Dinosauriërs en draken: In het spoor van de legendes

Dinosauriërs en draken: In het spoor van de legendes
door Russell M. Grigg in Creation 14(3).
vertaling Eef Versteegen, Werkgroep In Genesis

De dinosauriërs zijn los in Groot Brittanië!
Ze komen in de vorm van vijf postzegels die een Iguadon, een Stegosaurus, een Tyrannosaurus, een Protoceratops en een Triceratops afbeelden. [1]
De postzegels zijn op 20 augustus 1991 uitgegeven door de Britse ‘Royal Mail’ ter ere van de 150e verjaardag van de term ‘dinosauriër’ (van het Griekse deinos ‘verschrikkelijk’ + sauros ‘hagedis’) welke in het leven werd geroepen door de Britse anatoom en paleontoloog Sir Richard Owen. Hij gebruikte de term op een bijeenkomst van de British Association for the Advancement of Science [red.1], die in 1841 gehouden werd in Plymouth.

Sir Richard Owen
Hierboven: De Britse anatoom Sir Richard Owen was een fel tegenstander van Charles Darwin’s evolutietheorie. Owen introduceerde het woord ‘dinosauriër’ in 1841.

Sir Richard Owen was de meest vooraanstaande expert in vergelijkende anatomie in Groot Brittanië en de eerste persoon die zich realiseerde dat deze wezens een kenmerkende groep vormden van voorheen onbekende reptielen. Terwijl nu iedereen deze conclusie aanvaard, is het tegenwoordig minder bekent dat Owen het op wetenschappelijke gronden oneens was met Charles Darwin en de evolutietheorie. [2]

Dinosauriës zijn sinds hun ontdekking op tenminste 280 postzegels afgebeeld, die 70 sets uit ongeveer 50 landen vertegenwoordigen, waaronder landen als Rusland, Marokko, Jemen, Nicoragua, China, Mongolië, Laos, Vietnam, Cuba en het Brits Antarctische gebied.

De niet-bestaande Brontosaurus is verbazingwekkend genoeg afgebeeld en benoemd op twee postzegels; één uit de Verenigde Staten (25&cent), die een paar van deze dieren laat zien en één uit de Centraal Afrikaanse Republiek (SOF), die een kudde van deze dieren laat zien. [3] Er zijn meer postzegeluitgaven geweest die de Tyrannosaurus afbeeldden, dan het totale aantal fossielen dat van deze dinosauriërsoort gevonden is (slechts drie complete skeletten tot op heden). [4] Evolutionisten geloven dat de dinosauriër is geëvolueerd, terwijl creationisten geloven dat zij ‘wild gedierte’ zijn, geschapen door God, tezamen met de andere op het land levende dieren, op de zesde dag van de scheppingsweek (Genesis 1:24-31). [5] Wie heeft er gelijk?

Evolutionistische verwachting

Als de evolutie gelijk heeft, dan zouden we verwachten dat;

  1. Er fossielbewijsmateriaal moet zijn die de voorouder van de dinosauriërs identificeert.
  2. Er fossielbewijsmateriaal moet zijn van tussenvormen, die de vele stadia laat zien in de formatie van de diverse karakteristieke kenmerken zoals bijvoorbeeld de ‘platen’ en ‘stekels’ van de ‘bepantserde’ dinosauriër (stegosaurus), de één-tot-zeven hoorns van de ‘gehoornde’ dinosauriër (ceratopian), de herkenbare snavel van de ‘eendachtige’ dinosauriër (hadrosaurus), de dikke schedel van de ‘dikkop’ dinosauriër (pachycephalosaurus), en ook de vleugels van de vliegende reptielen (pterosaurus), de kenmerkende eigenschappen van de diverse mariene (zee) reptielen enzovoorts.

Feitelijk verschijnen alle dinosauriërs volledig gevormd in het fossielenbestand, zonder enig spoor van een voorouder. Er is geen enkel dinosauriërfossiel dat een tussenvorm genoemd kan worden tussen een van de andere bekende typen.

Creationistische verwachtingen

Aan de andere kant, als schepping gelijk heeft en de dinosauriërs op de zesde dag van de scheppingsweek geschapen zijn, dan zouden we verwachten dat;

  1. Dinosauriër fossielen plotseling verschijnen in het fossielenbestand. Dat wil zeggen; zonder voorouders en tussenvormen. Dat is in feite wat we waarnemen.
  2. Als dinosauriërs geschapen waren door God op de zesde dag van de scheppingsweek, dan zou hieruit volgen dat twee van elke soort die nog leefde op het moment van de zondvloed aan boord van Noach’s ark zou moeten zijn gegaan. Konden zulke grote dieren wel ondergebracht worden?
  3. Aan boord van Noach’s ark

    Ten eerste waren ze niet allemaal groot; Veel dinosauriërs waren relatief klein zoals de Compsognathus, die ongeveer de afmeting van een kip had, en de Mussaurus, de kleinste dinosauriër die ooit gevonden is, met een schedel van 32 millimeter lengte, ongeveer de lengte van een gewone paper-clip. Ten tweede, net als de huidige reptielen, legden dinosauriërs normaal gesproken eieren met een leerachtige schaal (in vergelijking met een vogelei, die een harde schaal heeft) en blijven ze, na het uitkomen uit het ei, gedurende het grootste deel van hun leven nog groeien.

