De leeftijd van de aarde

101 Bewijzen voor een jonge leeftijd van de aarde en het universum

PIRO4D / Pixabay

 

Kan de wetenschap de ouderdom van de aarde bewijzen?

Er zijn veel ‘bewijscategorieën’ voor de leeftijd van de aarde en de kosmos die aangeven dat ze veel jonger zijn dan in het algemeen wordt beweerd.

Geen enkele wetenschappelijke methode kan de ouderdom van de aarde en het universum bewijzen, en dat geldt ook voor de leeftijden die we hier hebben vermeld. Hoewel leeftijdsindicatoren ‘klokken’ worden genoemd, zijn ze dat niet, omdat alle leeftijden het gevolg zijn van berekeningen die noodzakelijkerwijs veronderstellingen over het verleden bevatten. Er moet altijd worden uitgegaan van de starttijd van de ‘klok’ en van de manier waarop de snelheid van de klok in de loop van de tijd gevarieerd heeft. Verder moet worden aangenomen dat de klok nooit is verstoord.

Geen enkele wetenschappelijke methode kan de leeftijd van de aarde of het universum aantonen, en dat geldt ook voor de tijden die we hier hebben vermeld.
Er is geen onafhankelijke natuurlijke klok waarmee die aannames kunnen worden getest. Bijvoorbeeld, de hoeveelheid kraterinslagen op de maan, gebaseerd op de huidige waargenomen inslagfrequentie zou erop wijzen dat de maan vrij oud is. Om deze conclusie te trekken moeten we echter aannemen dat de inslagfrequentie hetzelfde is geweest in het verleden als tegenwoordig. En er zijn nu goede redenen om te denken dat het in het verleden nogal heftig is geweest; in dat geval geeft het aantal kraters helemaal geen hoge ouderdom aan (zie hieronder).

Leeftijden van miljoenen jaren worden allemaal berekend door aan te nemen dat de veranderingssnelheden van processen in het verleden dezelfde waren als die we vandaag waarnemen—dit wordt het principe van het uniformitarianisme of actualiteitenprincipe genoemd. Als de uit dergelijke veronderstellingen berekende leeftijd niet overeenkomt met wat onderzoekers denken dat de leeftijd zou moeten zijn, concluderen ze dat hun aannames in dit geval niet van toepassing waren en passen ze die overeenkomstig aan. Als het berekende resultaat een acceptabele leeftijd geeft, publiceren de onderzoekers het wel.

Voorbeelden van lage leeftijden zoals hier vermeld, worden ook verkregen door uit te gaan van het principe van het uniformitarianisme. Voorstanders van een hoge leeftijd zullen dit soort bewijs voor een jonge leeftijd van de aarde afdoen door te stellen dat de veronderstellingen over het verleden in deze gevallen niet van toepassing zijn. Met andere woorden, leeftijd is niet echt een kwestie van wetenschappelijke waarneming, maar een argument voor onze aannames over het niet-geobserveerde verleden.

De veronderstellingen achter de bewijzenmaterialen die hier worden gepresenteerd, kunnen niet worden bewezen, maar het feit dat een dergelijk breed scala van verschillende verschijnselen allemaal veel jongere leeftijden suggereert dan momenteel algemeen wordt aanvaard, levert een sterk argument op om vraagtekens te plaatsen bij die geaccepteerde leeftijden (momenteel 13,77 miljard jaar voor het universum) en 4,543 miljard jaar voor het zonnestelsel).

Ook daagt een aantal van de bewijzen, zonder het geven van een schatting van de leeftijd, de veronderstelling van langzaam en geleidelijk uniformitarianisme uit, waarvan alle “deep-time” dateringsmethoden afhankelijk zijn.

Wanneer de evolutionisten een nieuwe uitdaging opwerpen voor de tijdlijn van de Bijbel, tob er dan niet over. Vroeg of laat zal dat veronderstelde bewijs worden omgedraaid en zelfs worden toegevoegd aan deze lijst van bewijzen voor een jonge leeftijd van de aarde.
Veel van deze indicatoren voor jongere leeftijden werden ontdekt toen creationistische wetenschappers onderzoek gingen doen naar dingen die lange tijd moesten ‘bewijzen’. De les hier is duidelijk: als de evolutionisten een nieuwe uitdaging opwerpen voor de tijdlijn van de Bijbel, ga er dan niet over tobben. Vroeg of laat zal dat veronderstelde bewijs worden omgedraaid en zelfs worden toegevoegd aan deze lijst van bewijzen voor een jongere leeftijd van de aarde. Aan de andere kant kunnen sommige van de hier vermelde bewijzen ongegrond blijken te zijn na verder onderzoek en moeten ze worden aangepast. Dat is de aard van de wetenschap, vooral de historische wetenschap, want we kunnen geen experimenten doen met gebeurtenissen uit het verleden (zie ‘It’s not science).

Wetenschap is gebaseerd op observatie en het enige betrouwbare middel om de ouderdom van iets te bepalen is door het getuigenis van een betrouwbare getuige die de gebeurtenissen heeft waargenomen. De Bijbel beweert de communicatie te zijn van de Enige die getuige was van de gebeurtenissen van de Schepping: de Schepper zelf. Als zodanig is de Bijbel het enige betrouwbare middel om de ouderdom van de aarde en de kosmos te kennen. Zie The Universe’s Birth Certificate en Biblical chronogenealogies (technisch). Uiteindelijk geloven we dat de Bijbel in het gelijk zal worden gesteld en dat degenen die haar getuigenis ontkennen, beschaamd uit zullen komen.

