De lessen van Mount St. Helens

Hoe haar uitbarsting bijbelse geschiedenis ondersteunt

Pas bij mijn bezoek aan de Mount St. Helens vulkaan in de staat Washington (VS), zag ik de waarde van de enorme uitbarsting uit 1980. De afgelopen jaren had ik al veel geleerd over de uitbarsting door video’s, lezingen en rapporten. Toen de berg daadwerkelijk opblies, werden ook veel foutieve concepties over de geologie opgeblazen. Opvattingen die verkeerd waren, maar waar al meer dan een eeuw in werd geloofd.

Na jaren van rust kwam Mount St. Helens in maart 1980 proestend tot leven, ongeveer twee maanden voor zijn explosieve uitbarsting. De rook en het gerommel waarschuwden dat er iets groots in aantocht was. Ambtenaren stelden een verboden gebied op, gebaseerd op de verwachtingen van wetenschappers over hoe de uitbarsting zou plaatvinden.

De ontploffing was alleen groter dan verwacht en de eerste uitbarsting was zijwaarts naar het noorden in plaats van verticaal. Van de 57 sterfgevallen bevonden zich er slechts drie binnen de verboden zone; de rest gebeurde buiten de door wetenschappers voorspelde zone. Verkeerde geologische opvattingen kunnen dodelijk zijn.

Verkeerde geologische opvattingen hebben mensen ook op het verkeerde spoor gezet wat betreft de Bijbel—namelijk dat de beschreven gebeurtenissen mythologisch zijn en niet echt gebeurd zijn. Mount St. Helens veranderde dat; daarom ben ik zo geïnteresseerd geraakt in wat er zich heeft plaatsgevonden.

Figuur 1. Mount St. Helens voor de catastrofale uitbarsting.

De uitbarsting liet zien dat een geologische catastrofe in uren en dagen verschijnselen kan produceren, waarvan voorheen werd verondersteld dat die miljoenen jaren nodig hadden om te vormen. Als we zien wat de vulkaan in zo’n korte tijd heeft geproduceerd, beseffen we beter hoe de catastrofale zondvloed veel grotere geologische verschijnselen teweeg heeft gebracht.

 

Figuur 2. De uitbarsting sloeg de top van Mount St. Helens weg en liet een enorme krater achter.

Geoloog Dr. Steve Austin heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de geologische verschijnselen en de nasleep van de Mount St. Helens uitbarsting. Hij publiceerde uitgebreid over hoe deze catastrofe licht werpt op de wereldwijde catastrofe van de zondvloed, wat een belangrijke sleutel is voor het bevestigen van de waarheid van de Bijbel.1

Geologische lagen vormen zich binnen uren

Figuur 3. Klifwand met sediment afgezet door uitbarstingen van de Mount St. Helens, waaronder een acht meter dikke afzetting van gelaagd sediment.
© Morris, J. and Austin, S., Footprints in the Ash, Master Books, 2009.

Een van de vele verrassende gevolgen was een acht meter dikke sedimentaire afzetting, blootgesteld in een klif langs de North Fork Toutle Rivier (Figuur 3), en bestaat uit fijn gelaagd sediment (Figuur 4). Van ooggetuigenverklaringen, foto’s en waarnemingsapparatuur weten we dat alle afzettingen zich in slechts drie uur vormden, tussen 9 uur ‘s avonds en middernacht op 12 juni 1980.1

Het zette zich af vanuit zwarte wolken fijne, hete, met gas gemengde as die met hoge snelheid uit de vulkaan schoten—een pyroklastische stroom. De met as geladen stroom, die zwaarder was dan lucht, stroomde met een snelheid van meer dan 160 km/uur de vulkaan omlaag en langs het rivierdal, terwijl het as afzette.

