Het falen van radiometrisch dateren.

Het falen van radiometrisch dateren.
door Andrew Snelling in Creation 22(1).
vertaling Eef Versteegen, Werkgroep In Genesis

Recente lavastromen uit Nieuw-Zeeland duiden op leeftijden van miljoenen jaren.

Figure 1
Figuur 1. De locatie van Mt. Ngauruhoe, centraal gelegen op het Noordeiland van Nieuw-Zeeland. (klik op de figuur voor vergroting).

Ongeveer in het midden van het Noordeiland van Nieuw-Zeeland, ligt de berg (Mt.) Ngauruhoe. Dit is Nieuw-Zeeland’s nieuwste vulkaan en bovendien één van de meest actieve (zie ook figuren 1 en 2). Hij is echter minder goed bekend dan zijn meest nabijgelegen grotere buurman, Mt. Ruapehu, die de afgelopen vijf jaar enkele korte uitbarstingen heeft gekend.

Mt. Ngauruhoe is een indrukwekkende vulkaan met een bijna perfecte kegel die meer dan 1000 meter boven het omliggende landschap uitsteekt, tot een hoogte van 2291 meter boven zeeniveau. [1] Uitbarstingen van de het centrale deel van de 400 meter wijde krater, hebben de steile buitenhellingen (33°) van de kegel gevormd.

Mt. Ngauruhoe wordt verondersteld reeds 2500 jaar actief te zijn, met meer dan 70 eruptie periodes sinds 1839, toen de Europese immigranten voor het eerst een stoomeruptie waarnamen. [2] Uiteraard hebben de Maori’s daarvoor reeds vele uitbarstingen van de berg waargenomen. De eerste lava eruptie door de Europeanen waargenomen, vond plaats in 1870. [3] Ook waren er bijna jaarlijks as-erupties, tot er een grote uitbarsting plaatsvond in april-mei 1948, gevolgd door lavastromen van de noordwestelijke helling in februari 2005 [2],[3]
De geschatte hoeveelheid lava heeft een volume van ongeveer 575.000 kubieke meter.

Figure 2
Figuur 2. Zonsopgang vanuit de lucht, kijkend op de zuidkant van de vulkanen Mt. Ngauruhoe (voorgrond) en Mt. Ruapehu (achtergrond).

De eruptie die duurde van 13 mei 1954 tot 10 maart 1955 begon met een explosieve uitbarsting van as en rotsblokken. [2],[3] Bijna 8 miljoen kubieke meter lava stroomde uit de krater in een serie van 17 afzonderlijke stromen op de volgende data;

  • 4 en 30 juni
  • 8, 9, 10, 11, 13, 14, 23, 28, 29, 30 juli
  • 15 (?) en 18 augustus
  • 16, 18 en 26 september

Deze stromen zijn vandaag de dag nog steeds zichtbaar op de noordwestelijke en westelijke hellingen van Mt. Ngauruhoe (figuur 4). De lavastroom van 18 augustus was meer dan 18 meter dik en een jaar na stolling nog steeds warm. As-explosies brachten een eind aan deze lange uitbarstingperioden.

Figure 3
Figuur 3. Mt. Ngauruhoe zoals te zien in noordelijke richting vanaf de meest nabijgelegen Mt. Ruapehu..

Na afloop heeft Mt. Ngauruhoe continu stoom geblazen, wat gepaard ging met vele kleine as-erupties [2] (figuur 5). Hoogst explosieve uitbarstingen in januari en maart van 1974 wierpen grote hoeveelheden as als zuilen in de atmosfeer en tevens als lawines stromend van de zijkanten van de kegel. Blokken van wel 1000 ton werden tot 100 meter weggeslingerd. Echter de meest gewelddadige explosies vonden plaats op 19 februari 1975, en gingen vergezeld met wat ooggetuigen beschreven als atmosferische schokgolven. [4] Blokken met een diameter tot wel 30 meter werden soms 3 kilometer weggeslingerd. De pluim van deze uitbarsting had een hoogte van 11-13 kilometer.

Onstuimige lawines van as en rotsblokken raasden met snelheden van ongeveer 60 kilometer per uur [2] langs de hellingen van Mt. Ngauruhoe. Volgens schattingen werd in 7 uur tijd ongeveer 3,4 miljoen kubieke meter as en rotsblokken uitgeworpen [4]. Sindsdien hebben er geen erupties meer plaatsgevonden.

