Het zoekgeraakte eskader

Diep begraven en vermiste vliegtuigen betwisten 'langzame en geleidelijke' vooroordelen

Een p-38 toestel uit het verloren eskader

Vanuit een geheime Amerikaanse luchtmachtbasis in Groenland stegen er vroeg in de morgen een eskader van zes P-38 gevechtsvliegtuigen en twee kolossale B-17 bommenwerpers op. Het was 15 juli 1942 en ze waren op weg naar een Brits vliegveld, waar ze mee zouden helpen in de strijd tegen Hitler.

Via een oostelijke koers vlogen ze over de poolkap waar ze in een hevige sneeuwstorm belandden. Terwijl ze daar blind vlogen, hoorde ze dat de eerste geplande tussenstopplaats in IJsland voor het bijtanken van brandstof ondergesneeuwd en onbereikbaar was. Ze hadden geen andere keus dan terug te keren naar de thuisbasis. Terwijl ze met nagenoeg lege brandstoftanks de thuisbasis naderden, bemerkten ze dat ook dit vliegveld ontoegankelijk was.

Noodlanding

Zich realiserend dat hun enige kans een noodlanding zou zijn op de ijsvlaktes aan de oostzijde van de Groenlandse kust, zochten ze wanhopig naar een breuk in het wolkendek.

Het neuswiel van het eerste toestel dat landde, raakte bij de landing een spleet, waardoor het over de kop sloeg. Gelukkiger werd de landing van het 8 ton wegende P-38 toestel gedempt door de sneeuw en hadden de piloten slechts lichte verwondingen.

De rest van het eskader besloot daarop een buiklanding te maken met ingetrokken wielen. Hun toestellen raakten slechts licht beschadigd. Ongeveer 9 dagen later werd de gehele bemanning met behulp van sledehonden gered. De toestellen werden echter achtergelaten in de toestand waarin ze tot stilstand waren gebracht.1

Zoektocht

In de jaren daarna herinnerden maar weinig mensen zich het legendarische Zoekgeraakte Eskader van 1942, maar pas in 1980 werd er voor het eerst gedacht aan een reddingsactie. Patrick Epps, een vliegtuighandelaar in de VS, vertelde zijn vriend, architect Richard Taylor, dat de toestellen waarschijnlijk zo goed als nieuw zouden zijn. ‘We hoeven alleen de sneeuw maar van de vleugels te schuiven, de brandstoftanks te vullen, de toestellen op hun wielen te zetten en zo de zonsondergang tegemoet te vliegen. Makkelijk zat.’

Het kostte beide mannen echter veel geld, jaren werk en een aantal mislukte expedities voor ze de eerste echte aanwijzing vonden. Door een geavanceerd radarsysteem te gebruiken met de hulp van een IJslandse geofysicus, lokaliseerden ze in 1988 eindelijk de 8 grote silhouetten onder het ijs.

Verbazingwekkende diepte

Terwijl een kleine, door stoom aangedreven provisorische probe langzaam een gat in het ijs smolt, was het expeditieteam met stomheid geslagen toen er voortdurend meer verlengkabels aangebracht moesten worden: uiteindelijk was zo’n 75 meter nodig, voordat ze het eerste vliegtuig bereikten!

Niemand van hen had kunnen bedenken, dat het eskader veel meer dan een dun laagje sneeuw en ijs van het oppervlak verwijderd waren. Hier was ook geen reden voor, want de algemeen aangenomen opvatting is dat de aangroei van poolijs zeer langzaam gaat—duizenden jaren voor een paar meter ijs (zie het kader Siberisch Salamanderverrassing hier beneden).

[Opmerking van de redactie: we willen niet claimen dat de opvattingen van de redders correct waren. Gepubliceerde cijfers over gemiddelde ijsgroeisnelheden zijn een flink stuk lager dan 1,5 meter per jaar wat hier duidelijk zou gelden, maar dat is nog lang niet zo laag als de bergers dachten. Het laat wel zien hoe de ‘miljoenen-jaren’-ideeën bij het algemene publiek is doorgedrongen, en het doel van dit artikel is om dit veelvoorkomende vooroordeel te ondermijnen, zoals de ondertitel van dit artikel duidelijk moet maken.]

