Draken: dieren … geen schimmen

Draken: dieren … geen schimmen
door Timofey Alferov in Creation 22(3).
vertaling Eef Versteegen, Werkgroep In Genesis

Een zeer interessante studie van een van de laatste kerkvaders, getiteld ‘Over Draken en Geesten’, is recentelijk voor het eerst vertaald (in het Russisch) en gepubliceerd in Moskou. [1] De auteur is Johannes van Damascus, ook bekent als St. Johannes de Damascener (zie ook het kader hieronder).

Zoals vele oude manuscripten, verwijst het naar draken, schepselen die vaak lijken op bepaalde dinosauriër types.

Commentaar Maxim Kozlov

Net als de meeste mensen die hebben geleerd dat dinosauriërs zijn uitgestorven miljoenen jaren voor de verschijning van de mens, accepteert Maxim Kozlov, de Russisch Orthodoxe priester die de vertaling en het commentaar geproduceerd heeft, niet dat mensen daadwerkelijk draken/dinosauriërs ontmoet hebben. Ondanks dat, prijst hij de auteur van de verhandeling voor zijn ‘soberheid van denken … in scherp contrast met … grenzeloze mystiek en zoektocht naar het mysterieuze’.

De auteur

In feite was Johannes van Damascus een auteur met grote intellectuele capaciteiten, absoluut niet naïef, iemand die niets moest hebben van leugenpraat. Sterker nog, het hele doel van zijn studie is het ontmaskeren van diverse fabels en vormen van bijgeloof.

Voorbeelden

Johannes van Damascus
(St. Johannes de Damascener, Johannes Damascenus) was een Arabische monnik, liturgisch componist en een bekend theoloog van de Oosters (Griekse) Christelijke kerk in de 8ste eeuw (675-749). Als doctor van zowel de Latijnse als de Griekse kerken, was hij een leidend bemiddelaar tussen de twee kerkculturen. Met zijn boek ‘Bron van Kennis’ verdiende hij de titel ‘de vader van scholastiek’. Als uitstekend spreker was hij bekend als ‘De Gouden Redenaar. Hij was ook een van de meest prominente verdedigers van iconen (religieuze figuren) in wat bekend werd als de grote iconoclastische (beeldenstorm) controverse.

Zo schreef hij bijvoorbeeld: ‘Sommige mensen beweren dat draken menselijke gedaantes kunnen aannemen, evenals serpentachtige [2] gedaante. Variërend in lichaamslengte en grootte, soms reusachtig dan weer klein. En soms … wanneer ze in mensen zijn veranderd, beginnen ze zich te mengen met hen, vrouwen te stelen en daar omgang mee te hebben’.

Om deze ideeën te weerleggen ging hij verder: ‘Dus willen we vragen [aan hen die zulke verhalen vertellen] – hoeveel intelligente wezens schiep God? En als ze het antwoord niet kennen, zullen wij antwoorden: twee – Ik bedoel engelen en mensen … maar als een draak in staat zou zijn om zijn gedaante te veranderen … op het ene moment een serpent, op het andere een mens … dan kun je eenvoudig de conclusie trekken dat draken intelligente wezens zijn, meer dan de mens. Dit is nooit waar geweest, en zal het ook nooit zijn’. [3]

Johannes waarschuwt degenen die zulke beweringen doen over draken. Namelijk dat we moeten ‘vertrouwen op de boeken van Mozes, om preciezer te zijn, de Heilige Geest, die sprak [door Mozes]. De boeken van Mozes leert ons:“Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten (Genesis 2:19).” Dus een draak was één van de dieren’.

Verdere beschrijvingen

Johannes van Damascus gaat verder, ‘Ik vertel u niet dat er geen draken zijn; draken bestaan, maar het zijn serpenten [reptielen] geboren uit andere serpenten. Wanneer ze net geboren zijn en jong, zijn ze klein; maar wanneer ze opgroeien en volwassen raken, worden ze groot en dik zodat ze andere serpenten overtreffen in lengte en afmeting. Er wordt gezegd dat ze opgroeien tot meer dan 30 kubits [14 meter]. Wat betreft hun dikte, ze worden zo dik als een reusachtige boomstam.’

De Damasceense patriarch blijkt een betrouwbare getuige te zijn geweest die bovendien over veel van de wetenschappelijke kennis van zijn tijd beschikte. Een belangrijk deel van zijn klassieke boek Een Exacte Expositie van het Orthodoxe Geloof is puur gewijd aan wetenschappelijke gegevens.

De wetenschap van die tijd was beschrijvend van aard. Het drong niet door tot de essentie van de dingen, maar legde natuurlijke verschijnselen over het algemeen behoorlijk nauwkeurig vast. Een rapport van een welopgeleide geleerde van die tijd, zou met zorg beschouwd moeten worden.

De studie gaat verder: ‘De Romein, Dio [Cassius] [ad 155-236], die de geschiedenis van het Romeinse rijk en de republiek heeft beschreven, rapporteert het volgende: Op een dag, toen Regulus, een Romeinse consul [3de eeuw voor Christus] aan het strijden was tegen Carthagus, kwam er plotseling een draak aan kruipen die zich verschanste achter de muur van het Romeinse leger. De Romeinen doodden het in opdracht van Regulus. Vervolgens vilden ze hem en stuurden de huid naar de Romeinse senaat. Toen de huid van de draak, zoals Dio zegt, gemeten werd in opdracht van de senaat, bleek het een verbazingwekkende lengte te hebben van 36,5 meter, en de dikte was passende bij de lengte’.

