Egyptologie en het bijbelse verslag: volkomen in overeenstemming?

Egyptologie en het bijbelse verslag: volkomen in overeenstemming?
door Ryan Jaroncyk, 23 januari 2007.
vertaling FZ, Werkgroep In Genesis

Egyptische sphinx en piramiden

De populaire media hebben jarenlang het bijbelse verslag van de gebeurtenissen van Jozef, Mozes, het Pascha en de uittocht uit Egypte bespot als iets wat totaal onverenigbaar is met de standaard Egyptische chronologie. Keer op keer, wordt ons door talloze geleerden verteld dat de beschreven gebeurtenissen in de boeken Genesis en Exodus aardige legenden zijn, zonder enige historische of archeologische betekenis.

Er blaast nu echter een frisse wind. Een groeiend aantal geleerden met verschillende achtergronden, heeft openlijk om een drastische reductie van de Egyptische chronologie gevraagd. Een dergelijke reductie zou kunnen dienen om de historische en archeologische verslagen van Egypte en het Oude Testament met elkaar in overeenstemming te brengen. Verrassend genoeg is er aanzienlijk bewijsmateriaal om een belangrijke reductie van de Egyptische geschiedenis te rechtvaardigen. Door dit te doen, moeten het Oude Testament en in het bijzonder de boeken Genesis en Exodus als een levensvatbare betrouwbare historische bron worden heroverwogen.

Verdedigers van het reviseren van de chronologie

Het is algemeen bekend dat diegenen die revisie van de orthodoxe Egyptische chronologie bepleiten, in de minderheid zijn, niettemin worden hun kwalificaties en vakkennis zeer gerespecteerd. David Rohl, auteur van Test of Time, stelt voor dat ‘Ramses II geplaatst moet worden in dertiende eeuw v.Chr., ongeveer 350 jaar later dan de datering die hem in orthodoxe chronologie wordt toebedeeld.’ [1] Peter James publiceerde samen met vier andere geleerden het boek Centuries of Darkness. [2] Zij stellen dat de datering van Egyptische dynastieën met honderden jaren ingekort moeten worden, in het bijzonder de dynastieën 21-24. Dr. Colin Renfrew, professor archeologie aan de Universiteit van Cambridge, schreef een voorwoord in dit boek:

Dit onrustbarende boek vestigt de aandacht… op een essentiële periode in wereldgeschiedenis, en op de zeer onzekere aard van datering, het gehele chronologische kader waarop onze huidige interpretaties rustten… de bestaande chronologie voor die essentiële fase in de menselijke geschiedenis zit er meerdere eeuwen naast, zodat de geschiedenis herschreven zal moeten worden. [3]

Sir Alan Gardiner, een authoriteit op het gebied van Egyptische geschiedenis, geeft toe dat er onafscheidelijke problemen zijn rond de Egyptische chronologie :

Zelfs wanneer er volledige gebruik wordt gemaakt van de koningslijsten en soortgelijke bewaard gebleven hulpbronnen, vertoont het onontbeerlijke dynastieke kader van de Egyptische geschiedenis meerdere hiaten en veel twijfelachtige bijdrages … Wat met trots wordt aangeprezen als Egyptische geschiedenis is slechts een verzameling van bij elkaar geraapte vodden. [4]

Vorig jaar schreven David Down (hij schreef ook het zeer relevante ‘False History—out with David and Solomon’) en Dr. John Ashton Unwrapping the Pharaohs: How Egyptian Archaeology Confirms the Biblical Timeline. Down verrichtte bijna een halve eeuw archeologisch onderzoek in Egypte, Israël en het Middenoosten. In hun boek stellen zij een herziene chronologie voor die Egyptische en oudtestamentische geschiedenis harmoniseert.

Redenen om de traditionele Egyptische chronologie te betwijfelen

Astronomische veronderstellingen

“Een groeiend aantal geleerden met verschillende achtergronden, heeft openlijk om een drastische reductie van de Egyptische chronologie gevraagd.”

