereldwijd met 30°C zouden zijn gestegen! [12]

Er is zelfs een rampenfilm die een snel opkomende ijstijd promoot als gevolg van de mondiale opwarming [13] (Zie Film recensie: The Day After Tomorrow) Hoewel toegegeven werd dat de film een Hollywood overdrijving is, zien vele wetenschappers een dergelijke ijstijd veroorzaakt worden door de mondiale opwarming. Hoewel ze denken dat die zich langzamer zal ontwikkelen. Misschien over van de loop van verscheidene decennia. Dit geloof wordt versterkt door wat verondersteld wordt aanwijzingen te zijn van abrupte klimaatverandering in de ijsmonsters van de Groenlandse ijskappen. [14] In de inleiding van een speciale uitgave van het Journal of Geophysical Research aangaande ijsmonsters verklaarde Hamer en anderen:

Deze gebeurtenissen op millenniumschaal vertegenwoordigen vrij grote klimaatafwijkingen: waarschijnlijk 20°C in centraal Groenland… De gebeurtenissen beginnen of eindigen vaak snel. Veranderingen gelijk aan de meeste glaciale – interglaciale verschillen doen zich gewoonlijk om de zoveel decennia voor. Sommige indicatoren, welke gevoeliger zijn voor verschuivingen in het atmosferische circulatiepatroon, veranderen zelfs in 1-3 jaar. [15]

Dergelijke temperatuurveranderingen in Groenland zijn gekoppeld aan de circulatie in de atmosfeer en zouden het Noordelijke Halfrond in belangrijke mate beïnvloeden. Zulke snelle veranderingen zijn inderdaad beangstigend, maar hun conclusies zijn gebaseerd op verkeerde interpretaties van de ijsmonsters als gevolg van de veronderstelling dat de ijskappen miljoenen jaren oud zijn [16] (Zie Het zoekgeraakte eskader).

De voormalige Amerikaanse vice-president en presidentskandidaat Al Gore schreef een boek over de mondiale opwarming waarin het leek alsof hij elke onheilsvoorspelling van de radicale milieubewegingen geloofde. [17] Onlangs produceerde hij een documentaire (in NL onlangs in de première in de bioscoop) met een begeleidend boek, onder de naam An Inconvenient Truth (Een Ongemakkelijke Waarheid). De film bevat dezelfde oude onjuiste informatie.
M. Bergen verklaarde: Afbeelding 'An Inconvenient Truth'

Maar de radicale politieke agenda en tendens voor halve waarheden van dhr. Gore hebben niet zo’n gedaantewisseling ondergaan. Gore wend zich tot podiumtrucs, stromannen, en goed ingestudeerde retoriek om aan te vechten dat de meningen van de oppositie aangaande klimaatverandering geworteld zijn in harde zelfverrijking. [18]

De paniekzaaiende en ad hominem aanvallen van dhr Gore zijn karakteristiek voor de onheilsprofeten. Het is gemeengoed voor de aanhangers om te beweren dat zij die het niet met hen eens zijn, voor de oliemaatschappijen werken. Maar wij zouden eens moeten kijken naar de agenda’s van de radicale milieudeskundigen, en het grote economische voordeel voor hen om deze zaak draaiende te houden. Een nieuwe website onderzoekt dit en probeert de hysterie over de mondiale opwarming wat te temperen: zie www.fightglobalwarminghysteria.com.

De Gegevens

We zouden eerst naar de meetgegevens moeten kijken voordat wij een hypothese opstellen over toekomstige klimaatscenario’s. De gemiddelde temperatuursstijging van de oppervlakte van het Noordelijk Halfrond sinds 1880 is waarschijnlijk slechts 0,7°C geweest. [19] Afbeelding 1 toont deze opwarming. Deze waarde is echter herleidt uit de analyse van complexe gegevens. In de loop der jaren zijn de meettechnieken voor temperaturen op land en op schepen veranderd. Voor meetposten op het land, zijn diverse zaken veranderd zoals de meetlocaties van de meetstations, het type thermometer, het tijdstip van observatie en het microklimaat rondom het meetstation.

