‘Vreselijke hagedis’ gegrepen door vreselijke vloed

In de voetstappen van giganten
door Michael Oard in Creation 25(2).
vertaling FZ, Werkgroep In Genesis

Sporen van dinosauriërs

Wereldwijd zijn er miljoenen dinosauriër voetsporen ontdekt in sedimentair gesteente. Evolutionisten hebben van deze sporen, passend bij hun eigen geloofsysteem, verondersteld dat zij normaal gedrag van dieren vertegenwoordigen van ongeveer honderd miljoen jaar geleden. Daar staat tegenover dat de Bijbel duidelijk maakt dat alle dinosauriërs die eens leefden omkwamen bij de zondvloed ten tijde van Noach, behalve diegene aan boord van de ark. Op het eerste gezicht lijkt het lastig om de vorming van dinosauriërsporen tijdens de zondvloed te verklaren. Maar bij nader onderzoek van de details blijkt echter dat de zondvloed een meer aanvaardbare verklaring biedt.

Sporen in een rechte lijn

Ten eerste, zijn de individuele sporen die wereldwijd gevonden worden bijna altijd rechtlijnig. [1] Normaal gedrag van dieren zou vaak ook kronkelende sporen moeten vertonen, zoals we ze ook kunnen waarnemen bij sporen achtergelaten in de sneeuw. Rechtlijnige sporen duiden erop dat de dieren angstig waren, alsof ze vluchtten voor een catastrofe.

Onderzoekers vonden in het zuiden van Engeland recentelijk veertig rechte sporen van twee typen grote plantetende dinosauriërs, parallel aan elkaar. [2] Daar vlakbij werden ook de sporen ontdekt van een grote vleesetende dinosauriër, welke in dezelfde richting liep. [3] Deze sporen leiden tot een ‘jager-prooi’ interpretatie door de evolutionisten. Maar de sporen kunnen net zo goed, zo niet beter verklaard worden als verschillende typen dinosauriërs die allen voor dezelfde gebeurtenis vluchtten in één en dezelfde richting.

Weinig jonge dinosauriërs

Er zijn weinig tot geen sporen van baby’s, of jonge adolescenten gevonden samen met sporen van oudere adolescente en volwassen dinosauriër sporen. Een normale samenstelling van sporen zou overvloedig sporen moeten bevatten van baby, en jong adolescente dieren. Bijvoorbeeld, 50% van de olifantsporen in Amboseli National Park, Afrika, werden gemaakt door baby’s of jong volwassenen. [4] Omdat dinosauriërsporen van jongvolwassenen zo zeldzaam zijn werden de sporen waarschijnlijk gevormd onder ongebruikelijke omstandigheden, in plaats van door normale activiteit van dieren. Tijdens de zondvloed werden baby’s en jong adolescente dieren waarschijnlijk achtergelaten, terwijl diegenen die meer mogelijkheden hadden om het naderende vloedwater te ontvluchtten zich uit de voeten maakten.

Sporen in zondvloed-gesteente

De sporen worden alleen gevonden op vlakke afzettingen. [5] De recente ontdekking van de zojuist genoemde sporen in Engeland zijn hier een goed voorbeeld van. Dit spreekt in het voordeel van snelle sedimentatie welke vlakke lagen vormt. Erosie zoals in het evolutionaire plaatje zou zelfs over honderden jaren op zijn minst een heuvelachtige topografie teweegbrengen waarbij meerdere afzettingen tevoorschijn komen. We zouden sporen op verschillende afzettingen moeten waarnemen, heuvel op, en neerwaarts in de valleien. Deze ongewone kenmerken van dinosauriërsporen passen niet goed bij normaal gedrag van dieren. Het bewijsmateriaal past beter bij een periode van wereldwijde stress op de dinosauriërs.

Hoe kunnen deze sporen verklaard worden binnen de zondvloed? Omdat de sporen gemaakt zijn door levende dinosauriërs moesten ze wel gemaakt zijn tijdens de eerste 150 dagen van de zondvloed, want alle ademende dieren die op het land leefden kwamen binnen die tijd om. [6] In de Rocky Mountains en hoogvlaktes van Noord-Amerika worden dinosauriërsporen vaak gevonden bovenop honderden tot duizenden meters sedimentair gesteente, wat al eerder was afgezet tijdens de zondvloed. Het is bekend uit overblijfselen na erosie dat de sporen bedekt waren met vele honderden meters sediment die daar bovenop werden afgezet. [7] Deze latere sedimenten zijn nadien weggeërodeerd tot het niveau waar we de sporen vinden. Deze enorme erosie past bij de latere fasen van de zondvloed wanneer het water zich terugtrekt van de oprijzende continenten naar de dalende oceaanbekkens.[8]

De zondvloed kwam op en nam weer af

dino sporen
Drie uit een serie van vijf dinosauriërsporen (twee ernstig geërodeerd) vormen een recht spoor op een afzetting in noordoost Wyoming, VS.

