Tegenstrijdige radiometrische dateringsmethoden

Fossiel hout in ‘oeroude’ lavastroom levert radiokoolstof op

Pexels / Pixabay

Toen mijnwerkers in 1993 afdaalden in een ventilatieschacht van de ‘New Crinum Coal Mine’ in Central Queensland (zie onderstaande kaart), legden ze een vreemde vondst bloot. Nadat ze door een dunne laag zand en klei hadden gegraven, gevolgd door basalt, vonden ze op 21 meter diepte stukjes hout die ingebed waren in de onderste basaltstroom.1 Onder het basalt bevonden zich lagen van kleigesteente, siltgesteente (= sedimentair slibgesteente) en zandsteen met tussenliggende steenkoollagen.2

Fossiel hout in ‘prehistorisch’ basalt

Kaart van Queensland

Het hout werd in drie verschillende condities aangetroffen—as, verkoold en intact.1 De toen aanwezigen speculeerdendat het twee aparte bomen betrof, gedeeltelijk rechtopstaand, nog steeds van organische natuur en zodoende niet versteend. Ook werd in het basalt de afdruk van een blad ontdekt, wat men ook opmerkelijk vond, als je bedenkt dat het gesteente eromheen ooit een vloeibare lavastroom was van zo’n 1000–1200 °C.

Hoe konden deze boomstammen ongeschonden blijven, terwijl ze omsloten waren door gesmolten lava? Met een laagdikte van ongeveer 4 meter is deze basaltstroom relatief dun,1,3 waardoor koeling snel zou kunnen optreden (enkele dagen, of maximaal een paar weken4). Dit is vastgesteld door de interne structuur van de basaltstroom te bestuderen.1,5 Omdat deze boomstammen aan de onderkant van de stroom zijn verzwolgen, zou koeling vrijwel meteen plaatsgevonden kunnen hebben, waarbij het water dat zich in het hout bevond de extreem snelle insluiting kon helpen en zo dus voor conservatie kon zorgen.

Binnen de lokale geologische context maakt deze basaltstroom ongeveer ’30 miljoen jaar oud’,1,3 wat aansluit bij de leeftijd van de andere basaltstromen in de regio, die allemaal beschouwd worden als zijnde van het tertiaire tijdperk (in de conventionele terminologie). Aangezien deze boomstammen in basaltlava waren ingesloten, moet het hout daarom ook minstens 30 miljoen jaar oud zijn. Daarnaast werd in het siltgesteente onder het basalt3 iets gevonden dat leek op de wortels van de boom. Dit suggereert dat toen de bomen nog leefden deze geworteld waren in het siltgesteente en dus groeiden op een landoppervlak dat vervolgens bedekt werd door de basaltlavastroom. Het siltgesteente is onderdeel van de Permian German Creek-steenkoolmetingen, waarvan conventioneel wordt aangenomen dat ze 255 miljoen jaar oud zijn.6

Verzamelen van monsters

Kleine fragmenten van een aantal houtmonsters werden ons welwillend toegezonden, en hieropvolgend werd eind augustus 1994 een bezoek gebracht aan de mijn.7 De stukjes hout die door de mijnwerkers waren gevonden, werden onderzocht en gefotografeerd.

Toegang tot de ventilatieschacht van de mijn was echter niet mogelijk. Ook de monsters van het omringende basalt waren niet meer beschikbaar omdat deze allang waren afgevoerd met de rest van het overtollig gesteente. Er was echter een gat geboord ten behoeve van het onderzoek, dicht bij de plek van de oorspronkelijke schacht.

In de desbetreffende boormonsters werden in de onderste basaltstroom resten van fossiel hout gevonden, die nog steeds organisch koolstof bevatten, ingebed in het basalt, precies op de grens van de basaltstroom met het ondergelegen siltgesteente. Deze boormonsters werden naar ons opgestuurd nadat de mijnmaatschappij toestemming had gegeven.7

Na het bezoek aan het mijnterrein deden we onderzoek in de directe omgeving en namen we diverse dagzoommonsters8 van dezelfde basaltstromen. Dit om ervoor te zorgen dat we in ieder geval enkele monsters van het basalt zouden hebben, voor het geval toestemming om de boormonsters te onderzoeken zou uitblijven.