Biologisch bewijs voor een jonge leeftijd van de aarde

De vondst van buigzame bloedvaten, bloedcellen en eiwitten in dinosaurusbot spoort met een leeftijd van duizenden jaren voor de fossielen, niet met de 65+ miljoen jaar zoals de paleontologen beweren.
  1. DNA in ‘oude’ fossielen.DNA geëxtraheerd uit bacteriën die 425 miljoen jaar oud zouden zijn, stelt die leeftijd ter discussie, omdat DNA niet langer dan enige duizenden jaren zou kunnen bestaan.
  2. Lazarus-bacteriën, die herleven uit zoutinsluitsels die 250 miljoen jaar oud zouden zijn, geven aan dat het zout niet miljoenen jaren oud is. Zie ook Salty-saga.
  3. Het verval in het menselijk genoom als gevolg van meerdere licht schadelijke mutaties van elke generatie komt overeen met een oorsprong van enkele duizenden jaren geleden. Sanford, J., Genetic entropy and the mystery of the genome, Ivan Press, 2005; bekijk de recensie van het boek en het interview met de auteur in Creation 30 (4): 45-47 , september 2008. Dit werd bevestigd door realistische modellen van populatiegenetica, waaruit blijkt dat genomen jong zijn, in de orde van duizenden jaren. Zie Sanford, J., Baumgardner, J., Brewer, W., Gibson, P. en Remine, W., Mendel’s Accountant: A biologically realistic forward time population genetics program SCPE 8 (2): 147-165, 2007.
  4. De gegevens over de ‘mitochondriale Eva‘ komen overeen met een gemeenschappelijke oorsprong van alle mensen enkele duizenden jaren geleden.
  5. Zeer beperkte variatie in de DNA-sequentie op het menselijke Y-chromosoom over de hele wereld komt overeen met een recente oorsprong van de mensheid, van duizenden en geen miljoenen jaren geleden.
  6. Veel fossiele beenderen ‘gedateerd’ op vele miljoenen jaren oud zijn nauwelijks gemineraliseerd, of helemaal niet.Dit is in tegenspraak met de algemeen aangenomen ouderdom van de aarde. Zie, bijvoorbeeld, Dinosaur bones: just how old are they really? Gangen van zeepieren ‘gedateerd’ op 550 miljoen jaar oud, die nog zacht en flexibel zijn en blijkbaar samengesteld zijn uit de oorspronkelijke organische stoffen, houden het record.
  7. Dinosaurusbloedcellen, bloedvateneiwitten (hemoglobineosteocalcinecollageenhistonen) en DNA komen niet overeen met hun veronderstelde leeftijd van meer dan 65 miljoen jaar, maar hebben meer betekenis als de overblijfselen (hoogstens) duizenden jaren oud zijn.
  8. Gebrek aan 50:50 racemisatie van aminozuren in fossielen (menging van links en rechtsdraaiende aminozuren.) Levende organismen hebben alleen linksdraaiende aminozuren. Dode materie heeft een 50:50 samenstelling die al na enige duizenden jaren bereikt wordt. Toch worden fossielen ‘gedateerd’ met miljoenen jaren oud, terwijl er nog geen volledige racemisatie heeft plaatsgevonden.
  9. Levende fossielen—kwallen, graptolieten, coelacanth, stromatolieten, Wollemi pine en honderden meer.Dat vele honderden soorten zo onveranderd kunnen blijven, zelfs tot miljarden jaren in het geval van stromatolieten, weerspreekt dat de miljoenen en miljarden jaren reëel zijn.
  10. Onderbrekingen in de volgorde van fossilisering. Bijvoorbeeld: CoelacanthWollemi pine en verschillende ‘indexfossielen’, die aanwezig zijn in zogenaamde oude lagen, worden vermist in strata die vele miljoenen jaren daarop zijn gevormd, maar vandaag de dag nog steeds leven. Dergelijke onderbrekingen weerspreken de interpretatie van de rotsformaties als uitgestrekte geologische tijdperken—hoe kon de Coelacanth bijvoorbeeld 65 miljoen jaar lang voorkomen dat hij gefossiliseerd werd? Zie The ‘Lazarus effect’: rodent ‘resurrection’!
  11.  De leeftijden van bomen, de langst levende organismen op aarde, zijn in overeenstemming met een leeftijd van de aarde van duizenden jaren.

