Heb God lief met heel uw verstand: logica en schepping

Uittreksel
Logica en redenatie zijn verre van onverenigbaar met bijbels christendom. Beter gezegd zijn zij essentieel. Zonder hen is het onmogelijk om iets uit de ware proposities in de 66 boeken van de Bijbel af te leiden, de uiteindelijke autoriteit voor christenen. Dit geldt voor de schepping, één van de fundamentele leerstellingen binnen het christendom. Voorbeelden van geldige en misleidende redeneringen worden hier besproken, waarbij de nadruk wordt gelegd op hoe logisch redeneren de waarheid van de bijbelse schepping kan ondersteunen, en de denkfouten/drogredenen van veel van de evolutionistische argumenten kan blootleggen.

Logica (redeneerkunde) is de wetenschap van de verbanden tussen proposities. Logica kan ons vertellen wat er afgeleid kan worden uit een gegeven propositie, maar het kan ons in de eerste plaats niet vertellen of de aangenomen propositie waar is. Alle filosofische systemen zijn gebaseerd op logische afleidingen van beginaannames—axioma’swelke per definitie niet bewezen kunnen worden vanuit voorafgaande aannames. Voor wat onze axioma’s betreft, is het rationeel om de proposities in de 66 boeken van de Bijbel, geopenbaard door de onfeilbare God, te accepteren.

Inleiding en bijbelse overwegingen

Maarten Luther maakte correct onderscheid tussen het gezaghebbende/magistrale en het ondergeschikte gebruik van de reden.1

We spreken van magistraal gebruik van de reden wanneer het verstand/redeneren als een magistraat boven de Schrift wordt gesteld zoals en het beoordeelt. Een dergelijke ‘redenering’ is gedoemd te mislukken, want het begint met uitgangspunten die door onvolkomen feilbare mensen zijn gemaakt en niet geopenbaard zijn door de onfeilbare God. Dit is echter het hoofdkenmerk van liberaal ‘christendom’. Weerlegging hiervan vinden we in schriftgedeelten zoals Jesaja 55 vers 8–9:

8  Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Heere.

9  Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.

Merk op dat er niet staat ‘Mijn logica is hoger dan uw logica’. Dat zou namelijk betekenen dat wanneer wij geloven dat 2+2=4, God zou kunnen geloven dat 2+2=5. Wat het wel betekent is dat God elke ware propositie kent, terwijl wij slechts een gedeelte kennen. Een ander schriftgedeelte is Romeinen 9 vers 19–21:

19 U zult dan tegen Mij zeggen: wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft Zijn wil weerstaan?

20 Maar, o mens, wie bent u toch dat u God tegenspreekt? Zal ook het maaksel tegen hem die het gemaakt heeft, zeggen: waarom hebt gij mij zó gemaakt?

21 Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp klei het ene voorwerp tot een eervol, het andere tot een oneervol voorwerp te maken?

We spreken van ondergeschikt gebruik wanneer de reden zich voegt aan de Schriften. Dit betekent dat alle zaken noodzakelijk voor ons geloof en leven ofwel uitdrukkelijk beschreven staan in de Bijbel, dan wel afgeleid kunnen worden door goede en noodzakelijke consequenties vanuit de Bijbel.2

Van christenen wordt niet verlangd dat ze, bij het betreden van de kerk, hun brein inleveren bij de garderobe. Verschillende bijbelgedeelten moedigen ons juist aan ons verstand te gebruiken, in onderwerping aan Gods Woord, bijv. Jesaja 1 vers 18:

18 Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren [Engels: ‘let us reason together’], zegt de Heere. Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

Mattheüs 22 vers 36–38:

36 Meester! Wat is het grote gebod in de wet?

37 En Jezus zei tegen hem: u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.

 38 Dit is het eerste en het grote gebod.

Romeinen 12 vers 2:

2 En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.

1 Korinthe 2 vers 16:

16 Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend, dat hij Hem zal onderrichten? Maar wij hebben de gedachten van Christus.

Let op! – Gedachten van Christus, niet gevoelens of emoties van Christus.

Er ontstaat veel verwarring wanneer mensen ‘hoofd kennis’ geringschatten. Geoff Smith, bijvoorbeeld, die voorganger was van de grote Auckland Bible Church (Nieuw-Zeeland), wees erop dat in sommige kerken alles wat maar iets van doen heeft met rationeel denken verdacht is, en sterk wordt ontmoedigd.3 Rationeel denken is gebrandmerkt als iets wat uit het vlees voortkomt. Geestelijke mensen proberen niet te begrijpen wat er gebeurt – ze zullen simpelweg ‘de zegen’ accepteren. De sleutelwoorden zijn onmiskenbaar: ‘Probeer het maar niet te begrijpen’, ‘Probeer het niet te analyseren’, ‘Probeer het niet met je verstand uit te zoeken’, etc.

