Ineenstorting van de Sothis theorie

Ineenstorting van de Sothis theorie
door Damien F. Mackey in TJ 17(3).
vertaling FZ, Werkgroep In Genesis

Egyptische chronologie herzien

Samenvatting

De huidige Egyptische chronologie bestaat uit 30 dynastieën, samengesteld door de Egyptische priester Manetho in de 3e eeuw v.Chr., chronologisch beperkt door de Sothis theorie zoals voorgesteld door Eduard Meyer van de Berlijnse School van Egyptologie in 1904. Maar deze Sothis theorie, gebaseerd op een cyclus van 1.460 jaren voor de ster Sirius (Sothis in het Grieks), is in strijd met de dateringen door Theon, een astronoom uit Alexandrië van het eind van de 4e eeuw n.Chr.; en de 3e eeuwse n.Chr. Romeinse schrijver, Censorinus, die nimmer de 1460 jaar periode in verband brachten met Sirius.

De gevierde Claudius Ptolemeus liet na dit verband te vermelden, en recentelijk hebben ook Egyptologen als Maspero, von Bissing, Jéquier en de befaamde Egyptoloog Sir Flinders Petrie, het wiskundige model van Meyer afgewezen. Van Meyer’s vier Sothis dateringen is de oudste verworpen en is er onzekerheid over de tweede. Als gevolg hiervan noemde Sir Alan Gardiner (in 1961) de Egyptische geschiedenis ‘slechts een verzameling van bij elkaar geraapte vodden’.
De weg is vrij voor een reconstructie van de Egyptische chronologie.


Het ‘Grote Jaar’

De Egyptische priester Manetho (3e eeuw v.Chr.) heeft ons in zijn Ægyptica,[1] een verzameling van 30 dynastieën de Egyptische geschiedenis van voor Alexander nagelaten. Dynastieën die ernstig vragen om een sluitende chronologie. Het was Richard Lepsius [2] die als eerste had voorgesteld dat de verwijzingen in Egyptische documenten naar het ‘opkomen van Sirius’ (Griekse Sothis, Egyptische Sopdet) aanwijzingen zouden kunnen bieden voor de astronomische berekening.

Dit idee werd opgepakt en verder ontwikkeld door Eduard Meyer, met steun van Mahler, Borchardt en Weill, die in 1904 zijn Sothis theorie uiteenzette in een klassieke tekst.[3]
Meyer had het feit onderkend dat het Egyptische kalenderjaar van 365 dagen, volledig kunstmatig was (‘ein absolut kunstliches Gebilde’), omdat zoals hij het zei; noch maand, noch seizoen, of zelfs maar het jaar beantwoordden aan enige natuurlijke periode.[4]

Hij verwees naar dit vage jaar als ‘Wandeljahr’ (het wandelende jaar) waarmee hij verwees naar het Sothis jaar (Juliaans [5]) van 365 1/4 dagen; en hij schatte terecht dat het Egyptische jaar om de vier jaar een dag te laat was met betrekking tot het Juliaanse jaar, en ongeveer drie kwartier minder met betrekking tot het Gregoriaanse jaar.

De heliakische opgang [6] van Sirius, de ‘Grote Hondster’, (het eerste zichtbare opkomen kort vóór zonsopgang), die in diverse Egyptische documenten (als peret Sopdet) wordt vermeld zou, op de dag van het Egyptische nieuwe jaar, bij dezelfde waarnemingsplaats, om de 1.460 jaar terugkomen (365 x 4). In de klassieke oudheid stond deze tijdsperiode van 1.460 jaar bekend als het ‘Grote Jaar’.

Meyer’s gefingeerde lange-periode kalender

Maar de overtuiging van Meyer dat de oude Egyptenaren deze Sothis periode van 1.460 jaar feitelijk als een soort lange-periode kalender hadden gebruikt, is puur een veronderstelling zonder ondersteunend bewijsmateriaal. In feite moest Meyer zijn belangrijkste informatie gedeeltelijk ontlenen aan klassieke teksten. Hij moest teruggrijpen op Theon, een astronoom uit Alexandrië van de 4e eeuw n.Chr., en Censorinus de Romeinse auteur van de 3e eeuw n.Chr..