Geologisch bewijs voor een jonge leeftijd van de aarde

  1. Schaarste van plantenfossielen in vele formaties die overvloedige dierlijke/herbivore fossielen bevatten.Bijvoorbeeld de Morrison-formatie (Jurassic) in Montana.Zie Origins 21 (1): 51-56, 1994. Ook de Coconino-zandsteen in de Grand Canyon heeft veel sporen (dieren), maar is bijna verstoken van planten. Implicatie: deze rotsen zijn geen ecosystemen van een ‘tijdperk’ die ter plaatse over onafzienbare tijden zijn begraven zoals evolutionisten beweren. Het bewijsmateriaal komt beter overeen met catastrofaal transport en begraving tijdens de wereldwijde Zondvloed. Dit elimineert het veronderstelde bewijs voor miljoenen jaren.
  2.  Dikke, strak gebogen lagen zonder tekenen van smelten of breken.  De opwarving van Kaibab bijvoorbeeld in Grand Canyon duidt op snel vouwen voordat de sedimenten tijd hadden om te stollen (de zandkorrels waren niet langwerpig onder stress zoals we verwachten als de steen gehard was). Dit weerspreekt honderden miljoenen jaren van tijd en wijst op extreem snelle formatie tijdens de zondvloed. Zie Warped earth (geschreven door een geofysicus).
  3. Polystrate fossielen—boomstammen in kolen (Araucaria soorten: king billy pines (Athrotaxis selaginoides), celery top pines, in steenkool van het zuidelijk halfrond). Er zijn ook polystrate boomstammen (die door lagen van verschillende ouderdom heengaan) in de versteende bossen van Yellowstone en Joggins, Nova Scotia en op veel andere plaatsen. Polystrate gefossiliseerde lycopod boomstammen komen voor in steenkool op het noordelijk halfrond, wat wederom wijst op snelle begraving/vorming van het organische materiaal dat steenkool werd.
  4. Experimenten laten zien dat met omstandigheden die natuurlijke krachten nabootsen, kool zich snel vormt; in weken voor bruinkool, tot maanden voor zwarte steenkool. Er zijn geen miljoenen jaren voor nodig. Bovendien kunnen lange perioden een belemmering vormen voor steenkoolvorming vanwege de verhoogde waarschijnlijkheid van de permineralisatie (afzetting van mineralen in de celwanden) van het hout, hetgeen steenkoolvorming zou belemmeren.
  5.  Experimenten laten zien dat met omstandigheden die natuurlijke krachten nabootsen, olie snel ontstaat: er zijn geen miljoenen jaren voor nodig, wat overeenkomt met een leeftijd van enkele duizenden jaren.
  6.  Experimenten laten zien dat met op natuurlijke krachten na te bootsen omstandigheden opalen zich binnen een paar weken en niet miljoenen jaren vormen, zoals werd beweerd.
  7.  Bewijs voor snelle, catastrofale vorming van steenkoollagen spreekt zich uit tegen de honderden miljoenen jaren die hier normaal voor worden geclaimd, inclusief Z-vormige naden die wijzen op een enkele afzettingsactiviteit die deze lagen produceert.
  8.  Het bewijs voor snelle verstening van hout spreekt de noodzaak voor lange perioden tegen en stemt overeen met een leeftijd van duizenden jaren.
  9.  Clastische dijken en pijpen (indringing van sediment door bovenliggende sedimentair gesteente) tonen aan dat de overliggende rotslagen nog steeds zacht waren toen ze zich vormden. Dit comprimeert drastisch de tijdschaal voor de depositie van de doordrongen gesteentelagen. Zie, Walker, T., Fluidisation pipes: Evidence of large-scale watery catastropheJournal of Creation (TJ) 14 (3): 8-9, 2000.
  10.  Para(pseudo)conformiteiten—waarbij een gesteentelaag bovenop een andere rotslaag ligt, maar waartussen vermoedelijk lagen met miljoenen jaren van geologische tijd ontbreken. Toch mist het contactvlak iedere vorm van significante erosie; dat wil zeggen, het is een ‘platte kloof’. Bijvoorbeeld Coconino zandsteen/heremiet schalie in de Grand Canyon (vermoedelijk een kloof van tien miljoen jaar in de tijd). De dikke Schnebly Hill Formation (zandsteen) ligt tussen de Coconino en Hermit in centraal Arizona. Zie Austin, SA, Grand Canyon, monument to catastrophe, ICR, Santee, CA, VS, 1994 en Snelling, A., The case of the ‘missing’ geologic timeCreation 14 (3): 31-35, 1992.
  11.  De aanwezigheid van kortstondige markeringen (regendruppelmarkeringen, rimpelvlekken, dierensporen) op de grenzen van paraconformiteiten (waarvan de bovenste lagen ouder zijn dan de onderliggende lagen) tonen aan dat de bovenste rotslaag direct na de onderste is afgezet, waardoor vele miljoenen jaren van ‘gap’-tijd worden geëlimineerd. Zie referenties in Para(pseudo)conformities.
  12.  Het ineengrijpen van aangrenzende lagen die zogenaamd gescheiden zijn door miljoenen jaren, elimineert ook vele miljoenen jaren van veronderstelde geologische tijd. The case of the ‘missing’ geologic time; Mississippian and Cambrian strata interbedding: 200 million years hiatus in question, CRSQ 23 (4): 160-167.
  13.  Het gebrek aan bioturbatie (wormgaten, wortelgroei) bij paraconformiteiten (jongere lagen boven oudere) versterkt het gebrek aan tijd waar evolutionaire geologen vele miljoenen jaren moeten tussenvoegen om de leeftijden van de rotsen aan te passen aan het ‘gegeven’ tijdsschema van miljarden jaren.
  14.  Het bijna volledig ontbreken van duidelijk herkenbare bodemlagen overal in de geologische kolom. Geologen beweren dat ze veel ‘fossiele’ bodems hebben gevonden (paleozoën), maar deze zijn heel anders dan de tegenwoordige bodem, zonder de kenmerken die de bodemhorizon karakteriseren; functies die worden gebruikt bij het classificeren van verschillende bodems. Iedere laag die grondig is onderzocht, blijkt de kenmerken van een goede bodem te missen. Als de oude aarde hypothese klopt, met honderden miljoenen jaren van overvloedig leven op aarde, dan was er vele malen genoeg gelegenheid geweest voor de bodemvorming. Zie Klevberg , P. en Bandy, R., CRSQ 39 : 252-68; CRSQ 40: 99-116, 2003; Walker, T., Paleosols: digging deeper buries ‘challenge’ to Flood geologyJournal of Creation 17 (3):28-34, 2003.
  15.  Beperkte mate van disharmonische gelaagdheid of discordantie (d.i. een erosieoppervlak dat jongere lagen van oudere legen scheidt). Oppervlakken eroderen snel (bijv. Badlands, South Dakota), maar er is zeer beperkte disharmonische gelaagdheid. Er is de ‘grote discordantie’ aan de voet van de Grand Canyon, maar verder zijn er vermoedelijk ~300 miljoen jaar aan lagen bovenop gedeponeerd zonder enige significante afwijkingen. Dit komt weer overeen met een veel kortere tijd van depositie van deze lagen. Zie Para(pseudo)conformities.
  16.  De hoeveelheid zout in ’s werelds oudste meer spoort niet met de veronderstelde leeftijd en suggereert een leeftijd die meer overeenstemt met formatie na de zondvloed, wat wijst op een jonge leeftijd van de aarde.
  17.  De ontdekking dat onder water aardverschuivingen (‘modderstromen’) met een snelheid van ongeveer 50 km/h grote sedimentgebieden kunnen creëren in een paar uur (Press, F., en Siever, R., Earth, 4e, Freeman & Co., NY, USA, 1986). Afzettingen waarvan men meende dat ze zich langzaam over een onafzienbare tijd hebben gevormd, worden nu herkend als zijnde zeer snel gevormd. Zie bijvoorbeeld: A classic tillite reclassified as a submarine debris flow (technisch).
  18.  Stromingstankonderzoek met sediment van verschillende deeltjesgroottes laat zien dat gelaagde rotslagen waarvan men aannam dat die zich over een lange tijd op de bodems van meren hadden gevormd, zich in zeer korte tijd vormden. Zelfs de precieze laagdikten van stenen werden gedupliceerd nadat ze in hun sedimentaire deeltjes waren gemalen en door de tank waren gegaan. Zie Experiments in stratification of heterogeneous sand mixtures, Sedimentation Experiments: Nature finally catches up! en Sandy Stripes: Do many layers mean many years?
  19.  Waargenomen voorbeelden van snelle vorming van ravijnen; bijvoorbeeld Providence Canyon in het zuidwesten van Georgia, Burlingame Canyon in de buurt van Walla Walla, Washington, en Lower Loowi Canyon bij Mount St Helens. De vormingssnelheid van deze ravijnen, die lijken op andere ravijnen die zogenaamd vele miljoenen jaren nodig hadden om zich te vormen, stelt de veronderstelde leeftijd ter discussie van de ravijnen die niemand heeft zien vormen.
