Radiometrische dateringsmethoden in opspraak!

Radiometrische dateringsmethoden in opspraak!
door Andrew Snelling in Creation 20(1).
vertaling Eef Versteegen, Werkgroep In Genesis

Fossiel hout uit een ‘prehistorische’ lavastroom levert meetbare radiokoolstof (C-14) op


Toen in 1993, mijnwerkers afdaalden in een ventilatieschacht van de ‘New Crinum Coal Mine’ in Centraal Queensland (zie onderstaande kaart), legden ze een vreemde vondst bloot. Tijdens hun graafwerkzaamheden gingen ze eerst door een dunne laag zand en klei, gevolgd door basalt. Daar op 21 meter diepte vonden ze stukjes hout, ingebed in de onderste basaltstroom.[1] Onder het basalt waren lagen van kleigesteente, siltgesteente (= sedimentair slibgesteente) en zandsteen met tussenliggende steenkoollagen. [2]

Fossiel hout in ‘prehistorisch’ basalt

Kaart van Queensland

Het hout werd in drie verschillende condities aangetroffen; as, verkoold en ongeschonden. [1] De aanwezigen, suggereerden op dat moment, dat het duidelijk twee herkenbare bomen betrof, gedeeltelijk rechtopstaand, en gedeeltelijk in ‘niet versteende’ natuurlijke toestand. Ook werd in het basalt de afdruk van een blad ontdekt, wat ook opmerkelijk genoemd kan worden wanneer men bedenkt dat het gesteente er omheen ooit een vloeibare lavastroom was met een eruptietemperatuur van 1000 a 1200°C.

Hoe konden deze boomstammen zo ongeschonden blijven, terwijl ze omsloten waren door gesmolten lava? Met een laagdikte van ongeveer 4 meter is deze basaltstroom relatief dun, [1], [3] waardoor koeling snel zou kunnen optreden (enkele dagen, of maximaal een paar weken. [4] ) Dit is vastgesteld door de interne structuur van de basaltstroom te bestuderen. [1], [5] Omdat deze boomstammen zich bevonden aan de onderkant van de stroming, kon als gevolg van het in het hout aanwezige water, de koeling onmiddellijk plaatsgevonden hebben. Dit gegeven, samen met de extreem snelle insluiting verklaart deze conservering.

Binnen de locale geologische context, wordt de ouderdom van deze basaltstroom op ongeveer ’30 miljoen jaar’ gesteld. [1], [3] Dit om de leeftijd met de andere basaltstromen in de regio te harmoniseren, die allemaal beschouwd worden als zijnde van het tertiaire tijdperk. (in de conventionele terminologie).
Gegeven het feit dat deze boomstammen in het basalt waren ingesloten, wordt verondersteld dat het hout ook minstens 30 miljoen jaar oud is. Bovendien werd onder het basalt, [3] in het siltgesteente, iets gevonden wat leek op de wortels van de boom.

Dit suggereert dat op het moment dat de bomen nog leefden, deze geworteld waren in het siltgesteente, dus groeiende op een landoppervlak dat vervolgens bedekt werd door de basalt-lavastroom. Het siltgesteente is onderdeel van de ‘Permian German Creek’ Steenkool tijdmaat, waarvan conventioneel wordt aangenomen dat ze 255 miljoen jaar oud zijn.

Verzamelen van monsters

Enkele fragmenten van de houtmonsters werden ons welwillend toegezonden, en hieropvolgend werd eind augustus 1994 een bezoek gebracht aan de mijn. De stukjes hout die door de mijnwerkers waren gevonden, werden onderzocht en gefotografeerd. Zo ook de bladafdruk.

Toegang tot de ventilatieschacht van de mijn was echter niet mogelijk. Ook de monsters van het omringende basalt waren niet meer beschikbaar omdat deze allang waren afgevoerd met de rest van het overtollig gesteente. Er was echter een gat geboord ten behoeve van het onderzoek, dicht bij de plek van de oorspronkelijke schacht.