De grote verrassing was dat de sedimentatie zich had afgezet in de vorm van fijne lagen, ook wel laminae genoemd. Men zou verwachten dat een catastrofale asstroom op hoge snelheid de kleine deeltjes zou mengen en een uniform, goed gemengde afzetting zou vormen.

Figuur 4. Een lagenstructuur in sediment dat afgezet is door een vulkanische uitbarsting.
© Morris, J. and Austin, S., Footprints in the Ash, Master Books, 2009.

Zo dacht men voorheen dat laminae erg langzaam, gedurende honderden jaren, moesten opstapelen. Maar Mount St. Helens liet zien dat grof en fijn materiaal zich automatisch scheidt in dunne, duidelijke banden. Daarbij toonde het ook aan dat zulke afzettingen zich erg snel kunnen ontwikkelen uit een snel stromend mengsel van vloeistof en gas.

Sindsdien hebben laboratoriumexperimenten ook aangetoond dat laminae ook snel kunnen ontstaan in stromend water.2 Dit laat zien hoe fijn gelaagde zandsteen afzettingen in andere situaties, zoals sommige diep liggende lagen in de Grand Canyon,1 waarschijnlijk snel gevormd zijn, wat binnen het tijdsbestek van de zondvloed mogelijk is.

Snelle ravijnvorming

De Mount St. Helens uitbarsting laat ook zien hoe ravijnen op een andere manier en veel sneller dan gedacht gevormd kunnen worden. Voortdurende uitbarstingen erodeerden de dikke laag sediment die aan de voet van de vulkaan was ontstaan, waar ze meerdere geulen en ravijnen vormden.

Figuur 5. “Little Grand Canyon” werd binnen een dag uitgeschuurd door een catastrofale modderstroom.
© Morris, J. and Austin, S., Footprints in the Ash, Master Books, 2009.

Een van die geulen werd de “Kleine Grand Canyon” (Figuur 5) genoemd, die ongeveer 1/40 de omvang van de Grand Canyon heeft.1 De wanden waren tot veertig meter hoog, de breedte tot zo’n 45 meter en er liep een klein waterstroompje doorheen. Iemand die deze kloof zou tegenkomen zou gemakkelijk kunnen concluderen dat dit langzaam en geleidelijk zou zijn geërodeerd door het kleine beekje dat er nu doorheen loopt over een periode van honderden of duizenden jaren.

De formatie van deze kloof was echter vastgelegd. Het werd uitgesneden door een modderstroom die ontstond nadat een kleine uitbarsting van Mount St. Helens wat sneeuw smolt in de krater 19 maart 1982. De modder hoopte op achter een puinwal, totdat deze doorbrak en de kloof in een enkele dag uitsleet. Dus het beekje veroorzaakte het ravijn niet: het ravijn veroorzaakte een beekje.

Figuur 6. Loowit Canyon, in eerste instantie binnen een paar maanden uitgeschuurd door modderstromen, gedeeltelijk in hard vulkanisch gesteente.
© Morris, J. and Austin, S., Footprints in the Ash, Master Books, 2009.

Twee andere ravijnen aan de flanken van de vulkaan leveren nog duidelijker bewijsmateriaal voor hoe ravijnen snel geërodeerd kunnen worden. Loowit Canyon (Figuur 6), die meer dan dertig meter diep is, was gedeeltelijk uitgehold in hard oud vulkanisch gesteente, nl. andesiet. Weer zou men kunnen veronderstellen dat het water, dat via een waterval binnenkomt, de kloof uitgesleten heeft gedurende duizenden jaren. Maar het ravijn is binnen een paar maanden tijd door modderstromen gevormd, in de tweede helft van 1980. Er vindt nog steeds erosie plaats, maar dat gaat lang niet zo snel meer als ten tijde van de grootste uitbarstingen van de vulkaan.

Step Canyon, ten westen van Loowit Canyon, is nog groter en meer dan 180 meter diep. Modderstromen die wegvloeiden uit de krater van de vulkaan erodeerden de kloof in hetzelfde tijdsbestek als Loowit Canyon. Opnieuw bleek dat de kracht van de modder door massief gesteente sneed, inclusief andesitische lavastromen.