  20.  Waargenomen voorbeelden van snelle eilandvorming en rijping, zoals Surtsey, die het idee weerspreken dat dergelijke eilanden zich over een lange periode moeten vormen. Zie ook, Tuluman—A Test of Time .
  21. De mate van erosie van kustlijnen, horizontaal gezien. Beachy Head, VK, verliest elke zes jaar een meter kust aan de zee.
  22.  De mate van verticale erosie van continenten is niet consistent met de veronderstelde ouderdom van de aarde. Zie Creation 22 (2): 18-21.
  23.  Het bestaan ​​van omvangrijke plateaus die op vele miljoenen jaren oud worden ‘gedateerd’ (‘verhoogde oervlaktes’). Een voorbeeld is Kangaroo Island (Australië). R. Twidale, een beroemde Australische fysisch geograaf schreef: “Het bestaan ​​van deze paleovormen is in zekere mate een schande voor alle algemeen aanvaarde modellen van landschapsontwikkeling.” Twidale, C.R. On the survival of paleoforms, American Journal of Science 5 (276): 77-95, 1976 (citaat op blz. 81). Zie Austin, SA, Did landscapes evolve? Impact 118 , april 1983.
  24.  De recente en bijna gelijktijdige oorsprong van alle hoge bergketens over de hele wereld—inclusief de Himalaya, de Alpen, de Andes en de Rockies—die het grootste deel van de opwaartse kracht hebben ondergaan tot hun huidige hoogte, beginnend ‘vijf miljoen’ jaar geleden, terwijl de bergvormingsprocessen veronderstelt worden al miljarden jaren plaats te vinden. Zie Baumgardner, J., Recent uplift of today’s mountainsImpact 381, maart 2005.
  25. Dit zijn kloven die bergketens doorsnijden waar rivieren lopen.Ze komen wereldwijd voor en maken deel uit van wat evolutionaire geologen ‘discordante afvoersystemen’ noemen. Ze zijn ‘discordant’ omdat ze niet passen in het “oude aarde”-geloofssysteem. Het verschijnsel past wel in een veel jonger leeftijdskader waar de kloven werden gesneden in de recessieve fase/verspreidende fase van de zondvloed. Zie Oard, M., Do rivers erode through mountains? Waterkloven zijn sterk bewijs voor de Genesis Flood, Creation 29 (3): 18-23, 2007.
Erosie op plaatsen zoals Niagara Falls komt overeen met een tijdsbestek van enkele duizenden jaren sinds de zondvloed.
  1.  Erosie bij Niagara Falls en andere dergelijke plaatsen is in overeenstemming met slechts een paar duizend jaar sinds de zondvloed. Maar het overgrote deel van de Niagara-kloof ontstond waarschijnlijk zeer snel tijdens de catastrofale afwatering van het gletsjermeer Agassiz; zie: Climate change, Niagara and Catastrophe.
  2.  De groeisnelheid van de rivierdelta stemt overeen met duizenden jaren sinds de zondvloed, niet met enorme tijdsperioden. Het argument gaat terug tot Mark Twain. Voorbeeld 1: Mississippi–Creation Research Quarterly (CRSQ) 9:96-114, 1992; CRSQ 14:77; CRSQ 25 : 121-123. Voorbeeld 2: Tigris-Eufraat: CRSQ 14:87, 1977.
  3. Ondervoede stromen. Riviervalleien zijn te groot voor de stromen die ze bevatten. Dury spreekt van de “continentale verdeling van ondervoede stromen”. Met behulp van studies over meander-kenmerken concludeerde Dury dat eerdere stromen vaak 20-60 keer hun huidige afvoer hadden. Dit betekent dat de rivierdalen zeer snel zijn uitgeslepen , niet langzaam over eindeloze perioden van tijd. Zie Austin, SA, Did landscapes evolve? Impact 118, 1983.
  4.  Hoeveelheid zout in de zee. Zelfs als we het effect van de zondvloed negeren en uitgaan van een startzoutgehalte van nul en alle invoer- en verwijderingspercentages maximaliseren om de tijd die nodig is om al het zout te verzamelen zo hoog mogelijk te maken is de maximale leeftijd van de oceanen 62 miljoen jaar. Minder dan 1/50 van het tijdperk dat evolutionisten aanhouden voor de oceanen. Dit geeft aan dat de leeftijd van de aarde ook radicaal lager is.
  5.  De hoeveelheid sediment op de zeebodems zou zich met de huidige snelheden van landerosie in slechts 12 miljoen jaar ophopen; een oogwenk vergeleken met de veronderstelde leeftijd van maximaal 3 miljard jaar van een groot deel van de oceaanbodem. Overigens denken “oude aarde”-geologen dat er hogere erosiesnelheden in het verleden kunnen zijn geweest, wat het tijdsbestek verkort. Vanuit bijbels oogpunt zou aan het einde van de zondvloed veel sediment zijn toegevoegd aan de zee met het water uit het nog niet-geconsolideerde landoppervlak, waardoor de hoeveelheid sediment perfect in overeenstemming is met een geschiedenis van duizenden jaren.
  6.  IJzer-mangaan knollen op de zeebodems. De gemeten groeisnelheid van deze knollen geeft een leeftijd van slechts duizenden jaren aan. Lalomov , A.V., 2006. Mineral deposits as an example of geological ratesCRSQ 44 (1):64-66.
  7.  De ouderdom van placerafzettingen (concentraties van zware metalen zoals tin in moderne sedimenten en geconsolideerde afzettingsgesteenten). De gemeten depositiesnelheden duiden op een leeftijd van duizenden jaren, niet op de veronderstelde miljoenen. Zie Lalomov , A.V. en Tabolitch, S.E., 2000. Age determination of coastal submarine placer, Val’cumey, northern Siberia, Journal of Creation (TJ) 14 (3):83-90.
  8. De druk in olie-/gasbronnen geeft de recente oorsprong van olie en gas aan.Als ze vele miljoenen jaren oud waren, zouden we verwachten dat de druk zal afnemen, zelfs in rotsen met lage doorlaatbaarheid. “Experts in de opsporing van aardolie zien de onmogelijkheid om een ​​effectief model te creëren, gegeven een lange en trage olieproductie over miljoenen jaren (Petukhov, 2004). Als de modellen de standaard geochronologische schaal van meerdere miljoenen jaren vereisen, is naar hun mening de beste opsporingsstrategie het boren van putten in een willekeurig patroon.” – Lalomov, A.V., 2007. Mineral deposits as an example of geological rates. CRSQ 44(1):64-66.
  9.  Direct bewijs dat olie zich vandaag vormt in het Guaymas Basin en in Bass Strait stemt overeen met een jonge aarde (hoewel niet noodzakelijk voor een jonge aarde).
  10.  Snelle omkeringen in paleomagnetisme pleiten tegen het gebruik van paleomagnetisme voor hoge datering van gesteenten en wijzen op snelle processen, waardoor de tijdschaal van lange perioden enorm wordt samengeperst.
  11.  Het patroon van magnetisatie in de magnetische strepen waar magma opwelt in de geulen midden in de oceaan, weerspreekt het geloof dat omkeringen vele duizenden jaren in beslag nemen en wijst eerder op snelle verspreiding van de troggen in de zeebodem en snelle magnetische omkeringen, in overeenstemming met een jonge aarde (Humphreys, D.R., Has the Earth’s magnetic field ever flipped? Creation Research Quarterly 25 (3):130-137, 1988).
Langs de oceaanruggen spreekt het gedetailleerde patroon van magnetische polarisatie, met eilanden van verschillende polariteit, over snelle veranderingen in de richting van het magnetisch veld van de aarde vanwege de koelsnelheid van de lava. Dit komt overeen met een jonge aarde.
Langs de oceaanruggen spreekt het gedetailleerde patroon van magnetische polarisatie, met eilanden van verschillende polariteit, over snelle veranderingen in de richting van het magnetisch veld van de aarde vanwege de koelsnelheid van de lava. Dit komt overeen met een jonge aarde.
  1.  Gemeten snelheden van groei van stalactieten en stalagmieten in kalksteengrotten komen overeen met een jonge leeftijd van enkele duizenden jaren. Zie ook artikelen over kalksteengrotten.
  2.  Het verval van het magnetisch veld van de aarde. Exponentieel verval is duidelijk uit metingen en is consistent met de theorie van het vrije verval sinds de schepping, wat duidt op een ouderdom van de aarde van slechts duizenden jaren. Voor verder bewijs dat het exponentieel verval volgt met een tijdconstante van 1611 jaar (± 10) zie: Humphreys, R., Earth’s magnetic field is decaying steadily–with a little rythmCRSQ 47 (3):193-201;
  3.  Overschot in de warmtestroom uit de aarde komt overeen met een jonge leeftijd in plaats van miljarden jaren, zelfs als rekening wordt gehouden met warmte van radioactief verval. Zie Woodmorappe, J., 1999. Lord Kelvin revisited on the young age of the earthJournal of Creation (TJ) 13 (1): 14, 1999.