Er werd verondersteld dat men ontdekt heeft dat maan- en zonverduisteringen precies overeenkomen met de gevestigde (datering van de) Egyptische chronologie, maar dit is simpelweg onjuist. Het concept van astronomische fixatie is niet gebaseerd op verduisteringen met hemellichamen maar op de ‘Sothis-periode’. De Sothis-periode wordt echter nergens vermeld in Egyptische geschriften. [5]

Er zijn verwijzingen naar het ‘opkomen van Sothis’ waarvan wordt aangenomen, dat het een waarneming van de heldere ster Sirius geweest moet zijn. De werkelijke kwestie is dat vele moderne geleerden er over filosoferen dat de oude Egyptenaren kleine foutjes maakten in hun kalender, en wanneer we nu maar correcties zouden aanbrengen in het licht van onze moderne wetenschap dan zullen de dateringen vanzelf overeenstemmen.

Tegelijkertijd waren de Egyptenaren ook in staat om hun piramides binnen een fractie van een graad nauwkeurig te oriënteren naar het noorden, zuiden, oosten, en het westen. Het is dus waarschijnlijker dat de Egyptenaren uiterst nauwgezet de tijd bijhielden. En dus schreven James en zijn vier medegeleerden in Centuries of Darkness, ‘… Er zijn goede redenen om het gehele Sotische dateringconcept zoals het werd toegepast door vroegere Egyptologen te verwerpen.’ (Zie ook het Journal of Creation artikelIneenstorting van de Sothis theorie: Egyptische chronologie herzien).

Manetho

Ook Manetho, een Egyptische priester die de geschiedenis van Egypte in de derde eeuw voor Christus optekende, vormt een reden om de traditionele chronologie in twijfel te trekken. Velen beschouwen de geschriften van Manetho als ontegenzeggelijke feiten. Hij was bekwaam in het ontcijferen van de hiërogliefen en had toegang tot inscripties, documenten, en andere waardevolle artefacten. Toch zijn er twee problemen. Ten eerste schreef Manetho zijn werk honderden, zelfs duizenden jaren na veel van de daadwerkelijke gebeurtenissen. Ten tweede, geen van de geschriften van Manetho bestaan. [6] De enige beschikbare bron voor Manetho’s geschriften zijn enkele van zijn verklaringen geciteerd door veel recentere historici zoals Josephus, Africanus, Eusebius, en Syncellus.

Historische bronnen voor Egyptische chronologie

Het Egyptische bewijsmateriaal bestaat uit talrijke inscripties, teksten, papyrus documenten, en artefacten. Hoewel die zeer nuttig zijn, verstrekt dit bewijsmateriaal geen volledig beeld van de Egyptische geschiedenis.

De oude geschriften van Herodotus, Manetho, Josephus, Africanus en Eusebius geven aanvullend historisch inzicht. De beroemde Griekse historicus Herodotus reisde in de 5e eeuw v. Chr.naar Egypte en interviewde priesters en andere geleerde personen. Zoals al eerder vermeld, stelde Manetho in de 3e eeuw v.Chr.de Egyptische geschiedenis samen voor de bibliotheek in Alexandrië. De beroemde Joodse historicus Josephus, citeerde Manetho bij het schrijven van zijn historische anthologieën (bloemlezingen) in de eerste eeuw n.Chr.
De bekende historici Africanus en Bisschop Eusebius schreven achtereenvolgens in de derde en vierde eeuw n.Chr. ook over de Egyptische geschiedenis, en citeerden Manetho eveneens. Deze vooraanstaande historici waren het echter niet met elkaar eens aangaande de berekening van Egyptische chronologie.

Vanwege de tegenstrijdige aard van de Egyptische chronologie is het onmogelijk om een complete/uitvoerige lijst van data, Farao’s, en dynastieën te presenteren. Sir Alan Gardiner schreef, ‘De materialen die ons ter beschikking staan voor de reconstructie van een samenhangend beeld zijn hopeloos ontoereikend.’ Als gevolg hiervan, moeten we de Egyptische geschiedenis naast andere betrouwbare historische bronnen leggen. De bijbelse en Assyrische chronologie bieden zeer goede consistente dateringen die toegepast kunnen worden om de vele twijfelachtige gegevens van de Egyptische geschiedenis te corrigeren. Met andere woorden, als het Oude Testament en de Assyrische historische verslagen aanzienlijk overlappen, dan zou revisie van Egyptische chronologie door te harmoniseren met twee onafhankelijke betrouwbare bronnen volkomen logisch zijn.