In de desbetreffende boormonsters werden in de onderste basaltstroom resten van fossiel hout gevonden, die nog steeds organisch koolstof bevatten, ingebed in het basalt, precies op de grens van de basaltstroom met het ondergelegen siltgesteente.
Deze boormonsters werden naar ons opgestuurd nadat de mijnmaatschappij toestemming had gegeven. [7]

Na het bezoek aan het mijnterrein, werd er onderzoek gedaan in de directe omgeving en diverse dagzoom-monsters [16] genomen van dezelfde basaltstromen. Dit om ervoor te zorgen dat we in ieder geval enkele monsters van het basalt zouden hebben, voor het geval toestemming om de boormonsters te onderzoeken zou uitblijven.

Verkoold fossiel hout
Fossiel hout, verkoold.
Ongeschonden fossiel hout
Fossiel hout, ongeschonden.
Basalt met gaten
Basalt met gaten van voormalige gasbellen.
Fossiele boomwortels in siltgesteente
Fossiele boomwortels in siltgesteente.

Laboratorium werk

Kleine identieke deeltjes van het fossiele hout, wat was ingebed in het basalt van het boormonster, werden opgestuurd naar twee gerenommeerde laboratoria voor radiokoolstof (C-14) analyse: ‘Geochron Laboratories’, een commercieel laboratorium in Cambridge, Boston (VS), en het ‘Antares Mass Spectrometry laboratory’, een vooraanstaand onderzoekslaboratorium in Lucas Heights vlakbij Sydney, Australië.

Geen van de laboratoria werd precies verteld waar de monsters vandaan kwamen, om te voorkomen dat dit de uitslag zou beïnvloeden. Beide laboratoria maken gebruik van de gevoelige “Accelerator Mass Spectrometry” (AMS) techniek voor radiokoolstofanalyse.

Ook werden de aan ons beschikbaar gestelde, kleine fragmenten van het oorspronkelijke – in de ventilatieschacht gevonden houtmonster – opgestuurd voor radiokoolstofanalyse; een set van verschillende fragmenten naar ieder laboratorium.

Delen van de dagzoommonsters (uit de directe omgeving van het mijnterrein) en de boormonsters werden ook naar andere laboratoria gestuurd. Naast het analytisch vaststellen van de eigenschappen van dit gesteente middels analyse van de elementen (groot,- klein,- en sporen-elementen), ging het voornamelijk om de radiometrische datering analyse.

Kalium-Argon (K-Ar) ‘datering’ werd uitgevoerd op de dagzoommonsters door het AMDEL laboratorium in Adelaide (Australië), terwijl het andere dagzoommonster en de twee boormonsters, waarvan er één in contact was met het fossiele hout, werden gedateerd door Geochron Laboratories.

Resultaten

De radiokoolstof (C-14) resultaten staan vermeld in tabel 1.[8]
Het is direct duidelijk dat er een waarneembare hoeveelheid radiokoolstof wordt aangetoond in alle houtmonsters. Hierdoor was er bij het laboratoriumpersoneel geen aarzeling of moeilijkheid om de C-14 leeftijd te berekenen. Wanneer vervolgens gevraagd wordt naar de grenzen van deze analytische radiometrische koolstofdateringmethode, dan verklaren beide laboratoria (gepromoveerde wetenschappers) prompt dat, op één uitzondering na [9], alle resultaten binnen de detectiegrenzen vallen en daarmee in de categorie bruikbare begrensde ‘leeftijden’ vallen! [8]

Bovendien wezen zij, op de bijna identieke uitkomsten van het C-13δ onderzoek [15] (laatste kolom tabel 1), een aanwijzing dat de koolstof overeenkomt met de organische koolstof van het hout, en tevens een indicatie die de mogelijkheid van verontreiniging uitsluit. De resultaten in tabel 1 worden door de laboratoria dan ook krachtig verdedigd als geldige resultaten, en wijzen op een ‘leeftijd’ van misschien 44.000-45.000 jaar voor het hout dat gewonnen is uit de boormonsters van het basalt.

We zien een groot contrast tussen de ‘leeftijd’ van het hout en de Kalium-Argon (K-Ar) ‘leeftijden’ van het basalt. (zie tabel 2 ). [8] Het is direct duidelijk dat er belangrijke variaties zijn tussen de uitkomsten van de verschillende laboratoria betreffende de berekende ‘leeftijden’ voor het dagzoommonster 2.