Feiten en fictie

Johannes van Damascus beschrijft duidelijk het bestaan van echte draken en zet ze in contrast met de fictieve onzin die aan ze is toegeschreven. Verder schrijft hij over een andere soort draak. Deze werden verschillende mythische eigenschappen toegeschreven, zoals de afwezigheid van een gezicht. Hij zegt dat in werkelijkheid, ‘Deze draak een soort beest is, net als de rest van de dieren, want het heeft een geitachtige baard en een hoorn aan de achterkant van zijn hoofd. Zijn ogen zijn groot en goudkleurig. Deze draken kunnen groot of klein zijn. Alle serpentachtige zijn giftig, behalve draken, want zij geven geen gif af’.

Het belangrijkste doel van de auteur uit vroeger tijd, was om de lezer ervan te overtuigen dat draken echte levende schepselen waren, en geen mythische wezens zoals geesten, weerwolven, gezichtsloze-boeman wezens of iets dergelijks. Draken, zo schreef hij, waren absoluut echte dieren, alhoewel soms groot en angstaanjagend, welke in die tijd slechts zelden door mensen werden gezien.

Wanneer we kijken naar verslagen van draken in de geschiedenis, zijn de overeenkomsten met de verschillende types dinosauriërs bij velen van hen overduidelijk. Sommige dinosauriërs zijn bekend om hun benige uitsteeksels en horens op hun hoofd. Anderen hadden stekels op hun rug en/of hun staart. Deze kenmerken zijn vaak te zien in afbeeldingen van draken. (Omdat hun zachte weefsel meestal niet als fossiel geconserveerd is, weten we niet wat voor soort uitsteeksel onder de kaak aanleiding gegeven zou kunnen hebben voor ‘de baard’ die gewoonlijk wordt toegeschreven aan sommige draken) Sommige dinosauriërs zouden een structuur kunnen hebben gehad, lijkende op een hagedis soort die bekend staat als de ‘baardagaam’.

Conclusies

Met het voortschrijden van de tijd en het steeds zeldzamer worden van deze schepsels ontstonden er fabels over hen, en werden mythische eigenschappen toegevoegd aan de overleveringen. Dit was de reden waarom Johannes van Damascus zijn boek schreef. Hij verruilt de taal van fabels voor die van de wetenschap: draken zijn geen schimmen, maar dieren!

Om dit te bevestigen, schrijft hij over hun geboorte en ontwikkeling, afmeting en gedrag en verwijst naar de handeling van het vangen van een draak en het meten van zijn huid. Het lijkt onwaarschijnlijk dat Johannes de Damascener of Dio, de Romein, geprobeerd zouden hebben om een verzinsel te steunen welke in verband wordt gebracht met een Romeinse consul en de senaat.

‘Er wordt ook gezegd’, gaat Johannes van Damascus verder, ‘dat draken verdreven kunnen worden door onweer … en [derhalve] gedood. Toen ik dit hoorde moest ik lachen!’
Hij beschrijft het effect van de donder en de bliksem en legt uit dat bliksem zowel mens als dier kan doden. Hij suggereert: misschien dat enkele draken op deze manier gedood zijn, wat verklaart waarom zulk een legende kon ontstaan.

De toon van de auteur, zowel hier als elders, laat duidelijk zien dat hij verheugd is om fabels en andere bedrog te ontkrachten en zelfs belachelijk te maken. Hij zou bijvoorbeeld ook de UFO /alien verhalen van vandaag de dag niet serieus nemen. Maar in deze tekst ontkent Johannes van Damascus het bestaan van de draken niet. Voor de onbevooroordeelde is zijn schrijfwerk weer een argument waaruit blijkt dat mensen en dinosauriërs gelijktijdig bestaan hebben, niet miljoenen jaren geleden, maar gedurende de Bijbelse tijdschaal van de geschiedenis.

‘We schaden ons zelf het meest’, concludeert de studie, ‘wanneer we het lezen van de Heilige Schrift negeren en het niet bestuderen volgens het Woord van onze God’. Als er nu maar meer wetenschappers waren die naar deze woorden zouden luisteren …

 

Aanbevolen bronnen:

Wetenschappelijk jeugdboek:

Wat weten we van dinosaurussen?” neemt je mee in de spannende wereld van de dinosaurussen en laat je ontdekken hoe ze in het echt waren. Verder ontdek je hoe fossielen ontstaan, hoe ze worden opgegraven, en tentoongesteld in het museum.
DVD: Walking with Dinosaurs

Philip Bell spreekt op boeiende wijze over het schijnbare mysterie van de dinosauriërs. Philip behandelt diverse onderwerpen zoals: – Heeft God werkelijk dinosauriërs geschapen? – Waren er dinosauriërs op de ark van Noach? – Recente vondsten: zacht weefsel in dinosauriër-beenderen. – Interpretatie van fossielen. – Historisch bewijsmateriaal waaruit blijkt dat mensen en dinosauriërs samen geleefd hebben. – Wat is gebeurd met de dinosauriërs? – Waarom is kennis over dinosauriërs van belang voor ons geloof?



Referenties en aantekeningen

[1] Het Werk van St. Johannes de Damascener, Martis Publishing House, Moskou, 1997.
[2] Meestal slang of hagedis-achtige.
[3] Nadruk toegevoegd wanneer geplaatst tussen aanhalingstekens.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v22/i3/dragons.asp

DELEN
Vorig artikelHet zoekgeraakte eskader
Volgend artikelHoe ontstaan fossielen?
Timofey Alferov is een auteur die enkele artikelen voor Answers in Genesis heeft geschreven.