Het verband tussen Noach en Egypte.

Egyptisch standbeeld

De Hebreeuwse naam van één van Noah’s kleinzonen is Mizraim (Genesis 10:6). Het is geen toeval dat moderne Egyptenaren zich Misr noemen, wat is afgeleid van Mizraim. Volgens het boek Genesis is Noachs’ kleinzoon, Mizraim [7] de vader van de Egyptenaren. Binnen de herziene chronologie, komt Egypte rond 2100 v.Chr.tot stand, kort na de verspreiding uit Babel. De beroemde historicus Eusebius uit de 4e eeuw n.Chr. schrijft:

Egypte wordt door de Hebreeërs Mestraim genoemd; en Mestraim leefden kort na de zondvloed. Want na de zondvloed, kreeg Noach’s zoon Cham (of Ham), Aeguptos of Mestraim, die de eerste was die zich in Egypte ging vestigen, in de tijd dat stammen zich begonnen te verspreiden… Mestraim was inderdaad de stichter van het Egyptische volk; uit hem moet de eerste Egyptische dynastie ontsproten zijn. [8]

Binnen de traditionele chronologie, wordt de eerste Egyptische dynastie vooraf gegaan door een predynastieke periode van ongeveer 2.000 jaar. Genesis geeft een veel kortere tijdspanne. Het jaarverslag 1988-1989 van het Oriental Institute of Chicago toont een samenvatting van uitgebreid archeologisch onderzoek door Bruce Williams. Williams onderzocht opnieuw ontdekkingen die enig verband hadden met de predynastieke periode en concludeerde:

Beide artikelen maken deel uit van een groeiende opeenstapeling bewijsmateriaal dat de periode ooit bekend als ‘predynastiek’, krachtig verbindt aan de periode van de piramides en recenter, zodat deze uitdrukking niet langer meer gebruikt zou moeten worden. [9]

Williams heeft tal van artikelen in archeologische vaktijdschriften gepubliceerd, en zijn recente onderzoek lijkt de Genesis beschrijving te bevestigen.

Abraham bezoekt Egypte

De bijbelse datum van de Uittocht uit Egypte is ongeveer 1445 v.Chr.
Exodus 6:4 en Galaten 3:16-17 vertellen ons dat de Here 430 jaar eerder een verbond (overeenkomst) met Abraham had gesloten, rond het jaar 1875 v.Chr. Niet lang daarna reisde Abraham naar Egypte om te ontsnappen aan een ernstige hongersnood in het land van Kanaän (Genesis 12:10).

Het bezoek van Abraham ging niet onopgemerkt, omdat ambtenaren van Farao hun koning lieten meldden dat Sara, de vrouw van Abraham, zeer aantrekkelijk was. Uit vrees zei Abraham tegen Farao, dat Sara zijn zuster was. Het gevolg was dat Farao Sara tijdelijk in zijn harem opnam en Abraham betaalde met vele kostbare geschenken.

Echter, de Here trof het huis van Farao met plagen waarop zij vrijgelaten werd nadat hij ontdekte dat zij eigenlijk de vrouw van Abraham was.