Volgens Meyer’s interpretatie van de Sothis gegevens zoals die door Censorinus zijn verstrekt, was er een toevallige samenloop tussen de heliakische opgang van Sirius en het Nieuwe jaar van het 100ste jaar voor Censorinus zijn boek schreef: DE Die Natali Liber, ca. 140 n.Chr.. [7]

Meyer kon op basis daarvan met gebruik van veelvouden van 1.460 zijn Sothis reeks bepalen namelijk 140 n.Chr., 1320 v.Chr., 2780 v.Chr. en 4240 v.Chr.
Censorinus had de 1.460-jaar periode echter niet aan Sirius verbonden; zijn bewijsmateriaal spreekt dat van Theon tegen. Volgens Theon viel de afsluiting van een periode van 1.460-jaar in het 5e jaar van keizer Augustus. 26 v.Chr., in tegenstelling tot de verklaring van Censorinus dat een Groot Jaar was begonnen in ca. 140 n.Chr..

Geleerden staan met betrekking tot de Censorinus-gegevens terecht voor een raadsel aangaande het volgende: als één Groot Sothis Jaar van 1.460 jaar werkelijk was beëindigd in 140 n.Chr. en een andere was begonnen, waarom had Claudius Ptolemeus, de meest vereerde van de astronomen, dat dan niet vermeld? Momenteel wordt verklaard, dat deze astronomische gebeurtenis moet hebben plaatsgehad midden in de tijd dat Ptolemeus het meest actief was met zijn schrijfwerk (ca. 127- 151 n.Chr.).

Zoals verondersteld door Meyer kon de Egyptische civiele (zonne)kalender slechts uitgevonden zijn op één van de samenvallende momenten tussen het civiele en Juliaanse jaar. Verder geloofde hij, dat de op twee na vroegste Sothische periode van 2780 v.Chr. viel in de 4e dynastie, waarvan bekend is dat de civiele kalender toen al in gebruik was.[8], [9] Hij concludeerde dat de kalender geïntroduceerd moet zijn bij de vroegere Sothis periode beginnende in 4240 v.Chr.; [9], [10] een datum die ook de ruimte biedt om de Egyptische koninkrijken van vóór de 4e dynastie in te passen. Meyer beschouwde daarom 4240 v.Chr. als een totale zekerheid (‘volliger Sicherheit ’) voor Egypte’s en ’s werelds eerste wiskundig vastgestelde datering.[11]

Tempel in Luxor

Samengestelde beelden van de Tempel in Luxor en de weg van sfinxen, en een Röntgen beeld van Sirius B (die in het Röntgenbereik sterkere golven uitzendt dan zijn metgezelster Sirius A-Sothis).

Extra Sothische dateringen

Deze door Meyer opgestelde absolute chronologie werd op zijn beurt ingevuld met een relatieve chronologie gebaseerd op de gegevens van een handvol Sothische documenten gecombineerd met berekeningen van regeerperiodes van de diverse koningen zoals die in de dynastieke opeenvolgingen en de monumenten wordt gegeven.

Ten aanzien van de 12e dynastie bijvoorbeeld, was er de Illahûn (of Kahun)-papyrus, die een opgaan van Sothis vermeldde in het 7e jaar van een naamloze koning die geleerden op zuiver epigrafische (de studie van oude inscripties) gronden identificeerden als Sesostris III van de 12e dynastie.

Met het einde van de 12e dynastie bepaald op 1786 v.Chr. door een combinatie van dergelijke Sothische datering en berekeningen van regeerperioden, en het begin van het Nieuwe Koninkrijk (18e dynastie) op dezelfde wijze vastgelegd op 1580 v.Chr., blijven er net twee eeuwen over voor de tussenliggende Tweede Middenperiode van de Egyptische geschiedenis.