Ook door de mens veroorzaakte effecten die niet in relatie staan met de verhoogde concentraties broeikasgas kunnen in de loop der jaren de temperatuur metingen hebben beïnvloed. Het bekendste probleem is het urban heat island effect (“stedelijk-warmte-eiland”-effect), waar het beton van de alsmaar uitbreidende steden de lucht verwarmt. Zij die de historische temperatuur vastlegging hebben geanalyseerd beweren hier rekening mee gehouden te hebben, maar sommige sceptici vragen zich af of de onderzoekers wel rekening hielden met alle urban heat island effects. [20]

Mondiale jaargemiddelde temperaturen en enkele modelprojecties.

Van Kluger, Ref. 9, blz. 38-39. afbeelding 1.


Afbeelding 1. Mondiale jaargemiddelde temperaturen en enkele modelprojecties.

Gebaseerd op de temperatuurmetingen, terugtrekkende gletsjers en andere effecten lijkt het dus waarschijnlijk, dat mondiale opwarming heeft plaatsgevonden. Onheilsprofeten beweren echter graag dat de sceptici niet in mondiale opwarming geloven. Dit is onzin, aangezien praktisch alle sceptici het ermee eens zijn dat er een mondiale opwarming plaatsvindt. Dat is echter niet het probleem. Patrick Michaels en Robert Balling, klimatologen en critici van de hype rondom mondiale opwarming geven toe:

“Vanuit het ruimste perspectief bekeken is mondiale opwarming een uiterst reële werkelijkheid. Onbetwistbaar wanneer we kijken naar de metingen van de oppervlaktetemperatuur in de laatste 100 jaar op talloze locaties op aarde.” [21]

Maar er zijn ook andere klimaateffecten buiten koolstofdioxide om die het temperatuurverloop in de loop van de jaren hebben veranderd. John Christy en Roy Spencer geven als voorbeeld een toename van irrigatie van San Joaquin Vallei die, vooral in de zomer, warmere nachttemperaturen en koelere dagtemperaturen tot gevolg heeft. [22] Christy en Spencer concluderen:

“En ik [Christy] zeg altijd dat er nog heel wat verbeteringen aangebracht moeten worden aan de gegevens van onze oppervlaktetemperatuur en dat is dan ook waar ik een groot deel van mijn tijd aan besteed .” [23]

Christy en Spencer van de University of Alabama waren pioniers in de toepassing van satellieten om de temperatuur van de troposfeer te meten. Hun gegevens vertoonden slechts een lichte temperatuur stijging sinds 1979. Ter vergelijking: de oppervlaktegegevens over die periode toonden een aanzienlijke stijging. Na de eliminatie van het dominante El Niño jaar 1998, was er geen enkele belangrijke verandering. Wetenschappers hebben echter recentelijk fouten ontdekt in de satellietgegevens, hoewel ook hun analyse zelf niet correct was. [24] Christy en Spencer zijn opnieuw begonnen en corrigeerde hun satellietgegevens. De gegevens komen nu overeen met de oppervlakte gegevens als rekening wordt gehouden met de foutmarge van die gegevens. Christy en Spencer vatten hun satellietgegevens als volgt samen:

“Het is wetenschappelijk correct om te stellen dat er geen significante verschillen zijn in de mondiale temperatuur waarnemingen aan de oppervlakte en die van de satelliet.” [25]

Een andere belangrijke observatie is dat het koolstofdioxide-gehalte van de atmosfeer is toegenomen sinds de metingen zijn begonnen in de jaren ’50 (afbeelding 2). [26] Het is echter waarschijnlijk dat het koolstofdioxidegehalte sinds ca. 1850 toeneemt vanwege de industriële revolutie en de vernietiging van tropische regenwouden. Andere broeikasgassen zijn ook toegenomen. Het is bekend dat koolstofdioxide het broeikaseffect zal versterken. Maar het is ook bekend dat koolstofdioxide een minder belangrijk broeikasgas is, en dat waterdamp veruit het primaire broeikasgas is. Het koolstofdioxide levert minder dan 5% van de broeikaswarmte die onze planeet leefbaar maakt. Het is eigenlijk de waterdamp die ons klimaat stabiliseert. [27] Als het te heet wordt, zal de verdamping toenemen en de wolken zullen het klimaat koelen doordat het zonlicht reflecteert op de bovenzijde van de witte wolken. Het werkt ook andersom, lagere temperaturen resulteren in minder bewolking en meer absorptie van zonnestraling aan het aardoppervlak.