Abraham kwam uit Ur der Chaldeeën (Genesis 11:31). Tussen 1922 en 1934 ontdekte Sir Leonard Woolley dat dit de eerste beschaving was [10] met superieure kennis van astronomie en rekenkunde. De Sumerische beschaving ontdekten bovendien het schrift, stelden woordenboeken samen, en berekende tweede- en derdemachtswortels. [11]

Woolley’s ontdekkingen lijken de geschriften van Josephus aangaande het bezoek van Abraham aan Egypte te bevestigen. Josephus schrijft over Abraham:

Hij deelde zijn rekenkunde met hen, en leverde hen de wetenschap van de astronomie; want voordat Abram in Egypte kwam, waren zij niet vertrouwd met die kennis; want die wetenschap kwam via de Chaldeeërs in Egypte. [12]

Binnen een herziene chronologie, zou Abraham Egypte pas bezocht hebben in de tijd dat Khufu (aka Cheops) Farao was. De vroege Egyptische piramides van vóór Khufu, waren op zichzelf geweldige architecturale structuren, maar zij waren niet volkomen vierkant of nauwkeurig georiënteerd op de vier windrichtingen. Maar toen Khufu zijn meesterlijke piramide bouwde, lijkt er een overvloed aan astronomische en wiskundige deskundigheid geweest te zijn. De piramide van Khufu was volkomen vierkant, waterpas, en georiënteerd op de vier windrichtingen.

Als we Abrahams bezoek aan Egypte plaatsen in de juiste dynastie, kan dat de katalysator zijn geweest die een architecturale revolutie teweeg bracht in de Egyptische geschiedenis.

Jozef komt aan de macht in Egypte

Egyptische pyramiden

De 12e dynastie van Egypte was één van de hoogtepunten in de Egyptische geschiedenis. Door een herziene chronologie, zou Jozef tijdens deze dynastie aan de macht komen onder Sesostris I. Volgens Genesis, was Jozef één van Jacobs’ twaalf zonen. Zijn broers verkochten Jozef uit jaloezie aan Medianitische handelaren die Jozef vervolgens verkochten aan een Egyptische ambtenaar, Potifar genaamd.

Uiteindelijk, na een periode van beproeving en onderdrukking, voorzag de Here erin, dat Jozef als 2e man achter Farao aan de macht kwam in Egypte.

Van Sesostris I is bekend, dat hij een vizier of eerste minister heeft gehad met de naam Mentuhotep, die buitengewone macht bezat. De Egyptoloog, Emille Brugsch schrijft in zijn boek Egypt Under the Pharaohs:

‘in een woord, Mentuhotep, lijkt het alterego van de koning. Als hij arriveerde, bogen belangrijke personen vóór hem neer, bij de buitendeur van het koninklijke paleis.’ [13]

De beschrijving van Brugsch lijkt de status van Jozef te bevestigen:

‘En hij (Farao) deed hem rijden op de tweede wagen, die hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland.’ ( Genesis 41:43).

Het uiteindelijke succes van Jozef was gelegen in zijn mogelijkheden om dromen te verklaren. De Egyptenaren hechtten enorme waarde aan dromen. Jozef kon de betekenis van de verwarrende dromen van Farao interpreteren, namelijk dat er zeven jaar van overvloed gevolgd door zeven jaar van strenge hongersnood zou komen. Overtuigd door de uitleg van Jozef, stelde Farao Jozef aan, om het inzamelen van het graan tijdens de zeven overvloedige jaren te leiden.

Twee aanwijzingen uit Egyptische inscripties lijken de Genesis beschrijving te bevestigen. Ten eerste, een groot reliëf op de ‘Rots van Honger’, ‘… Omdat Hapy [ de riviergod ] er niet in geslaagd was op tijd te komen tijdens een periode van zeven jaar. Het graan was karig, Het zaad opgedroogd, elk soort voedsel was schaars… [14]

Ten tweede, een graf dat toebehoord aan Ameni, een provinciale gouverneur onder Sesostris I, vermeldt:

Niemand was ongelukkig in mijn dagen, zelfs niet in de jaren van hongersnood, want ik had alle gebieden van Nome van Mah aangeplant…zo verlengde ik het leven van zijn inwoners en bewaarde het voedsel dat geproduceerd was. [12]

Hebreeuwse slaven in Egypte

Binnen de traditionele chronologie vindt de Egyptische onderdrukking van Hebreeuwse slaven plaats in de 18e dynastie. Het probleem is dat er weinig tot geen historisch bewijsmateriaal is van Hebreeuwse slaven in Egypte op dat moment. Maar wanneer we dit plaatsen in de 12e dynastie onder een herziene chronologie, is er aanzienlijk bewijsmateriaal voor Israëlitische slavenarbeid in Egypte.