Figure 4
Figuur 4. Uitzicht op de Mangateopopo vallei aan de voet van Mt. Ngauruhoe. Op de noordwestelijke helling zijn de donkergekleurde lavastromen te zien.

Dateren van het gesteente

Radiometrisch dateren baseert zich in het algemeen op drie belangrijke aannames:

  1. Op het moment dat de rots gevormd wordt (stolt), zouden er alleen radioactieve ‘ouder’-atomen aanwezig mogen zijn, en geen ‘dochter’-elementen (afgeleid van radioactief verval van het ‘ouder’-element.) [5]
  2. Na het stollen moet de rots een gesloten systeem blijven. Dat betekent dat er geen ‘ouder’- of ‘dochter’-elementen toegevoegd of verwijderd dienen te worden door externe invloeden zoals bijvoorbeeld doorsijpelend grondwater.
  3. De radioactieve-verval-ratio moet constant blijven.

Wanneer een van deze voorwaarden wordt geschonden, faalt de techniek en zijn alle verkregen dateringen fout.

De Kalium-Argon (K-Ar) dateringsmethode is vaak gebruikt voor het dateren van vulkanisch gesteente (en in het verlengde daarvan; nabijgelegen fossielen). Bij deze methode wordt er van uit gegaan dat er geen argon dochterelement (Ar-40*) aanwezig was op het moment dat de rots gevormd werd. [6]. Voor vulkanisch gesteente wat gevormd is bij afkoeling van gesmolten lava is dit een redelijke aanname. Omdat Argon een gas is, zou het als gevolg van de intense hitte van de lava moeten ontsnappen in de atmosfeer. Uiteraard was er geen geoloog aanwezig om deze aanname te testen op de oude lava toen deze afkoelde. Wel kunnen we moderne lavastromen bestuderen.

Kalium-Argon ‘dateringen’

Figure 5 & 6

Figuur 5. Kleine as-eruptie, Mt. Ngauruhoe.

Figuur 6. Inzet: [Andesiet] van de Mt. Ngauruhoe-lavastroom van 30 juni 1954, 60x vergroot onder een geologische microscoop. Verschillende mineralen hebben verschillende kleuren, allen ingebed in een fijnkorrelige matrix.

Elf monsters werden verzameld van vijf recente lavastromen tijdens veldwerk in januari 1996. Van de lavastromen van 11 februari 1949, 4 juni 1954, 14 juli 1954 en de lawineoverblijfselen van 19 februari 1975 werden van elk 2 monsters genomen. Van de stroom van 30 juni 1954 werden 3 monsters genomen [7] (figuur 6). De donkere recente lava was duidelijke zichtbaar en elk monster werd eenvoudig geïdentificeerd (met behulp van kaarten) op de noordwestelijke hellingen, tegen de lichter gekleurde oudere delen van de kegel (figuur 4 en 7). Alle stromen bestonden uit een specifieke mix van verspreide rotsblokken en uitgeharde lava, resulterend in een ruw, scherp, sintelachtig oppervlak (figuur 8).

De monsters werden vervolgens in opeenvolgende lichtingen naar het Geochron Laboratorium gestuurd in Cambridge, Boston (USA), voor een zgn. ‘volledige -rots’ Kalium-Argon datering. Eerst een deel van het eerste monster van iedere lavastroom. Nadat de resultaten van het eerste monster ontvangen waren vervolgens een deel van het tweede monster van dezelfde stroom. Tenslotte ook nog een deel van het derde monster van de stroom van 30 juni 1954. [7] Om de consistentie van de resultaten te testen, werden nogmaals delen van de eerste twee monsters (lavastroom van 30 juni 1954) ingestuurd voor analyse.

Geochron is een gerenommeerd commercieel laboratorium, waarvan de laboratorium-manager een graad heeft in Kalium-Argon datering. Het laboratorium was niet op de hoogte gebracht van de specifieke locatie of verwachte datering. Echter, om er zeker van te zijn dat er extra aandacht besteed zou worden aan het analytische werk, werden de monsters omschreven als “Waarschijnlijk jong, met een zeer geringe Argon inhoud”.

Figure 7
Figuur 7. Kaart van de noordwestelijke hellingen van Mt. Ngauruhoe, toont de lavastromen van 1949 en 1954 en de resten van de lawine van 1975. (klik op de figuur voor vergroting).