Het is zelfs zo dat de ijsboringen in Groenland worden gebruikt voor datering, wat gebaseerd is op de aanname dat de opeengestapelde ijslaagjes verschillende isotoop-ratio’s bevatten die, net als jaarr ingen van een boom, over tienduizenden jaren zouden zijn opgebouwd.2

Media berichtgevingen over dit soort projecten leveren een bijdrage aan een soort conditionering waardoor veel mensen ‘bijna instinctief’ gaan denken in termen van miljoenen jaren. Soortgelijke lange tijdsperiodes worden in verband gebracht met de groei van koraalriffen, vorming van stalactieten enz. Dit ondanks de vele voorbeelden die aantonen dat er geen lange tijdsperiodes voor nodig zijn.3,4,5

Epps en Taylor realiseerden zich, dat het onmogelijk was om door de verbazingwekkende hoeveelheid ijs te graven of het op te blazen, die zich in minder dan vijftig jaar had opgebouwd.

Nieuwe teleurstelling

In 1990 probeerden ze het echter opnieuw met een low-tech-machine genaamd super gopher. Dit speciaal voor dit doel vervaardigde apparaat is 1,5 meter hoog en omwonden met een koperen spiraal waardoor heet water wordt gepompt. Hiermee waren ze in staat om een opening van 120 cm doorsnede te smelten met een snelheid van ongeveer 60 cm per uur.

Nadat dit apparaat tot stilstand kwam op één van de B-17 vleugels, liet één van de teamleden zich in het gat zakken en maakte met behulp van heet water een grot rond het toestel. Tot hun teleurstelling bleek dat het grote toestel verwrongen en onherstelbaar zwaar beschadigd was. Een verdere berging was niet de moeite waard.

Succesvolle berging

Teleurgesteld keerde het duo huiswaarts. Maar een maand later realiseerden ze zich, dat de veel sterker gebouwde P-38’s een veel grotere kans hadden om het gewicht van het ijs te overleven. Gesteund door nieuwe financiering keerden ze in mei 1992 terug voor het precisieklusje. De verwachtingen werden waargemaakt want de P-38 die ze vonden leek in uitmuntende conditie te verkeren.

Nadat er met de gopher nog vier 4 extra gaten werden gemaakt, konden na vele weken van intense arbeid de vleugels en romp naar boven worden gehaald. De onderdelen werden met een helikopter naar de haven van Groenland gevlogen en vandaar met een vrachtschip naar de VS vervoerd voor de uiteindelijke restauratie.

De restauratie bleek moeilijker dan verwacht, omdat het toestel vanwege de druk van het ijs toch meer schade had opgelopen dan de visuele inspectie deed vermoeden. Na restauratie zal het toestel ongeveer 80% van de originele onderdelen gebruiken.

Een andere wetenswaardigheid is het feit dat het eskader onder het ijs in exact hetzelfde patroon werd aangetroffen als waarin het destijds was geland. Ze waren echter bijna 5 kilometer verschoven (door gletsjerbewegingen) ten opzichte van de oorspronkelijke landingsplaats!

IJsopbouw—hoe snel gaan dit soort processen?

Evolutionisten en overigen die een geschiedenis van miljarden jaren aan de aarde toekennen, beweren vaak dat het heden de sleutel is om het verleden te begrijpen. Wanneer we dit principe toepassen op de 3000 meter lange ijsstaaf (naar bovengehaald met het European Greenland Ice-core Project (GRIP) in Groenland, 1990-1992) dan komen we slechts aan een ijsopbouwperiode van zo’n 2000 jaar.

Door daarbij natuurlijk rekening te houden met de compressie voor de dieper gelegen lagen (welke ook in belangrijke mate gevormd zijn door de nasleep van de wereldwijde vloed, namelijk veel meer neerslag en sneeuw gedurende een aantal eeuwen6), is er dus met die ca. 4000 jaar na de dagen van Noach, voldoende tijd beschikbaar voor de opbouw van dat ijs—zelfs onder huidige omstandigheden zonder catastrofes.

