Geologie en de ‘jonge aarde’

Geologie en de ‘jonge aarde’
Door Tas Walker in Creation 21(4).
Vertaling AH & FZ, Werkgroep In Genesis

Antwoorden voor ‘bijbelgetrouwe’ sceptici

De handgeschreven notitie met paperclip bevestigt aan een paar gefotokopieerde pagina’s was typerend. ‘Zou je kunnen helpen met een geologisch probleem?’ De schrijver, die van zichzelf zei een bijbelgetrouwe christen te zijn, was verward. Hij was net enkele stokoude geologische argumenten tegengekomen die het duidelijke bijbelse verslag van de aardse geschiedenis aanvielen – d.w.z. ze ontkenden een recente schepping en wereldwijde zondvloed op basis van ‘geologisch bewijsmateriaal’.

In de afgelopen 25 jaar waren er diverse boeken welke dit zogenaamde geologische bewijsmateriaal naar voren brachten en het geloof in de Bijbel voor veel mensen ondermijnde. Jammergenoeg zijn de boeken die het meeste leed en verwarring hebben veroorzaakt, geschreven door zogenaamde ‘bijbelgetrouwe christenen’.[1],[2],[3],[4]

Een samensteller van onderwijsprogramma’s voor christelijke ‘home-schooling’ schreef ons dat hij na het lezen van deze boeken behoorlijk murw geslagen was. [5] Hij vroeg ons, ‘of wij misschien antwoorden hebben op datgene wat deze schrijvers beweerden.’ Zeer zeker, dat hebben we!
Een andere persoon die enkele van die boeken gelezen had, zei: ‘Mogelijk heb ik wat informatie gemist die twijfel schept over het model van de recente schepping.’

Omdat het ‘model van de recente schepping’ waar hij naar verwijst, eenvoudig datgene is wat de Bijbel daarover zegt, begon hij werkelijk aan de Bijbel te twijfelen.

Onbevangen lezers van zulke boeken denken dat zij iets van bijbelgetrouwe christenen in handen hebben en verwachten aanmoedigend en geloofopbouwend materiaal. Zij zijn gewoonlijk niet voorbereid op het explosieve mengsel van ketterse theologie, slechte wetenschap en felle aanvallen op bijbelgetrouwe gelovigen.

De auteur Alan Hayward bijvoorbeeld, beweert een ‘bijbelgetrouwe’ christen te zijn. Hij is echter een unitarist, wat betekent dat hij de drie-eenheid van God ontkend. De Godheid van Christus wordt duidelijk onderwezen in het Nieuwe Testament (bijv. Joh.1:1–14, 5:18; Titus 2:13), [red.1] maar Hayward ontkent dit. [6] Het is duidelijk dat de Hayward ervoor koos om die gedeelten uit het Nieuwe Testament waar hij het niet mee eens was, te herinterpreteren.

Hij gaat op dezelfde wijze om met het Oude Testament. In plaats van de duidelijke leer van Genesis te accepteren, herinterpreteert hij schriftgedeelten om ze in te passen in zijn miljarden jaren voorkeur voor de leeftijd van de aarde. [7]

Door dat te doen, sticht hij natuurlijk verwarring en problemen, die lezers aan het wankelen brengen. We zijn gewaarschuwd om waakzaam te zijn voor leraren die de duidelijke leer van de Schriften moedwillig ontwrichtten om het in te passen in hun eigen filosofie (Kolossenzen 2:8)

Oppervlakkig bekeken werpt Hayward een indrukwekkende stapel argumenten op tafel om aan te geven waarom de Bijbel niet kan bedoelen wat het zegt. Misschien is zijn strategie in dit boek wel de allerbelangrijkste les. Zijn aanvallen op het woord van God, hetzij ontleend aan geologie, astronomie, seculiere geschiedenis of theologie verheft een andere autoriteit boven de Bijbel. Deze benadering is zo oud als het hof van Eden.

Ware kennis begint met de Bijbel (Spreuken 1:7, Psalm 119:160; 138:2), en dat moet ons uitgangspunt zijn. God was erbij toen Hij de wereld schiep. Hij weet alles, vertelt geen leugens, en maakt geen fouten. Juist vanuit de Bijbel weten we dat de aarde ‘jong’ is. [red.2] Als de Bijbel zou leren dat de wereld miljoenen jaren oud was, [8] dan zouden we dat geloven. Echter, het concept van miljoenen jaren lijden en dood is tegengesteld aan het woord van God en ondermijnt het fundament van het evangelie van Christus.

