Evolutie, een oude aarde en godslastering

De titel van dit artikel lijkt nogal provocerend, nietwaar? Misschien zelfs een beetje extreem. Voor de meeste christenen lijkt het suggereren van zo’n verband vrij schokkend en misschien zelfs aanstootgevend. Er is echter wel degelijk een link tussen evolutie en de ouderdom van de aarde met godslastering (blasfemie), en als je dat eenmaal ziet, geloof ik dat die connectie heel duidelijk zal zijn.1

“Dezelfde wetenschappers die en hetzelfde wetenschappelijke proces dat (…) hij zo welsprekend beschreef als feilbaar en in staat tot manipulatie, werden nu voorgesteld als de ultieme advocaten van de waarheid waaraan we de Bijbel zouden moeten afmeten!”
Helaas hebben veel christenen en kerken in de westerse wereld een compromis gesloten met een of andere vorm van een oude-aardestandpunt om ‘progressief’ en ‘wetenschappelijk relevant’ te zijn, en om de Bijbel aan te passen aan evolutie en/of miljarden jaren. In het denken van degenen die deze opvattingen koesteren, bewaart een dergelijke accommodatie de kerk ervoor irrelevant te worden. In dit denken worden de ‘jonge aarde’-creationisten gezien als het probleem, door de kerk vast te laten houden aan een ouderwetse, achterhaalde, ‘fundamentalistische’, en eerlijk gezegd gênante kijk op de wereld. Dan is het toch zeker een extreme stellingname om degenen die vasthouden aan een oude-aardestandpunt te beschuldigen van godslastering? Maar wanneer dit onderwerp in het licht van de Bijbel wordt gebracht, dan wordt het verband tussen het evolutionistische ‘oude aarde’-wereldbeeld en godslastering snel duidelijk.


De punten van evolutie naar godslastering met elkaar verbinden

Recent gebeurde er iets dat de kwestie voor mij uit de doeken deed en me in staat stelde om de verbinding duidelijker dan ooit tevoren te zien. Het besef kwam toen ik een kerkbijeenkomst bijwoonde waar een arts een toespraak gaf met als titel ‘Zijn de wetenschap en het christendom met elkaar in conflict?’. Het was verdeeld in twee delen: de eerste helft hield zich bezig met wetenschap (waar ik het grotendeels mee eens was) en de tweede helft over de vernomen ‘conflicten’ van ‘wetenschap’ met het christendom, waar ik het absoluut niet mee eens was.

De Bijbel en Jezus in twijfel trekken

De tweede helft van zijn toespraak was zeer problematisch. Dezelfde wetenschappers en hetzelfde wetenschappelijke proces dat hij in de eerste helft van zijn toespraak zo welsprekend beschreef als feilbaar en in staat tot manipulatie, werden nu voorgesteld als de ultieme arbiters van de waarheid waaraan we de Bijbel zouden moeten afmeten! Zonder zelfs maar enig bewijs aan te voeren, verklaarde hij eenvoudigweg dat de aarde miljarden jaren oud was, dat de fossielen dit bewezen hebben, en dat er evolutie heeft plaatsgevonden (waarbij natuurlijke selectie de drijvende kracht achter de evolutie zou zijn). Hij vertelde niet eens van de invloed van de wereldbeschouwing van de onderzoekers op hoe zij de gegevens die ze onderzoeken interpreteren.

De schepping in zes dagen, Adam en Eva, en de zondvloed, zo vertelde hij, moet je slechts als oudtestamentische gelijkenissen begrijpen die ons morele waarheid onderwijzen. Hoe zou anders, zo stelde de arts, Noach al die “miljoenen soorten op de ark gekregen hebben?” (maar zie hier).2 Op dezelfde manier, zo redeneerde hij, onderwees Jezus door middel van gelijkenissen, die volgens de spreker niet-historisch en niet-letterlijk waren, en puur werden verteld met de bedoeling ‘theologische waarheden’ te presenteren. Dus als Jezus dat mocht, waarom de schrijvers van het Oude Testament dan niet? (zie hier)3

Tijdens het vragenuurtje vroeg ik de spreker hoe hij miljoenen jaren van dood voorafgaand aan de zonde van Adam kan accommoderen terwijl de apostel Paulus duidelijk maakt dat voordat Adam zondigde er geen dood, bloedvergieten of lijden was.4 Hij gaf geen duidelijk antwoord. Hij zei zelfs: “Ik weet het niet.”