Radiometrische datering en de ouderdom van de aarde

  1.  Koolstof-14 in steenkool wijst op een ouderdom van duizenden jaren en is duidelijk in tegenspraak met een ouderdom van miljoenen jaren.
  2.  Koolstof-14 in olie wijst opnieuw op duizenden en niet op miljoenen jaren.
  3.  Koolstof-14 in fossiel hout evenzo.
  4.  Koolstof-14 in diamanten wijst ook op duizenden en niet op niet miljarden jaren. Merk op dat pogingen om koolstof-14 in diamanten, steenkool, enz. uit te leggen, zoals door neutronen uit uraniumverval dat stikstof omzet in C-14, niet werken. Zie: Objections.
  5.  Ongerijmde data van radio-isotopen gevonden met dezelfde techniek, pleiten tegen het vertrouwen op de dateringsmethoden die miljoenen jaren opleveren.
  6. Ongelijke gegevens van radio-isotopen met verschillende technieken pleiten tegen het vertrouwen op de dateringsmethoden die miljoenen (of miljarden) jaren voor de leeftijd van de aarde opleveren.
  7.  Aantoonbare niet-radiogene ‘isochrons’ van radioactieve en niet-radioactieve elementen ondermijnen de aannames achter isochron ‘datering’ die miljarden jaren oplevert. “Onechte” isochrons komen vaak voor.
  8.  Verschillende vlakken van hetzelfde zirkoonkristal en verschillende zirkonen van dezelfde rots die verschillende ‘leeftijden’ geven, ondermijnen alle ‘datums’ die worden verkregen uit zirkonen.
  9.  Het bewijs van een periode van snel radioactief verval in het recente verleden (lood- en heliumconcentraties en diffusiesnelheden in zirkonen) wijst op een verklaring voor een jonge aarde.
  10.  De hoeveelheid helium, een product van alfa-verval van radioactieve elementen, vastgehouden in zirkonen in graniet stemt overeen met een leeftijd van 6.000 ± 2000 jaar, niet met de vermeende miljarden jaren. Zie: Humphreys, D.R., Young helium diffusion age of zircons accelerated nuclear decay, Hoofdstuk 2 (pagina 25-100) in: Vardiman , Snelling en Chaffin (eds.), Radioisotopes and the Age of the Earth: Results of a Young Earth Creationist Research Initiative, Volume II, Institute for Creation Research and Creation Research Society, 2005.
  11. Lood in zircons van diepe boorkernen versus ondiepe boorkernen.Ze zijn vergelijkbaar, maar er moet minder in de diepe kernen zijn vanwege de hogere warmte, waardoor hogere diffusiesnelheden worden veroorzaakt dan gebruikelijk is. Als de leeftijd duizenden jaren is, zou er naar verwachting niet veel verschil zijn, wat ook het geval is (Gentry, R., et al., Differential lead retention in zircons: Implications for nuclear waste containment, Science 216 (4543):296-298, 1982; DOI: 10.1126/science.216.4543.296).
  12.  Pleochroïsche halo’s ontstaan in graniet door geconcentreerde plekjes van korte halfwaardetijdelementen, zoals polonium, duiden op een periode van snel nucleair verval van de lange halfwaarde ouder-isotopen tijdens de vorming van de rotsen en de snelle vorming van de rotsen, die beide de gebruikelijke ideeën van geologische miljoenen jaren en een enorme ouderdom van de aarde tegenspreken. Zie: Radiohalos: Startling evidence of catastrophic geologic processesCreation 28 (2): 46-50, 2006.
  13.  Gespleten pleochroïsche halo’s (radiohalo’s) die gevormd worden uit het verval van polonium, een zeer kort halveringstijdelement, in gecarboniseerd hout uit verschillende geologische tijdperken. Deze radiohalo’s wijzen op een snelle vorming van alle lagen rond dezelfde tijd, in hetzelfde proces, wat beter overeenstemd met het Bijbelse “jonge” aarde model dan met de miljoenen jaren die worden geclaimd voor deze gebeurtenissen.
  14.  De ‘Burning Mountain’ in Australië is in tegenspraak met de radiometrische datering en het geloofssysteem van miljoenen jaren (volgens de radiometrische datering van de lava-indringing die de kolen in brand heeft gestoken, heeft de steenkool in de berg al zo’n ~ 40 miljoen jaar in brand gestaan geleden gestaan, maar dit is duidelijk niet realistisch).