Veel mensen vinden het moeilijk om te accepteren dat wetenschappelijk onderzoek met de Bijbel zou moeten beginnen. Zij denken dat de vraag over de leeftijd van de aarde beantwoordt kan worden door het bewijsmateriaal ‘onbevooroordeeld’ te benaderen. Maar feitelijk is niemand onbevooroordeeld. Bewijsmateriaal is niet zelfinterpreterend; het is veel eerder zo, dat een ieder de wereld bekijkt vanuit een bepaalde vooronderstelling. Een geloofsraamwerk. Jammer genoeg hebben we als mensen nooit alle informatie. Wanneer we beginnen vanuit het bewijsmateriaal, kunnen we er nooit zeker van zijn dat onze conclusies juist zijn – evenals in een detective serie, is één stukje informatie voldoende om het grote geheel te veranderen. Daar staat tegenover dat wanneer we beginnen bij het Woord van God, we er zeker van kunnen zijn dat het de waarheid spreekt.

Zelfs als we nu niet alle antwoorden hebben op de schijnbare problemen kunnen we erop vertrouwen dat er een antwoord is. We zullen dit antwoord misschien niet krijgen aan deze kant van de eeuwigheid, maar dat komt puur omdat we niet alle noodzakelijke informatie hebben om tot de juiste conclusies te komen. Aan de andere kant zou voortdurend onderzoek het antwoord kunnen onthullen – wat zoals we zullen zien, vaak het geval is.

Varven

Dwarsdoorsnede van afwisselende lagen snel gevormd vanuit een zandbrij

Een veel voorkomend argument dat wordt ingebracht tegen de Bijbel zijn ‘varven’. Het betreft rotsformaties met afwisselende lagen (laminae) van fijn zwart, en grof licht sediment. Men veronderstelt dat jaarlijkse veranderingen de lagen met licht gekleurd sediment in de zomer afzetten en de donkere lagen in de winter. Men constateert dat sommige afzettingen honderdduizenden varven bevatten, en ‘bewijst’ daarmee dat de aarde veel ouder is dan waar de Bijbel over spreekt. [9] Maar de aanname dat ieder lagenpaar altijd een jaar duurt om zich te vormen is onjuist. Recente catastrofen tonen aan dat virulente gebeurtenissen zoals de in Genesis beschreven zondvloed, dergelijke gelaagde afzettingen zeer snel kunnen vormen. De uitbarsting van Mount St. Helens in de staat Washington (VS) produceerde 8 meter fijn gelaagd sediment in één namiddag! [10] En een snel opgepompte zandbrij zag men een 1 meter dikke laag afzetten ter grootte van een voetbalveld (dwarsdoorsnede getoond in de foto rechts: normale silica zand korrels zijn gescheiden door donkere lagen van dichtere minerale korrels zoals rutiel). [11]

Bij studies naar sedimentatie in het laboratorium, ontdekte men dat banden van fijn materiaal automatisch worden gevormd als het stromende water verschillende gegradeerde grootten van deeltjes zijwaarts [red.3] naar hun plaats transporteren. [12] Merkwaardige genoeg was de dikte van iedere laag afhankelijk van de relatieve deeltjesgrootte en niet van de stromingscondities. [13] Een gelaagd gesteente (diatomiet) werd in zijn deeltjesgrootte gescheiden, en na opnieuw sedimentatie te forceren middels een stromende vloeistof, werden opnieuw identieke lagen gevormd. [14]

Er is vaak ophef gemaakt over de varven van de Green River Formatie, [9] in Wyoming (VS). Maar deze lagen kunnen onmogelijk jaarlijkse afzettingen zijn omdat goed geconserveerde vissen en vogels in alle sedimenten worden gevonden.