Binnen een dergelijke denkwijze is er geen werkelijk begrip dat geloof altijd op kennis is gebouwd. De profeet Jesaja vraagt herhaaldelijk ‘Weet u het niet, heeft u het niet gehoord?’ (Jesaja 40 vers 21, 28).

In de Bijbel vraagt Jezus herhaaldelijk: ‘Hebt u niet gelezen…?’ en vertelt de Sadduceeën dat ze het fout hebben, want ze ‘kennen de schriften niet evenals de kracht van God’ (Mattheüs 22 vers 29).

Paulus toont in zijn brieven voortdurend aan dat het ware, functionele geloof altijd gebouwd is op kennis. Daartegenover staat dat gebrekkig geloof te wijten is aan zijn onmiskenbare oorzaak – gebrekkige kennis. Paulus stelt herhaaldelijk de vraag ‘Weet u niet…?’ (Romeinen 6 vers 31611 vers 2; 1 Korintiërs 3 vers 161 Korintiërs 5 vers 61 Korintiërs 6 vers 2391516191 Korintiërs 9 vers 13). Merk ook op dat dezelfde vraag door Jakobus wordt gesteld (Jakobus 4 vers 4). Filippus vroeg de Ethiopische eunuch: ‘Begrijpt u wat u leest?’ (Handelingen 8 vers 30).3

De verwarring wordt gedeeltelijk veroorzaakt door onbegrip van het woord ‘hart’ in de Bijbel. Sommige mensen geven een onjuiste tegenstelling tussen ‘hoofdkennis’ en ‘hartsvertrouwen’. Wanneer we de Schrift interpreteren is het belangrijk uit te zoeken wat de auteurs bedoelden met de term. In dit geval dienen we uit te zoeken wat het woord ‘hart’ betekende voor aloude Semieten, niet wat het betekent in populair Hollywood sentiment. In de Bijbel wordt het woord ‘hart’ in 75% van de gevallen gebruikt om het brein of het intellect aan te duiden. De Bijbel laat echter regelmatig de tegenstelling zien tussen het hart en de lippen – oprechtheid versus hypocrisie. Bijvoorbeeld:

Genesis 6 vers 5:

5 En de Heere zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.

psalm 14 vers 1:

1 De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God. Zij handelen verderfelijk, bedrijven gruwelijke daden; er is niemand die goeddoet.

Het nieuwtestamentische geloofsconcept is verenigbaar met logisch denken/verstand. Het Griekse woord voor ‘geloof’ is πίστις (pistis), wat komt van het werkwoord πιστεύω (pisteuo), wat ‘geloven’ betekent, en πείθω (peitho), wat ‘overtuigen door middel van redenering’ betekent. Het heeft nooit de gevoelswaarde van ‘zes onmogelijke dingen geloven voor het ontbijt’, maar ‘is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet’ (Hebreeën 11 vers 1). Veel niet-christenen hebben een verkeerd begrip van het bijbels geloof, en jammer genoeg hebben sommige christenen dit overgenomen.4

Logica in bijbelse prediking en getuigenis

De voornaamste apostel van Christus, Petrus, gebood ons (1 Petrus 3 vers 15):

15 Maar heilig God, de Heere, in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en ontzag.

Het Griekse woord vertaald als ‘verantwoording’ in 1 Petrus 3 vers 15 is ἀπολογία (apologia). Deze term is afgeleid van de Griekse woorden ἀπὸ (apo) = ‘weg van’, en λόγος (logos) = logica/redenatie, dus apologia betekent ‘vanuit logica/redenatie’, en verwijst dus naar een beredenerende verdediging zoals in een rechtszaak wordt gegeven. Het klassieke voorbeeld is Plato’s Apologie, Socrates’ verdediging tegen de aanklacht van atheïsme en het verderven van de jeugd. Het woord verschijnt ook in negatieve zin in Romeinen 1 vers 20: ongelovigen zijn ἀναπολογήτους (anapologētos) (zonder excuus / verdediging / apologie) voor het afwijzen van de openbaring van God in de schepping.

Het woordje voor ‘rekenschap’ is λόγος (logos), en in deze context betekent dat het geven van een bewijsvoering als rationele ondersteuning van ons geloof.

Jezus’ halfbroer Judas schreef in vers 3 van zijn brief:

3 … met de aansporing om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is.

Paulus weidt hierover uit in 2 Korinthe 10 vers 4–5:

4 De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken.

5 Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus.