Atmosferische CO<SUB>2</SUB> concentraties in ppmV van Post Siple, Antarctica, ijsmonsters (vierkantjes) en Mauna Loa, Hawaï (kruisjes). De lijn toont de CO<SUB>2</SUB> equivalente eenheden voor alle broeikasgassen” BORDER=”0″ /><P CLASS=Afbeelding 2. Atmosferische CO2 concentraties in ppmV van Post Siple, Antarctica, ijsmonsters (vierkantjes) en Mauna Loa, Hawaï (kruisjes). De lijn toont de CO2 equivalente eenheden voor alle broeikasgassen. [20]

Dat zijn de gegevens, en zowel de verdedigers als sceptici van snelle, niet in de hand te houden warmtetoename beginnen allen met deze gegevens. Het probleem gaat over de interpretatie van de gegevens, net als met de schepping/evolutie controverse. Er zijn drie belangrijke interpretatie problemen:

  1. Welke mate van opwarming wordt veroorzaakt door de mens die koolstofdioxide toevoegt aan de atmosfeer en welk deel is toe te schrijven aan natuurlijke schommelingen?
  2. Welke mate van temperatuurverhoging verwacht men van de koolstofdioxidetoename en
  3. zullen de nadelen van de stijgende temperaturen zwaarder wegen dan de voordelen van een warmer klimaat?

Ik zal nu een analyse geven van elk van deze interpretatieve aspecten. Een vraag die hiermee verband houdt is: wat kunnen wij doen om temperatuurveranderingen te minimaliseren en hoe kunnen wij de voortgang meten?

Natuurlijke opwarming versus door de mens veroorzaakte opwarming?

Er zijn inderdaad natuurlijke klimaatschommelingen die hogere temperaturen veroorzaken. Een zeker percentage van de recente mondiale opwarming is toe te schrijven aan natuurlijke lange termijn schommelingen waaronder de effecten van de zon. [28] Vulkanisme kan korte termijn afkoeling veroorzaken, maar het ontbreken van vulkanisme kan tot hogere temperaturen leiden. Tussen ca. 1400 tot 1880, vond de kleine ijstijd plaats, waarin praktisch alle gletsjers wereldwijd aangroeiden, terwijl nu zij zich nu terugtrekken (afbeelding 3). Af en toe konden de mensen zelfs schaatsen op de bevroren rivier de Theems in Londen, iets wat vandaag de dag ondenkbaar is.

De kleine ijstijd werd waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van iets minder zonenergie en meer vulkanisme, beiden oorzaken die de aardoppervlakte in staat stellen om af te koelen. Er waren tijdens de kleine ijstijd periodes waarin de zon weinig zonnevlekken tentoonstelde. Minder zonnevlekken resulteren in een koelere temperatuur van de zon en verminderde zonnestraling omdat het sterkere compenserende effect van zonne faculae [red.2] ook verminderd. Vóór de kleine ijstijd, was er warme periode in de middeleeuwen. Er zijn dus aanzienlijke natuurlijke schommelingen geweest in het verleden. [27]

de Athabasca Gletsjer in de Canadese Rockie Mountains

Afbeelding 3. In 1890 strekte de Athabasca Gletsjer in de Canadese Rockie Mountains zich uit tot het markeringsteken op de foto. Sindsdien is de gletsjer door mondiale opwarming gesmolten tot zijn huidige positie

Wetenschappers zijn er niet zeker van welk deel van de mondiale opwarming door deze natuurlijke schommelingen wordt veroorzaakt. Roy Spencer verklaarde:

Wij moeten zien te achterhalen welk deel van de waarneembare opwarming wij aan de mensheid toe kunnen schrijven, want ik blijf zeggen dat we tot op heden geen idee hebben welk deel voor rekening van de mensheid valt. Jim Hansen had zijn eigen “smoking gun” , en zei dat hij kon bewijzen dat het volledig aan de mensheid is toe te schrijven. [32]

Jim Hansen is een belangrijke onheilsprofeet, en alle aanhangers van hetgeen Hansen predikt neigen te geloven dat de mondiale opwarming volledig door de mens wordt veroorzaakt. Dus het geloof in hoeverre de opwarming natuurlijk is, hangt af van hun vooronderstelling. Op dit ogenblik is het te vroeg om dat aandeel te kennen. Beisner en anderen verklaarden:

De mechanismen die de natuurlijke klimaatvariaties aansturen zijn te onbegrepen om nauwkeurig te worden ingepast in de computer klimaatmodellen. Het resultaat is dat de modellen de menselijke invloed overschatten. [33]

Aanvullend bewijsmateriaal dat de natuurlijke schommelingen significant zijn is de afkoelende tendens tijdens de vroege en de midden-jaren ’70, die leidde tot een toename van het zee-ijs. Dit gebeurde in een periode waarin de koolstofdioxide-opbouw de mondiale opwarming moet hebben veroorzaakt. Hieruit ontstond het denkbeeld dat er een ijstijd op de loer lag, omdat volgens het mechanisme van Milankovitch de volgende ijstijd spoedig zou komen. Er werden verscheidene boeken gepubliceerd met dit thema. Eén van hen was: The Cooling: Has the Next Ice Age Already Begun? Can we Survive it? (Het afkoelen. Is de volgende ijstijd al begonnen? Kunnen we het overleven?) [34]

De klimatoloog Stephen Schneider publiceerde The Genesis Strategy: Climate and Global Survival, waarin hij vroeg: “Zou een nieuwe cyclus van droogte in samenhang met de mondiale afkoelingstendens resulteren in chronische hongersnood en wereldchaos?” [35] Ja, mondiale afkoeling zal tot droogtes leiden. Het is interessant dat na afloop van de koeling tendens en het voorduren van de mondiale opwarming, Schneider het droogte-angstbeeld van het stof ontdeed en het nu gebruikte voor de mondiale opwarming:

Bovendien, voorspellen verscheidene klimaatmodellen dat de zomer neerslag zal afnemen in de centraal continentale gebieden, met inbegrip van de centrale vlaktes van de V.S…een afname in landbouwproductiviteit bijvoorbeeld in het Middenwesten en op de grote vlaktes, zou rampzalig kunnen zijn voor de boeren en de economie in de V.S. [36]

Een belangrijk deel van de mondiale opwarming wordt gevormd door een verhoging van nacht,- en winter-temperaturen. De impact hiervan op de mens en het milieu is minder groot dan een verhoging van de dag of zomertemperaturen. Hoewel men eerder geloofde dat het Noordpoolgebied niet opwarmde, lijkt het vandaag de dag echter wel het geval te zijn. [37] De Zuidpool lijkt echter juist af te koelen. [38]

Op dit moment zal ik, totdat er meer stellige informatie beschikbaar is, veronderstellen dat de helft van de (0,7°C) stijging door natuurlijke lange termijn klimaatcycli wordt veroorzaakt. De andere helft is toe te schrijven is aan door de mens veroorzaakte mondiale opwarming. Dit betekent dat de temperatuurstijging veroorzaakt door de mens, sinds eind 1880-er jaren waarschijnlijk slechts 0,3°C (0,7 is feitelijk 0,67°C) of minder is.

Hoeveel opwarming na een verdubbeling van het koolstofdioxide-gehalte?