Van de verschillende belangrijke Egyptisch-Sothische documenten, zoals het Illahûn-papyrus, de Elephantine Stèle, en het Ebers-papyrus, bevat laatstgenoemde (befaamd om zijn informatie over medische praktijken in Egypte) ook een verwijzing naar een opkomst in het 9e jaar van een andere naamloze koning die geïdentificeerd is als Amenhotep I van de 18e dynastie.[12]

Theon had ook een veelbesproken verklaring achtergelaten, die ons meedeelde dat er 1.605 jaar waren verstreken sinds het ‘Tijdperk van Menophres’ tot het eind van het Tijdperk van Augustus, of het begin van het Tijdperk van Diocletian, ca. 285 n.Chr.. Het was niet moeilijk voor de chronologen om te bepalen wanneer dit vermeende Tijdperk van Menophres was geweest.

R. Long schreef: `Van het citaat [van Theon] maken we op dat het tijdperk van Menophres (apo Menophreos) van circa 1321-1316 v.Chr. tot aan 285 n.Chr. duurde ofwel 1.605 jaar, d.w.z. van Keizer Diocletian terug naar iemand of iets aangewezen als “Menophreõs”.’[13] Jammer genoeg vertelde Theon ons niet wie of wat die ‘Menophres’ was.

Meyer koos liever voor ‘wie’ dan ‘wat’, en verkoos om hem te identificeren als Rameses I Menpehtire.[14] Deze Rameses I Menpehtire, stichter van de 19e dynastie, regeerde bij benadering gemakshalve maar voor slechts een jaar. Zijn troonnaam, Menpehtire, is echter geen perfect taalkundig equivalent van Menophres.

Biot verkoos echter de interpretatie dat ‘Menophres’ de belangrijke stad van Memphis vertegenwoordigde vanwege zijn oude uitspraak van Men-nofir. [15] Een suggestie die later indruk zou maken op M. Rowton, die zijn eigen verfijningen doorvoerde, op basis van Olympiodorus, dat de Sothis cyclus was gebaseerd op observaties bij Memphis.[16]

Naam-ring Nr. 29

Er bestaat ook een andere zienswijze voor deze data die reeds was gevestigd voor Meyer. Sinds de ontcijfering van de hiërogliefen door François Champollion was dit geworden tot een stevige pijler van de Egyptische chronologie, en schijnbaar verbonden aan de Bijbel. Het betreft Champollion’s identificatie van farao Shoshenq I van de 22e (Libische) dynastie als de bijbelse Sisak die de Tempel van Yahweh plunderde in het 5e jaar van de zoon van Sálomo, Rehábeam (1 Koningen 14:25).

Champollion dacht dat hij in de inscripties in de Bubastische poort in Karnak over de Palestijnse veroveringen van Shoshenq had gelezen van een daadwerkelijke verovering van Jeruzalem. Hij interpreteerde de naam-ring Nr. 29 als ‘Ioudahamelek’, waarvan hij aannam dat het ging om de naam ‘Juda’ gevolgd door ‘het koninkrijk’, yadhamelek, ofwel ‘het koninkrijk van de Joden’.[17]

Champollion’s zienswijze van naam Nr. 29 werd later door H. Brugsch bestreden. Hij maakte een nieuwe en gedetailleerde studie van de lijst. Brugsch identificeerde namen van zowel vóór als na Nr. 29 als behorende tot Israël evenals tot Juda, en was daarom van mening dat zijn plaats in de lijst in strijd was met Champollion zienswijze.[18]

De nu algemeen aanvaarde mening, voorgesteld door M. Muller is: dat Nr. 29 een plaats betekent, namelijk Yad-Ha(m)melek.[19] Terwijl deze plaats niet met succes is geïdentificeerd, suggereert zijn positie in de lijst dat het verwijst naar een plaats in de noordwestelijke kustvlakte van het koninkrijk van Israël, niet naar Juda. Uit bovengenoemde kan men opmaken dat de Egyptische chronologie en zijn bijbehorende Sothis theorie zijn gebaseerd op een grote hoeveelheid aannames.

