Evolutie en het christelijk geloof

De Daniël-test

Belshazzar’s feast, by Rembrandt
Belshazzar’s feast *oil on canvas *167,6 x 209,2 cm *signed c.r.: Rembrand/F 163(.) *inscribed t.r.: Mene mene tekel upharsin

Bijna 160 jaar zijn verstreken sinds Charles Darwins beroemde boek On the Origin of Species stormenderhand de wereld veroverde. Sinds die tijd zijn er belijdende christenen die de evolutie als ‘historisch feit’ hebben omarmd en naar wegen hebben gezocht om hun begrip van de Schrift dienovereenkomstig te wijzigen. Theïstische evolutie is een algemeen geaccepteerde visie in de tegenwoordige kerk. Velen zijn snel bereid om hun evangelische orthodoxie te belijden, terwijl ze tegelijkertijd duidelijke Bijbelse leringen herinterpreteren – bijvoorbeeld die van een historische Adam en Eva of een letterlijke zondeval. Met nadruk zeggen ze dat het zowel verstandig als juist is om als christenen recht te doen aan de ‘wetenschap’, om maar te zwijgen over het behouden van respect en invloed in de moderne samenleving. De afgelopen jaren is er een gestage stroom van boeken van theologen en belijdende christelijke wetenschappers verschenen,1 die beweren Genesis actueel te houden voor de moderne lezer. Maar de meeste christenen hebben geen theologische of wetenschappelijke opleiding; hoe kunnen ze dan met zekerheid weten wat ze moeten denken of geloven over de oorsprong?

De Bijbel geeft ons heel praktische hulp bij het beantwoorden van een dilemma als dit. We moeten de beweringen van zulke mensen naast de Schrift leggen – om ‘alles te toetsen; Beproef alle dingen, behoud het goede (1 Tessalonicenzen 5:21). Hiermee minachten we mensen niet, noch valt het hun opleiding aan. Integendeel, het erkent dat de beste mensen juist mensen op hun best zijn. Wetenschappelijk onderzoek en theologische theorieën zijn nuttig, maar alleen voor zover ze ondergeschikt zijn aan de Waarheid van Gods Woord. Al het denken moet worden beoordeeld in het licht van die perfecte standaard (zie Psalm 19:7) en waar nodig moet de knie ervoor buigen. Door dit niet te doen kunnen ware christenen schade toebrengen aan het Evangelie dat zij waarderen en belijden – vandaar de ontnuchterende waarschuwing voor Gods strengere oordeel over degenen die in de kerk onderwijzen (Jakobus 3: 1). Ten slotte is het niet wat ‘geleerden’ zeggen dat er echt toe doet, maar wat God te zeggen heeft.

De Daniël-test

Het beroemde olieverfschilderij Het feestmaal van Belsazar van Rembrandt (1606-1669), hangt in London’s National Gallery. Het beeldt de scène af die in Daniël 5 wordt beschreven en waar koning Belsazar een groot banket hield. Dit betrof het schenden en afgodisch gebruiken van drinkgerei uit de tempel in Jeruzalem. Rembrandts schilderij schetst het tafereel net nadat een hand op mysterieuze wijze is verschenen en een tekst heeft geschreven op de gepleisterde muur van de paleiszaal. Het gezicht van de koning zelf is als een foto. Wat hij zag, beangstigde hem: “Toen veranderde de gelaatskleur van de koning, zijn gedachten verschrikten hem, zijn heupgewrichten verslapten en zijn knieën knikten” (Daniël 5:6).

De koning liet de profeet Daniël roepen om het schrift op de muur te ontcijferen. Daniël herinnerde hem aan ‘God, de Allerhoogste’ (vers 21), hoe Hij tegen de trots van zijn voorganger, koning Nebukadnezar, was opgetreden. Maar Belsazar had niet van die les geleerd. Hij had volkomen gefaald de ware God te eren.

Het handschrift, zo legde Daniel uit, was een boodschap aan de koning van God zelf, die zijn ongenoegen verklaarde. Daniël las de inscriptie en interpreteerde deze: “Mene, Mene, Tekel, Ufarsin. Dit is de uitleg van deze woorden. Mene: God heeft de dagen van uw koningschap geteld en Hij heeft er een einde aan gemaakt. Tekel: u bent gewogen in de weegschaal en u bent te licht bevonden. Peres: uw koninkrijk is verdeeld en het is aan de Meden en de Perzen gegeven.” (vers 25-28)

Nog voor die dag voorbij was, werd het koninkrijk binnengevallen door Darius, de koning van de Meden (een oud imperium in wat tegenwoordig Iran is). Belsazar verbeurde zijn leven, want God had hem geoordeeld. Het is zowel een interessante als een ontnuchterende verantwoording. Hier werd een goddeloze koning verantwoordelijk gehouden voor het corrumperen van de eredienst van God. Met God wordt niet gespot. En als dat waar was voor een heiden, hoeveel te meer zouden belijdende christenen moeten oppassen om de dingen van God te corrumperen?