Zoals gewoonlijk, zijn het niet de feiten die de Bijbelse beschrijving van een recente schepping tegenspreken, maar de vooringenomenheid van onze cultuur. ‘Miljoenen jaren’ worden zo vaak terloops rondgeslingerd dat we onbewust alle natuurlijke veranderingen waarnemen alsof ze een zeer lange tijdspanne nodig hebben.

Dit zou een verklaring kunnen zijn voor waarom velen verbaast zijn bij het horen van feiten als:

  • De vorming van 180 meter gelaagd sedimentgesteente, dat zich in een paar maanden heeft opgebouwd na de uitbarsting van Mount St. Helens op 18 mei 1980 in Washington DC;7
  • De vorming van een heel kostbaar opaal in een paar maanden;8
  • De vorming van steenkool in een paar maanden tijd, simpelweg door het verhitten van hout;9
  • Maar ook over gevonden voorwerpen op de Zuidpool zoals de vlag, tent en slee achtergelaten door de ontdekkingsreiziger Amundsen in 1911, nu 12 meter begraven onder het ijs10 of dit zoekgeraakte eskader diep begraven onder het ijs.

We zouden echter niet verbaasd moeten zijn wanneer de feiten aantonen dat deze processen veel sneller gaan dan men verwacht binnen het ‘oude aarde’-paradigma (het heersende geloofssysteem), want:

Vanaf het begin is Uw woord waarachtig, al Uw rechtvaardige bepalingen zijn voor eeuwig (Psalm 119:160).

Siberische Salamanderverrassing

In de bevroren vlaktes van Siberië kan een fantastische salamandersoort jarenlang overleven in schijndood, tot op het bot bevroren bij temperaturen tot –50 °C, om vervolgens te ontdooien en weg te rennen. Wetenschappers zijn nog niet zeker van het exacte mechanisme, maar ze produceren waarschijnlijk, net als een aantal andere dieren, ‘anti-vries’-stoffen om water mee te vervangen in hun weefsels en cellen.

Sommige van die beestjes zijn gevonden in ijs waarvan men gelooft dat het van het Pleistoceen afkomstig is—12.000 jaar geleden volgens de evolutionistische beschouwing. En toch herstelden ze zich na het ontdooien! Hoewel onderzoekers het idee bediscussiëren om de salamanders met radiokoolstofdatering te dateren om te kijken of ze echt zo oud kunnen zijn, zeggen ze dat de dieren ‘waarschijnlijk veel later tot deze diepten zijn gevallen, door diepe spleten in de permafrost’.11

Of het nu zo is of niet, het geloof dat ijslagen van slechts veertien meter dik duizenden jaren oud zouden zijn, kun je, in het licht van het ‘Verloren Eskader’-verhaal, niet als vanzelfsprekend zien.

Addendum: kunnen vliegtuigen het ijs in zinken?

Na het verschijnen van het originele artikel in Creation Magazine heeft een aantal lezers contact opgenomen met Creation Ministries International (CMI). Zij herinnerden zich een veelvoorkomend schoolexperiment, waarin een draad dat onder spanning is gebracht met gewichtjes door een blok ijs ‘zinkt’. Een aantal vroeg zich daarom af of de vliegtuigen van het eskader ook tot die diepten hebben kunnen zinken.

Maar de draad zinkt alleen door het ijs in het experiment bij kamertemperatuur. Doe hetzelfde experiment met de hele opstelling in de vriezer, wat de condities van de situatie van het eskader zou nabootsen, en het werkt niet.12

De normale verklaring voor het draad/ijs-experiment, dat de druk van de draad het ijs smelt, is verkeerd—zo’n opstelling oefent niet genoeg druk uit om het ijs te smelten (zie: The wonders of water, bij de sectie ‘Why is ice so slippery?’ voor een verdere uiteenzetting). De warmte die van de lucht in de kamer door de draad—een goede hittegeleider—wordt doorgegeven, smelt het ijs—een slechte hittegeleider—waardoor de draad het ijs door kan ‘snijden’.

Daarnaast wees Jonathan Brombley (Paisley, VK) in Creation 20(2):5, maart 1998 hierop:

‘Het klopt dat de druk die die ermee gemoeid is er niet voor zou zorgen dat de vliegtuigen door het ijs zouden afdalen, maar er is een simpelere en meer visuele manier om te bepalen of dit is gebeurd of niet. Om voorwaarts gerichte stabiliteit te verkrijgen moet een vliegtuig zijn zwaartepunt voor het zogeheten ‘aerodynamische centrum’ hebben liggen.