Verkoold fossiel hout
Fossiel hout, verkoold.
Ongeschonden fossiel hout
Fossiel hout, ongeschonden.
Basalt met gaten
Basalt met gaten van voormalige gasbellen.
Fossiele boomwortels in siltgesteente
Fossiele boomwortels in siltgesteente.

Laboratorium werk

Kleine identieke deeltjes van het fossiele hout, dat was ingebed in het basalt van de boorkern werden opgestuurd naar twee gerenommeerde laboratoria voor radiokoolstof (14C) analyse: Geochron Laboratories in Cambridge, Boston (VS), en het Antares Mass Spectrometry laboratorium aan de Australian Nuclear Science and Technology Organisation (ANSTO) in Lucas Heights vlakbij Sydney, Australië.

Geen van beide laboratoria werd precies verteld waar de monsters vandaan kwamen, om te voorkomen dat dit de uitslag zou beïnvloeden. Beide laboratoria maken gebruik van de gevoelige Accelerator Mass Spectrometry (AMS)-techniek voor radiokoolstofanalyse, Geochron als een commercieel laboratorium en Antares als een belangrijk onderzoekslaboratorium.

Ook werden kleine fragmenten van de eerste houtmonsters die we hadden gekregen — afkomstig van de kleine stukjes hout die waren gevonden tijdens het delven van de ventilatieschacht — opgestuurd voor radiokoolstofanalyse; een set van verschillende fragmenten naar ieder laboratorium; een set verschillende fragmenten naar allebei de laboratoria.

Delen van de basaltmonsters van de dagzoom en de boorkern werden ook naar analytische laboratoria gestuurd voor de analyse van hun hoofdelementen, minderheidselementen en sporenelementen. Dit om enerzijds te bepalen wat voor gesteente het precies is, maar voornamelijk voor radioactieve ‘daterings’-analyse.

Kalium-Argon (K-Ar) ‘datering’ werd uitgevoerd op de twee dagzoommonsters door het AMDEL laboratorium in Adelaide (Australië), terwijl een van de twee dagzoommonsters en twee boorkernmonsters, waarvan er één contact had met het fossiele hout, werden ‘gedateerd’ door Geochron Laboratories.

Resultaten

De radiokoolstof (14C)-resultaten staan vermeld in Tabel 1.9 Het is direct duidelijk dat er een waarneembare hoeveelheid radiokoolstof aanwezig was in alle houtmonsters. Hierdoor was er bij het laboratoriumpersoneel geen aarzeling of moeilijkheid om de 14C-‘ouderdom’ te berekenen. Wanneer hen vervolgens gevraagd werd naar de limiet van deze analytische radiometrische koolstofdateringsmethode, verklaarden de medewerkers van beide laboratoria (gepromoveerde wetenschappers) prompt dat, op één uitzondering na,10 alle resultaten binnen de detectiegrenzen vielen en ons daarom voorzagen van citeerbare eindige ‘leeftijden!8

Bovendien wezen zij op de bijna identieke δ13C-resultaten11 (laatste kolom Tabel 1), die consistent zijn met dat het koolstof afkomstig is van organisch koolstof uit hout, en tevens een indicatie geven die de mogelijkheid van verontreiniging uitsluit. De resultaten in Tabel 1 worden door de laboratoria dus krachtig verdedigd als geldige resultaten, en wijzen op een ‘leeftijd’ van misschien 44.000–45.000 jaar voor het hout dat gewonnen is uit de boormonsters van het basalt.

Monster Lab Lab code 14C ‘leeftijd’ (BP) jaren δ13CPDB15
Hout in boorkern Geochron
ANSTO
GX-20798-AMS
OZB472
>35.620
44.700±950
-25,7‰
-25,78‰
Ander hout Geochron GX-20087-AMS 29.544±759 -25,1‰
Ander hout ANSTO OZB473 37.800±3.450 -26,16‰

Tabel 1. Radiokoolstofanalyse (14C) van fossiele houtmonsters. Terug naar de tekst

In sterk contrast tot de ‘leeftijd’ van het hout staan de Kalium-Argon (K-Ar) ‘leeftijden’ van het basalt (zie Tabel 2).8 Het is direct duidelijk dat er significante variaties zijn tussen de uitkomsten van de verschillende laboratoria betreffende de berekende ‘leeftijden’ voor het dagzoommonster 2.