Groeven niet van gletsjers

Figuur 7. Sporen uitgeslepen op een gesteentelaag door schuivend gesteente.
© Morris, J. and Austin, S., Footprints in the Ash, Master Books, 2009.

De vulkanische uitbarsting, inclusief de aardverschuiving, drukte gesteente langs de berghelling naar beneden over het landschap. Het schuiven van de grote rotsen kerfde groeven en krassen in het onderliggende gesteente (Figuur 7). Voor geologen was het gewoon om aan te nemen dat dit soort gleuven in rotsen door gletsjers veroorzaakt zijn, die het ijs en gesteente over het landschap duwden.

Maar deze interpretatie zou verkeerd zijn voor gleuven in het gesteente bij Mount St. Helens; deze werden uitgesleten door snel bewegend gesteente, aangedreven door een geologische catastrofe, niet door een langzaam bewegende gletsjer. Dit betekent dat veel geologische gebieden, waarvan werd gedacht dat ze in een ijzig milieu ontwikkeld zijn, herzien moeten worden, omdat ze helemaal niet van glaciale oorsprong behoeven te zijn.3

De vernietiging van bos verklaart oude steenkool en bossen

Figuur 8. Figuur 3. De omvang van de verwoesting van de Mount St. Helens uitbarsting.
Credit: Theresa Valentine / US Forest Service.

De prachtige coniferen rondom Mount St. Helens voorzagen de regionale houtindustrie voor de uitbarsting van grote werkgelegenheid. De uitbarsting op 18 mei, samen met de aardverschuiving en de daaropvolgende modderstromen, veranderde het noordelijk bosgebied in een uitgestrekt, grijs landschap (Figuur 8). Op sommige plaatsen werden de bomen vernietigd tot zo’n 25 kilometer afstand van de vulkaan. Zij werden van hun takken en bladeren ontdaan, ontworteld of tegen de grond geslagen in de richting van de uitbarsting.

Een klein deel van de aardverschuiving op 18 mei stortte zich in het schilderachtige Spirit Lake, net ten noorden van de vulkaan. Dit slingerde een enorme golf over het meer die 260 meter de tegenoverliggende helling opklom. Toen deze de helling opging, ontwortelde de golf een miljoen grote coniferen en sleurde ze mee terug het meer in. In het begin was het oppervlak zo dicht gepakt met drijvende boomstammen dat het water niet zichtbaar was. Vlotten van boomstammen zoals deze moeten heel gewoon zijn geweest gedurende de zondvloed, aangezien de bossen uit de periode voor de vloed werden door het verwoestende vloedwater.

De boomstammen die in Spirit Lake dreven schoven tegen elkaar, waarbij de bast en overblijvende takken werden afgeschraapt. Dit zonk naar de bodem van het meer en vormde een veenlaag, wat een mechanisme voor steenkoolvorming tijdens de zondvloed zou kunnen opperen.

Figuur 9. Bomen in Spirit Lake draaien verticaal als ze waterverzadigd raken.
© Morris, J. and Austin, S., Footprints in the Ash, Master Books, 2009.

Verrassend genoeg kantelden de stammen en gingen ze verticaal drijven toen ze waterverzadigd raakten (Figuur 9). Ze zonken uiteindelijk naar de bodem waarbij het zware wortelgedeelte in de onderliggende sediment- en veenlagen drong. De oorspronkelijk afgezette sedimenten in het meer verhoogden de bodem met zo’n negentig meter en meer sediment werd afgezet in de daaropvolgende maanden en jaren.