Eerdere afwijzing van het Sothis systeem

Enkele vroege Egyptologen, zoals Maspero en von Bissing, verwierpen het wiskundige systeem van Meyer onmiddellijk. Evenals Jéquier, die al in 1913 schreef:

‘In plaats van ons een vereenvoudiging van de chronologische berekeningen te brengen hebben de Sothis perioden, geen ander effect dan dat ze een nieuw element van onzekerheid introduceren en misschien een nieuwe kans op fouten.’ [20]

Maar de meeste historici waren geen chronologen en zij waren het oneens met de Sothis berekeningen van de Berlijnse specialisten. Wiskunde kan echter een harde leermeester zijn. De grote Egyptoloog, Sir Flinders Petrie, die zich sterk aangetrokken voelde tot het Sothis idee, dacht niettemin dat de 100 jaar die op basis hiervan slechts werden toegekend aan de bezetting van Egypte door Hyksos, veel te kort waren om overeen te stemmen met de data uit de monumenten. Hij nam de vrijheid om nog een extra Sothis periode van 1.460 jaar in te voegen. Uiteindelijk overwon het gezonde verstand en Petrie liet dit wilde idee vallen.[21]

De bestendigheid van de Sothis fout

Maar de academische wereld heeft zich koppig vastgeklampt aan het Sothis systeem. Na de originele formulering van Meyer’s Sothis theorie, schijnt zijn belangrijkste aanhanger de invloedrijke (door Rockefeller–gesponserde) Professor J.H.Breasted van de universiteit van Chicago geweest te zijn. Dankzij zijn enthousiaste promotie van de theorie wist hij het werkelijk in academische grond te verankeren.

Het was Breasted die, in een klassiek studieboek,[22] een bijlage opnam de ‘Chronologische Lijst van Koningen’. Hierin stelde hij zonder enige terughoudendheid, dat alle Egyptische data in de lijst aangeduid met een sterretje (*) ‘astronomisch vastgelegd zijn’. Dat vastgelegd zijn, is dan blijkbaar door Meyer’s berekeningen van Sothis.

Het studieboek van Breasted, dat het door Meyer vastgestelde jaartal van 4240 v.Chr. opnam voor de veronderstelde eenwording van Egypte onder Menes, vormt nog altijd de basis voor de meeste moderne historische synthesen. Breasted ging zelfs zo ver dat hij de exacte dag voor elk van de twee gebeurtenissen specificeerde die tijdens de eerste Aziatische campagne van farao Thutmose III voorkwamen: namelijk, zijn oversteek van de Egyptische grens ‘rond de negentiende april, 1479 v.Chr.’, en zijn binnenkomst ‘in het kamp op de vlakte van Megiddo op 14 mei’ van datzelfde jaar.[23]

Figuur 1. Standaard tekstboek Egyptische geschiedenis (dynastieën 1–30).[30]

Het oude rijk (Dynastieën 1–6)

3150–2200 v.Chr.

Eerste tussenperiode (Dynastieën 7–11)

2200–2040 v.Chr.

Middenrijk (Dynastieën 11–14)

2040–1674 v.Chr.

Tweede tussenperiode (Hyksos) (Dynastieën 14–17)

1674–1553 v.Chr.

Nieuwe rijk (Dynastieën 18–20)

1552–1069 v.Chr.

Derde tussenperiode(Dynastieën 21–24)

1069–702 v.Chr.

Late Periode (Dynastieën 25–26)

747–525 v.Chr.

Eerste Perzische Periode (Dynastie 27)

525–404 v.Chr.

(Dynastieën 28–30)

404–343 v.Chr.

Huidige chronologie

Er dient opgemerkt te worden dat chronologisch de zaken tot op heden niet veel veranderd zijn, want ook N. Grimal geeft datzelfde jaar van 1479 als het eerste regeringsjaar van Thutmose III.[24] Ook Grimal’s datering van 1785 v.Chr. voor het sluiten van de 12de dynastie van Egypte, is volledig op Sothis gebaseerd.