Het is ondenkbaar dat deze dode dieren tientallen jaren op de bodem van het meer hadden kunnen liggen en langzaam met sedimenten bedekt zijn. Hun aanwezigheid geeft aan dat er catastrofale bedekking plaatsvond. Er wordt vaak beweerd dat de vissen en de vogels op de bodem van het meer in goede staat bleven omdat het water hoog alkalisch was waardoor hun karkassen werden geconserveerd. [15] Maar hoog alkalisch water veroorzaakt juist afbraak van organische stof. Daarom wordt alkalisch poeder gebruikt in afwasmachines! [Redactionele noot: sommige sceptici beweren dat alkali slechts het ‘vet aanpakt’, wat blijk geeft van onwetendheid op het vlak van basis-scheikunde, namelijk base-gekatalyseerde hydrolyse van polymeren, die het tegengestelde doen, dan het preserveren van vis]. Een ander probleem voor de verklaring van de varven is dat het aantal lagen niet gelijk is over de hele afzetting zoals dat wel het geval zou moeten zijn bij jaarlijkse afzettingen. [16]

Evaporieten

Vergelijkbare gelaagdheid in enkele grote calciumcarbonaat,- en gips-afzettingen in Texas (VS) worden ook gebruikt als pleitgrond voor een ‘oude aarde’. [17] Eén verklaring zegt dat deze afzettingen gevormd werden toen de zon het zeewater verdampte. Vandaar dat men spreekt over ‘evaporieten’. Om zulke grote afzettingen te maken zou een lange periode vereist zijn. Maar de hoge chemische zuiverheid van de afzettingen toont aan, dat zij niet in een droog en stoffig klimaat zijn gevormd gedurende duizenden jaren. Het duidt eerder op een snelle vorming en de wisselwerking van heet, – en koud-zeewater tijdens onderzeese vulkanische activiteit, ofwel een hydrothermische afzetting. [18]

Teveel fossielen

Een andere bewering van bijbelsceptici is dat er ‘teveel fossielen’ zouden zijn. [19] Als al die dieren weer tot leven konden worden gebracht, zo wordt beweerd, zouden zij de hele planeet bedekken met een laag van tenminste 0,5 m. Dus konden zij niet afkomstig zijn van één enkele generatie van dieren, begraven door de zondvloed. [20]

Het zal niet verbazen dat ook dit argument verdwijnt als de details worden getoetst. Het aantal fossielen is berekend uit een abnormale situatie, namelijk de Karroo formatie in Zuid-Afrika. In deze formatie vormen de fossielen een zogenaamde ‘fossielen begraafplaats’: een opeenstapeling van dierlijke resten in een ‘lokaal sedimentatiebekken’. [21] Het is volstrekt onjuist om deze uitzonderlijk hoge populatiedichtheid toe te passen op de hele aarde. Ook maken de berekeningen gebruik van onjuiste informatie over de hedendaagse populatiedichtheid van dieren en wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid van andere omstandigheden, die waarschijnlijk vóór de zondvloed van toepassing zijn. [22]

Teveel steenkool?

Een ander argument dat gebruikt wordt tegen de bijbelse tijdschaal is dat de wereld vóór de zondvloed onmogelijk zoveel vegetatie geproduceerd kan hebben om al die steenkool te realiseren. [23] Maar ook hier is de bewering gebaseerd op onjuiste aannamen. Het landoppervlak vóór de zondvloed was welhaast zeker groter, dan nadat al het water van de zondvloed op het aardoppervlak vrijkwam.

Ook was het klimaat vóór de zondvloed wellicht productiever. [24] Verder is er ontdekt dat veel steenkool afkomstig is van drijvende bossen (Zie hier een tekening van Dr Scheven’s voorstelling van een drijvend bos). [25] Dus berekeningen welke alleen gebaseerd zijn op het huidige landoppervlak zullen onjuist zijn. En ten slotte zijn de schattingen van de benodigde hoeveelheid vegetatie voor steenkoolvorming onjuist en gebaseerd op langzame vorming van steenkool in moerassen waar het merendeel van de vegetatie wegrot. De zondvloed heeft de vegetatie snel bedekt, waardoor honderd maal zoveel steenkool gevormd is dan mogelijk is in een moeras. [22]

Fossiele bossen

De versteende bossen van ‘Yellowstone National Park’ (VS) zijn vaak misbruikt om te pleiten tegen de bijbelse chronologie. [26] Van deze bossen werd ooit verklaard dat ze daar zo dikwijls als 50x opeenvolgend, begraven en ter plekke versteend werden, met nieuw bos ontspruitend vanuit de restanten van het vorige bos. Een dergelijke interpretatie zou natuurlijk honderdduizenden jaren vergen en is in strijd met de tijdschaal van de Bijbel. Maar deze interpretatie is eveneens in strijd met het feit dat stammen en stompen aan hun stamvoet gebroken zijn en geen normaal wortelsysteem hebben. Bovendien hebben de stammen vanuit verschillende lagen, dezelfde ‘handtekening’ (groeiring kenmerken), waaruit blijkt dat zij allemaal gelijktijdig groeiden. [27]