Naarmate meer boomstammen zonken, ontwikkelde zich een “bos” van verticale stammen met hun wortels begraven in bodemsediment op verschillende niveaus (Figuur 10). Als iemand dit zou zien en de vormingsgeschiedenis erachter niet zou kennen, dan zou hij kunnen denken dat er meerdere bossen op dezelfde plaats waren gegroeid en achtereenvolgens zijn begraven. Maar zo’n interpretatie zou verkeerd zijn. De verticale “bomen” op de bodem van Spirit Lake werden ontworteld uit één bos dat vernietigd werd in één catastrofale gebeurtenis.

Figuur 10. Bomen zinken en blijven verticaal op de bodem staan. Naarmate meer sediment ophoopt kan men verkeerd veronderstellen dat de boomstammen op die plaats zijn gegroeid, als diegene niet weet dat ze daarnaartoe vervoerd zijn.
Credit: Theresa Valentine / US Forest Service

Bomen werden ook verzwolgen door de grondverschuiving en kilometers stroomafwaarts in de Fork Toutle Rivier vervoerd. Meer dan dertig jaar na de ramp zag ik langs de Hummocks Trail nog steeds veel boomstammen uit de grond steken. In het verleden zeiden geologen routinematig dat verticale boomstammen, omgeven door sediment, begraven zijn waar ze groeiden.4

Dit is wat de informatieborden bij Specimen Ridge in het Yellowstone Park vertelden over de meerdere lagen boomstronken die zichtbaar waren—dat de bossen groeiden en meerdere malen begraven werden over een periode van vele tienduizenden jaren.

Dit tijdsbestek weersprak de Bijbelse tijdsperiode natuurlijk. Maar Mount St. Helens heeft die gedachte veranderd en de borden zijn uit Yellowstone verwijderd. Geologen weten nu dat bomen in verticale positie verplaatst en verticaal achtergelaten kunnen worden door vulkanische catastrofes, zoals we zien bij Mount St. Helens.

Dramatische verandering in manier van denken

De verwoestende uitbarsting van Mount St. Helens in 1980 liet heel wat zien van de effecten van een geologische catastrofe. Verschijnselen waarvan geologen van oudsher dachten dat ze een lange tijd nodig hadden om te ontwikkelen, ontstonden in korte tijd—binnen uren, dagen en weken.

Toch was de uitbarsting van Mount St. Helens, vergeleken met vulkanische normen en historische vulkanen, relatief klein en schoot ongeveer 1 km3 as de lucht in. De uitbarsting van de Vesuvius in 79 AD was drie keer zo groot; de Krakatoa in 1883 was achttien keer groter; de Tombora in 1815 was tachtig keer groter. Het volume aan lava in de Deccan Traps in India was zo’n beetje vijf miljoen keer hoger.

Dit geeft allemaal aan dat de vulkanische uitbarstingen tijdens de zondvloed miljoenen keren groter waren. Wanneer we de werkelijke onmetelijkheid van de bijbelse natuurramp in ogenschouw nemen en hoe die de hele wereld beïnvloedde, dan helpt het ons voor te stellen hoe de zondvloed de geologie van de wereld verklaart, en hoe het zo vlug kon gebeuren.

Op het moment dat wij ons realiseren dat de Bijbel niet mythologisch is, maar werkelijke geschiedkundige gebeurtenissen weergeeft, dan kunnen we haar boodschap met een nieuwe gedachtegang benaderen. Dan staan we open om nieuwe ontdekkingen te doen over de wereld en over onze plek daarin. 

 

Mount St. Helens onthult fatale radiodateringsfout
Figuur 11. Een nieuwe lava koepel die zich in 1984 opbouwde, nadat de uitbarstingen van 1980 waren geëindigd.

De explosie van mei 1980 blies vierhonderd meter van de top van de berg af en liet een gapende, hoefijzervormige krater achter. De uitbarsting ging gedurende het jaar door, maar in oktober kwam de vulkaan zodanig tot rust, dat de lava die van de binnenkant van de berg naar buiten kwam, zich in de krater verzamelde (Figuur 11).

