Een dubbel decennium dinosaurus-ongemak

Al meer dan twintig jaar geven dinobotten steeds meer van hun inhoud prijs aan wetenschappers die, ‘miljoenen jaren’ na het uitsterven van de dinosaurus, totaal niet hadden verwacht om dingen als DNA en radioactief koolstof te vinden.

Veel dinosaurusfossielen bevatten echt bot—ze zijn nog niet compleet gemineraliseerd, d.w.z. ze zijn nog niet versteend. En wat er binnenin die botten zit, komt voor veel mensen als een enorme verrassing.

Een reeks ontdekkingen sinds begin jaren ’90 hebben een aantal bijzondere dingen laten zien: dinobeenderen met bloedcellen; hemoglobine; fragiele (kwetsbare) eiwitten; zacht weefsel als flexibele gewrichtsbanden en bloedvaten. En in het bijzonder: DNA en radioactief koolstof (C-14).

Dit is enorm confronterend voor evolutionisten, want hoe zouden zulke botten 65 miljoen jaar oud kunnen zijn? Zoals Dr. Mary Schweitzer, een van de onderzoekers die betrokken was bij de ontdekking van de dinobloedcellen, zei:

“Als je een bloedmonster neemt en je bewaart het een week, houd je niks herkenbaars over. Dus waarom zou er ook maar iets overblijven in dinosauriërs?”1

Inderdaad, waarom? Tenzij ze natuurlijk niet al miljoenen jaren uitgestorven zijn en hun overblijfselen enkele duizenden jaren geleden onder catastrofale omstandigheden op een snelle manier geconserveerd werden, of misschien nog wel recenter.

Maar het evolutionistisch paradigma zit zo diep in de wetenschappelijke community geworteld dat het al snel bekend werd dat Dr. Schweitzer moeite had om haar resultaten gepubliceerd te krijgen. “Ik had een recensent die me zei dat het hem niks kon schelen wat de gegevens zeiden, hij wist gewoon dat wat ik gevonden had niet mogelijk was,” zei Schweitzer. “Ik schreef terug en zei, ‘Nou, wat voor gegevens zouden u overtuigen?’ En hij zei, ‘Geen.’”

Schweitzer beschrijft hoe ze merkte dat een T. rex skelet (uit Hell Creek, Montana) een duidelijke kadavergeur had. Toen ze oude-aarde paleontoloog Jack Horner hierover aansprak,2 zei hij, “Oh ja, alle Hell Creek botten stinken.”

Maar de idee dat dinobotten toch wel miljoenen jaren oud moeten zijn zit zo diep in de gedachten van paleontologen genesteld dat de ‘doodsgeur’ hen niet eens opviel—ondanks dat het bewijsmateriaal recht onder hun neus hing.3

Schweitzer zelf lijkt ook niet in staat te zijn om te kunnen of willen ontsnappen aan het oude-aarde paradigma, ook al was ze direct betrokken bij veel van de ontdekkingen. Merk op dat de tijdlijn van deze bevindingen over twee decennia loopt—wat een nadrukkelijke en regelmatige herinnering geeft dat er iets heel erg mis is met de dinosaurus-miljoenen-jaren ideeën:

In 1993, bloedcellen in dinosaurusbotten geven Mary Schweitzer ‘kippenvel’.4,5

In 1997, hemoglobine, alsook herkenbare rode bloedcellen in T. rex botten.6,7,8

In 2003, bewijsmateriaal van het eiwit osteocalcine.9

In 2005, flexibele gewrichtsbanden en bloedvaten.10,11,12

In 2007, collageen (een belangrijk structureel eiwit in botten) in T. rex-bot.13,14

In 2009, de kwetsbare eiwitten elastine en laminine, en een verdere bevestiging van collageen—in een eendensnaveldinosaurus (hadrosaurus).15,16 Als de dinosaurusfossielen echt zo oud zijn als geclaimd, dan zou geen van deze eiwitten aanwezig moeten zijn.

In 2012, botcellen (osteocyten), de eiwitten actine en tubuline, en DNA(!) zijn gerapporteerd.17,18 Gemeten decompositiesnelheden van deze eiwitten, en met name DNA, laten zien dat ze niet voor de aangenomen 65 miljoen jaar sinds het uitsterven van de dino’s hebben kunnen bestaan. Dit gaat meer op met het bijbelse tijdsspanne van duizenden jaren.

