Wie heeft God gemaakt?

Wie heeft God gemaakt?
door Dr Jonathan Sarfati; Creation Ex Nihilo Technical Journal 12(1):20-22, 1998.
vertaling HT, Werkgroep In Genesis

Een aantal sceptici stelt zich deze vraag. Maar God is per definitie de ongeschapen Schepper van het universum, dus de vraag ‘Wie heeft God geschapen?’ is onlogisch. De vraag is net zoiets als ‘Met wie is de vrijgezel getrouwd?’

Een meer geoefende denker zou kunnen vragen: ‘Als het universum geschapen moest worden, waarom God dan niet? En als God niet geschapen hoeft worden, waarom het universum dan wel?’ Als antwoord hierop zouden Christenen de volgende redenatie kunnen geven:

  1. Alles dat een begin heeft, heeft een oorzaak. [1]
  2. Het universum heeft een begin.
  3. Daarom heeft het universum een oorzaak, of beter, een veroorzaker. M.a.w. het is geschapen.

Het is belangrijk de vetgedrukte woorden te benadrukken. Het universum vereist een oorzaak, want het heeft een begin, zoals hieronder aangetoond zal worden. God daarentegen heeft geen begin, dus hoeft Hij geen oorzaak te hebben. Hij hoeft niet te worden geschapen. Bovendien, de relativiteitstheorie van Einstein, die met veel experimenten is onderbouwd toont aan dat tijd verband houdt met materie en ruimte. Dus de tijd zelf moet samen met materie en ruimte zijn begonnen.

Aangezien God, per definitie de Schepper is van het gehele universum, is Hij de Schepper van de tijd. Derhalve is Hij niet gelimiteerd door tijdsdimensies, die Hij zelf schiep en heeft Hij dus geen begin — God is “de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont” (Jesaja 57:15). Daarom heeft hij ook geen oorsprong.

Daarentegen kan met goed bewijsmateriaal worden aangetoond dat het universum een begin had. Dit kan aangetoond worden met behulp van de eerste en tweede hoofdwet van de Thermodynamica, de meest fundamentele wetten van de fysische wetenschap.

  • 1e wet: De totale hoeveelheid massa-energie in het universum is constant. [2]
  • 2e wet: De voor arbeid beschikbare energie (werkbare energie) neemt voortdurend af, anders gezegd: de entropie neemt voortdurend toe tot een maximum [3]

Indien de totale hoeveelheid massa-energie gelimiteerd is en de hoeveelheid werkbare energie afneemt, kan het universum niet altijd hebben bestaan, anders zou het reeds lang alle bruikbare energie hebben uitgeput — De zgn.‘heat dead’ van het universum. Bijvoorbeeld, alle radioactieve atomen zouden vervallen zijn, elk deel van het universum zou dezelfde temperatuur hebben en er zou geen enkele activiteit meer mogelijk zijn.

De voor de hand liggende conclusie is dus, dat het universum een bepaalde tijd geleden moet zijn ontstaan met een grote hoeveelheid werkbare energie, die nu afneemt.

Wat nu, als de vraagsteller accepteert dat het universum een begin had, maar niet dat het teweeggebracht moet zijn door iets of iemand? Het is echter overduidelijk dat alle dingen die een begin hebben, ergens door moeten zijn teweeggebracht. — Een ieder die hier over nadenkt zal dit erkennen. De hele wetenschap en de geschiedenis zouden in elkaar storten indien er geen wet van oorzaak en gevolg zou zijn. En wat dacht u van de wetgeving? Stel dat de politie geen dader meer zou zoeken als ze een neergestoken mens zouden vinden, of na een inbraak in een huis.

Evenzo kan het universum niet vanzelf zijn ontstaan— Niets kan zichzelf scheppen, want dat zou betekenen dat het bestond voordat het ontstond, en dat is een logische absurditeit.