Belsazar maakte een grote beoordelingsfout door te denken dat hij de gouden vaten van Gods tempel (geheiligde voorwerpen) kon nemen en ze voor zijn eigen doeleinden kon gebruiken. Een dergelijk perverteren van hun bedoelde gebruik bracht een snelle veroordeling teweeg. De koning faalde in wat ik ‘de Daniël-test’ zal noemen: zijn omgang met geheiligde dingen werd door God in de weegschaal gewogen en bleek te licht bevonden.

Juist omgaan met Gods Woord

Hoe bijzonder de tempelvaten ook waren, veel kostbaarder zijn de woorden van de Almachtige God: “De woorden van de HEERE zijn reine woorden, als zilver gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal;”(Psalm 12:7) “De bepalingen van de HEERE zijn waarachtig, met elkaar zijn zij rechtvaardig. Zij zijn begerenswaardiger dan goud, ja, dan veel zuiver goud.” (Psalm 19:10-11) De Daniël-test is dus een toets voor onze omgang met het kostbare Woord van God. Hoe christenen omgaan met de Schrift, doet er echt toe. Wat onze bedoelingen ook mogen zijn, het is duidelijk dat de vervorming of verdraaiing van de Schrift iets is dat God zeer serieus neemt (zie 2 Petrus 3:16).

Gewogen en te licht bevonden

Voor de apostel Paulus was het van groot belang dat zijn onderwijs vrij was van alles wat de geest van zijn discipelen en lezers zou kunnen bederven (2 Korinthiërs 7:2), en dat zijn omgang met de Heilige Schrift onberispelijk was. Evenzo kan de Daniël-test worden toegepast op terreinen waar de Bijbel in onze tijd wordt aangevallen. Jezus gebiedt de christenen: “U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand” (Lukas 10:27). Ware liefde voor God zal zich beslist manifesteren in het eerbiedig en zorgvuldig omgaan met het Woord van God door een christen.

Mijn nieuwe boek, Evolution and the Christian Faith (Evolutie en het christelijke geloof), weerspiegelt de last van mijn hart. Ik kijk naar de hedendaagse kerk en zie vele manieren waarop belijdende christenen proberen hun ongeloof in Genesis als geschiedenis te rechtvaardigen, om die maar aan evolutie aan te passen. Het is mijn ernstige overtuiging dat, wanneer theïstische evolutie in de weegschaal wordt gewogen, het zowel Bijbels als theologisch te licht wordt bevonden.

Om erachter te komen hoe ik tot deze radicale conclusies ben gekomen, raad ik u aan het boek te lezen. Dit is wat mijn collega, Dr. Don Batten (directeur van CMI Australië) meldde nadat hij het had gelezen. Als persoonlijke voormalig theïstisch evolutionist stem ik volledig in met wat hij schrijft:

Ik heb ooit geprobeerd te geloven in evolutie en in de Bijbel; ik was een theïstisch evolutionist. Maar diep vanbinnen maakte theïstische evolutie (TE) me onzeker. Ik probeerde er niet aan te denken omdat ik – denk ik – wist dat dat problemen zou geven. Philip Bell’s Evolution and the Christian Faith gaat diep in op alle redenen waarom TE elke christen die oprecht Christus als Heer en Verlosser volgt zou moeten verontrusten (zoals ik dat deed, onderwijl TE accepterend). Philip bespreekt nog meer redenen waarom ik uiteindelijk TE heb afgewezen en terugkeerde naar de autoriteit van Gods Woord. Ik ging van ‘boven’ het Woord staan naar er ‘onder’ staan. Dat wil zeggen, met TE was ik bezig Gods Woord passend te maken aan mijn evolutiontisch denken, terwijl we geroepen zijn om te gehoorzamen, niet om de duidelijke lering teniet te doen. Toen ik ‘boven’ het Woord stond, droeg ik gemakkelijk evangelische bevestigingen van de autoriteit en zelfs de onfeilbaarheid van de Bijbel uit, maar in werkelijkheid geloofde ik het niet echt. Toen ik TE overboord gooide, was het alsof ik opnieuw werd geboren, zo was de transformatie in mijn wandel met Christus. Philips boek legt uit waarom TE zo verwoestend is voor ons christelijk geloof; het ondermijnt alles, als je erover nadenkt! Evolution and the Christian Faith zal je helpen erover na te denken. Ik denk niet dat iemand die TE aanvaardt dit boek met een open hart voor God kan lezen en niet overtuigd zal worden door de Bijbelse argumenten. Ik wil bij iedere theïstisch evolutionist erop aandringen het te lezen. Biddend en zorgvuldig, en bereid om berouw te tonen over deze destructieve opvatting.

Mijn oprechte gebed is dat God het boek kan gebruiken om het gecompromitteerde denken van medegelovigen omver te werpen en hen te bevrijden om een steviger standpunt in te nemen ten opzichte van Zijn heilige en onfeilbare Woord – en Hem dus meer lief te hebben met het hele hart en verstand.

Referenties en noten

  1. Voorbeelden: https://creation.com/theistic-evolutionary-doublespeak en https://creation.com/review-creation-or-evolution-david-anderson