De zondvloed was een complexe gebeurtenis; Het water bedekte niet rustig al het land van voor de zondvloed om zich vervolgens weer rustig terug te trekken. Er waren krachten aan het werk die snelle schommelingen van het zeeniveau zouden veroorzaken tijdens de algemene stijging van de eerste vloedwateren. Naast de getijden, zou het zeeniveau snel stijgen en dalen vanwege verticale verschuivingen van de aardkorst en sterke stromingen die over de ondiepe landmassa’s vloeiden. De geofysici John Baumgardner en Daniel Barnette maakten een computermodel van een volledig overstroomde wereld. [9] Zij begonnen met al het water in een rusttoestand. Binnen en zeer korte tijd zou de rotatie van de aarde sterke stromingen veroorzaken van 40 tot 80 m/sec over de relatief ondiep bedekte continenten. Nog interessanter was de ontdekking dat in sommige gebieden het zeeniveau honderden meters daalde tot aan de bodem. Dit patroon verplaatste zich zo langzaam, dat het vrijgekomen land velen dagen in stand bleef, maar met snel fluctuerende zeeniveaus in de grensgebieden.

Wanneer werden de dino sporen gevormd?

Het grote gebied in het westen van Noord-Amerika waar de sporen worden gevonden zouden vroeg in de zondvloed begonnen zijn als een diep bekken. Het bekken zou zich snel hebben gevuld met sedimenten, waardoor het gebied ‘ondieper’ werd. De sedimenten zouden voor enige tijd bloot komen te liggen tijdens een daling van het zeeniveau als gevolg van een van de bovengenoemde mechanismen. [10] Wanhopige dinosauriërs zouden waarschijnlijk alleen een aantal ondieptes en zandbanken hebben kunnen vinden. Hetzij zwemmend, dobberend op rommel, of ingesloten op hoger gelegen land in de omgeving, moeten de dinosauriërs op het verse sediment geklommen zijn, waarbij ze sporen achterlieten, en snel hun eieren hadden gelegd. Toen het water opnieuw steeg hebben ze wanhopig geprobeerd te ontsnappen, daarbij rechte sporen producerend op afzonderlijke afzettingen. Het opkomende vloedwater zou ook zorgen voor een snelle bedekking van de sporen. Een noodzakelijke voorwaarde voor conservering. Het bestaan van dino sporen is in feite bewijsmateriaal voor snelle bedekking. [11]

Opnieuw zien we dat wat een ‘onoplosbaar probleem’ leek te zijn voor de bijbelse geschiedenis wordt opgelost wanneer we de zaak nader beschouwen. Sterker nog, we ontdekken al snel dat de sporen een belangrijk probleem vormen voor evolutionistische verklaringen. En niet alleen dat, maar wanneer we een ‘bijbelse bril’ opzetten kunnen we zien dat de feiten over dinosauriërsporen passen binnen deze ware geschiedenis (dat is de bijbelse), en zijn ze dus krachtig ondersteunend bewijsmateriaal.

dino's op de loop

Hoe zit het met sporen op meervoudige afzettingen in een lokaal gebied?

Geologen hebben ontdekt dat dinosauriërsporen zo nu en dan worden aangetroffen op afzettingen op meer dan een verticaal niveau in een lokaal of regionaal gebied. Dezelfde situatie doet zich voor met dinosauriëreieren. Het meest ‘lastige’ (voor zondvloed geologie) voorval van meervoudige niveaus van sporen is in de Jindong Formatie, Zuid-Korea.1 In deze formatie zijn meer dan 100 dinosauriërsporen gevonden op talloze dunne afzettingen in een gelaagde opeenvolging van 100 tot 200 meter dikte. De dinosauriërexpert Martin Lockley verklaard het voorval van de dinosauriërsporen als ‘groepen of kudden van bijna volwassen en volwassenen die het gebied doortrokken omwille van doelgerichte lokale of lange afstand migraties (dat is geen ordeloos rondlopen of lokaal begrazen)’.2 Kan de zondvloed een dergelijke verticale sporenvolgorde verklaren?