    Het grootste dinosauriërei werd gevonden in Frankrijk. Het is 30 centimeter lang en is te zien in de Redding University in Engeland. Andere van dezelfde locatie zijn 25 centimeter in lengte, ongeveer de afmeting van een rugbybal. Deze eieren werden gelegd door een gigantische sauropod, wat een gigantische quadrupedal (vier-benig) herbivoor (plant-eter) was. De reden voor deze relatief kleine afmeting is simpelweg: ‘hoe groter het ei, hoe dikker de schaal moet zijn’. Als de schaal te dik zou zijn, zou er niet genoeg lucht doorheen kunnen om de baby-dinosauriër hiervan te voorzien, noch zou de baby-dinosauriër in staat zijn om uit te breken. [7]

    Dus als de baby-dinosauriër de afmeting van een rugbybal heeft, is het redelijk om te veronderstellen dat God dinosauriërs met ‘kinder-afmetingen’ naar de ark heeft geleid, of misschien ‘tiener-afmetingen’. Het was zeker niet nodig voor Hem om ‘grootouder-formaat’ exemplaren te sturen!

  4. In de derde plaats mogen we naar alle redelijkheid verwachten dat als God de dinosauriërs op de zesde dag van de scheppingsweek gemaakt heeft, er verhalen over hen in de folklore van veel beschavingen moeten zouden bestaan, omdat mensen na de zondvloed gelijktijdig met hen moeten hebben geleefd, totdat ze uitgestorven raakten. Zulke verhalen zouden uiteraard niet de term ‘dinosauriër’ gebruiken, omdat deze pas in 1841 uitgevonden werd, zoals we reeds opmerkten. We zouden verwachten dat dergelijke verhalen termen gebruiken als ‘monster’ of ‘draak’.
  5. Draken verhalen

    Er zijn over de hele wereld veel van dergelijke verhalen. Eén van de oudste is die van Gilgamesh, een held uit een oud Babylonische epos, die een reusachtige reptielachtig wezen, genaamd Khumbaba, doodde in een cederbos. [8] De vroege Britten verschaffen ons de eerste Europese verslagen over reptielmonsters. Eén daarvan doodde en verslond koning Mordivus van Wales, in het jaar 336 voor Christus. Een andere monarch echter, koning Peredur, slaagde er in een monster te verslaan bij een plaats genaamd Llyn Llion, in Wales. [9], [10]

    Het Angel-Saxisch epische gedicht Beowulf vertelt hoe de Scandinavische Beowulf (495-583 N.C.) een monster genaamd Grendel en zijn moeder doodde, samen met diverse zeereptielen, [11] maar uiteindelijk op 88 jarige leeftijd zijn leven verloor bij het doden van een vliegend reptiel. De Saksische beschrijving van dit wezen past bij die van een reusachtige Pteranodon. Deze was ‘zeventien meter lang’ (mogelijk de spanwijdte). [12] Het monster Grendel, dat Beowulf vele jaren daarvoor reeds doodde, wordt als volgt beschreven. Het was blijkbaar een jonger exemplaar (hij was pas 12 jaar bekend), mensachtig in houding (tweebenig) en had aan de voorkant twee ledematen die de Saksen eorms (armen) noemden, waarvan Beowulf er een heeft afgerukt. Hij was een muthbona, een beest dat slacht met mond of kaken en zijn huid was ondoordringbaar voor zwaardsteken. [13]

    Andere bekende verhalen over middeleeuwse helden en draken, omvatten Siegfried van de oude Teutonen (mogelijk dezelfde persoon als Sigurd uit het Oude Scandinavië, die een monster genaamd Fafnir versloeg), [14] Tristan (of Tristram), Koning Arthur, en Sir Lancelot van Brittanië, [15] en misschien wel de bekendste van allemaal, St. George die de beschermheilige van Engeland werd. (De film en video The Great Dinosaur Mystery [16] gaat in op meer van dit soort verslagen.)

    Vlag van Wales

    Vlag van Wales.

