Kever miskleun

Kever miskleun
door Carl Wieland, Creation 19(3).
vertaling AH, Werkgroep In Genesis

 

Zelfs een defect kan soms een voordeel zijn.

Een groot problematisch vraagstuk voor het evolutionistische geloof is dit:

Welk mechanisme zou mogelijkerwijs alle benodigde extra informatie toegevoegd kunnen hebben, om een ééncellig leven, beetje bij beetje te kunnen veranderden in een pelikaan, palmboom of mens?

Natuurlijke selectie op zich, kan dat niet hebben gedaan. Selectie betekent verlies van informatie. Een groep schepselen zou beter aangepast kunnen raken aan de kou door bijvoorbeeld de eliminatie van die individuen die niet genoeg genetische informatie hebben om dichte vachten te maken. Maar dat verklaart niet de oorsprong van de informatie om dichte vachten te maken.

Evolutionisten hebben slechts één verklaring voor de toename van informatie, welke hun theorie vereist, namelijk mutaties. Dit zijn toevallige fouten in de genetische informatie (de gecodeerde instructies op het DNA, dat het recept of de blauwdruk is die de constructie en werking van een schepsel specificeert) die gekopieerd worden van generatie op generatie. Natuurlijk zal een dergelijke verwarring van informatie of schadelijk zijn [1], of in het gunstigste geval neutraal.[2] Evolutionisten geloven echter dat er soms een goede mutatie optreedt, die met voorkeur wordt gekozen door selectie en het mogelijk maakt dat het schepsel vooruit gaat op het evolutionaire pad, tot iets geheel anders.

De verkeerde soort verandering.

Bestaan ‘goede’ mutaties? Evolutionisten kunnen wijzen op een klein aantal gevallen, waarin een mutatie heeft geholpen om een schepsel beter te doen overleven dan andere. Eigenlijk moeten ze eens wat beter kijken wat er gebeurt. Dergelijke ‘goede’ fouten zijn nog steeds de verkeerde soort veranderingen om een vis te veranderen in een filosoof – zij richten zich namelijk in precies de verkeerde richting. In plaats van informatie toe te voegen, vernietigen zij informatie, of vernietigen zij de manier waarom het zich kan uitdrukken (niet verbazend overigens, het zijn immers willekeurige fouten).

Bijvoorbeeld: kevers die hun vleugels verliezen. Een specifiek type gevleugelde kever leeft in continentale gebieden; dezelfde type kever op winderige eilanden heeft geen vleugels. Wat er gebeurt, is gemakkelijk voor te stellen. Zo nu en dan kan er in een keverpopulatie een mutatiedefect optreden met als gevolg dat er geen vleugels worden gevormd. De vleugelvormende informatie is dan verloren gegaan of verstoord.

Het beschadigde gen (een gen is als een lange zin die een deel van de opgeslagen informatie in het DNA bevat) wordt dan overgedragen aan alle nakomelingen, en aan de volgende geslachten als het weer wordt gekopieerd. Alle nakomelingen zullen dan zonder vleugels zijn.

Als een kever met een dergelijk defect (zonder vleugels) op het vaste land leeft, zal het geen kans hebben om te vluchten voor kever-eters, dus zal het eerder worden geëlimineerd door ‘overleving van de sterkste’ voordat het zich kan voortplanten. Deze zogenaamde ‘natuurlijke selectie’ kan helpen om genetische fouten te elimineren (of ten minste de opbouw ervan te verminderen).

Weggeblazen

Op een winderig eiland is de kans groot dat kevers met vleugels de zee in worden geblazen, waardoor het niet hebben van vleugels daar een voordeel is. Na verloop van tijd, betekent de eliminatie van alle kevers met vleugels dat alleen de vleugelloze variëteit zal overleven. Deze zijn dan op ‘natuurlijke wijze geselecteerd.’

‘Aha!’ zegt de evolutionist ‘een gunstige mutatie – evolutie in actie!’ Maar helaas het is geen bewijs voor zijn zaak, geen bewijs voor evolutie. Hoewel gunstig voor overleving, het blijft toch een defect – een verlies of aantasting van informatie. Dit is het tegengestelde van wat evolutionisten moeten aantonen voor werkelijke evolutie.

Om geloof in een proces te ondersteunen dat volgens zeggen een molecuul in een mens veranderde, zouden mutaties vereist zijn die informatie toevoegen. Aantonen dat informatieverlies een voordeel kan bieden bij de overleving is niet relevant, als het gaat om bewijs voor werkelijke evolutie.

In het kort:

  1. Evolutionaire theorie vereist dat sommige mutaties bergop gaan – dat informatie wordt toegevoegd.
  2. De mutaties die wij waarnemen zijn over het algemeen neutraal (zij veranderen de informatie of de betekenis van de code niet) of zij gaan, wat de informatie betreft bergafwaarts – defecten die informatie beschadigen of verliezen.
  3. De zeldzame ‘goede’ mutaties, waar evolutionisten zich aan vastklampen, lijken allemaal gelijk te zijn aan deze ‘vleugelloze kever’ – bergafwaartse veranderingen, verlies aan informatie die, hoewel zij een overlevingsvoordeel kunnen geven, in de tegenovergestelde richting wijzen van evolutie.

 

Alle ervaringen in de wereld om ons heen, in het bijzonder met betrekking tot ons moderne ‘informatica tijdperk’, wijzen erop dat het vertrouwen in toevallige kopieerfouten om zo echte informatie te genereren, geen wetenschap is, maar ijdele hoop van ‘ware gelovigen’.

 

 


Referenties en aantekeningen

[1] Duizenden erfelijke ziekten in mensen, bijvoorbeeld, zijn veroorzaakt door dergelijke erfelijke mutatie defecten.
[2] Dat betekent, geen effect heeft op het resultaat, of de betekenis van de code. Om maar een taal voorbeeld te gebruiken, de voorman zegt: ‘Die kraan kan dat gewicht niet tillen.’ De kraanmachinist verstaat helaas: ‘de kraan kan dat gewicht net tillen’. De gevolgen kunnen rampzalig zijn, net als een schadelijke mutatie. Een neutrale mutatie zou bijvoorbeeld kunnen zijn: ‘De kraon kan dat gewicht niet tillen.’ Het effect van deze taalfout zal geen gevolgen hebben. Er is verandering, maar het eindresultaat wijzigt niet.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v19/i3/beetle.asp