Gevoelens van geleerden die de Sothis theorie aanhangen reiken tot een panische grens wanneer deze in twijfel wordt getrokken’, schreef David Down die daaraan toevoegde:

‘[Professor] Lynn Rose citeerde Sir Alan Gardiner zeggende, “om 1786 v.Chr. te verlaten als het jaar waarop de12e dynastie beëindigde, zou betekenen dat we op drift te raken van ons enig vast anker, een koers die ernstige gevolgen zou hebben voor de geschiedenis, niet alleen van Egypte, maar van het volledige Midden-Oosten (JNES 94-4-237)”.’[25]

Maar niet alleen Meyer’s ‘erste sichere Datum’ (eerste zekere datum) van 4240 BC is reeds lang geleden verworpen, met nu een voorkeur voor ca. 3100 v.Chr. als begindatum voor de Egyptische dynastieke geschiedenis. Zelfs zijn tweede Sothis datering van 2780 v.Chr. begint te wankelen. Zoals P. O’ Mara correct heeft verklaard, is dit cijfer van 2780 dikwijls gereviseerd, vanwege wat hij noemt ‘vele technische complexiteiten’ met resultaten die variëren van 2781 v.Chr. tot 2772 v.Chr.[26]

Waar historici in het heden wel tamelijk stevig aan vasthouden is de derde ‘Sothis’ datum, ca. 1320, voor het ‘Tijdperk van Menophres’. Het recente cijfer van Grimal van 1295-1294 v.Chr. is bijvoorbeeld niet zo heel ver verwijderd van 1320. [26] En dit, ondanks het feit dat het al in 1928 ‘… duidelijk was, dat Meyer tegen die tijd de ‘Menophres theorie volledig had verworpen’ [27] door de 19e dynastie van zijn originele datum enigszins vooruit te schuiven. Dat veel Egyptologen nog steeds verre van gelukkig zijn met deze geaccepteerde chronologische structuur, blijkt duidelijk uit de verklaring van de vermaarde Sir Alan Gardiner:

‘Wat met trots aangeprezen wordt als Egyptische geschiedenis is slechts een verzameling van bij elkaar geraapte vodden.’ [28]

Niettemin, was het ook Gardiner die zoals we al eerder zagen, had gewaarschuwd voor de gevolgen van het verlaten van de Sothis ankerdata.

Conclusie

De Sothis theorie heeft de inspanningen om de juiste synchronisatie binnen de oudheid te komen absoluut sterk verstoord, vooral wanneer men bedenkt dat de chronologie van de andere naties gewoonlijk vanuit Egyptische chronologie wordt beoordeeld. In verwijzing naar mijn proefschrift op de Sothis perioden (Ref. 5), merkte Dr. Grognard op:

‘Binnen ons begrip van een theorie is het belangrijk om de zwakheden of fouten te tonen, zodat we ons denken de ruimte kunnen bieden om na te denken over een ‘meer aanvaardbaarder alternatief’.

Dit zou als aanmoediging opgevat moeten worden voor het reconstrueren van de Egyptische chronologie.


 

Damien Mackey heeft een Bachelor graad in de kunstgeschiedenis (specialisatie oude geschiedenis en Latijn) van de Universiteit van Tasmanie en een bibliothecaris diploma van Hobart Tech. Hij verliet het bibliothecarisambt om zendingswerk te doen in Canada, de V.S. en Groot-Brittannië. Daarna, parochiewerk in Sydney inclusief 15 jaar als Godsdienst onderwijzer aan een openbare school. Hij ontving later een cum laude graad in filosofie en keerde terug naar het bibliothecarisambt bij de afdeling van de Eerste afdeling Hiërogliefen aan de Macquarie University die tot zijn Mastergraad leidde (‘Sothic Star Theory …’ ) bij de Universiteit van Sydney. Hij werkt nu als bibliothecaris (UTS, TAFE, de Gemeenteraad van Canterbury) en voor de overheid in het Ministerie van Planning en Infrastructuur. Damien ontving de Bernard en Lotka Ferster prijs voor zijn proefschrift over het tijdperk van Koning Hizkía.