Het probleem om consequente ‘acceptabele’ K-Ar ‘leeftijden’ te verkrijgen wordt benadrukt door de opmerking, dat zowel de dagzoommonsters, als de boormonsters waarschijnlijk dezelfde basaltstroom vertegenwoordigen in hun respectievelijke locaties.
(volgens de berekende gemiddelde ‘leeftijden’ in de laatste kolom van tabel 2 ).[10]

Het personeel van beide laboratoria (wederom gepromoveerde wetenschappers), hebben hun analytische resultaten verdedigd [8], [11], en aarzelden niet om te bevestigen dat deze basaltmonsters volgens de radiometrische K-Ar datering, zo ongeveer 45 miljoen jaar oud zijn.

Monster Lab Lab code C-14 ‘leeftijd’ (BP) jaren C-13δ PDB[15]
Hout in boormonster Geochron
ANSTO
GX-20798-AMS
OZB472
>35.620
44.700±950
-25.7‰
-25.78‰
Ander hout Geochron GX-20087-AMS 29.544±759 -25.1‰
Ander hout ANSTO OZB473 37.800±3.450 -26.16‰

Terug naar de tekst

Conclusies

Terwijl de kwaliteit en de nauwkeurigheid van het analytische werk, uitgevoerd door alle betrokken laboratoria zonder twijfel wordt gerespecteerd, zijn alle berekende leeftijden slechts interpretaties, gebaseerd op onbewezen aannames over de onveranderlijkheid van radioactief verval, en op het geochemische gedrag, van deze elementen (en hun isotopen), in het ongeziene verleden.

Voor creationisten die vasthouden aan een recente schepping, zijn de geologische achtergronden van deze fossiele houtfragmenten in de basalt-lavastroom, een duidelijke aanwijzing dat het hier gaat om bomen die na de zondvloed groeiden. Deze bomen werden bedolven als gevolg van een naburige vulkanische eruptie die eveneens plaatshad na de zondvloed. Zowel het fossiele hout als het basalt zullen dus minder dan 4.500 jaar oud zijn. [12]

Hoe dan ook, binnen het conventionele (uniformitarianistische) interpretatie-raamwerk, kan een duidelijk conflict waargenomen worden tussen deze twee dateringsmethoden. Normaal gesproken zou fossiel hout, gevonden in prehistorisch basalt, niet radiokoolstof gedateerd worden, omdat het hout te oud wordt beschouwd om nog radiokoolstof te bevatten. [13]

Hier worden deze radiometrische dateringsmethoden gebruikt om te demonstreren hoe onbetrouwbaar, en dus onbruikbaar zij eigenlijk zijn om de ware leeftijd van het hout en basalt te bepalen. [14] Daarom zou geen enkel gepubliceerd resultaat van deze dateringsmethoden aanleiding mogen geven tot enige twijfel omtrent de betrouwbaarheid van de bijbelse chronologie die ons zo zorgvuldig is toevertrouwd door de (altijd aanwezige) Schepper.

Basalt monster Lab Lab code K-Ar ‘leeftijd’ (miljoenen jaren) Gemiddelde K-Ar ‘leeftijd’ (miljoenen jaren)
Dagzoom-monster 1 AMDEL G878300G/95 44.9 ±1.1
43.9
+4.0
–4.8
Dagzoom-monster 2 AMDEL
Geochron
G878300G/95
R-11800
47.9 ±1.6
39.1 ±1.5
Boor-monster Geochron R-11798 58.3 ±2.0 47.5±10.8
Boor-monster, ingesloten hout Geochron R-11799 36.7 ±1.2
Tabel 2: Kalium-Argon (K-AR) ‘leeftijden’ op basalt-monsters.