Ik vroeg hem ook waar hij de grens trok m.b.t. het gezag van de Bijbel—omdat moderne wetenschappers ons vertellen dat een zesdaagse schepping en de zondvloed allemaal fysieke onmogelijkheden zijn, en dezelfde wetenschappers en hun methoden vertellen ons ook dat maagden niet kunnen bevallen, water niet in wijn kan veranderen en dat dode mensen niet tot leven komen. Nogmaals, deze simpele vragen leken voor hem een zwak punt te zijn.

Aan het einde van de bijeenkomst sprak ik de spreker onder vier ogen en stelde hem een aantal directe vragen, met de bedoeling om de hele kwestie in mijn gedachten (en mogelijk de zijne) op te helderen. Ik wees erop dat toen Jezus het over de schepping van de mens (Mattheüs 19:4-5) en over de zondvloed had (Mattheüs 24:37-39 ; Lucas 17:26-27), Hij duidelijk over historische gebeurtenissen sprak en niet in gelijkenissen.5

Als de moderne wetenschap ons vertelt dat deze gebeurtenissen niet gebeurd zijn, hebben we dan geen probleem met de betrouwbaarheid van Jezus’ leer? Zijn antwoord was dat Jezus “sprak vanuit de kennis van Zijn tijd”. Daarop vroeg ik: “Had Jezus het dan fout?” Dat leek enige verlegenheid bij hem te veroorzaken, omdat hij antwoordde: “Nou, als u dat denkt, dan hebt u geen woord begrepen van wat ik zei!”

Het besef

Toen drong het tot me door: als mensen consequent zijn in hun denken, dwingt een geloof in een oude aarde en evolutie hen er uiteindelijk toe te zeggen dat Jezus het fout had! De Heere Jezus geloofde in een historische Adam en Eva, geschapen ‘in den beginne’ (Marcus 10:6) op de zesde dag van de scheppingsweek en niet aan het einde van een periode van miljarden jaren van evolutie waarbij de dood zijn intrede gedaan had vóór de schepping van Adam en de zondeval.  Jezus geloofde ook in een wereldwijde vloed en een historisch figuur die Noach heette. Als deze gebeurtenissen en personen slechts mythisch waren, zoals de spreker suggereerde, dan had Jezus het verkeerd met Zijn leer! Maar, zullen sommigen misschien beweren,6 de Heere Jezus ‘maakte Zichzelf leeg’ van Zijn goddelijkheid en was daarom beperkt tot de kennis van Zijn tijd. Jezus zei echter duidelijk: “Mijn onderricht is niet van Mij, maar van Hem Die Mij gezonden heeft” (Johannes 7:16, zie Johannes 14:24).

Als er nog enige twijfel mocht zijn dan is dit wat de Heere Jezus zei in Johannes 12:49: “Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet.” Met andere woorden, als Jezus het verkeerd had, dan ook God de Vader, en die suggestie komt neer op klinkklare godslastering! Zeggen dat God in staat is om fouten te maken, of onwaarheden te vertellen, is een daad van godslastering en te zeggen dat Jezus verkeerde dingen leerde of onwaarheden is ook godslasterlijk. De Bijbel verklaart duidelijk dat “God niet kan liegen” (zie Numeri 23:191 Samuël 15:29Romeinen 3:4Hebreeën 6:182 Timotheüs 2:13Titus 1:2).

Dus het aanpassen van de Bijbel aan de ‘wetenschap’ (d.w.z. methodologisch naturalisme) is een gevaarlijk compromis. Proberen om de boodschap van de bijbelse geschiedenis te forceren met de beweringen van naturalistische wetenschap is in feite zeggen dat God heeft gelogen en dat Jezus het verkeerd had. Eerlijk gezegd maakt het niet uit hoeveel titels een persoon voor of achter zijn/haar naam mag hebben (en CMI/MIG oefenen geen kritiek op goede wetenschap en kwalificaties), het kwalificeert iemand niet tot Godslastering!