Samengevat

  • Het kan worden aangetoond dat het universum (inclusief de tijd zelf) een begin heeft.
  • Het is onredelijk om te geloven, dat iets begint te bestaan, zonder veroorzaakt te zijn.
  • Derhalve vereist het universum een veroorzaker zoals de Bijbel dat leert in Genesis 1:1 en in Romeinen 1:20.
  • God, als Schepper van de tijd, staat buiten de tijd. Aangezien Hij geen tijdsbegin heeft, heeft Hij altijd bestaan en heeft Hij geen veroorzaker nodig.

Tegenwerpingen

Er zijn slechts twee manieren om een argument aan te vechten:

  1. Toon aan dat de logica niet klopt
  2. Toon aan, dat tenminste één van de aannames (vooronderstellingen) niet juist is.

1. Is het argument juist?

Een argument is geldig als het onmogelijk is dat aanname en conclusie met elkaar in strijd zijn. De geldigheid van het argument is niet afhankelijk van het waarheidsgehalte van de aanname maar van de vorm van het argument. Het argument in dit artikel is geldig, het is van dezelfde vorm als: Alle walvissen hebben een ruggengraat; Moby Dick is een walvis; daarom heeft Moby Dick een ruggengraat. Dus, de enige hoop voor een scepticus is één of beide aannames te betwisten.

2. Zijn de aannames juist?
  • Heeft het universum een begin?

    Opvattingen over een oscillerend universum werden gepopulariseerd door atheïsten zoals de bekende wijlen Carl Sagan en Isaac Asimov, enkel en alleen met de bedoeling het idee te vermijden dat het universum een begin heeft en daarmee implicaties van een Schepper. Maar, zoals hierboven aangetoond is, halen de wetten van de Thermodynamica dit argument onderuit. Zelfs een oscillerend universum kan niet om deze wetten heen. Elk van de hypothetische cycli zou de hoeveelheid beschikbare werkbare energie meer en meer uitgeput hebben. Dit houdt in, dat elke cyclus groter en langer moet zijn dan de vorige, en als je dan terugkijkt in de tijd zouden de cycli kleiner en kleiner worden. Het multicyclus-model zou een oneindige toekomst kunnen hebben, maar kan enkel een eindig verleden hebben, een begin. [4]

    Tevens zijn er meerdere bewijslijnen die aantonen dat er veel te weinig massa is om de uitdijing te stoppen als gevolg van de zwaartekracht of sowieso het oscillerenmogelijk te maken, anders gezegd: het universum is ‘open’.

    Volgens de gunstigste schattingen (zelfs als we zouden aannemen dat de aarde zo oud is als sommigen wel beweren), heeft het universum slechts nog maar de helft van de massa, die nodig is voor het weer samentrekt. Dit is inclusief zowel lichtgevende en niet-lichtgevende materie (dat gevonden wordt in de galactische halo’s) en met in achtneming van de mogelijke bijdrage van neutrino’s aan de totale massa. [5]

    Recent bewijs voor een ‘open’ universum komt van de het aantal lichtafbuigende ‘gravitatielenzen’ in de ruimte.[6] Ook een analyse van het type Ia supernova’s laat zien dat het uitdijingtempo niet genoeg afneemt om een gesloten universum mogelijk te maken. [7], [8] Het lijkt erop, dat er slechts 40-80% van de vereiste materie aanwezig is om een ‘big crunch’ te veroorzaken.

    Toevalligerwijs, is dit lage massapercentage ook een groot probleem voor de momenteel populaire versie van de ‘big bang’ theorie, daar het een massadichtheid op de drempel van instorten voorspelt, — een ‘plat’ universum.

    Tenslotte, is er geen enkel mechanisme bekend dat een ‘bounce back’ (herstelling) zou toestaan na een hypothetische ‘big crunch’. [9]

    Wijlen professor Beatrice Tinsley van de Yale universiteit verklaarde zelfs dat: al zou de wiskunde zeggen dat het universum oscilleert “er geen fysisch mechanisme bestaat dat een catastrofale ‘big crunch’ kan doen omkeren”.