Klimaatspecialisten voeren computersimulaties uit om de temperatuursgevoeligheid vast te stellen bij een toename van koolstofdioxide. In het model verdubbelen zij de hoeveelheid CO2, laten alle andere variabelen tussen de computerberekeningen hetzelfde, en kijken hoeveel de temperatuur stijgt. Er zijn veel verschillende klimaatmodellen ontwikkeld met verschillende simulatie types resulterend in een grote spreiding van de berekende temperaturen. Bij een verdubbeling van het koolstofdioxide-gehalte, voorspellen de simulaties een temperatuurstijging variërend van 1,7 tot 6,1°C. [39]

Afbeelding 1 toont een aantal van deze temperatuurprojecties tot het jaar 2100. Jammer genoeg, nemen vele milieudeskundigen, politici, en media beroemdheden dergelijke onvolmaakte klimaatsimulaties letterlijk. Het is dus niet verwonderlijk dat we angst hebben voor het broeikaseffect. Maar laten we de gegevens eens nader bestuderen. Vanaf 1880 is het CO2 gehalte in de atmosfeer toegenomen met ongeveer 30%. Ook andere broeikasgassen, zoals methaan, zijn toegenomen. Om deze andere gassen met CO2 te vergelijken, rekenen zij de andere broeikasgassen om naar CO2 “equivalente eenheden”. Dit voegt nog eens 30% toe (zie de lijn in afbeelding 2).

In essentie is het CO2 gehalte dus met 60% toegenomen. Deze 60% stijging van CO2 en zijn CO2 “equivalente eenheden” heeft geresulteerd in een temperatuurstijging van ongeveer 0,3°C. In dit tempo, zal een verdubbeling van CO2 slechts een temperatuurstijging van 0,5°C veroorzaken. De klimaatsimulaties zijn, zo blijkt dus, veel te gevoelig voor de gevolgen van CO2. De overgevoeligheid van klimaatsimulaties zijn mogelijk toe te schrijven aan de problemen met het inschatten van mondiale variabelen in de modellen.

Wolken, neerslag en straling zijn zoals algemeen bekend moeilijk te parametriseren in de modellen. [40] Ook processen in de oceaan en weerkaatsing van zonne-instraling op sneeuw en ijs [41] worden niet goed in de modellen verwerkt. Onheilsprofeten brengen daar tegen in dat de verhoogde luchtverontreiniging, hoofdzakelijk zwaveldioxide, een koelend effect veroorzaakt, dat het effect van opwarming maskeert. [42], [43] Hoewel er waarschijnlijk een kern van waarheid zit in deze secundaire hypothese, houden Christy en Spencer vol dat dit speculatie is. [44]

Zal het netto resultaat schade zijn voor mens en milieu?

Zij die van mening zijn dat wij onmiddellijk moeten handelen, benadrukken vanzelfsprekend de negatieve gevolgen van de mondiale opwarming. Maar hoe zit het met de positieve effecten? Wat is de balans van de voordelen en nadelen? Verdedigers van een “op hol slaand klimaat” wijzen al snel naar de verwachting dat er meer mensen van de hitte sterven door de mondiale opwarming. Maar er zouden ook minder mensen van de kou moeten sterven, aangezien er bijna tien maal zoveel slachtoffers vallen tijden strenge vorst dan tijdens een hittegolf. De mondiale opwarming zou dus meer levens redden.

Betaalbare energie die koolstofdioxide-uitstoot met zich meebrengt zal toch nodig zijn om zowel tegen extreme hitte als extreme koude te beschermen. Meer warmte zal ook resulteren in een langer groeiseizoen en meer landbouwgebied. Toenemende droogte zou voor de mens natuurlijk vrij schadelijk zijn. Christy en Spencer tonen echter aan dat er geen lange termijn toename van droogte of vochtigheid is geweest, hoewel er wel belangrijke variaties zijn van jaar tot jaar. [44]