De door K-Ar analyse verkregen dateringen zijn weergegeven in tabel 1. [7] De dateringen variëren van <0,27 tot 3,5 (± 0,2) miljoen jaar, voor rotsen waarvan is waargenomen dat ze 25-50 jaar geleden zijn ontstaan uit afgekoelde lava. Een monster van iedere stroom leverde ‘leeftijden’ van <0,27 of <0,29 miljoen jaar, terwijl al de andere monsters ‘leeftijden’ van miljoenen jaren opleverden. De lage ‘leeftijd’ monsters waren allemaal verwerkt door het laboratorium in dezelfde lichting, wat zou duiden op een systematisch laboratoriumprobleem.

De laboratorium-manager was zo vriendelijk om opnieuw zijn apparatuur te controleren en heeft daarna de monsters opnieuw verwerkt, waarbij vergelijkbare resultaten geproduceerd werden. Deze sloot een systematisch laboratoriumfout uit en bevestigde dat de lage resultaten ‘echt’ waren. Voorts leverde herhaalde metingen op reeds onderzochte monsters (A#2 en B#2 in tabel 1) niet dezelfde resultaten op. Dit was echter niet verrassend, gezien de analytisch onzekerheden bij zulke lage Argon-niveau’s. Klaarblijkelijk varieert het Argonniveau behoorlijk in deze rotsen. Sommige geo-chronologen zouden beweren dat <0,27 miljoen jaar feitelijk de correcte datering is. Maar hoe zouden zij dan weten dat 3,5 miljoen jaar feitelijk niet de juiste datering is als zij niet reeds wisten dat de lavastromen recent waren?!

Omdat van deze rotsen bekend is dat ze minder dan 50 jaar oud zijn, is het duidelijk uit de analytische data dat deze K-Ar ‘datering’ te wijten is, aan een overmaat aan Argon, geërfd van de magmabron, diep in de aarde. [7] De afgekoelde lava bevatte dus een significante concentratie (ongelijk aan nul) van het normale Ar-40 element, welke niet te onderscheiden is van dochterelement Ar-40*, afgeleid van het radioactieve verval van het ouderelement K-40. Dit schendt aanname (1) van radiometrisch dateren, waarmee de K-Ar dateringsmethode zakt voor de test. Van deze zelfde fout is bekend dat hij in vele andere gesteentes ook voorkomt, zowel in recent vulkanisch als in oud [oppervlakte] aardkorstgesteente. [9]

Conclusies

Figure 8
Figuur 8. De lavastroom van 30 juni 1954, laat de verspreide rotsblokken zien van uitgeharde lava, dat resulteerde in een ruw, scherp, en sintelachtig oppervlak.

De radiometrische Kalium-Argon dateringsmethode heeft bewezen te falen voor de lavastromen van Mt. Ngauruhoe, Nieuw-Zeeland van 1949, 1954 and 1975. Dit ondanks de kwaliteit van het geleverde analytische K-Ar werk, van het laboratorium. Argongas, omhooggekomen uit de diepten van de aarde binnen de gesmolten rots, was reeds aanwezig in de lava tijdens het afkoelen. We weten de werkelijke leeftijden van deze rotsen omdat werd waargenomen dat ze minder dan 50 jaar geleden gevormd zijn. Toch leveren zij een ‘leeftijd’ tot wel 3,5 miljoen jaar, welke dus foutief is. Hoe kunnen we deze zelfde ‘dateringmethode’ toepassen op rotsen waarvan we de leeftijd niet kennen? Als de methode faalt op rotsen waarvan we onafhankelijke ooggetuigen-verslagen hebben, waarom zouden we deze dan vertrouwen op andere rotsen waar er geen onafhankelijke historische controlemogelijkheden zijn?

Echter, wij kennen Iemand die aanwezig was toen alle rotsen van de aarde werden gevormd – de Schepper Zelf. In zijn ooggetuigenverslag, in het eerste boek van de Bijbel, Genesis heeft Hij ons verteld wanneer dat was, dus weten we hoe oud alle rotsen zijn. Het is beter ons vertrouwen te stellen in de Schepper die alles gemaakt heeft en alles weet, die nooit faalt of leugens vertelt, dan te vertrouwen op een radiometrische dateringsmethode waarvan herhaaldelijk bewezen is dat deze faalt, en foutieve dateringen voor de rotsen der aarde levert.

De K–Ar (Kalium-Argon) dateringsmethode

Fossielen worden bijna nooit gedateerd met radiometrische methoden, omdat zij zelden bruikbare radioactieve elementen bevatten. Een gebruikelijke manier om fossielen te dateren (en rotsen die geen radioactieve elementen bevatten) is om een ‘geassocieerd’ vulkanisch gesteente te dateren. Dit wordt normaal gesproken gedaan met de K-Ar methode. Het baseert zich op de ratio waarmee radioactief Kalium vervalt tot Argon gas.