    In de echte wereld van de fysica beginnen al die modellen met een Big Bang, zetten uit, storten in elkaar en dat is dan het einde. [10]

  • Het ontkennen van oorzaak en gevolg

    Enkele fysici houden vol, dat de kwantummechanica dit oorzaak/gevolgprincipe overtreedt en iets uit niets kan doen voortkomen. Paul Davies schrijft bijvoorbeeld:

    … ruimtetijd zou kunnen ontstaan uit ‘niets’ als gevolg van een kwantumovergang … Deeltjes kunnen ontstaan uit het niets zonder specifieke oorzaak … de wereld van de quantummechanica produceert met zekere regelmaat iets uit niets. [11]

    Maar dit is een grof misbruik van de kwantummechanica. Kwantummechanica produceert nooit iets uit niets. Davies zelf geeft dit elders in zijn boek toe dat zijn scenario ‘niet al te serieus genomen moet worden.’

    Theorieën die zeggen dat het universum een kwantumfluctuatie is, moeten het vooreerst hebben van de stelling dat er iets was om te fluctueren — hun ‘kwantumvacuüm’ is een materieantimaterie potentieel — niet ‘niets’.

    Zelf heb ik veel theoretische en praktische ervaring in kwantummechanica (KM) door mijn doctorale dissertatie. Bijvoorbeeld, Ramanspectroscopie is een KM-verschijnsel. Uit de golflengte en de intensiteit van de spectrale banden, kunnen we de massa’s van de atomen afleiden en de krachtconstanten van de verbindingen die spectraal banden veroorzaken. Om het atheïstische standpunt dat het universum is ontstaan zonder aanleiding, te kunnen helpen, zou men Ramanbanden moeten zien verschijnen die niet worden veroorzaakt door overgangen in de quantumtrillingsstatus. Of men moet alfadeeltjes zien verschijnen zonder preëxistente kernen, enz.

    Indien KM zo a-causaal is als sommigen menen, dan zouden we niet mogen aannemen, dat deze verschijnselen een oorzaak hebben. Dan zou ik net zo goed mijn doctoraatsdissertatie kunnen verbranden. Ook zouden dan alle vakbladen van de spectroscopie waardeloos geworden zijn, en hetzelfde zou gelden voor elk nucleair fysisch onderzoek.

    Als er geen oorzaak is, kan men ook niet uitleggen waarom dit bijzondere universum ontstond op een bepaalde tijd. Of waarom het een universum werd en geen banaan of kat, om maar iets te noemen. Dit universum kan geen eigenschap hebben die verklaart waarom dit universum ontstaan is op de manier dat het nu is. Immers het kan geen eigenschappen hebben voordat het überhaupt bestaat.

Is schepping door God rationeel?

Een laatste wanhopige tactiek van sceptici om een theïstische conclusie te vermijden, is te beweren dat schepping in de tijd gezien onsamenhangend is. Davies wijst er terecht op, dat aangezien de tijd zelf is begonnen met het begin van het universum, het zinloos is om te spreken over wat er gebeurde ‘voordat’ het universum begon. Maar hij houdt vol, dat er aan elk gevolg een oorzaak vooraf moeten zijn gegaan. Dus, als er niets is gebeurd voordat het begon, dan is het (volgens Davies) zinloos om over een oorzaak voor het begin van het universum te spreken.

Echter, de filosoof (en Nieuw Testamenticus) William Lane Craig, zegt in een bruikbare kritiek op Davies, [12] dat Davies hierin gebrek toont aan filosofische kennis. Filosofen hebben lang gediscussieerd over het begrip van simultane veroorzaking. Immanuel Kant (1724–1804) gaf daarbij het voorbeeld van een gewicht, dat rust op een kussen en dat tegelijkertijd het kussen indrukt. Craig zegt: “Het eerste tijdsmoment is het moment van Gods scheppingsdaad en van het gelijktijdige ontstaan van de schepping”.