In plaats van de groei van 50 opeenvolgende bossen, komt het geologische bewijsmateriaal meer overeen met bomen die elders werden ontworteld en getransporteerd, door catastrofale modderstromen. Dit is vergelijkbaar met wat er in 1980 gebeurde tijdens de uitbarsting van ‘Mount St. Helens’ (VS) waar met water verzadigde bomen werden gezien die (rechtopstaand) met hun wortels neerwaarts dobberden, en zonken. [28]

Pek

Ook de oorsprong van pek wordt gebruikt om het verhaal van Noach in de Bijbel belachelijk te maken. [29] Pek is een aardolieproduct, zo vernemen wij, en creationisten beweren dat aardolie gevormd werd tijdens de zondvloed. Dus hoe kwam Noach dan aan zijn pek om de naden van de ark te verzegelen? (Genesis 6:14) Dit oude argument komt voort uit onwetendheid over de pekfabricage. Het grootschalige gebruik van aardolie is een fenomeen uit de 20ste eeuw. Hoe werden enkele honderden jaren geleden voordat aardolie beschikbaar was de naden in de schepen dan verzegeld? In die tijd werd pek gemaakt uit hars van naaldbomen. [30] Er bloeide een grote pekindustrie op om aan de vraag te kunnen voldoen.

Noach’s modderbad?

Sommige pogingen om de Bijbel in diskrediet te brengen zijn werkelijk absurd. Bijvoorbeeld de bewering, dat er in de wereld teveel sedimentair gesteente is afgezet voor een één-jaar-durende-zondvloed. Er wordt beweerd dat de ark op een oceaan van ‘moddersoep’ dreef, waarin geen vis kon overleven. [31] Deze bewering rekent niet met de feitelijke wijze waarop het water de sedimentdeeltjes vervoert. Deze bewering veronderstelt nogal naïef, dat alle sediment gelijkmatig in het water verdeeld was gedurende het hele jaar van de zondvloed. Alsof het goed gemengd was in een vijver. Dit is echter niet de manier waarop sedimentatie plaatsvindt. In werkelijkheid transporteert stromend water het sediment naar een ‘bekken’ en, eenmaal afgezet, is het geïsoleerd van het systeem. [12] Hetzelfde watervolume kan meerdere sedimenten opnemen als het over een continent stroomt, bijvoorbeeld door aardverschuivingen tijdens de zondvloed.

Meer oude problemen, meer antwoorden

Enkele vergelijkbare problemen die ooit aangemerkt werden als onbeantwoordbaar voor hen die vasthouden aan de Bijbel, zijn nu wel te beantwoorden, bijvoorbeeld:

  • Koraalriffen hebben miljoenen jaren nodig om te groeien. [32] [In feite zijn koraalriffen dikke carbonaat plateaus die waarschijnlijk tijdens de zondvloed werden afgezet. [33] Het rif zelf bestaat slechts uit een heel dunne toplaag. In sommige gevallen groeide het rif niet ter plekke uit koralen maar werd het bijeengebracht door het water. [34]]
  • Kalk heeft miljoenen jaren nodig voor opeenhoping. [35] [Kalkopeenhoping is niet constant maar in hoge mate episodisch. Tijdens de catastrofale zondvloedomstandigheden zou explosieve groei van kleine organismen zoals coccolithophores de kalkbedden in korte tijd gevormd kunnen hebben. [36]]
  • Graniet heeft miljoenen jaren nodig om af te koelen. [37] [Maar niet als rekening wordt gehouden met het koelende effect van stromend water. [38]]
  • Metamorf gesteente heeft miljoenen jaren nodig om te vormen. [39] [Metamorfe reacties kunnen snel plaatsvinden wanneer er veel water beschikbaar is, zoals bij de zondvloed het geval was. [40]]
  • Kilometers dik sediment gesteente dat metamorf gesteente bedekt had, zou miljoenen jaren nodig hebben om te eroderen. [41] [Alleen bij de erosiesnelheden die men nu meet. Er is geen probleem om kilometers dik sediment snel te eroderen met grote hoeveelheden snel stromend water zoals tijdens de zondvloed.]