Feitelijk is het niet zo moeilijk. Zoals de hoofdtekst verklaart, waren er op, en neergaande zeeniveaus betrokken bij de zondvloed. Op sommige plaatsen waren de dinosauriërs gedwongen om heen en weer te bewegen op het blootliggende land. Tijdens iedere stijging werd er een dunne laag sediment afgezet, en de dinosauriërs zouden teruggelopen zijn over hetzelfde gebied tijdens iedere daling van het zeeniveau. In het geval van de Jindong Formatie, kan men verwachtten dat het blootliggende land tamelijk klein kon zijn, zodat de dinosauriërs over hetzelfde gebied moesten lopen, dwz over de eerder gemaakte sporen. Een soortgelijke opeenvolging is voorgesteld voor de meervoudige eieren lagen, welke in veel minder lagen voorkomen dan sporen in een lokaal gebied.

Er zijn overtuigende argumenten die de zondvloedinterpretatie begunstigen ten opzichte van de theorie van Lockley. Binnen het evolutionistische wereldbeeld wordt verwacht dat een opeenvolging van dinosauriërsporen gemaakt in strata 100 tot 200 meter dikte is afgezet over een lange tijdsperiode, mogelijk meerdere miljoenen jaren. Als dit het geval is, dan zou men vele verschillende typen dinosauriërsporen verwachtten. Maar feitelijk zijn de sporen op al deze vele lagen vergelijkbaar, en Lockley leidde hieruit af dat ze van één dinosauriërsoort afkomstig zijn. Dit zou nagenoeg onmogelijk zijn binnen het evolutionistische scenario, maar wel te verwachtten binnen het zondvloedmodel.

Referenties

1. Lockley, M.G., Dinosaur ontogeny and population structure: interpretations and speculations based on fossil footprints; in: Carpenter, K., Hirsch, K.F. and Horner, J.R. (Eds.), Dinosaur Eggs and Babies, Cambridge University Press, London, pp. 347–365, 1994.
2. Ref. 1, p. 352.


Meer informatie over sporen van dinosauriërs en hun connectie met de zondvloed in de artikelen:

 


Referenties en aantekeningen

[1] Lockley, M. and Hunt, A.P., Dinosaur Tracks and Other Fossil Footprints of the Western United States, Columbia University Press, New York, p. 165, 1995.
[2] Day, J.J., Upchurch, P., Norman, D.B., Gale, A.S. and Powell, H.P., Sauropod trackways, evolution, and behaviour, Science 296(5573):1659, 2002.
[3] Researchers find impressions of dino life, <www.cnn.com/2002/TECH/science/05/31/dino.tracks.ap/index.html>, 31 May 2002.
[4] Lockley, M.G., Dinosaur ontogeny and population structure: interpretations and speculations based on fossil footprints; in: Carpenter, K., Hirsch, K.F. and Horner, J.R. (Eds.), Dinosaur Eggs and Babies, Cambridge University Press, London, p. 359, 1994.
[5] Lockley, M., Tracking Dinosaurs—a New Look at an Ancient World, Cambridge University Press, London, pp. 136–138, 1991.
[6] Genesis 7:22.
[7] Oard, M.J., Where is the Flood/post-Flood boundary in the rock record? CEN Tech. J.10(2):258–278, 1996.
[8] Walker, T.B., A Biblical geological model; in: Walsh, R.E. (Ed.), Proceedings of the Third international Conference on Creationism, Technical Symposium Sessions, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, Pennsylvania, pp. 581–592, 1994;
Oard, M.J.
and Klevberg, P., A diluvial interpretation of the Cypress Hills Formation, Flaxville gravel, and related deposits; in: Walsh, R.E. (Ed.), Proceedings of the Fourth international Conference on Creationism, Technical Symposium Sessions, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, Pennsylvania, pp. 421–436, 1998;
Oard, M.J.
, Vertical tectonics and the drainage of Floodwater: a model for the middle and late diluvial period—part I, Creation Research Society Quarterly 38(1):3–17, 2001.
[9] Barnette, D.W. and Baumgardner, J.R., Patterns of ocean circulation over the continents during Noah’s Flood; in: Walsh, R.E. (Ed.), Proceedings of the Third international Conference on Creationism, Technical Symposium Sessions, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, Pennsylvania, pp. 77–86, 1994.
[10] Oard, M.J., The extinction of the dinosaurs, CEN Tech. J.11(2):137–154, 1997; Oard, M.J., Dinosaurs in the Flood: a response, CEN Tech. J.12(1):72–73, 1998.
[11] Dinosauriërsporen welke waren ontdekt in Queensland moesten na opgraving weer bedekt worden want zij erodeerden weg door de blootstelling aan de elementen. Dus zij konden niet blootgesteld zijn geweest gedurende miljoenen jaren. Zie: Moves afoot to protect our outback dinosaur attraction, <www.tq.com.au/tqnews/issue02/2features/feat4.htm>, 4 December 2002.

Originele Engelse tekst op: http://www.creationontheweb.com/content/view/5122/