Natuurlijk is evolutie het grote anti-God excuus in onze tijd, dus moeten we ons zwaar inspannen om het af te breken.

Nauwkeurige definities van woorden

Het is onmogelijk om een logische discussie te voeren wanneer er geen onderlinge overeenstemming is over de betekenis van woorden, of met mensen die oneerlijk zijn in hun terminologie. Socrates stelde in Plato’s Phaedo kort en bondig: ‘het verkeerd en ongedefinieerd gebruik van woorden is niet alleen een fout op zichzelf maar het doet ook de ziel kwaad.’

Veel nieuwe bewegingen (culten) waaronder vrijzinnig ‘christendom’5 gebruiken vaak bijbelse terminologie maar bekleden deze woorden met geheel nieuwe betekenissen.6 Zij zijn als Humpty Dumpty (van Alice in Wonderland). Toen Alice niet begreep wat hij bedoelde, antwoordde hij minachtend: ‘Wanneer ik een woord gebruik, betekent het precies wat ik kies dat het betekent, niets meer en niets minder.’7

Enkele schoolvoorbeelden van semantische gymnastiek vinden we terug bij vrijzinnige ‘christenen’. Omdat ze betaald worden om leerstellingen te verdedigen waar ze zelf niet in geloven, herdefiniëren ze die liever. Op die manier doen ze alsof zij hun geloofsbelijdenis geen geweld aandoen. Voor hen is God niet de Schepper, maar het ‘ultieme belang’. ‘Jezus is opgestaan’ betekent voor hen dat zijn invloed voort bestaat na zijn dood. ‘Christelijk geloof’ hoeft zich volgens liberale christenen niet vast te houden aan leerstellingen, terwijl het NT verklaart dat zij die de orthodox christelijke leerstellingen verlaten zijn afgedwaald van het geloof (1 Timotheüs 4 vers 1 en 5 vers 82 Timotheüs 3 vers 8Efeziërs 4 vers 5).

Dit zijn allemaal voorbeelden van stipulatieve definities. Deze drogreden is gemeengoed onder evolutionisten die onderscheid maken tussen ‘wetenschappers’ en ‘creationisten’. Een creationist zal antwoorden dat er duizenden praktiserende wetenschappers zijn die geloven in de bijbelse schepping. Maar sommigen evolutionisten zullen weer tegenwerpen dat zulke mensen geen echte wetenschappers zijn, want geen enkele echte wetenschapper kan de creationistische verklaring accepteren, ongeacht diens kwalificaties of onderzoekservaring.8 Dit wordt in essentie een cirkelredenering: Iedereen met wetenschappelijke kwalificaties die wetenschap praktiseert en de scheppingsleer afwijst, is tegen de scheppingsleer.

Dubbelzinnigheid

Het ernstigste voorbeeld van intellectuele oneerlijkheid is dubbelzinnigheid: het veranderen van de betekenis van een enkel woord tijdens een argument. Deze misleidende praktijk wordt door vele evolutionaire propagandisten gebruikt bij het definiëren van het woord ‘evolutie’.

De evolutietheorie betekent in werkelijkheid de ontwikkeling van al het leven uit een enkele cel die op zijn beurt ontstond uit niet-levende chemicaliën. Dit is in directe tegenspraak met de Bijbel en kent geen wetenschappelijke onderbouwing. Maar veel propagandisten definiëren evolutie als ‘verandering in genfrequentie over tijd’ of ‘afstamming met modificatie’. En vervolgens gebruiken ze Darwins vinken en industrieel melanisme bij berkenvlinders als klinkend bewijs voor ‘evolutie’ en tegen creationisme! Een voorbeeld is de atheïst Eugenie Scott, directeur van het pretentieus genaamde National Center for Science Education, de vooraanstaande Amerikaanse organisatie die volledig is toegewijd aan het propaganderen van evolutie.9 Zij citeerde met instemming van een docent waarvan de leerlingen na haar ‘definitie’ zeiden: ‘Natuurlijk veranderen soorten over tijd! Is dat nou evolutie?!’10

Natuurlijk zal geen creationist betwisten dat er over tijd veranderingen optreden, maar creationisten zijn het er niet mee eens dat de type verandering die zou kunnen leiden in de evolutie van molecuul tot mens plaatsvindt, d.i. verandering die een toename van informatie teweegbrengt.