Tegen 1986 had zich een koepel van 350 meter hoog gevormd met een diameter van 1.060 meter. Met het oog op het testen van de nauwkeurigheid van radioactieve datering, nam geoloog Steve Austin in 1992 een monster van het nieuwe vulkanische gesteente (daciet).5

Alle dateringsmethoden zijn gebaseerd op aannames, omdat we alleen de chemicaliën in het monster in het heden kunnen meten. Het is onmogelijk om terug in de tijd te gaan om te meten wat er in het monster zat toen het zich vormde, of te weten te komen wat er naderhand gebeurd is met het monster. De uitbarsting van Mount St Helens gaf een bijzondere mogelijkheid om de dateringsmethoden te testen, omdat we de feitelijke ontstaanstijd van de lavakoepel kennen.

Na het voorbereiden van een verzameling deelmonsters stuurde Dr. Austin deze naar een gerenommeerd commercieel laboratorium om metingen te doen die geschikt zijn voor de kalium-argon dateringsmethode. Er werden enkele deelmonsters genomen van het hele gesteente, waar andere gekozen werden om de nadruk te leggen op verschillende mineralen waaruit het gesteente bestond.

De “ouderdom” van een aantal van de verschillende deelmonsters, gebaseerd op de kalium-argon methode en met de gestandaardiseerde dateringsaannames, zijn weergegeven in de Tabel 1.

Tabel 1. Kalium-argon “leeftijd” van vulkanisch gesteente van Mount St. Helens.

Monster Berekende “ouderdom” in jaren
Hele gesteente 350.000 ± 50.000
Voornamelijk hornblende 900.000 ± 200.000
Voornamelijk pyroxeen 2.800.000 ± 600.000

De berekende leeftijden van het lavagesteente uit de koepel varieerde van 350 duizend jaar tot 2,8 miljoen jaar, hoewel het gesteente slechts tien jaar daarvoor gevormd was. De ‘leeftijd’ was klaarblijkelijk volledig verkeerd. Een belangrijke aanname van de kalium-argon methode is dat alle argon uit de lava ontsnapt als het nog gesmolten is. In dat geval zou de leeftijd het tijdstip aangeven dat de lava was gestold en het gesteente een gesloten systeem werd.

Maar deze aanname was verkeerd. Het gesteente bevatte nog veel argon toen het hard werd, waardoor het een verkeerde ouderdom gaf. Sommige mensen voerden als bezwaar aan dat de tests niet geschikt waren, omdat de kalium-argon methode alleen zou werken op gesteente dat daadwerkelijk miljoenen jaren oud is.6 Maar het plusminus bereik (±) per datering maakt het bezwaar ongeldig. Het bereik geeft de nauwkeurigheid aan van de laboratoriummetingen; bij elke meting is de omvang van de fout veel kleiner dan de berekende ‘ouderdom’. Dit geeft aan dat de gemeten argon ruim binnen de nauwkeurigheid van de apparatuur viel.

Deze zeldzame gelegenheid om radioactieve datering te testen op gesteente waarvan de ouderdom bekend is, heeft aangetoond dat de fundamentele aannames niet geldig zijn. Het vulkanische gesteente dat afkomstig was van de vulkanische uitbarsting van Mount St. Helens bevatte reeds zogenaamde “dochter” isotopen, die niet ontstaan zijn door radioactief verval toen het gesteente hard werd. Uit de tests bleek dat we niet kunnen vertrouwen op radioactieve dateringsresultaten van gesteente met onbekende ouderdom.

De Hummocks wijzen op voorheen onbekend vulkanisch gevaar
Figuur 12. Het Hummocks-voetpad met de krater van Mount St. Helens op de achtergrond.
Overgenomen van: http://creation.com/lessons-from-mount-st-helens.