Conclusie

Het bovenstaande gedeelte toont enkele van de overige argumenten uit de categorie: ‘onbeantwoordbaar’. Als dit artikel enkele jaren eerder geschreven was, zouden wij niet al die antwoorden hebben kunnen geven. Wij hebben nog steeds geen antwoorden op enkele andere vragen, maar dat betekent niet dat de antwoorden niet bestaan, alleen maar dat nog niemand ze naar voren heeft gebracht. Er kunnen in de toekomst nieuwe argumenten komen om te ‘bewijzen’ dat de Bijbel het mis heeft, of dat een van de vorige antwoorden onjuist is. En als die beantwoord zijn, dan kunnen er opnieuw vragen komen. Dat is het karakter van wetenschap. Al haar conclusies zijn tijdelijk en nieuwe ontdekkingen betekenen dat oude aangepast of vervangen moeten worden. Daarom is creationistisch onderzoek van belang.

Maar wetenschap kan uiteindelijk de Bijbel niet bewijzen of ontkrachten. Geloof is nodig, maar geen blind geloof. Het zijn niet de feiten die de Bijbel bewijzen of ontkrachten, maar de interpretaties die erop toegepast worden. Omdat we nooit alles zullen weten, moeten we beginnen met de zekerheid van God’s woord om de wereld om ons heen te kunnen begrijpen.

 

Aanbevolen bronnen:

Deze on-line documentaire laat één van de meest opzienbarende wetenschappelijke ontdekkingen van de 20e eeuw zien. Deze inmiddels klassieke film toont in ruim een half uur het ontstaansmechanisme van afzettingsgesteente en afzettingslagen. Het getoonde onderzoek onder leiding van de Fransman Guy Berthault is bekroond door de Franse Academie van Wetenschappen.
DVD: Zondvloed,fossielen en geloof

Geeft bijbelse en wetenschappelijke
antwoorden op vragen als:
– Wat kunnen we leren van fossielen?
– Hoe worden fossielen gevormd?