Sommige sceptici stellen, dat deze analyses slechts proefballontjes of pogingen zijn, omdat dat het karakter is van wetenschap. Dus kan dit niet gebruikt worden om schepping door God te bewijzen. Natuurlijk kunnen sceptici niet van twee walletjes eten. Eerst zeggen dat de Bijbel het bij het verkeerde eind heeft, omdat de wetenschap dat bewezen heeft, maar als de wetenschap in overeenstemming met de Bijbel is, ineens zeggen dat de wetenschap niet meer is dan een proefballon of voorlopige poging om iets te verklaren.

Een laatste gedachte

door Paul Taylor, gebaseerd op een artikel van Ray Comfort.

De Bijbel vertelt ons, dat de tijd een dimensie is die God heeft geschapen en waaraan de mens onderworpen is. Hij zegt ook, dat er een dag zal komen dat de tijd niet langer zal bestaan. Dat wordt dan eeuwigheid genoemd. God Zelf woont buiten de dimensie die Hij schiep (2 Timotheüs 1:9, Titus 1:2). Hij woont in eeuwigheid en is niet onderworpen aan tijd. God sprak over geschiedenis voordat het ontstond. Hij kan Zich door de tijd bewegen zoals een mens door een geschiedenisboek heenbladert.

Omdat wij in de tijdsdimensie leven is het voor ons onmogelijk om die dingen die geen begin en eind hebben helemaal te begrijpen. De uitdaging is om dit gewoon te accepteren, en te geloven in het concept van Gods eeuwige natuur, op dezelfde manier zoals u gelooft dat de ruimte geen begin of eind heeft – door geloof – toegegeven dat die gedachte heel veel vergt van onze onvolmaakte hersenen.

Aangehaalde Schriftplaatsen (Statenvertaling 1977)

Genesis 1:1 “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”.
Romeinen 1:20 “Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn”.
2 Timotheüs 1:9 “Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, vóór de tijden der eeuwen”.
Titus 1:2 “In de hoop van het eeuwige leven, dat God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, vóór de tijden der eeuwen …”


Referenties en aantekeningen

[1] Eigenlijk heeft het woordje ‘oorzaak’ meerdere betekenissen in de filosofie. Maar in dit artikel, gebruik ik het als de efficiënte oorzaak, dat is datgene, wat veroorzaakt dat iets wordt gemaakt.
[2] Feitelijk schrijft deze 1e hoofdwet, ook wel bekent als de Wet van behoud van energie, dat er geen energie verloren kan gaan noch kan er energie uit het niets ontstaan. Het is echter wel mogelijk de ene vorm van energie in een ander te doen overgaan.
[3] Anders gezegd: de waarde (of kwaliteit) van de energie zal zelfs bij de meest ideale procesvoering voortdurend afnemen.
[4] Novikov, I.D. and Zel’dovich, Ya. B., “Physical Processes Near Cosmological Singularities”, Annual Review of Astronomy and Astrophysics, 11:401-2 (1973).
[5] Schramm, D.N. and Steigman, G., “Relic Neutrinos and the Density of the Universe”, Astrophysical Journal, 243:1-7 (1981).
[6] Watson, A., “Clusters point to Never Ending Universe”, Science, 278 (5342):1402 (1997).
[7] Perlmutter, S. et al., “Discovery of a supernova explosion at half the age of the universe,” Nature, 391(6662):51 (1998). Perspective by Branch, D. Destiny and destiny. Same issue, pp. 23-24.
[8] Glanz, J., “New light on the fate of the universe”, Science, 278 (5339):799-800.
[9] Guth, A.H. and Sher, M., “The Impossibility of a Bouncing Universe,” Nature, 302:505-507 (1983).
[10] Tinsley, B., “From Big Bang to Eternity?”, Natural History Magazine (October 1975), pp. 102-5. Cited in Craig, W.L., Apologetics: An Introduction (Chicago: Moody, 1984), p. 61.
[11] Davies, P., God and the New Physics (Simon & Schuster, 1983), p. 215.
[12] Craig, W.L., “God, Creation and Mr. Davies”, Brit. J. Phil. Sci. 37:163-175 (1986).

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/tj/v12/i1/universe.asp