Het zwaartepunt wordt naar voren bewogen door de motoren en andere zware elementen aan de voorkant te plaatsen en oppervlakten voor controle zoals staartvinnen toe te voegen, waarvan diens oppervlakte het aerodynamische centrum naar achteren trekt. Een simpeler voorbeeld voor hetzelfde principe vind je in een pijl (gewicht in de punt, veertjes aan de achterkant), die dezelfde voorwaarts gerichte stabiliteit heeft door dezelfde middelen.

Het gevolg is dat, zonder controlemechanismes, een pijl of een vliegtuig naar voren zouden hellen en met hun neus naar beneden gaan als ze vrij door een medium zouden vallen—of dat nou lucht, water of ijs is. Dus als het vliegtuig inderdaad door ijs had bewogen, zouden ze allemaal gevonden zijn met hun neus naar de aarde gericht. Zo zijn ze niet gevonden.’

Dus het eskader heeft niet door het ijs kunnen zinken; ze zijn begraven door de opeenhoping van sneeuw (wat ijs wordt als het compacter wordt).

Referenties en aantekeningen

  1. De meeste informatie van dit artikel is ontleend aan ‘The Lost Squadron’ Life magazine 15(14):60–68, december 1992 en ‘Search for a Fork-Tailed Devil’ Compressed Air Magazine, pp. 30–36, maart 1996.
  2. Meerdere prominente christelijke aanhangers van een ‘oude aarde’ hebben de bijbelse beschrijving van een recente schepping onder vuur genomen op basis van de gegevens van ijsboringen. Maar het werk van creationistische wetenschappers zoals Dr. Larry Vardiman van het ICR (Institute for Creation Research) heeft aangetoond dat de aannames lang niet waterdicht zijn, en dat de resultaten van de ijsboringen net zo goed geïnterpreteerd kunnen worden binnen het kader van een recente schepping.
  3. Creation 14(1):15, 1992.
  4. Creation 16(3):15, 1994.
  5. Creation 16(1):15, 1994.
  6. Creation 19(1):42–43, 1997. The GRIP ice-core (om precies te zijn, 3028.8-m-lang) geciteerd uit W. Dansgaardet al., Nature 364(6343):218–220, 15 juli 1993.
  7. Mount St Helens: Explosive evidence for catastrophe in Earth’s history, DR Steve Austin, Ph.D., CSF video’s (Geproduceerd door het ICR).
  8. Creation 17(1)14–17, 1995.
  9. Hayatsu et al., Organic Geochemistry 6:463–471, 1984. Wetenschappers verbonden aan het Argonne National Laboratories in de VS, combineerden hout, water en zure klei, en brachten dit samen in een afgesloten container (zonder zuurstof en zonder toegevoegde druk) In die container werd de combinatie gedurende 2-8 maanden verhit tot 150 °C. Tijdens één van die langere verhitting sessies ontstond er materiaal waarvan het infrarood spectrum overeen kwam met hoogwaardige steenkool.
  10. Salt Lake Tribune, 19 maart , 1995 p. A12.
  11. How salamanders survive the deep freeze, New Scientist 139(1890):15, september 1993.
  12. Wij [van CMI, red.] hebben dit experiment gedaan. Met een nummer 1 stalen gitaarsnaar over een ijsblokje van ongeveer 40x25x25 mm in afmeting en met daaraan een gewicht gehangen van 4 kg water in twee plastic melkflessen bij kamertemperatuur, ging de draad door het ijs in 25 minuten, waarbij het ijs dichtvroor na de snee. Maar met dezelfde opstelling in een vrieskist was er absoluut geen beweging zichtbaar na 8 uur. De druk die de draad gaf? Zo’n 400 ton per vierkante meter, wat genoeg is om het smeltpunt van het ijs iets minder dan 0,5 °C te verlagen. Voor de geïnteresseerden: een P-38 vliegtuig oefent een druk uit van maar 0,18 ton per vierkante meter, genoeg om het smeltpunt van ijs ongeveer één vijfduizendste (0.0002) te verlagen!