Sommige wetenschappers beweerden dat met de verdere mondiale opwarming de droogte in de toekomst zou toenemen, maar dit is speculatief. Hogere temperaturen resulteren in hogere waterdamp-gehaltes in de lucht en toenemende neerslag. De mondiale neerslag in de 20e eeuw is 1% per decennium toegenomen. [46] Dus mondiale opwarming betekent een nattere planeet en daarmee meer plantengroei, wat een zegen zou moeten zijn voor de landbouw. Meer planten zullen bovendien meer van die extra koolstofdioxide opnemen, wat meer groei produceert en minder water vereist. De frequentere en meer intense orkanen zouden duidelijk een grote bedreiging zijn voor mens en milieu. Warmere temperaturen van de atmosfeer resulteren in warmere oceaantemperaturen, die de motor zijn van orkanen. Dus enige toename van orkanen kan verwacht worden, maar de vraag is in welke mate. Er is onlangs veel discussie opgelaaid vanwege de vier sterke orkanen die in 2005 het zuidoosten van de VS teisterden. Sommige onderzoekers hebben buitengewone uitlatingen gedaan over toekomstige orkaanslachtoffers en schade. [46]

De significante intensivering van orkanen en hun frequentie is omstreden. [47], [48] Christy en Spencer tonen een grafiek van orkanen die sinds 1850 (exclusief 2005), hebben toegeslagen in de VS, en die toont geen significante trend. [49] De toename van het aantal sterfgevallen en de toename van schade is hoofdzakelijk het gevolg van het feit dat meer mensen dichtbij de kust hebben gebouwd. Er is ook geen tendens of misschien een neerwaartse tendens in de frequentie van sterke tornado’s in Oklahoma. [50] Het aantal zwakke tornado’s is toegenomen, maar dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan toegenomen opsporing en rapportering.

Dan zijn er de negatieve gevolgen als er draconische overheidsmaatregelen worden getroffen om de toename van koolstofdioxide in bedwang te houden. Christy en de Spencer zeggen dat temperatuursverandering als gevolg van verminderde koolstofdioxide emissies waarschijnlijk onmeetbaar zou zijn, 25 terwijl de jaarlijkse kosten om mondiale opwarming te bestrijden heel makkelijk een miljard dollars kunnen overschrijden. [51] De zware economische weerslag op vooral de armen, zou wezenlijk groter zijn dan de beoogde vertraging van de mondiale opwarming. [52]

Wat betreft de omstreden omvang van de stijging van het zeeniveau, kunnen mensen langzaam landinwaarts trekken of meer en hogere dijken bouwen, aangezien klimaatverandering langzaam verloopt. [51] Eén interessant voordelig aspect van de mondiale opwarming is gelegen in een toename van scheepvaart in de Noordelijke ijszee. [53] De grote vraag is dus of de mondiale opwarming een netto schadelijk effect zal hebben op mens en milieu. Er is meer objectief onderzoek nodig naar de werkelijke schadelijke gevolgen.

Een nieuw oceaan onderzoek, gebaseerd op metingen over een periode van meer dan 47 jaar, beweert dat het noordwaartse warmte transport van de Golfstroom in de Noord-Atlantische Oceaan al 30% is afgenomen. [3] Computer klimaatsimulaties suggereren dat een dergelijke afname een mondiale temperatuurstijging nodig heeft van 4-6°C binnen een eeuw. [3]

Sommige wetenschappers zijn bang voor een abrupte klimaatomslag en zijn van mening dat wij nu onmiddellijk moeten handelen. Het verminderde warmte transport van de Golfstroom heeft echter geen (zichtbaar) klimaateffect in Europa veroorzaakt. Bovendien gelooft Carl Wunsch van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) dat de invloed van het noordwaartse transport van warmte via de Golfstroom op het klimaat nogal wordt overschat en dat het moeilijk is om de golfstroom tot stilstand te brengen. [54] Wunsch schrijft verder dat er vele onbekenden zijn die verband houden met de klimatologische interactie tussen oceaan en atmosfeer, en dat klimaatsimulaties veel problemen kennen. Bovendien zijn de heersende winden de drijvende kracht achter oceaanstromen en zijn zij grotendeels verantwoordelijk voor het noordwaarts-warmte-transport. De toevoeging van zoet water aan de oceaanoppervlaktes zal de warme Golfstroom niet vertragen. Dit is slechts een niet onderbouwde veronderstelling die wordt toegepast bij klimaatsimulaties.