Dr. Rosalie David, verantwoordelijk voor de Egyptische afdeling van het Manchester Museum, schrijft over de Semitische slavernij in Kahun tijdens de tweede helft van de 12e dynastie:

Het is duidelijk dat er een aantal Aziaten in de stad aanwezig waren, en dit kan beeldbepalend zijn geweest voor de situatie elders in Egypte. Er kan gesteld worden dat deze mensen door de Egyptenaren grofweg als ‘Aziaten’ werden betiteld, hoewel hun precieze geboorteland in Syrië of Palestina (Israël) niet bepaald kan worden… De reden voor hun aanwezigheid in Egypte blijft onduidelijk. [15]

De Bijbel maakt het vrij duidelijk waarom de Israëlitische slaven in Egypte verbleven:

Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had. Die zei tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja, machtiger dan wij. En zij zetten er oversten der schattingen over, om het te verdrukken met hun lasten… Zodat zij hun het leven bitter maakten met harde dienst…(Exodus 1:8-14)

Dr. Rosalie David schrijft ook over de aanwezigheid van slaven in Gurob, Egypte:

De versnipperde documentatie geeft geen duidelijk antwoord over hoe of waarom de Aziaten naar Egypte kwamen in het Middenrijk… Er is niettemin degelijk literair bewijsmateriaal dat er Aziatische slaven, vrouwen en kinderen bij Gurob waren. [16]

Een ander stuk indirect bewijsmateriaal dat de bijbelse beschrijving ondersteund zijn de piramiden die tijdens deze dynastie werden gebouwd. Deze zijn gemaakt met bakstenen, vervaardigd uit modder en stro. Amenemhet III, een Farao waarvan de standbeelden een onaardig, wreed kijkend gezicht uitdrukken, was waarschijnlijk de Farao die de klagende Hebreeuwse voorlieden beantwoordde:

‘Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven, voor het maken der tichelstenen, als gisteren en eergisteren; laat hen zelf heengaan, en stro voor zichzelf verzamelen (Exodus 5:7).’

Weer een ander stuk indirect bewijsmateriaal was de ontdekking van bepaalde kistjes onder de vloeren van huizen tijdens opgravingen in Kahun. Sir Flinders Petrie groef een aantal deze kistjes op welke de skeletten van tot drie maanden oude baby’s bevatten, soms wel drie in een kistje. [17] Het is aannemelijk dat deze babyskeletten de beenderen zijn van de Hebreeuwse baby’s gedood op direct bevel van de Farao in een poging om hun bevolkingsgroei (Exodus 1:16) te beperken. Maar één bijzondere babyjongen zou aan de dood van Farao’s oordeel ontsnappen en zou de koers van de Hebreeuwse geschiedenis veranderen.

Mozes wordt geboren

Volgens het Boek Exodus, werd baby Mozes geadopteerd door de dochter van de Farao terwijl zij bij de rivier baadde. Zijn ouders negeerden het bevel van Farao en gaven zijn lot over in de handen van de Here God, door hem in een mand te plaatsen die ze in de rivier plaatsten. Velen beschouwen dit als een aardig, maar volledig onrealistisch verhaal. Immers, welke Egyptische prinses zou een Hebreeuws slavenkind adopteren en hem aanbieden om de volgende Farao te worden?

Plaatsen we Mozes echter in de 12de dynastie, dan lijkt het erop dat dit zeer goed past bij de geschiedenis van het hof van de Farao. [18] Amenemhet III had twee dochters, maar er konden geen zonen vastgesteld worden. Amenemhet IV is voorgesteld als zoon van Amenemhet III, maar hij kon evengoed de zoon van Sobekneferu (één van de dochters van Amenemhet III) zijn geweest. Amenemhet IV is een zeer mysterieuze persoon in de Egyptische geschiedenis en kan co-regent van Amenemhet of Sobekneferu zijn geweest.