Terug naar de tekst



Referenties en aantekeningen

[1] ‘Rare find unearthed at Crinum’, BHP Australia Coal Newsline, p. 1, December 1993–January 1994.
[2] Originele kopieën van alle officiële laboratoriumrapporten, en de correspondentie met de staf van de laboratoria, zijn in archief vastgelegd.
[3] Kopieën van de relevante geologische gelaagdheid en boormonsterdata werden welwillend ter beschikking gesteld door de Crinum Mine Project staf.
[4] Brief gedateerd op 27 April 1994 van Greg B. Chalmers, Hoofd Project Engineer ten tijde van het Crinum Mine Project.
[5] A.A. Snelling, The formation and cooling of dykes, TJ 5(1):81-90, 1991.
[6] De bovenste sectie gevuld met vesicles (gaatjes ontstaan door de gasbellen), een grofkorrelige middensectie, en een harde, compacte, fijnkorrelige bodemsectie—een aanwijzing voor snelle simultane koeling zowel vanonder naar boven, als van boven naar onder.
[7] Falkner, ‘Sedimentological studies in the German Creek coal measures and their relevance to longwall mining’, New Developments in Coal Geology (A Symposium), J.W. Beetson (ed.), Coal Geology Group (Geological Society of Australia), pp. 143–148, 1993.
[8] Greg B. Chalmers, toenmalig Hoofd Project Engineer, en BHP Australia Coal Pty Ltd, operators van de Crinum Mine, worden bedankt voor de verkregen toestemming om de mijn te bezoeken, en voor het mogen fotograferen van de fossiele houtmonsters en bladmonsters alsmede voor het ons voorzien van delen van hun fossiele hout monsters en de menige meters van boormonsters, die zo cruciaal waren voor dit onderzoek.
[9] De enige uitzondering was te wijten aan de kleine hoeveelheid koolstof die uit het monster kon worden gehaald. Toen de analyse herhaald werd door het andere laboratorium werd echter wel een eindige ‘leeftijd’ bepaald.
[10] Echter, andere analytische resultaten leveren argumenten dat de dagzoommonsters een jongere, doch dicht gerelateerde, basaltstroom vertegenwoordigt, dan diegene in de boormonsters.
[11] Zij suggereerden de mogelijkheid van enige variabele verontreiniging van de monsters met atmosferische argon, maar absoluut geen verontreiniging die door hun laboratoriumprocedures veroorzaakt zou kunnen zijn.
[12] Het is goed om in gedachten te houden dat gedurende de zondvloed en direct daarna, het aardmagnetisch veld sterker was, en ook fluctueerde. Dit beïnvloedde de hoeveelheid inkomende kosmische straling, wat resulteert in radiokoolstof-‘leeftijden’ die veel groter zijn dat de werkelijke leeftijden.
[13] De resultaten van dit onderzoek bevestigen de waarschijnlijkheid, dat ook inander fossiel hout, zelfs op zelfs diepere niveaus in de zogenoemde geologische kolom, radiokoolstof gevonden kan worden, zelfs als het fossiele hout afkomstig was van bomen, voor de zondvloed, begraven tijdens de zondvloed. Verder onderzoek wordt verricht.
[14] Een vollediger rapport met alle technische en analytische details, inclusief de resultaten van andere radiometrische ‘datering’ methoden en de gepoogde identificatie van het fossiele hout, was later gepubliceerd, Latest Technical Journal (vol. 14 no. 2) rebuts skeptics, 2000. (red.opmerking: via deze link is het 24 paginas tellende PDF-bestand direct te openen).

[15] C-13δ PDB bepaalt het gemeten verschil tussen de verhouding C-13/C-12 (beiden stabiele isotopen) in het monster vergeleken met de PDB (Pee Dee Belemnite) standaard—een belemniet-fossiel uit de Krijt Pee Dee Formatie in zuid-Carolina, VS. De gebruikte eenheden zijn deeltjes per duizend, geschreven als ‰ of ‘per mil’ (vergeleken met deeltjes per honderd, geschreven als % of ‘per cent’). Organisch koolstof van de verschillende soorten van leven, geven verschillende specifieke C-13δ PDB waarden.
[16] Een ‘dagzoom’ is in de geologie de plaats waar een bepaald gesteente aan het aardoppervlak te voorschijn komt.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v20/i1/dating.asp

DELEN
Vorig artikelHergroei van ribben
Volgend artikelHet falen van radiometrisch dateren.
Dr. Andrew A. Snelling Geologist, Speaker, Author, Researcher, Editor-in-chief of Answers Research Journal