In 2012, radioactief koolstof gerapporteerd.19,20

Merk op dat de pogingen van evolutionisten om veel van deze vondsten als vervuiling weg te verklaren, en in het bijzonder ook hun onverholen inspanningen om rapportages van de radiokoolstof-resultaten in de kiem te smoren,21,22 getuigen van de onwelwillendheid om geconfronteerd te worden met bewijsmateriaal dat het oude-aarde paradigma betwist. Een waarlijk ruimdenkend waarnemer moet zeer zeker vragen: “Waarom?”

 

Referenties en noten

  1. Yeoman, B., Schweitzer’s Dangerous Discovery, Discover 27(4):37–41; p. 39, 2006.
  2. Jack Horner is bekend van veel dinosaurusontdekkingen. Hij gaf bijvoorbeeld leiding aan een team dat meer dan tachtig fossiele exemplaren heeft opgegraven uit een enkel terrein in Mongolië. Zie: Walker, T., Massive graveyard of parrot-beaked dinosaurs in Mongolia—Paleontologists puzzle about the cause of death but miss the obvious clue, creation.com/dino-graveyard, 26 October 2007.
  3. Zie voor meer: Catchpoole, D. and Sarfati, J., Schweitzer’s dangerous discovery, creation.com/schweit, 19 July 2006.
  4. Morell, V., Dino DNA: The hunt and the hype, Science 261(5118):160–162, 1993.
  5. Dinosaur bone blood cells foundCreation 16(1):9, 1993; creation.com/t-rex-blood
  6. Schweitzer, M., and 8 others, Heme compounds in dinosaur trabecular bone, Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA 94:6291–6296, 1997. 
  7. M. Schweitzer, M. and Staedter, I., The Real Jurassic Park, Earth, June 1997, pp. 55–57.
  8. Zie ook: Wieland, C., Sensational dinosaur blood report! Creation 19(4):42–43, 1997; creation.com/dino-blood.
  9. Meer specifiek: botten van een Iguanodon die op 120 miljoen jaar zijn ‘gedateerd’ hadden genoeg osteocalcine om een immuunreactie teweeg te brengen. Embery, G., and 5 others, Identification of proteinaceous material in the bone of the dinosaur Iguanodon, Connective Tissue Research 44 Suppl 1:41–46, 2003.
  10. Schweitzer, M. en drie anderen, Soft-tissue vessels and cellular preservation in Tyrannosaurus rexScience 307(5717):1952–1955, 2005.
  11. Stokstad, E., Tyrannosaurus rex soft tissue raises tantalizing prospects, Science 307(5717):1852, 2005.
  12. Zie ook: Wieland, C., Dinosaur soft-tissue find—a stunning rebuttal of ‘millions of years’, creation.com/stretchy, 25 March 2005.
  13. Schweitzer, M. en zes anderen, Analyses of soft tissue from Tyrannosaurus rex suggest the presence of protein, Science 316(5822):277–280, 2007.
  14. Zie ook: Doyle, S., Squishosaur scepticism squashed—Tests confirm proteins found in T. rex bones, creation.com/collagen, 20 April 2007.
  15. Schweitzer, M. en vijftien anderen, Biomolecular characterization and protein sequences of the Campanian hadrosaur B. canadensisScience 324(5927):626–631, 2009.
  16. Zie ook: Wieland, C., Dinosaur soft tissue and protein—even more confirmation! creation.com/schweit2, 6 May 2009.
  17. Hoofdextract van de samenvatting van de paper: “Deze data zijn de eerste die de conservering van meerdere eiwitten [nl. actine, tubuline, PHEX, histone H4] ondersteunen en die meerdere bewijsstukken laten zien voor materiaal dat consistent is met DNA in dinosauriërs.” Schweitzer, M. en drie anderen, Molecular analyses of dinosaur osteocytes support the presence of endogenous molecules, Bone 52(1):414–423, 2013.
  18. Zie ook: : Sarfati, J., DNA and bone cells found in dinosaur boneJ. Creation 27(1):10–12, 2013; creation.com/dino-dna, 11 December 2012.
  19. Press release “Dinosaur bones’ Carbon-14 dated to less than 40,000 years—Censored international conference report” and additional information, newgeology.us/presentation48.html, accessed 27 December 2012.
  20. Zie ook: Wieland, C., Radiocarbon in dino bones—International conference result censored, creation.com/c14-dinos, 22 January 2013. 
  21. Press release “Dinosaur bones’ Carbon-14 dated to less than 40,000 years—Censored international conference report” and additional information, newgeology.us/presentation48.html, accessed 27 December 2012.
  22. Zie ook: Wieland, C., Radiocarbon in dino bones—International conference result censored, creation.com/c14-dinos, 22 January 2013.