Referenties en aantekeningen

[1] Gardiner, A., Egypt of the Pharaohs, Oxford University press, Oxford, p. 46, 1961. Sir Alan Gardiner schreef dat hetgeen wij nu van Manetho hebben ‘slechts een onjuist weergegeven samenvatting is van de werkzaamheden van christelijke chronograven (d.w.z. Africanus, Eusebius en Syncellus)…’.
[2] Lepsius, R., In Königsbuch der Alten Ägypter, Besser, Berlin, 1858.
[3] Meyer, E., Ägyptische Chronologie, Akademie der Wissenschaften, Berlin, 1904.
[4] Meyer, Ref. 3, p. 4.
[5] Mackey, D.F., M.A. thesis: Sothic Star Theory of the Egyptian Calendar, Appendix A, 1994. , Vernoemd naar Julius Caesar: een zuiver conventionele eenheid van 365.25 dagen, die om kalenderkundige redenen en om dicht bij het tropische jaar te blijven werd geïntroduceerd. Een tropische jaar of Siderisch jaar is het tijdsinterval voor één omwenteling van de aarde om de zon met betrekking tot de sterren, namelijk 365 dagen, 6 uren en 9 minuten.
[6] Voor een deel van het jaar, zal de helderheid van de zon de visuele observatie van sterren op het ecliptische vlak verhinderen. De eerste verschijning van de ster tijdens het jaar (net zichtbaar voor zonsopgang) wordt de heliakische opgang genoemd.
[7] Meyer, Ref. 3, p. 28.
[8] Meyer, Ref. 3, p. 43.
[9] Meyer, E., Nachträge zur ägyptischen Chronologie, Akademie der Wissenschaften, Berlin, p. 12, 1907.
[10] Meyer, Ref. 3, p. 41.
[11] Meyer, Ref. 3, p. 44.
[12] Mackey, Ref. 5, Part Three A, pp. 78–131.
[13] Long, R., A re-examination of the Sothic Chronology of Egypt, Orientalia 43:269, 1974.
[14] Meyer, Ref. 3, pp. 29–30.
[15] Biot, J., Sur la période sothiaque, p. 21.
[16] Rowton, M., Mesopotamian chronology and the ‘Era of Menophres’, IRAQ VIII: 94–110; 109, 1946; n.1 with reference to Olympiodorus (Aristotle, Meteor, 25, 1).
[17] Champollion, J., Lettres écrites d’Égypte et de Nubie en 1828 et 1829, 2nd Edition, Didier, Paris, 1868; p. 80, Septième Lettre.
[18] Brugsch, E., Geographischen Inschriften II:56ff, cited by Poole, R.; in: Smith, W. (Ed.), A Dictionary of the Bible, 3 vols, John Murray, London, vol. 3, p. 1293, 1863.
[19] Muller, M., Proceedings of the Society of Biblical Archaeology 10:81, 1888.
[20] Jequier, G., Histoire de la Civilisation Egyptienne: Des origines a la conquète d’Alexandre, Nouvelle edition revue, Payot, Paris, pp. 26–27, 1923 (my translation).
[21] Petrie, F., Researches in Sina, E.P. Dutton, New York, ch. xii, 1906; Petrie, F., A History of Egypt, 7th Ed., Vol. I, add. xvii., xviii, 1912.
[22] Breasted, J. H., A History of Egypt, 2nd Ed., Scribner, New York, 1924.
[23] Breasted, Ref. 22, pp. 285, 287.
[24] Grimal, N., A History of Ancient Egypt, Blackwell, Oxford, p. 392, 1994.
[25] Down, D., University scholar attacks the Sothic Cycle, Archaeological Diggings 3(2):23–24, April/May, 1996.
[26] O’Mara, P., The Chronology of the Palermo and Turin Canons, La Canada, p. 37, 1980.
[27] Rowton, M.B., Mesopotamian Chronology, p. 110, n.1, 1946.
[28] Gardiner, Ref. 1, p. 53.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/tj/v17/i3/sothic_theory.asp