Josephus schreef aangaande de dochter van Farao, ‘Omdat ze geen kind van haar zelf heeft… dacht zij dat zij hem tot opvolger van haar vader kon maken.’ Bovendien heeft Dr. Donovan Courville Sobekneferu als pleegmoeder van Mozes voorgesteld. Dat is aannemelijk aangezien er geen historisch materiaal is waaruit blijkt dat Sobekneferu een biologische zoon had. Als Sobekneferu de pleegmoeder van Mozes was, dan zou de bijbelse beschrijving van haar badend bij de rivieroever niet onlogisch zijn. De riviergod Hapy was de vruchtbaarheidsgod van Egypte, en Sobekneferu zou waarschijnlijk een godsdienstig ritueel in de rivier hebben uitgevoerd. Misschien zou de verschijning van een baby die in de rivier drijft geïnterpreteerd zijn als direct antwoord op haar gebed voor een kind.

Uittocht van Egypte

In een herziene chronologie, was Neferhotep I waarschijnlijk de Farao van de Exodus in de 13e dynastie. Exodus 7:10 vertelt ons ‘… Mozes en Aäron gingen naar de Farao en deden wat de HEER hun had opgedragen. Voor de ogen van de Farao en zijn hovelingen gooide Aäron zijn staf op de grond, en de staf veranderde in een slang.`… De Farao liet op zijn beurt de geleerden en tovenaars komen, en deze Egyptische magiërs bereikten met hun toverformules hetzelfde. Ieder gooide zijn staf neer, en elke staf veranderde in een slang. Maar de staf van Aäron verslond alle andere staven (Exodus 7:11-12).’ In het Liverpool Museum bevindt zich een staf van een tovenaar uit dezelfde periode in de Egyptische geschiedenis. [19] De staf heeft de vorm van een lange cobra. Misschien oefenden de tovenaars één of andere vorm van hypnotische macht uit, waardoor de staven in echte slangen leken te veranderen, of mogelijk pasten ze goocheltrucs toe om de staf te vervangen door een echte cobra.

De tien plagen zijn waarschijnlijk één van de beroemdste aspecten van het verhaal van de Exodus. Als de plagen historische gebeurtenissen waren zoals die door Mozes werden opgetekend, dan zou er toch wel iets van bewijsmateriaal moeten zijn die hun catastrofale gevolgen beschrijft. Inderdaad is er in Nederland een papyrus in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden met een grafische afbeelding welke op een griezelige manier herinnert aan de bijbelse gebeurtenissen. [red.1] Er is onder archeologen geen overeenstemming over de datering van de tekening. Een uittreksel beschrijft het als volgt:

… plagen teisteren het gehele land en het bloed is overal… en dat niet alleen, zelfs de rivier is bloed. Drinkt een mens daarvan? Als mens verwerpt hij het. Hij dorst naar water… en dat niet alleen, maar de poorten, kolommen en muren worden met vuur verteerd… En zelfs de zoon van de hoog-geboren mens moet niet meer worden erkend… De vreemdeling van buitenaf zijn in Egypte gekomen…Maar ook al het graan is overal vernietigd… iedereen zegt ‘er is niets meer.’ [20]

(zie ook The ten plagues of Egypt: miracles or ‘Mother Nature’?, die ook de theorie van bloeiende algen weerlegt).

De laatste plaag treft Farao in het hart. De Here brengt bij middernacht alle eerstgeboren om in elke Egyptische familie. De Hebreeërs werden gewaarschuwd voor deze vreselijke ramp en Mozes gaf hen de opdracht om een lam te doden en zijn bloed op hun deurpost te spatten. De Vernietiger zou elk huis met het bloed van het lam voorbijgaan. Het is wel bijzonder in dit opzicht dat Wahneferhotep, zoon van Neferhotep I, de troon van zijn vader niet opvolgde. In plaats daarvan werd Neferhotep I opgevolgd door zijn broer Sobkhotpe IV ‘die de troon bezette welke zijn broer onlangs opgaf’. [21] Tot de dag van vandaag kunnen historici geen reden aanwijzen waarom de zoon van Neferhotep I hem niet opvolgde. Misschien is een betere bestudering van de bijbelse geschiedenis noodzakelijk.