Het probleem om consequent ‘acceptabele’ K-Ar-‘leeftijden’ te verkrijgen wordt ook benadrukt door de observatie dat beide dagzoommonsters en beide boorkernmonsters waarschijnlijk dezelfde basaltstroom vertegenwoordigen in hun respectievelijke locaties (vandaar de berekende gemiddelde ‘leeftijden’ in de laatste kolom van Tabel 2).12

Het personeel van beide laboratoria (nogmaals, gepromoveerde wetenschappers) hebben hun analytische resultaten verdedigd8,13 en aarzelden niet om te bevestigen dat deze basaltmonsters, volgens de radiometrische K-Ar datering, zo ongeveer 45 miljoen jaar oud zijn.

Basalt monster Lab Lab code K-Ar ‘leeftijd’ (miljoenen jaren) Gemiddelde K-Ar ‘leeftijd’ (miljoenen jaren)
Dagzoom-monster 1 AMDEL G878300G/95 44,9 ±1,1
43,9
+4,0
–4,8
Dagzoom-monster 2 AMDEL
Geochron
G878300G/95
R-11800
47,9 ±1,6
39,1 ±1,5
Boor-monster Geochron R-11798 58,3 ±2,0 47,5±10,8
Boor-monster, ingesloten hout Geochron R-11799 36,7 ±1,2
Tabel 2. Kalium-Argon (K-Ar) ‘leeftijden’ op basalt-monsters. Terug naar de tekst

 

Conclusies

Terwijl de kwaliteit en de nauwkeurigheid van het analytische werk uitgevoerd door alle betrokken laboratoria zonder twijfel wordt gerespecteerd, zijn alle berekende leeftijden slechts interpretaties, gebaseerd op onbewezen aannames over de onveranderlijkheid van radioactief verval, en op het geochemische gedrag van deze elementen (en hun isotopen) in het ongeziene verleden.

Voor creationisten die vasthouden aan een recente schepping, zijn de geologische achtergronden van deze fossiele houtfragmenten in de basalt-lavastroom een duidelijke aanwijzing dat het hier gaat om bomen die na de zondvloed groeiden. Deze bomen werden bedolven als gevolg van een naburige vulkanische eruptie die eveneens plaatshad na de zondvloed. Zowel het fossiele hout als het basalt zullen dus minder dan 4.500 jaar oud zijn.14

Hoe dan ook kun je binnen het conventionele (uniformitarianistische) interpretatieraamwerk een duidelijk conflict waarnemen tussen deze twee dateringsmethoden. Normaal gesproken zou fossiel hout, gevonden in prehistorisch basalt, niet radiokoolstof gedateerd worden, omdat het hout te oud zou zijn om nog radiokoolstof te bevatten.15

Maar hier worden deze radiometrische dateringsmethoden gebruikt om te demonstreren hoe onbetrouwbaar, en dus onbruikbaar, zij eigenlijk zijn om de ware leeftijd van het hout en basalt te bepalen.16 Daarom zou geen enkel gepubliceerd resultaat van deze dateringsmethoden aanleiding mogen geven tot enige twijfel omtrent de betrouwbaarheid van de bijbelse chronologie die ons zo zorgvuldig is toevertrouwd door de (altijd aanwezige) Schepper Zelf.