Astronomisch bewijs voor een jonge(re) leeftijd van de aarde en het universum

De ringen van Saturnus worden in toenemende mate erkend als relatief kortdurend in plaats van in essentie onveranderlijk gedurende miljoenen jaren.
De ringen van Saturnus worden in toenemende mate erkend als relatief kortdurend in plaats van in essentie onveranderlijk gedurende miljoenen jaren.
  1.  Bewijzen van recente vulkanische activiteit op de maan van de aarde zijn niet in overeenstemming met zijn veronderstelde enorme leeftijd, omdat de maan al lang geleden afgekoeld zou moeten zijn als hij miljarden jaren oud zou zijn. Zie: Transient lunar phenomena: a permanent problem for evolutionary models of Moon formation and Walker, T., and Catchpoole, D., Lunar volcanoes rock long-age timeframe, Creation 31(3):18, 2009. Zie verdere bevestiging: “In Long Last, Moon’s Core ‘Seen'”; http://creation.com/redirect.php?http://news.sciencemag.org/sciencenow/2011/01/at-long-last-moons-core-seen.html
  1.  Recessie van de maan van de aarde. Getijdewrijving zorgt ervoor dat de maan zich met 4 cm per jaar van de aarde verwijdert. Het zou in het verleden groter zijn geweest toen de maan en de aarde dichter bij elkaar stonden. De maan en de aarde zouden in catastrofale nabijheid (Roche-limiet) zijn geweest op minder dan een kwart van hun veronderstelde leeftijd.
  2.  Het magnetische veld van de maan in het verleden. Rotsen die worden bemonsterd uit de korst van de maan hebben restmagnetisme dat aangeeft dat de maan eens een magnetisch veld had dat veel sterker was dan het magnetisch veld van de aarde vandaag. Er bestaat geen plausibele ‘dynamo’ hypothese voor zelfs een zwak magnetisch veld, laat staan voor een sterk veld dat zoveel overblijvend magnetisme in een miljarden jaren kader zou achterlaten. Het bewijs is veel consistenter met een recente schepping van de maan en zijn magnetisch veld en vrij verval van het magnetisch veld in de 6000 jaar sindsdien. Humphreys, D.R., The moon’s former magnetic field—still a huge problem for evolutionistsJournal of Creation 26 (1):5-6, 2012.
  3.  Geestkraters op de maria van de maan (maria; enkelvoud mare: donkere ‘zeeën’ gevormd door massieve lavastromen) vormen een probleem voor de veronderstelde lange tijdperken. Enorme inslagen veroorzaakten kennelijk de grote kraters en lavastromen in die kraters, en deze lava begroef deels andere kleinere inslagkraters in de grotere kraters, waardoor er ‘geesten’ achterbleven. Maar dit betekent dat de kleinere inslagen niet te lang plaatsvonden na de grote, anders zou de lava in de grotere kraters zijn gestroomd vóór de kleinere inslagen. Dit suggereert een zeer krap tijdschema voor al deze kraters, en daarmee de andere kraterlichamen van ons zonnestelsel. Ze suggereren dat de kratervorming vrij snel heeft plaatsgevonden. Zie Fryman , H., Ghost craters in the sky, Creation Matters 4 (1):6, 1999; A biblically based cratering theory (Faulkner); Lunar volcanoes rock long-age timeframe.
  4.  De aanwezigheid van een significant magnetisch veld rond Mercurius spoort niet met de veronderstelde leeftijd van miljarden jaren. Een planeet die zo klein is, zou voldoende moeten zijn afgekoeld zodat elke vloeibare kern zou stollen, waardoor het ‘dynamo’-mechanisme van de evolutionisten wordt voorkomen. Zie ook, Humphreys, D.R., Mercury’s magnetic field is young! Journal of Creation 22 (3):8-9, 2008.
  5.  De buitenste planeten Uranus en Neptunus hebben magnetische velden, maar ze zouden al lang ‘dood’ moeten zijn als ze zo oud zijn als beweert wordt volgens evolutionaire ‘long-age’ geloofsvormen. Uitgaande van een ouderdom van duizenden jaren oud, voorspelde natuurkundige Russell Humphreys met succes de groottes van de magnetische velden van Uranus en Neptunus.
  6.  Jupiters grotere manen, Ganymede, Io en Europa, hebben magnetische velden, die ze niet zouden moeten hebben als ze miljarden jaren oud waren, omdat ze harde vaste kernen hebben en dus geen dynamo die de magnetische velden zou kunnen genereren. Dit stemt overeen met de voorspellingen van creationist Humphreys. Zie ook, Spencer, W., Ganymede: the surprisingly magnetic moonJournal of Creation 23 (1):8-9, 2009.
  7.  Vulkanisch actieve manen van Jupiter (Io) komen overeen met jeugdigheid (de Galileo-missie heeft 80 actieve vulkanen waargenomen). Als Io meer dan 4,5 miljard jaar lang uitbarstingen zou hebben gehad, zou het zijn hele massa 40 keer hebben uitgeworpen, zelfs bij slechts 10% van zijn huidige tempo. Io ziet eruit als een jonge maan en dit past niet bij de veronderstelde miljarden jaren voor het zonnestelsel. Zwaartekrachtaantrekking van Jupiter en andere manen is slechts verantwoordelijk voor een klein deel van de overtollige warmte die is geproduceerd.
  8.  Het oppervlak van de maan Europa van Jupiter. Studies naar de weinige kraters gaven aan dat tot 95% van de kleine kraters, en vele middelgrote, zijn gevormd uit puin dat is gegenereerd door grotere inslagen. Dit betekent dat er veel minder inslagen zijn geweest dan was gedacht in het zonnestelsel en dat de ouderdom van andere objecten in het zonnestelsel, afgeleid van kraterniveaus, drastisch moet worden verminderd (zie Psarris, Spike, What you aren’t being told about astronomy, volume 1: Our created solar system DVD, verkrijgbaar bij CMI).
  9.  Methaan op Titan (de grootste maan van Saturnus)–dit methaan had allemaal weg moeten zijn vanwege de door UV-straling geïnduceerde afbraak. De fotolyseproducten hadden ook een enorme zee van zwaardere koolwaterstoffen zoals ethaan moeten produceren. Een Astrobiology-artikel met als titel “The missing methane” citeerde een van de Cassini-onderzoekers, Jonathan Lunine, die zei: “Als de chemie op Titan stabiel zou zijn gebleven gedurende het bestaan van het zonnestelsel, dan zouden we voorspellen dat een laag van ethaan van 300 tot 600 meter dik zou zijn afgezet aan de oppervlakte. Maar zo’n laag is niet te zien, wat er op wijst dat de ouderdom van Titan slechts een heel klein deel is van de veronderstelde leeftijd van het zonnestelsel. Het is eigenlijk overbodig om te zeggen dat Lunine de kennelijke jonge leeftijd implicaties niet accepteert en gaat speculeren, bijvoorbeeld dat er een nog onbekende bron van methaan moet zijn.
  10.  De snelheid van verandering/verdwijning van de ringen van Saturnus is niet in overeenstemming met hun veronderstelde enorme leeftijd; ze spreken van jeugdigheid.
  11.  Enceladus, een maan van Saturnus, ziet er jong uit. Astronomen die werkten binnen het ‘miljarden jaren’ kader dachten dat deze maan koud en dood zou zijn, maar het is een zeer actieve maan, die enorme stralen van waterdamp en ijsdeeltjes met supersonische snelheden in de ruimte spuwt, hetgeen wijst op een veel jongere leeftijd. Uit berekeningen blijkt dat de kern zou moeten zijn bevroren na 30 miljoen jaar (minder dan 1% van zijn vermeende leeftijd); getijdewrijving vanuit Saturnus kunnen zijn jeugdige activiteiten niet verklaren (Psarris, Spike, What you aren’t being told about astronomy, volume 1: Our created solar system DVD; Walker, T., Enceladus: Saturn’s sprightly moon looks youngCreation 31 ( 3):54-55, 2009).
  12.  Miranda, een kleine maan van Uranus, zou reeds lang dood moeten zijn geweest, indien miljarden jaren oud, maar de extreme oppervlakte-eigenschappen suggereren anders. Zie Revelations in the solar system.
  13.  Neptunus had al lang ‘koud’ moeten zijn geweest, en zou geen sterke winden moete hebben als hij miljarden jaren oud zou zijn, maar Voyager II in 1989 trof het anders aan–het heeft de snelste winden in het hele zonnestelsel. Deze waarneming is in overeenstemming met een jonge leeftijd, niet miljarden jaren. Zie Neptune: monument to creation.