Referenties en aantekeningen

[1] Hayward, Alan, Creation and Evolution: The Facts and Fallacies, Triangle, London, 1985.
[2] Wonderly, D.E., God’s Time-Records in Ancient Sediments, Crystal Press, Michigan, 1977.
[3] Morton, G.R., Foundation, Fall and Flood, DMD Publishing, Dallas, 1995.
[4] Ross, H.N., The Genesis Question, NavPress, Colorado Springs, 1998
[5] John Holzmann, Sonlight Curriculum, brief en catalogus on file.
[6] Dit werd toegegeven in een brief naar creationist David C.C. Watson – zie zijn overzicht van Hayward’s boek in Creation Research Society Quarterly 22(4):198–199, 1986.
[7] Hayward, Ref. 1, pp. 167 ff., ‘herziet’ de Bijbel door te zeggen dat God niet in zes dagen schiep maar opdracht gaf om te scheppen (fiatteren). Het nam daarna miljarden jaren om Zijn opdracht uit te voeren. Dit idee gaat niet alleen in tegen wat de Bijbel verteld maar is ook in tegenspraak met de evolutionistische geologie. Het bereikt niets en schept alleen verwarring.
[8] De Hebreeuwse schrijvers zouden gemakkelijk lange periode kunnen in voegen als dat nodig was – zie Grigg R., How long were the days of Genesis 1? Creation 19(1):23–25, 1996.
[9] Hayward, Ref. 1, pp. 87–88.
[10] Ham, K., I got excited at Mount St Helens! Creation 15(3):14–19, 1993.
[11] Batten, D., Sandy stripes: Do many layers mean many years? Creation 19(1):39–40, 1997.
[12] Julien, P., Lan, Y., and Berthault, G., Experiments on stratification of heterogeneous sand mixtures, CEN Technical Journal 8(1):37–50, 1994.
[13] Snelling, A.A., Nature finally catches up, CEN Technical Journal 11(2):125–6, 1997.
[14] Berthault, G., Experiments on lamination of sediments, CEN Technical Journal 3:25–29, 1988. U kunt de documentaire Drama in the Rocks van Guy Berhault hier bekijken.
[15] Hayward, Ref. 1, p. 215.
[16] Garner, P., Green River Blues, Creation 19(3):18–19, 1997.
[17] Hayward, Ref. 1, pp. 89–91.
[18] Williams, E., Origin of bedded salt deposits, Creation Research Society Quarterly 26(1):15–16, 1989.
[19] Hayward, Ref. 1, pp. 125–126.
[20] Creationisten accepteren dat sommige fossielen na de zondvloed werden gevormd, maar dat zijn er relatief heel weinig en hebben geen invloed op de discussie.
[21] Froede, C., The Karroo and other fossil graveyards, Creation Research Society Quarterly 32(4), pp. 199–201, 1996.
[22] Woodmorappe, J., The antediluvian biosphere and its capability of supplying the entire fossil record, in The First International Conference on Creationism, Robert Walsh (ed.), Creation Science Fellowship, Pittsburgh, p. 205–218; The The Karoo vertebrate non-problem: 800 billion fossils or not? CEN Tech. J. 14(2):47.
[23] Hayward, Ref. 1, pp. 126–128.
[24] Er is herhaaldelijk aangetoond dat CO2 in de hogere atmosfeer zeer weelderige plantengroei veroorzaakt.
[25] Wieland, C., Bossen die op het water groeiden, Creation 18(1):20–24, 1996. Also Scheven J., The Carboniferous floating forest — An extinct pre-Flood ecosystem, CEN Technical Journal 10(1):70–81, 1996, and Schönknecht, G., and Scherer, S., Too much coal for a young earth?CEN Technical Journal 11(3):278–282, 1997. Eén van de ‘oude -aarde’ auteurs waar we hier feitelijk mee te maken hebben citeerde dit document zonder vraagtekens, wat suggereerde dat het document een probleem zou zijn voor de aanhangers van een ‘jonge-aarde’, terwijl het feitelijk een oplossing presenteert! Zie: Ross, Ref. 4, p. 152–153, 220 (notes 17 and 21).
[26] Hayward, Ref. 1, pp. 128–130.
[27] Morris, J., The Young Earth. Master Books, Colorado Springs, pp. 112–117, 1994.
[28] Sarfati, J., The Yellowstone petrified forests, Creation 21(2):18–21, 1999.
[29] Hayward, Ref. 1, p. 185; Ross, Ref. 4, pp. 153–4.
[30] Walker, T., The pitch for Noah’s Ark, Creation 7(1):20, 1984. See also: ‘Naval stores’, The New Encyclopædia Britannica 8:564–565, 15th Ed., Chicago, 1992.
[31] Hayward, Ref. 1, p. 122.
[32] Hayward, Ref. 1, p. 84–87.
[33] Oard, M.J. The paradox of Pacific guyots and a possible solution for the thick ‘reefal’ limestone on Eniwetok Island, CEN Technical Journal 13(1):1–2, 1999.
[34] Roth, A.A., Fossil reefs and time, Origins 22(2):86–104, 1995.
[35] Hayward, Ref. 1, p. 91–92.
[36] Snelling, A.A., Can Flood geology explain thick chalk beds?CEN Technical Journal 8(1):11–15, 1994.
[37] Hayward, Ref. 1, p. 93.
[38] Snelling, A.A. and Woodmorappe, J., Granites — they didn’t need millions of years of cooling, Creation 21(1):42–44, 1998.
[39] Hayward, Ref. 1, p. 91–92.
[40] Snelling, A.A., Towards a creationist explanation of regional metamorphism, CEN Technical Journal 8(1):51–57, 1994. Also: Wise, K., How fast do rocks form? In The First International Conference on Creationism, Robert Walsh (ed.), Creation Science Fellowship, Pittsburgh, pp. 197–204, 1986.
[41] Hayward, Ref. 1, pp. 91–92.

[red.1] Voor meer informatie, zie de Engelstalige Q&A pagina’s bij AiG: Is Jesus Christ really God? en Is one God really three persons?)
[red.3] Zie bijvoorbeeld één van de video animatie fragmenten van het onderzoek door G.Berthault & P.Julien. Meer informatie en videofragmenten zijn te vinden op de website van Guy Berthault, http://geology.ref.ac/berthault/.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v21/i4/geology.asp