    Het draken-embleem werd door vele legers gebruikt. Onder de late Oost-Romeinse keizers werd het paarse drakenembleem de ceremoniële standaard, genaamd de drakonteion. [17] In Engeland stond vóór de verovering door de Noormannen in 1066, de draak symbool voor de hoogste van de koninklijke oorlogsemblemen. Dit was ingesteld door Uther Pendragon, de vader van Koning Arthur. Andere koningen die het drakenembleem gebruikten waren Richard I, toen hij in 1191 op kruisvaart ging en Henry III, toen hij in 1245 oorlog voerde tegen de bewoners van Wales. [18]

    China, keizerlijke marinevlag, 1910. Bron: Encyclopaedia Britannica (New York: The Encyclopaedia Britannica Company, 1910)

    China, keizerlijke marinevlag, 1910. Bron: Encyclopaedia Britannica.

    In China verschijnt de draak als nationaal symbool en als embleem van de koninklijke familie. De draak versierde de Chinese vlag tot de oprichting van de Chinese Republiek, in 1911.

    Ongetwijfeld hebben vele van deze drakenverhalen gedurende de jaren aan verfraaiing/overdrijving gewonnen. Het feit van hun bijna wereldwijde bestaan en de vele punten van overeenkomst tussen deze verslagen wezens en de bekende dinosauriër fossielen, wijzen duidelijk naar een onderliggende realiteit. Moderne kinderboeken-verhalen over draken hebben zonder uitzondering tekeningen van sprookjesachtige wezens. Volgens Paul Taylor, [19] die uitgebreid onderzoek naar dit onderwerp heeft gedaan, hebben veel (misschien wel de meeste) van de historische drakenverhalen een fantasierijk element. Normaal gesproken zijn de oudere verhalen degenen die realistischer van kwaliteit zijn, terwijl de recentere verhalen de neiging hebben fantasierijker te zijn. Een uitleg hiervoor zou kunnen zijn dat terwijl het bewijsmateriaal in de vorm van dinosauriërs langzaam uitstierf, de verhalenvertellers zich steeds vrijer voelden om hun verhalen wonderlijker te maken en de eigenschappen van de verschillende draken te combineren in een exemplaar.

  6. Ten vierde mogen we redelijkshalve verwachten, dat wanneer God de dinosauriërs op de zesde dag van de scheppingsweek geschapen heeft, ze ergens in de Bijbel genoemd zouden worden.
  7. Dinosauriërs in de Bijbel

    Twee van dergelijke dieren worden daadwerkelijk beschreven in het Bijbelboek Job. De eerste is een groot vegetarisch beest dat zowel een Diplodocus als een Bronchiosaurus zou kunnen zijn: ‘Zie nu, de behemoth, welken ik gemaakt heb nevens u, hij eet hooi gelijk een rund. …. Zijn staart is als een ceder. … Zijne gebeenten zijn als ijzeren handboomen. … Zie, hij doet de rivier geweld aan’ (Job 40:10-19). De tweede lijkt een groot soort vuur-ademend dier te zijn. Net zoals de kleine bombardeer kever een explosie producerend mechanisme heeft, zou de zee-draak een exlosie producerend mechanisme gehad kunnen hebben om het een echte vuurspuwende draak te laten zijn: ‘Zult gij den leviathan met den angel trekken … Elk van zijn niezingen doet een licht schijnen…Uit zijn mond gaan fakkels, vurige vonken komen er uit. Uit zijn neusgaten komt rook voort, als uit een kokende pot en ruime ketel. Zijn adem zou kolen doen vlammen, en een vlam komt uit zijn mond voort…’ (Job 40:20 – 41:9-12).

    Het is bovendien opmerkelijk dat in de King James vertaling van de Bijbel de term ‘draak’ of ‘draken’ meer dan 20 keer gebruikt wordt in het Oude Testament (20x in de Statenvertaling – de Jongbloed editie van 1750); [20] eenmaal metaforisch, verwijzend naar Farao, koning van Egypte als de draak (Ezechiël 29:3), en de andere keren verwijzend naar dieren; bijvoorbeeld, ‘ … de jonge leeuw en de draak zult gij vertrappen onder uw voeten’ (Psalm 91:13), ‘En ik zal Jeruzalem stellen tot steenhoopen, tot eene woning der draken …’ (Jeremia 9:11).

    Dit heeft speciale betekenis wanneer men zich realiseert dat de King James Version gepubliceerd werd in 1611 NC (Statenvertaling in 1637). Dat betekent dat minder dan vier eeuwen geleden de bijbelvertalers tevreden waren met de term ‘draak’, en erop vertrouwden dat het gebruik hiervan voor de lezers betekenisvol zou zijn en niet mytisch.

Conclusie

“…minder dan vier eeuwen geleden waren de bijbelvertalers tevreden met de term ‘draak’, in het vertrouwen dat het gebruik hiervan voor de lezers betekenisvol zou zijn en niet mytisch.”