Meer onderzoek is noodzakelijk

Er is duidelijk meer zorgvuldig onderzoek nodig. [5] De kwestie zou vanuit alle invalshoeken benaderd moeten worden. Jammer genoeg, worden veel gekwalificeerde critici verketterd door de media en aanhangers van de “op hol slaand klimaat” theorie. De critici worden er gewoonlijk van beschuldigd te geloven in een vlakke aarde. [27] Verder moeten we de potentiële voordelen wegen tegen het potentiële kwaad van de mondiale opwarming. De christelijke leiders die het ECI ondertekenden zouden beide kanten van de kwestie moeten onderzoeken (1 Tessalonicenzen 5:21), in plaats van aan boord te stappen van de doemdenkers-trein. En als het bewijsmateriaal aantoont dat de mondiale opwarming afgeremd moet worden, dan moeten we investeren in nieuwe, rendabele technologieën om dat te bereiken.[27]

Voor meer informatie over de klimaatveranderingskwestie en de positie van Mediagroep In Genesis hierin, verwijzen we graag naar het artikel Klimaatverandering: Wat moeten christenen hiervan denken?



Referenties en aantekeningen

[1] Appenzeller, T., D.R. Dimick, D. Glick, F. Montaigne, and V. Morell, 2004. The heat is on. National Geographic 206(3):2–75.
[2] Milius, S., 2006. Pumped-up poison ivy; carbon dioxide boosts plant’s size, toxicity. Science News 169(22):339.
[3] Bryden, H.L., H.R. Longworth, and S.A. Cunningham, 2005. Slowing of the Atlantic meridional overturning circulation at 25°N. Nature 438:655–657.
[4] Beisner, E.C., P.K. Driessen, R. McKitrick, and R.W. Spencer, 2006. A call to truth, prudence, and protection of the poor: An evangelical response to global warming, p. 10.
[5] Oard, M.J., 1997. The Weather Book. Master Books, Green Forest, AR, pp. 70–71.
[6] Veith, G.E., 2006. To protect and conserve. World 21(20):30. www.christiansandclimate.org. Zie ook: March, 2006, Christianity Today, page 9.
[7] Bergin, M., 2006. Greener than Thou. World 21(16):18–21.
[8] Kluger, J., 2006. Global warming. Time 167(14):28–42.
[9] Kluger, Ref. 9, p. 34.
[10] Anonymous, 1996. The hot zone. Time 127(4):20–23.
[11] Anonymous, 1990. The Fragile Planet: Alterations in the Atmosphere. Films for the Humanities and Sciences, Princeton, New Jersey.
[12] Oard, M.J., 2004. The greenhouse warming hype of the movie The Day After Tomorrow. Acts and Facts Impact #373, Institute for Creation Research, El Cajon, CA.
[13] Oard, M.J., 2005. The Frozen Record: Examining the Ice Core History of the Greenland and Antarctic Ice Sheets. Institute for Creation Research, Santee, California, pp. 123–132.
[14] Hammer, C.U., P.A. Mayewski, D. Peel, and M. Stuiver, 1997. Preface. Journal of Geophysical Research 102 (C12), p. 26,315.
[15] Oard, Ref. 14, pp. 1–199.
[16] Gore, A., 1992. Earth in the Balance: Ecology and the Human Spirit. Houghton Mifflin Company, New York.
[17] Bergin, M., 2006. Convenient spin. World 21(24):26
[18] Kluger, Ref. 9, p. 38.
[19] Balling, Jr., R.C., 1995. Global warming: messy models, decent data, and pointless policy. In, Bailery, R. (ed.), The True State of the Planet, The Free Press, New York, pp. 83–107.
[20] Michaels, P.J. and R.C. Balling, Jr., 2000. The Satanic Gases: Clearing the Air about Global Warming. CATO Institute, Washington, D.C., p. 2.
[21] Christy, J. and R. Spencer, 2006. Satellite temperature data, George C. Marshall Institute, pp. 11–14.