De uitbarsting van Mount St. Helens was een geologische ramp en zo’n gebeurtenis vindt niet elke dag plaats. Ongekende surveillance en waarneming van de uitbarsting leverden nieuwe inzichten in veel geologische verschijnselen die vormen tijdens een catastrofe. Eén voorbeeld is een oneffen gebied met bulten en kuilen zo’n tien kilometer ten noordwesten van de berg, genaamd de Hummocks (de Heuvels of de Bulten). Al voor Mount St. Helens hadden geologen soortgelijke bulten opgemerkt bij andere vulkanen, en zij dachten dat deze gevormd waren door gletsjers of modderstromen.

Toen ik door de Hummocks trok, was het gebied voornamelijk begroeid met jonge bomen. Maar er waren ook meren, poelen, waterrijke gebieden, en open ruimten. In de verte was de gapende krater van Mount St. Helens zichtbaar. Het was ontnuchterend om te realiseren dat het bultige landschap ooit deel was van de vulkaan.

Toen hij uitbarstte, zakte de hele zijkant van de vulkaan in elkaar en stuwde een enorme hoeveelheid gesteente, sneeuw en ijs de berg af. De aardverschuiving raasde onder zijn eigen impuls en sleepte delen van de vulkaan ter grootte van kleine heuvels met zich mee de North Folk Toutle rivier af, schietend over golven en ruggen in het landschap alsof ze niet bestonden. De lawine raasde 22 kilometer door het rivierdal en liet zo’n vijftig meter puin achter in het gebied. Als dit niet was waargenomen, zouden we waarschijnlijk niet de connecties tussen de bulten en de vulkanische uitbarsting gemaakt hebben, of erkend hebben dat de rotslawine zich zo ver en snel verplaatst had.

Als resultaat van het waarnemen van de lawine en het nauwkeurig onderzoeken van de afzetting, realiseren onderzoekers zich nu dat honderden soortgelijke afzettingen aan de voet van vulkanen rond de wereld mogelijk op de zelfde manier gevormd zijn. Dit betreft ook Mount Egmont in Nieuw-Zeeland, waar de aardverschuiving zich dertig kilometer verplaatste. De aardverschuiving van Mount Shasta, Californië (VS), verplaatste zich vijftig kilometer.

Zo heeft de uitbarsting van de Mount St. Helens een voorheen onbekend gevaar onthuld met wereldwijde consequenties. Niet alleen heeft de uitbarsting nieuwe geologische gevaren laten zien, maar de uitbarsting heeft ook andere verschijnselen getoond, die een uitdaging vormen voor algemeen aanvaarde geologische aannames. Nieuwe processen kunnen licht werpen op geologische verschijnselen die voorheen verkeerd geïnterpreteerd zijn. Dit is met name relevant om de impact van de zondvloed op de geologie van onze planeet te begrijpen.

 

Referenties en noten

  1. Morris, J., and Austin, S.A., Footprints in the Ash: The explosive story of Mount St Helens, Master Books, Green Forest, AR, pp. 50–55, 2003. Zie ook: Walker, T., Geologic catastrophe and the young earthCreation 32(2):28–31, 2010; creation.com/geologist-steve-austin.
  2. Julien, P.Y., Lan, Y., and Berthault, G., Experiments on stratification of heterogeneous sand mixturesJ. Creation 8(1):37–50, 1994.
  3. Oard, M.J. Ancient Ice Ages or Gigantic Submarine Landslides, Creation Research Society Monograph 6, Chino Valley, Arizona, 1997.
  4. Sarfati, J., The Yellowstone petrified forests: Evidence of catastropheCreation 21(2):18–21, 1999; creation.com/yellowstone.
  5. Austin, S.A., Excess argon within mineral concentrates from the new dacite lava dome at Mount St Helens volcano, J. Creation 10(3):335–343, 1996; creation.com/lavadome.
  6. Countering the critics: Radio-dating in rubble, Creation 23(3):24–25, 2001; creation.com/radio-dating-in-rubble.