Niets nieuws onder de zon

Het idee van Jezus als een ‘man van Zijn tijd’, en daardoor in staat Zich te vergissen, zien we voor het eerst in de leer van Arius in de 4e eeuw (door theologen de Kenotische ketterij genoemd).7 Dit is gebaseerd op een verkeerd begrip van het Griekse woord ekenōsen, dat Jezus beschrijft als ‘Zichzelf ontdoen van (…)’ te vinden in Filippenzen 2:6-7. Maar de context van dat vers is duidelijk. Het verwijst naar Christus’ houding van nederigheid met betrekking tot Zijn plaats en gezag in de hemel als iets dat niet voor Zijn eigen voordeel gebruikt mag worden—als voorbeeld van nederigheid voor ons. Toen de Heere Jezus de menselijke natuur aannam, vernederde Hij Zichzelf zelfs tot de kruisdood. Jezus heeft Zich van Zijn hemelse glorie ontdaan door het aannemen van menselijk vlees. We moeten Johannes 1:1-14 in gedachten houden, want het was het Woord dat vlees geworden is en het Woord was God—in al Zijn Volheid! Het was niet zo dat het ‘Woord ontdaan van Goddelijke eigenschappen vlees werd’ (zie deze discussie).

Desalniettemin is de doorslag in het betoog wat de opgestane Christus zei, en niemand zal beweren dat de Heere Jezus na Zijn opstanding nog steeds beperkt was, omdat Hij al naar Zijn Vader was teruggekeerd. En op de weg naar Emmaüs was het de opgestane Christus Die zonder voorbehoud de geschriften van Mozes bevestigde

(Lukas 24:27), dezelfde Mozes die schreef over de zesdaagse schepping, Adam en Eva, en over Noach en de zondvloed.8

Steve Chalkes ‘New Reformation’, oude fouten hergebruiken

Steve Chalke, Britse baptistenvoorganger en oprichter van Oasis Charitable Trust. Bron: en.wikipedia.org

De laatste tijd wordt het idee van Jezus en de bijbelschrijvers als ‘mannen van hun tijd’ en de Bijbel als feilbaar, flink gepromoot door Steve Chalke in zijn nieuwe ’95 stellingen’, gepost op YouTube. Verwijzend naar genocide, noemt hij Mozes “een denker uit de late Bronstijd (die) late Bronstijdwoorden en -moraal in Gods mond legt.”9

Voor Chalke bevat de Bijbel “tegenstrijdige en zelfs tegengestelde opvattingen”. Hij vervolgt dat “het serieus nemen van de Bijbel niet altijd hetzelfde is als het letterlijk nemen  Chalke redeneert, “geen van de bijbelschrijvers schreef een direct dictaat van God op; tegelijkertijd bevat ​​hun schrijven zowel de kenmerken van enkele van de beperkingen alsook van de vooroordelen van hun tijden en culturen.”10

Hier hebben we het dus: het bijbelse gezag is ondergeschikt gemaakt aan het denken van mensen wanneer het op ‘wetenschap’ aankomt. Als de bijbelse auteurs, en Mozes in het bijzonder, het fout hadden met hun kijk op de geschiedenis—met name de gebeurtenissen en personen van de schepping en de zondvloed—dan had de Heere Jezus het in het verlengde daarvan ook fout omdat Hij diezelfde leringen over de geschiedenis van de aarde deelde. Dat niet alleen, maar Jezus’ hemelse Vader zou in de leugen betrokken zijn omdat Hij Zijn Zoon toestond om onwaarheden te onderwijzen. Dat is godslastering.

“De implicatie is duidelijk: het falen om Mozes te geloven impliceert dat Jezus het fout heeft en dat geldt dan ook voor Zijn hemelse Vader.”
Jezus zelf anticipeerde op het ongeloof van degenen die Zijn woord niet aanvaardden toen Hij zei: “Als Ik aardse dingen tegen u zei en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik hemelse dingen tegen u zeg?” (Johannes 3:12) en: “Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven. Maar als u zijn Schriften niet gelooft, hoe zult u Mijn woorden geloven?” (Johannes 5:46-47). De implicatie is duidelijk: het falen om Mozes te geloven impliceert dat Jezus het fout heeft en dat geldt dan ook voor Zijn hemelse Vader. En als het aardse onderwijs van Jezus onbetrouwbaar is, dan ook Zijn hemelse leringen die op de verlossing en de eeuwigheid focussen. Dit zijn zeker ernstige en zwaarwegende kwesties.


Conclusie

“Evolutie en een oude aarde dwingen degenen die deze opvattingen koesteren er feitelijk toe te zeggen dat God en Zijn Zoon ongelijk hebben of gelogen hebben over de geschiedenis, en dat is het plegen van godslastering.”