Beduiding (Sinn) en betekenis (Bedeutung)

Filosoof Gottlob Frege (1848–1925) wierp een vraagstuk op in zijn beroemde “Hesperus is Fosforus” (de Avondster en Morgenster) voorbeeld.11  Lang geleden liet Pythagoras al zien dat ze hetzelfde object voorstellen, namelijk de planeet Venus. Maar bedoelt iemand die “Hesperus is Fosforus” zegt precies hetzelfde als hij “Hesperus is Hesperus” zegt? Het laatste is overduidelijk en weinigzeggend waar, aangezien a = a, maar toen Pythagoras de eerste uitspraak deed, bracht hij nieuwe informatie naar voren, namelijk: deze twee schijnbaar verschillende objecten zijn eigenlijk hetzelfde. Dit betekent ook dat iemand die zich hier niet van bewust is “Hesperus is niet Fosforus” zou kunnen zeggen zonder hiermee te ontkennen dat “Hesperus is Hesperus” triviaal waar is. Frege pleitte dat Hesperus en Fosforus een andere beduiding (Duitse Sinn) hadden, hoewel ze wel dezelfde betekenis (Duitse Bedeutung)—Venus—hadden, omdat ze andere attributen overbrachten (’s morgens of ’s avonds schijnen).

Dit kan ook worden toegepast op de culten zoals die hierboven genoemd zijn: wanneer ze dezelfde woorden gebruiken, hebben ze niet dezelfde betekenis (Bedeutung), bijvoorbeeld de bijbelse Jezus versus valse christussen. Hoewel Jezus in een ander geval bevestigde dat Genesis geschiedenis is, noemt een theïstisch evolutionist Christus dan per se een leugenaar? Niet noodzakelijk: een theologisch conservatieve, christelijke evolutionist zou evenzo dezelfde ‘Bedeutung’ kunnen bevestigen als de christelijke creationist: dat Christus altijd de waarheid sprak.

Maar enkele oprechte christenen zouden zich niet kunnen realiseren dat Jezus bevestigde dat Genesis geschiedenis was—een ‘beduiding (Sinn)’ (voornamelijk de nieuwe christenen die in het artikel Can Christians believe evolution?). Zo zouden zij zijn als iemand die niet doorheeft dat Hesperus hetzelfde object is als Fosforus, maar toch zouden bevestigen dat Hesperus Hesperus is.

Een andere toepassing heeft de wetenschappelijke onwetendheid van enkele milieuactivisten en goedgelovige aanhangers blootgesteld. Aan mensen wordt gevraagd of zij een verbod willen ondersteunen op ‘diwatersof monoxide’, met een lijst van alle vreselijke gevaren van dit spul. Deze hoax buit de onwetendheid van veel mensen uit dat de twee beduidingen (Sinn) ‘diwaterstof monoxide’12 en ‘water’ dezelfde betekenis (Bedeutung) hebben: H2O.

Waarheid en valsheid (onwaarheid)

Een eenvoudige definitie van waarheid en onwaarheid gaat terug tot minimaal de tijd van Aristoteles (384–322 VC): ‘Als ik zeg van wat is dat het is, spreek ik de waarheid. Als ik zeg wat niet is dat het is, spreek ik valselijk.’ Oftewel, een bewering is waar als het correspondeert met de feiten. Zoniet, dan is het vals (onwaar).

Dit zou duidelijk moeten zijn, maar de anticreationist Ian Plimer schreef:

‘Naar mijn mening is de Bijbel niet waar. Het is echter wel de waarheid.’13

Van de vele grove blunders die hij maakt op het gebied van logica, rekenkunde, wetenschap en exegese, welke goed gedocumenteerd zijn op de website van Creation Ministries International14, is dit de ergste.

Beredeneerde argumenten15

Binnen de logica is een argument gedefinieerd als een reeks stellingen bevattende aannames (premissen) waarvan beweerd wordt dat ze een conclusie ondersteunen. Zoals we eerder lieten zien, leert de Schrift christenen op deze wijze te pleiten/debatteren. Dit is niet hetzelfde als twistziek zijn, of debatteren om het debatteren.

Argumenten zijn deductief of inductief. Deductieve argumenten redeneren vanuit het algemene naar het specifieke. Inductieve argumenten redeneren vanuit een gelimiteerd aantal voorbeelden naar een algemene regel. Deductieve argumenten zijn het belangrijkst, dus hieronder zullen we ons hier op concentreren.

Een syllogisme is een algemeen type deductief argument met twee premissen en een conclusie.

  1. Geldigheid

Een geldig argument is er een waarbij het onmogelijk is dat de premissen waar zijn en de conclusie onwaar, m.a.w. de conclusie volgt uit de premissen. Merk op dat de geldigheid niet afhangt van of de premissen waar zijn, maar van de vorm van de redenering.