  14.  Neptunus’ ringen hebben dikke regio’s en dunne regio’s. Deze ongelijkheid betekent dat ze niet miljarden jaren oud kunnen zijn, aangezien botsingen van de  voorwerpen in de ringen deze ringen uiteindelijk zeer uniform zou maken. Zie Revelations in the solar system.
  15.  De jonge oppervlakteleeftijd van de maan van Neptunus, Triton: minder dan tien miljoen jaar, zelfs met evolutionaire aannames over de frequentie van de inslagen. (zie Schenk, PM, en Zahnle, K. On the Negligible Surface Age of TritonIcarus 192 (1):135- 149, 2007. <doi:10.1016/j.icarus.2007.07.004>.
  16.  Uranus en Neptunus hebben beide magnetische velden die aanzienlijk buiten de omwentelingsas liggen, wat een instabiele situatie veroorzaakt. Toen dit werd ontdekt bij Uranus, werd door evolutionaire astronomen aangenomen dat Uranus op het moment van waarneming door een omkering van het magnetisch veld ging. Maar toen iets soortgelijks werd gevonden bij Neptunus, werd deze ad hoc verklaring verworpen. Deze waarnemingen zijn in overeenstemming met de leeftijd van duizenden jaren in plaats van miljarden jaren.
  17.  De baan van Pluto is chaotisch op een tijdschaal van 20 miljoen jaar en heeft invloed op de rest van het zonnestelsel, wat ook instabiel zou worden op die tijdschaal, en dat wijst erop dat het veel jonger moet zijn. (Zie: Rothman, T., God takes a nap, Scientific American 259 (4): 20, 1988).
  18.  Het bestaan van korte-periode kometen (omlooptijd korter dan 200 jaar), bijv. Halley, die een levensduur van minder dan 20.000 jaar hebben, is in overeenstemming met een leeftijd van het zonnestelsel van minder dan 10.000 jaar. Ad hoc hypothesen moeten worden uitgevonden om dit bewijs te omzeilen (zie Kuiper Belt). Zie ook Comets and the age of the solar system.
  19. “Nabij-infraroodspectra van het Kuipergordelobject, Quaoar, en het verwachtte Kuipergordelobject, Charon, geven aan dat beiden kristallijn waterijs en ammoniak hydraat bevatten. Dit waterige materiaal kan niet veel ouder zijn dan 10 miljoen jaar, wat in overeenstemming is met een jong zonnestelsel, niet een dat 5 miljard jaar oud is. Zie: The ‘waters above’.
  20. De levensduur van lange-periode kometen (omlooptijd langer dan 200 jaar) die tevens zonnegaarde kometen zijn (dit zijn kometen die de zon op korte afstand passeren) of anderen zoals Hyakutake of Hale-Bopp geeft aan dat ze niet tegelijk met het zonnestelsel 4,5 miljard jaar geleden kunnen zijn ontstaan. Echter, hun bestaan is wèl in overeenstemming met een jonge leeftijd van het Wederom werd een ad hoc Oortwolk uitgevonden om te verklaren waarom deze kometen nog steeds aanwezig zijn na miljarden jaren . Zie, Comets and the age of the solar system.
  21.  De maximaal te verwachten levensduur van de “near-earth” asteroïden ligt in de orde van één miljoen jaar, waarna ze botsen met de zon. En het Yarkovsky effect brengt de asteroïden van de hoofdomloopbanen sneller in de “near-earth” banen dan was gedacht. Dit roept de vraag op of de oorsprong van asteroïden met de vorming van het zonnestelsel (het gebruikelijke scenario) samenvalt, of dat het zonnestelsel veel jonger is dan de veronderstelde 4,5 miljard jaar. Henry, J., The asteroid belt: indications of its youthCreation Matters 11 (2): 2, 2006.
  22. De levensduur van binaire asteroïden–waarbij een kleine asteroïde ‘maan’ draait om een grotere asteroïde–in de belangrijkste gordel (ze vertegenwoordigen ongeveer 15–17% van het totaal) is beperkt tot ongeveer 100.000 jaar omdat getijde-effecten de levensduur van dergelijke binaire systemen beperken. De problemen rond het bedenken van een scenario voor het krijgen van binaire asteroïden in voldoende aantallen om de populatie in stand te houden hebben ertoe geleid dat sommige astronomen aan hun bestaan zijn gaan twijfelen, maar ruimtesondes bevestigen hun bestaan. (Henry, J., The asteroid belt: indications of its youthCreation Matters 11 (2): 2, 2006).
  23.  De waargenomen snelle veranderingen in sterren zijn in strijd met de enorme leeftijden die worden toegekend aan de evolutie van sterren. Bijvoorbeeld, Sakurais Object in Boogschutter: deze ster was, in 1994, zeer waarschijnlijk een witte dwerg in het centrum van een planetaire nevel; in 1997 was hij uitgegroeid tot een heldere gele reus, ongeveer 80 keer groter dan de zon (Astronomy & Astrophysics 321:L17, 1997). In 1998 was hij nog verder uitgebreid, tot een rode superreus 150 keer groter dan de zon. Maar toen kromp hij weer net zo snel; in 2002 was de ster zelfs onzichtbaar voor de meest krachtige optische telescopen, hoewel hij nog wel aantoonbaar is in het infrarood, dat door het stof heen schijnt (Muir, H., 2003, Back from the dead, New Scientist 177 (2384):28- 31).
  24.  De zwakke jonge zon paradox. Volgens de sterevolutietheorie, neemt het gemiddelde moleculaire gewicht van de zon toe omdat de kern van de zon transformeert van waterstof tot helium via kernfusie, hetgeen zou leiden tot samenpersing van de kern van de zon waardoor de snelheid van de kernfusie zou moeten toenemen. Het resultaat is dat na enkele miljarden jaren, de zon sinds haar ontstaan 40% helderder zou moeten zijn en 25% helderder sinds het verschijnen van het leven op aarde. Voor dit laatste verschijnsel vertaalt zich dit in een 16-18 °C temperatuurstijging op aarde. De huidige gemiddelde temperatuur is 15 °C, dus zou de aarde een temperatuur van –2 °C hebben gehad toen het leven verscheen. Zie: Faulkner, D., The young faint Sun paradox and the age of the solar systemJournal of Creation (TJ) 15 (2):3-4, 2001. Met ingang van 2010 blijft de zwakke jonge zon een probleem: Kasting , JF, Early Earth: Faint young Sun redux, Nature 464:687-689, 1 april 2010; doi: 10.1038/464687a; www.nature.com/nature/journal/v464/n7289/full/464687a.html
  25.  Bewijs van (zeer) recente geologische activiteit (tektonische bewegingen) op de maan is in strijd met zijn vermeende leeftijd van miljarden jaren en zijn hete oorsprong. Watters, TR, et al. Evidence of Recent Thrust Faulting on the Moon Revealed by the Lunar Reconnaissance Orbiter Camera, Science 329 (5994):936-940 20 augustus 2010; DOI: 10.1126/science.1189590 (“Deze waarneming, gekoppeld aan de zeer jonge schijnbare leeftijd van de hellingen, wijst op een algehele samentrekking in een laat stadium van de Maan.”) NASA pictures support biblical origin for Moon.
  26.  De reusachtige gasplaneten Jupiter en Saturnus stralen meer energie uit dan ze van de zon te ontvangen, wat wijst op een recente oorsprong. Jupiter straalt bijna twee keer zoveel energie uit als hij ontvangt van de zon, wat aangeeft dat het minder dan 1% van de veronderstelde 4,5 miljard jaar oude zonnestelsel kan zijn. Saturnus straalt bijna twee keer zo veel energie per eenheid van massa uit als Jupiter. Zie The age of the Jovian planets.
  27. Snelle sterren zijn in overeenstemming met een jonge leeftijd van het heelal. Bijvoorbeeld, veel sterren in de dwergsterrenstelsels in de Lokale Groep bewegen van elkaar af met snelheden geschat op 10–12 km/s. Bij deze snelheden moeten de sterren zich hebben verspreid in 100 Ma; in vergelijking met de vermeende 14.000 Ma leeftijd van het heelal is dit een korte tijd. Zie Fast stars challenge big bang origin for dwarf galaxies.
  28.  De veroudering van spiraalstelsels (veel minder dan 200 miljoen jaar) is niet in overeenstemming met hun veronderstelde leeftijd van vele miljarden jaren. De ontdekking van extreem ‘jonge’ spiraalstelsels wijst op het probleem van dit bewijs voor de veronderstelde evolutionaire tijdperken.
  29.  Het aantal type I supernovaresten (SNR) dat waarneembaar is in ons melkwegstelsel komt overeen met een leeftijd van duizenden jaren, niet miljoenen of miljarden. Zie Davies, K.,  3prd ICC , blz. 175-184, 1994.
  30.  De snelheid van de uitbreiding en de grootte van supernova’s geeft aan dat alle onderzochte exemplaren jong zijn (minder dan 10.000 jaar). Zie supernova remnants.