 

 

Referenties en noten

  1. ‘Rare find unearthed at Crinum’, BHP Australia Coal Newsline, p. 1, December 1993–January 1994.
  2. Kopieën van de relevante geologische dwarsdoorsneden en boorgatdata zijn vriendelijk verstrekt door de Crinum Mine Project-medewerkers.
  3. Brief gedateerd op 27 April 1994 van Greg B. Chalmers, Hoofd Project Engineer ten tijde van het Crinum Mine Project.
  4. Snelling, A.A., The formation and cooling of dykesJ. Creation 5(1):81-90, 1991.
  5. De bovenste sectie gevuld met blaasjes (gaatjes ontstaan door de gasbellen), een grofkorrelige middensectie, en een harde, compacte, fijnkorrelige bodemsectie—een aanwijzing voor snelle koeling vanaf zowel de onderkant als de bovenkant.
  6. Falkner, ‘Sedimentological studies in the German Creek coal measures and their relevance to longwall mining’, New Developments in Coal Geology (A Symposium), J.W. Beetson (ed.), Coal Geology Group (Geological Society of Australia), pp. 143–148, 1993.
  7. Greg B. Chalmers, toenmalig Hoofd Project Engineer, en BHP Australia Coal Pty Ltd, operators van de Crinum Mine, worden bedankt voor de verkregen toestemming om de mijn te bezoeken, en voor het mogen fotograferen van de fossiele houtmonsters en bladmonsters alsmede voor het ons voorzien van delen van hun fossiele houtmonsters en de menige meters van boormonsters, die zo cruciaal waren voor dit onderzoek.
  8. Een ‘dagzoom’ is in de geologie de plaats waar een bepaald gesteente aan het aardoppervlak te voorschijn komt.
  9. Originele kopieën van alle officiële laboratorium-, analytische en ‘datering’-verslagen, evenals de correspondentie met medewerkers van de laboratoria, zijn opgeslagen.
  10. De enige uitzondering was te wijten aan de kleine hoeveelheid koolstof die uit het monster kon worden gehaald. Toen de analyse herhaald werd door het andere laboratorium werd echter wel een eindige ‘leeftijd’ bepaald.
  11. δ13CPDB bepaalt het gemeten verschil tussen de verhouding 13C/12C (beiden stabiele isotopen) in het monster vergeleken met de PDB (Pee Dee Belemnite)-standaard—een belemniet-fossiel uit de Krijt Pee Dee-Formatie in Zuid-Carolina, VS. De gebruikte eenheden zijn deeltjes per duizend, geschreven als ‰ of ‘per mil’ (vergeleken met deeltjes per honderd, geschreven als % of ‘per cent’). Organisch koolstof van de verschillende soorten van leven, geven verschillende specifieke δ13CPDB-waarden.
  12. Echter, andere analytische resultaten leveren argumenten dat de dagzoommonsters een jongere, doch sterk gerelateerde, basaltstroom vertegenwoordigt, dan diegene in de boormonsters.
  13. Zij suggereerden de mogelijkheid van enige variabele verontreiniging van de monsters met atmosferische argon, maar absoluut geen verontreiniging die door hun laboratoriumprocedures veroorzaakt zou kunnen zijn.
  14. Het is goed om in gedachten te houden dat, gedurende en direct na de zondvloed, het sterkere maar ook fluctuerende aardmagnetisch veld de toestroom van inkomende kosmische straling beïnvloedde, wat zodoende resulteert in een lagere radiokoolstofproductiesnelheid en daarom ook in een radiokoolstof-‘ouderdom’ die veel groter isdan de daadwerkelijke ouderdom.
  15. De resultaten van dit onderzoek bevestigen de waarschijnlijkheid dat ook in ander fossiel hout, zelfs op nog diepere niveaus in de zogenoemde geologische kolom, radiokoolstof gevonden kan worden, zelfs als het fossiele hout afkomstig was van bomen voor de zondvloed die zijn begraven tijdens de zondvloed. Verder onderzoek wordt verricht.
  16. Een vollediger verslag met alle technische en analytische details, inclusief de resultaten van andere radiometrische ‘daterings’-methoden en de gepoogde identificatie van het fossiele hout, was later gepubliceerd, Conflicting ‘ages’ of Tertiary basalt and contained fossilised wood, Crinum, Central Queensland, AustraliaJ. Creation 14(2):99–122, August 2000 (red.opmerking: via deze link is het 24 pagina’s tellende PDF-bestand direct te openen).