[22] Christy and Spencer, Ref. 22, p. 15.
[23] Christy and Spencer, Ref. 22, pp. 18–19.
[24] Christy and Spencer, Ref. 22, p. 16.
[25] Keeling, C.D., T.P. Whorf, M. Wahlen, and J. van der Plicht, 1995. Interannual extrems in the rate of rise of atmospheric carbon dioxide since 1980. Nature 375:666–670.
[26] Christy and Spencer, Ref. 22, p. 27.
[27] Lean, J., J. Beer, and R. Bradley, 1995. Reconstruction of solar irradiance since 1610: Implications for climate change. Geophysical Research Letters 22(23):3,195–3,198.
[28] Oard, M.J., 1990. An ice Age Caused by the Genesis Flood. Institute for Creation Research, Santee, California.
[29] Oard, M.J., 2004. Frozen In Time: The Woolly Mammoth, the Ice Age, and the Bible, Master Books, Green Forest, Arkansas, pp. 71–74.
[30] Fagan, B., 2000. The Little Ice Age: How climate Made History 1300–1850. Basic Books, New York, NY.
[31] Christy and Spencer, Ref. 22, p. 28.
[32] Beisner et al., Ref. 4, p. 2.
[33] Ponte, L., 1976. The Cooling: Has the Next Ice Age Already Begun? Can We Survive It? Prentice-Hall, Englewood Cliffs, New Jersey.
[34] Schneider, S.H., 1976. The Genesis strategy: Climate and Global Survival. Plenum Press, New York, p. x.
[35] Schneider, S.H., 1989 (Sept). The Changing Climate. Scientific American 261(3), p. 77.
[36] Lubick, N., 2006. Arctic amplification: the northern latitudes provide early warning for global climate change. Geotimes 51 (3):30–33.
[37] Christy and Spencer, Ref. 22, p. 19.
[38] Schneider, S.H., 2001. What is ‘dangerous’ climate change? Nature 411:17–19.
[39] Christy and Spencer, Ref. 22, p. 30.
[40] Hansen, J. and L. Nazarenko, 2004. Soot climate forcing via snow and ice albedos. Proceedings of the National Academy of Science 101(2):423–428.
[41] Mitchell, J.F.B., T.C. Johns, J.M. Gregory, and S.F.B. Tett, 1995. Climate response to increasing levels of greenhouse gases and sulphate aerosols. Nature 376:501–504.
[42] Rosenfeld, D., 2006. Aerosols, clouds, and climate. Science 312:1,323–1,324.
[43] Christy and Spencer, Ref 22, p. 20.
[44] Beisner et al., Ref. 4, p. 6.
[45] Evans, M.N., 2006. The woods fill up with snow. Nature 440:1,120–1,121.
[46] Witze, A., 2006. Tempers flare at hurricane meeting. Nature 441:11.
[47] Witze, A., 2006. Bad weather ahead. Nature 441:564–566.
[48] Christy and Spencer, Ref. 22, p. 21.
[49] Christy and Spencer, Ref. 22, pp. 22–23.
[50] Beisner et al., Ref. 4, p. 13.
[51] Beisner et al., Ref. 4, pp. 1-24. Zie ook http://www.interfaithstewardship.org/pdf/OpenLetter.pdf.
[52] Hansen and Nazarenko, Ref. 41, p. 424.
[53] Wunsch, C., 2006. Abrupt climate change: An alternative view. Quaternary Research 65:191–203.
[red.1] Een ad hominem argument heeft betrekking op de persoon die een bewering doet, en niet op de bewering zelf. Dergelijke argumenten worden als oneigenlijk beschouwd. Ad hominem komt uit het Latijn en betekent “op de man”. Voorbeeld: A doet bewering ‘B’. Er is iets mis met A. Dus bewering ‘B’ is onwaar.
[red.2] Een zonne faculae is een helder gebied op de zon: grote, heldere, extreme hete gebieden aan de oppervlakte van de zon die gewoonlijk voorkomen naast een zonnevlek (zie ook http://en.wikipedia.org/wiki/Solar_variation en http://en.wikipedia.org/wiki/Faculae).

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/articles/am/v1/n2/human-caused-global-warming