Sinds Arius in de 4e eeuw vraagtekens zette bij de goddelijkheid van Jezus Christus heeft de kerk voortdurend te maken gehad met uitdagingen om de Bijbel te begrijpen als Gods foutloze Woord. De fundamentele leringen, dat Jezus ‘God is, geopenbaard in het vlees’ en dat de bijbelse auteurs door God zijn geïnspireerd om te schrijven zonder fouten, zijn eveneens door zulke ketterijen uitgedaagd. Sinds de Verlichting en vooral sinds Darwin zijn Origin of Species heeft gepubliceerd, zijn theorieën flink toegenomen in een poging om de kerk verder uit te dagen en te verzwakken in haar standpunt omtrent de bijbelse onfeilbaarheid en autoriteit. Mijn ervaring in het gesprek met de arts—die de Heere Jezus beschreef als “sprekend vanuit de culturele kennis van Zijn tijd” (met betrekking tot de schepping en de zondvloed)—deed bij mij het kwartje vallen. Opeens was het duidelijk dat een ‘mythische’ beschouwing van de gebeurtenissen waar de Heere Jezus het over had, zou betekenen dat je zowel Hem als Zijn hemelse Vader van onjuistheden beschuldigd. Het beschuldigen van de Heere Jezus of de Vader van accommoderen (wat gelijk staat aan opzettelijke misleiding) of feitelijke onnauwkeurigheden is een godslasterlijk standpunt. Liegen of onnauwkeurigheden zijn onmogelijk voor een moreel volmaakt Wezen Wiens eigenschappen alwetendheid omvat.

Beschuldig ik dan elke christen die vasthoudt aan een theïstisch-evolutionistisch/oude-aardestandpunt van het rechtstreeks lasteren van de Heere Jezus en God de Vader? Nee, omdat de meeste christenen evolutie, een oude aarde en godslastering niet met elkaar verbinden wanneer zij evolutie en lange tijdperken aanpassen aan hun begrip van de Bijbel. Maar wat ik wel wil zeggen, is dat fouten en (in het verlengde daarvan) leugens aan de Heere Jezus en God toeschrijven, godslastering is. Het schepping-evolutiedebat is zeker geen bijzaak—het raakt direct aan het hart van de goddelijkheid van Christus, de gerechtigheid van God, en ons begrip van de onfeilbaarheid en autoriteit van de Bijbel. Met andere woorden: evolutie en een oude aarde dwingen degenen die deze opvattingen koesteren, er feitelijk toe te zeggen, dat God en Zijn Zoon ongelijk hebben of gelogen hebben over de geschiedenis, en dat is het plegen van godslastering. De link tussen evolutie, de leeftijd van de aarde en godslastering is nu duidelijk.

 

Referenties en noten

  1. Ik suggereer niet dat christenen die vasthouden aan een evolutionistisch en/of een oude-aardestandpunt niet behouden zijn. Deze kwestie is echter zeker een bijbelse autoriteitskwestie, zo niet altijd direct een behoudskwestie – zie Can christians believe evolution?
  2. Dit is een zeer onverschillig combineren van moderne soorten (species) met originele bijbelse soorten (kinds of baramin). Noach hoefde geen ‘miljoenen soorten’ op de ark te brengen, waarvan de meeste zeedieren of microben zijn.
  3. Dit is een drogreden omdat het genre van Genesis geen gelijkenis maar een historische vertelling is. Bovendien is het slechts een aanname om te geloven dat de gelijkenissen van de Heere Jezus niet-historisch waren—het zouden zeker echte gebeurtenissen kunnen zijn, maar als een gelijkenis verteld om geestelijke waarheden te illustreren.
  4. Zie Romeinen 5:12-198:19-23a; 1 Korintiërs 15:21-2245-47. Genesis verwijst naar nephesh-chayyah; alleen hogere dierlijke orden worden beschouwd als levend in de bijbelse definitie; zie creation.com/nephesh-chayyah.
  5. Dit betekent niet dat gelijkenissen geen historisch fundament kunnen hebben.
  6. Zie een artikel geschreven door de stichting Biologos wat later werd verwijderd; maar zie discourse.biologos.org/t/how-human-was-jesus-was-he-omniscient/35976.
  7. Zie het kader door Jonathan Sarfati, ‘Theïstische evolutie en de Kenotische ketterij’, in: Wieland, C., schepping 34 (2): 51-54, april 2012; creation.com/jesus-age-earth.
  8. Zie de uitstekende discussie, ‘A man of His time?’ in: Bell, P., Evolution and the Christian Faith, Day One Publications, pp. 59-96, 2018.
  9. Chalke Talk 8 (04:06-04:16), www.youtube.com/watch?v=e0aGvt_znqA&t=184s.
  10. Chalke Talk 12 (02:58-03:43), www.youtube.com/watch?v=hY1bRmXTb-Q&t=146s.