Een ander stuk indirect bewijsmateriaal wat zeer interessant is, is het plotselinge vertrek van de inwoners van Kahun. Dr. Rosalie David schrijft:

Het is duidelijk dat de voltooiing van de piramide van de koning niet de reden was waarom de inwoners van Kahun uiteindelijk de stad verlieten, hun hulpmiddelen en ander bezit achterlatend in de winkels en huizen… De hoeveelheid, verscheidenheid, en het type van allerdaagse gebruiksartikelen die in de huizen werden achtergelaten suggereren dat het vertrek plotseling en onvoorbereid was. [22]

Het bewijsmateriaal lijkt Exodus 12:33 te bevestigen waar staat, ‘De Egyptenaren drongen er bij het volk op aan zo snel mogelijk uit hun land weg te gaan…’

Maar wat gebeurde er met het machtige Egyptische leger? Volgens de Bijbel, achtervolgde Farao de vluchtende Israëlieten met zijn leger, terwijl zij op wonderbaarlijke wijze de Schelfzee (Rode zee) doortrokken. Het Egyptische leger eindigde echter op de bodem van de Schelfzee (Exodus 14:28). Het is geen toeval dat de mummie van Neferhotep I nooit gevonden is.

Het Hyksos mysterie opgelost

Archeologen en andere geleerden zijn ook lang in verwarring geweest over de snelle bezetting van Egypte door de geheimzinnige Hyksos, zonder een militaire confrontatie. De geleerden die een herziene chronologie bepleiten hebben Hyksos geïdentificeerd als de Amalekieten, die de uit Egypte vluchtende Israëlieten aanvielen. Het is aannemelijk dat de Amalekieten zonder weerstand Egypte introkken, vanwege de vernietiging van het Egyptische leger dat omkwam in de Schelfzee.

“… er is een overvloed van historisch en archeologisch bewijsmateriaal om de boeken Genesis en Exodus te bevestigen, wanneer het in de juiste tijd geplaatst wordt…”

De identificatie van Hyksos als de Amelekieten biedt een verklaring voor de anders nogal vreemde passage ‘Amalek is de eersteling der heidenen’ (Numeri 24:20), en waarom een Egyptenaar ‘de knecht (slaaf) van een Amalekietische man zou zijn’ (1 Samuel 30:13). Dit snijdt hout binnen de herziene chronologie waar de Amelekieten de dienst uitmaakten in het machtige Egyptische imperium.

Hun huidige onbekendheid is de vervulling van God’s profetie aan Mozes, ‘dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder de hemel’ (Exodus 17:14). Er is vandaag de dag nauwelijks iemand die van hen heeft gehoord, laat staan van hun vroegere superioriteit. De fysieke uitroeiing (zie ook Was this a war crime?) werd eerst vervuld in de tijd van Saul, maar hij was ongehoorzaam aan God (1 Samuel 15), zodat de Amelekieten nog onheil veroorzaakten in de tijd van David zodat hij het werk afmaakte (1 Samuel 30).

Conclusie

Er bestaat een verhaal over een oudere, zeer gerespecteerde archeoloog die in Gezer, Israël naast een jonge archeoloog groef. [23] De jonge archeoloog mopperde over de historische betrouwbaarheid van de Bijbel waarop de oudere archeoloog rustig antwoordde, ‘als ik u was, zou ik de Bijbel maar niet belachelijk maken. Toen de jonge archeoloog vroeg, ‘hoezo niet?’ antwoordde de oude archeoloog : ‘De Bijbel heeft de gewoonte het uiteindelijk toch bij het rechte eind te hebben’.

In deze tijd van het jaar, zullen christenen bestookt worden met programma’s en artikelen die de bijbelse geschiedenis van Jozef, de Hebreeuwse slavernij, Mozes, en de Exodus als legende en mythe afbeelden. Maar zoals wij hebben kunnen zien, is er wanneer geplaatst in de juiste tijd, een overvloed van historisch en archeologisch bewijsmateriaal om de boeken Genesis en Exodus te bevestigen.