De K-Ar methode werkt op de aanname dat de ‘klok’ begint te ‘tikken’ op het moment dat de rots gevormd wordt door stolling. De aanname is, dat er op het start-moment geen Argon aanwezig was wat voortgekomen zou kunnen zijn uit radioactief verval, maar dat het Argon gevormd door radioactieve verval, niet in staat is om te ontsnappen en zich opeenhoopt na stolling en afkoeling van de lava. Echter het is welbekend dat wanneer een radiometrische datering een fossielgerelateerde (evolutionaire) leeftijd tegenspreekt, deze datering als foutief wordt afgedaan.

Lavastroom datum Monster Lab code K–Ar ‘leeftijd’ (miljoenen jaren)
11 Februari 1949 A R-11714 <0,27
B R-11511 1,0 ± 0,2
4 June 1954 A R-11715 <0,27
B R-11512 1,5 ± 0,1
30 Juni 30, 1954 A #1 R-11718 <0,27
A #2 R-12106 1,3 ± 0,3
B #1 R-12003 3,5 ± 0,2
B #2 R-12107 0,8 ± 0,2
C R-11513 1,2 ± 0,2
14 Juli 1954 A R-11509 1,0 ± 0,2
B R-11716 <0,29
19 Februari 1975 A R-11510 1,0 ± 0,2
B R-11717 <0,27
Tabel 1. Kalium-Argon ‘datering’ van recente lava stromen van Mt. Ngauruhoe.7

Terug naar de tekst

Redactionele opmerking: Dit Creation magazine artikel van Dr. Snelling is gebaseerd op zijn technische verhandeling, Ref.7, welke veel meer details geeft over onderzoeksmethoden en antwoorden op mogelijke kritieken, dan mogelijk was in Creation magazine.

 



Referenties en aantekeningen

[1] Williams, K., Volcanoes of the South Wind: A Field Guide to the Volcanoes and Landscape of the Tongariro National Park, Tongariro Natural History Society, Turangi, New Zealand, 1994.
[2] Nairn, I.A. and Wood, C.P., Active Volcanoes and Geothermal Systems, Taupo Volcanic Zone, New Zealand Geological Survey Record 22:5–84, 1987.
[3] Gregg, D.R., The Geology of the Tongariro Subdivision, New Zealand Geological Survey Bulletin n.s.40, 1960.
[4] Nairn, IA and Self, S., Explosive eruptions and pyroclastic avalanches from Ngauruhoe in February 1975, Journal of Volcanology and Geothermal Research 3:39–60, 1978.
[5] Dit geldt voor K-Ar dateringen, één van de meest gebruikelijke methoden, welke hier besproken is. De zogenaamde ‘isochrone’ techniek waarbij met chemische analyses van het gesteente gedateerd wordt, probeert deze aanname te omzeilen. Een discussie omtrent isochroon datering, vergezeld van de bijbehorende problemen van valse (pseudo) isochronen, valt buiten de draagwijdte van dit onderzoek, maar zie daarvoor Austin, S.A. (ed.), Grand Canyon: Monument to Catastrophe, Institute for Creation Research, Santee, California, pp. 111–131, 1994.
[6] Dalrymple, G.B., The Age of the Earth, Stanford University Press, Stanford, California, p. 91, 1991.
[7] Snelling, A.A., The cause of anomalous potassium-argon ‘ages’ for recent andesite flows at Mt Ngauruhoe, New Zealand, and the implications for potassium-argon ‘dating’, In: Walsh, R.E. (ed.), Proceedings of the Fourth International Conference on Creationism, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, Pennsylvania, pp. 503–525, 1998. Zie artikel bij AIG.
[8] Snelling, AA, Excess argon’: the ‘Archilles heel’ of potassium-argon and argon-argon ‘dating’ of volcanic rocks, Institute for Creation Research, Santee, California, Impact #307, 1999
[9] Snelling, AA, Potassium-argon and argon-argon dating of crustal rocks and the problem of excess argon, Institute for Creation Research, Santee, California, Impact #309, 199.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v22/i1/dating.asp

DELEN
Vorig artikelHet zoekgeraakte eskader
Volgend artikelHoe ontstaan fossielen?
Dr. Andrew A. Snelling Geologist, Speaker, Author, Researcher, Editor-in-chief of Answers Research Journal