Alle voorspellingen en verwachtingen met betrekking tot dinosauriërs vanuit een creationistisch model komen uit, terwijl geen van de voorspellingen en verwachtingen vanuit een evolutionistisch model dat doet. Het is daarom redelijk om te concluderen dat wanneer evolutionisten niet zouden zijn opgesloten in hun miljoenen-jaren-scenario, er geen enkel probleem zou zijn met het idee dat dinosauriërs en mensen tegelijkertijd op aarde bestaan hebben, vanaf de tijd van Adam totdat ze samen met vele andere schepselen geleidelijk uitstierven.

 

Aanbevolen bronnen:

Wetenschappelijk jeugdboek:

Wat weten we van dinosaurussen?” neemt je mee in de spannende wereld van de dinosaurussen en laat je ontdekken hoe ze in het echt waren. Verder ontdek je hoe fossielen ontstaan, hoe ze worden opgegraven, en tentoongesteld in het museum.
DVD: Walking with Dinosaurs

Philip Bell spreekt op boeiende wijze over het schijnbare mysterie van de dinosauriërs. Philip behandelt diverse onderwerpen zoals: – Heeft God werkelijk dinosauriërs geschapen? – Waren er dinosauriërs op de ark van Noach? – Recente vondsten: zacht weefsel in dinosauriër-beenderen. – Interpretatie van fossielen. – Historisch bewijsmateriaal waaruit blijkt dat mensen en dinosauriërs samen geleefd hebben. – Wat is gebeurd met de dinosauriërs? – Waarom is kennis over dinosauriërs van belang voor ons geloof?



Referenties en aantekeningen

[1] De Iguanodon is de enige van de vijf dinosauriërs die gevonden is in Groot Britannië em was de eerste van dergelijk gevonden fossielen in 1822, door Dr. Gideon Mantrell en zijn vrouw Mary Ann. Alle andere zijn gevonden in Noord Amerika.
[2] Ian Taylor, In the minds of men, 1984, TFE, Publishing, Toronto p. 210.
[3] Bij de botten van de Brontosaurus of ‘donder hagedis’ die zo genoemd is omdat men dacht dat de grond gedonderd moet hebben wanneer hij voorbij liep, werd ontdekt dat de kop mistte. De oplossing voor dit overduidelijke gebrek was dat een wetenschapper een schedel toevoegde die vijf of zes kilometer verder gevonden was. Hij vertelde echter niemand hierover. Helaas was het niet een echte match. Het hoofd behoorde aan een reeds eerder ontdekte dinosauriër genaamd apatosaurus; het lichaam was dat van een diplodocus. Dus de bekendste van alle dinosauriërs, de brontosaurus, heeft nooit bestaan! Voor meer informatie zie; Ken Ham, Andrew Snelling, Carl Weiland, The Answers Book, Creation Science Foundation Ltd, Queensland, 1990, page 25.
[4] Andrew C. Scott, ‘Geology on Stamps: 150 years of dinosaurs’, Geology Today, September-October, 1991, pp. 187-189.
[5] De vliegende reptielen, zoals de pterodactyls, en mariene reptielen, zoals de plesiosaurus, zijn strikt genomen geen dinosauriërs. Ze werden geschapen op de vijfde dag van de scheppingsweek, samen met de vogels en andere zeedieren, zoals de vissen en de walvissen. (Genesis 1:20-23).
[6] Alan Carig, A New Look at Dinosaurs, Rigby publishers, Adelaide. 1985, p. 113.
[7] ibid, pg. 144.
[8] Encyclopaedia Britannica, 1962, Vol. 10, pg. 359.
[9] Bill Cooper, ‘Anglo-Saxon Dinosaurs described in early historical records’, pamphlet No.280, Creation Science Movement, Portsmith, UK, 1992. (eveneens vermeld in zijn boek Na de Vloed).
[10] Dit verhaal is vertaald van het Welsh naar het Latijn door Geoffery of Monmouth.
[11] Enkele van deze wezens zijn afgebeeld als slangachtige boegbeelden van Saksische en Deense schepen die in de afgelopen jaren zijn opgegraven.
[12] Ref. 8.
[13] Ref. 8.
[14] Volgens Voisunga Saga, bron: referentie 8.
[15] Encyclopedia Britannica, 1962, Vol. 7, pg. 569.
[16] Gemaakt door ‘films for Christ, Arizona’.
[17] Referentie 14, pg. 570.
[18] Ibid.
[19] Paul Taylor (Films for Christ) persoonlijke communicatie op 14 february 1992.
[20] Young’s Analytical Concordance to the Bible.
[red.1] Britse vereniging ter bevordering van de wetenschap.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v14/i3/dinosaurs.asp