Het synchroniseren van de bijbelse chronologie met de herziene Egyptische chronologie zal nog meer toetsing, onderzoek, hard werk, en zorgvuldig vakmanschap eisen. Uitgaande van de nauwkeurigheid van de Bijbel en de toepassing van professionele onderzoeksnormen, zijn een aantal geleerden aan een veelbelovende start begonnen. Dr. Clifford Wilson, de vroegere Directeur van het Australische Institute of Archaeology, zei het heel treffend:

Ik ken geen archeologische ontdekkingen die na zorgvuldige bevestiging met de Bijbel in tegenspraak zijn. De Bijbel is het nauwkeurigste geschiedenisboek dat de wereld ooit gezien heeft. [24]



Referenties en aantekeningen

[1] Rohl, David.A Test of Time:The Bible: from Myth to History, p. 128, Century Limited, London, UK, 1995; see also review by John Osgood, Journal of Creation 11(1):33–35, 1997.
[2] James, Peter.Centuries of Darkness, pp. XV–XVI, Pimlico, London, UK, 1992.
[3] James, ref. 2, p. 39.
[4] Gardiner, Allan.Egypt of the Pharaohs, p. 53, Oxford University Press, London, UK, 1964.
[5] Ashton, J. and Down, D.Unwrapping the Pharaohs:How Egyptian Archaeology Confirms The Biblical Timeline, p. 74, Master Books, Green Forest, AR, 2006.
[6] Ashton and Down, ref. 5, p. 73.
[7] Hebrew מצרים (mitsrayim). Het commentaar van John Gill’s beschikbaar in de On-line Bijbel, luidt: ‘Het woord is duaal en wordt gebruikt om Egypte aan te duiden, dat in tweeen was verdeeld. Het Boven-Egypte en Beneden-Egypte.’
[8] Waddell, History of Egypt and Other Works by Manetho:The Aegyptiaca of Manetho, pp. 8–9.
[9] Sumner, William.‘Scholarship Individual Research,’ The Oriental Institute Annual Report 1988–1989, p. 62, University of Chicago, Chicago, IL, 1990.
[10] Overduidelijk was dit niet de eerste beschaving maar de eerste ‘her-beschaving’ – na de zondvloed.
[11] Ashtonand Down, ref. 5, p. 201.
[12] Whiston, W., Josephus’ Complete Works, Antiquities of the Jews, Book I, chapter VIII, para. 2.
[13] Breasted, James.A History of Egypt, p. 162, Scribner and Sons, New York, NY, 1954.
[14] Ashtonand Down, ref. 5, p. 84.
[15] David, R.The Pyramid Builders of Ancient Egypt:A Modern Investigation of Pharaoh’s Workforce, p. 191, Guild Publishing, London, UK, 1986.
[16] David, ref. 15, p. 192.
[17] Ashtonand Down, ref. 5, p. 100.
[18] Ashtonand Down, ref. 5, p. 93.
[19] Ashtonand Down, ref. 5, p. 98.
[20] Velikovsky, Immanuel, Ages in Chaos, Vol.1, ‘From the Exodus to King Akhnaton’, pp. 25–28, Abacus, London, UK, 1973.
[21] Edward, C.J. et al., The Cambridge Ancient History, Vol. II, Part I, ‘History of the Middle East and the Aegean Region c. 1800–1380 B.C.’, p. 50, Cambridge University Press, Cambridge, UK, 1980.
[22] David, ref. 15, p. 195 and 199.
[23] Wieland, C., Archaeologist confirms creation and the Bible: Interview with archaeologist Clifford Wilson, Creation 14(4):46–50, 1992.
[24] Wilson, C, Archaeologist Speaks Out, Creation 21(1):15, 1998.
[red.1] Het stuk draagt de naam “The admonitions of Ipuwer” (zie http://www.ohr.org.il/yhiy/article.php/838.

Originele Engelse tekst op: http://www.creationontheweb.com/content/view/4857