De menselijke geschiedenis komt overeen met een jonge leeftijd van de aarde

  1. Menselijke  Een bevolkingsgroei van minder dan 0,5% per jaar van zes mensen 4.500 jaar geleden zou de huidige bevolking kunnen produceren. Waar zijn alle mensen als we hier veel langer zouden zijn geweest?
  2. Menselijke skeletten en kunstvoorwerpen uit de ‘steentijd’. Er zijn er niet genoeg gevonden voor een menselijke bevolking van slechts één miljoen voor 100.000 jaar, laat staan van veel meer mensen (10 miljoen?). Zie Where are all the people?
  3.  Lengte van de geschreven geschiedenis. De oorsprong van de verschillende beschavingen, geschriften, etc., ligt allemaal rond dezelfde tijd, een paar duizend jaar geleden. Zie Evidence for a young world.
  4.   Overeenkomst in talen waarvan wordt beweerd dat ze al tienduizenden jaren lang gescheiden voorkomen weerspreekt de vermeende leeftijden (bijv: vergelijk sommige Aboriginal talen in Australië met talen in het zuidoosten van India en Sri Lanka). Zie The Tower of Babel account affirmed by linguistics.
  5. Gemeenschappelijke culturele ‘mythes’ spreken van de recente verspreiding van de volkeren over de hele wereld. Een voorbeeld hiervan is het vaak voorkomen van verhalen over een vloed die de aarde vernietigt.
  6. Oorsprong van de landbouw. Seculiere datering zet het op ongeveer 10.000 jaar en toch zegt diezelfde chronologie dat de moderne mens er al meer dan 200.000 jaar geweest moet zijn. Iemand zou toch veel eerder moeten hebben uitgewerkt hoe je zaden van planten moet zaaien om voedsel te produceren? Zie: Evidence for a young world.

 

Laatst bijgewerkt op 17 september 2017.