Een voorbeeld van een geldig argument met een juiste premisse is:

1) Alle walvissen hebben een wervelkolom;
2) Moby Dick is een walvis;
 Moby Dick heeft een wervelkolom. (‘’ geeft de conclusie aan: ‘Dus…’)

Een voorbeeld van een geldig argument met een onjuiste premisse en een onjuiste conclusie is:

1) Alle honden zijn reptielen;
2) Alle reptielen hebben schubben;
 Alle honden hebben schubben.

Een ongeldig argument met een juiste premisse en een juiste conclusie is:

De zon is groter dan de aarde;
Polytheïsme is in tegenspraak met de Bijbel.

De laatste is ongeldig, want de conclusie bevat termen die niet voorkomen in de premisse. Het is belangrijk om geldige vormen van een argument te herkennen en deze te gebruiken.

Veel ongeldige argumenten kunnen gevonden worden in het werk van politici. Op de scherpzinnige Britse televisiesatire Yes, Prime Minister (aflevering: ‘Power to the People’), illustreerde twee hoofdambtenaren (Sir Arnold Robinson en Sir Humphrey Appelby) de ‘politica’s logica’:

1) Er moet iets gebeuren;
2) Dit is iets;
 We moeten dit doen.

Zoals uitgelegd in het programma (zie het filmpje hierbeneden) is dit net zo ongeldig als:

1) Mijn kat heeft vier poten;
2) Mijn hond heeft vier poten;
 Mijn hond is mijn kat.

  1. Correctheid

Een correct argument is een geldig argument met ware premissen. De conclusie van een correct argument moet waar zijn. Dus om de conclusie van een geldig argument te bewijzen is het voldoende om te bewijzen dat alle premissen waar zijn. Bijvoorbeeld:

1) Abortus is het bewust doden van een foetus;
2) Een foetus is een onschuldig mens;
3) Bewust doden van een onschuldig mens is moord;
4) Moord is door God verboden;
 Abortus is door God verboden.

De vorm van het argument is geldig, premissen (1) en (3) zijn waar naar de normale definities van die woorden, (2) kan bewezen worden door de wetenschap en de Schriften (Genesis 25 vers 22 en Lukas 1 vers 41 gebruiken dezelfde woorden voor ongeboren en geboren baby’s), (4) is bewezen door Genesis 9 vers 6Exodus 20 vers 13Romeinen 13 vers 9, dus het argument is correct.

  1. Contradicties

Een contradictie is gedefinieerd als het samenvallen van de bevestiging en ontkenning van een premisse, op dezelfde tijd, plaats en betekenis (dwz p en niet-p, of in symbolische vorm, p.~p).

Voor ieder tegenstrijdig paar van premissen, moet er één waar zijn en de ander onwaar. De ‘wet van non-contradictie’ verbiedt dat beide premissen waar zijn, terwijl de ‘wet van het uitgesloten midden’ uitwijst dat een paar tegenstrijdige premissen alle mogelijkheden uitput.

Een andere manier om het voor te stellen is als volgt: een bewering moet ofwel waar, ofwel onwaar zijn – niet zowel waar als onwaar, noch in een grijs gebied tussen waar en onwaar. Dit is bruikbaar bij het opsommen van alle mogelijkheden en het weerleggen van al die mogelijkheden behalve de juiste.

Het volgende beroemde Trilemma argument van C.S. Lewis is een goed voorbeeld.

Er is melding gemaakt dat Jezus Christus beweerde God te zijn. De meldingen zijn juist of onjuist.

1) als de meldingen onjuist waren, wisten de verslaggevers dat deze onjuist waren, of ze wisten het niet.

1a) als zij wisten dat de meldingen onjuist waren, waren zij leugenaars—maar wie zou willen sterven voor iets waarvan zij weten dat het een leugen is?

1b) als zij het niet wisten, dan is het erg moeilijk om te verklaren hoe legenden konden ontstaan rond een historisch persoon in een zo’n korte tijd.

2) als de meldingen waar zijn dan sprak Jezus ofwel onwaarheid, ofwel de waarheid.

2a) als Jezus onwaarheid sprak wist Hij het, of wist Hij het niet.

2a1) als Hij het wist, was Hij een leugenaar.

2a2) als Hij het niet wist, dan was Hij een gestoorde, want om te beweren God te zijn is de meest absurde bewering die een beperkt schepsel kan maken.

2b) als Jezus de waarheid sprak is Hij werkelijk God.

Tegenstanders van het christendom beschuldigen de Bijbel er vaak van dat Zij zichzelf tegenspreekt. Ze realiseren zich dat wanneer de beschuldiging bewezen zou kunnen worden, op zijn minst één valse bewering aangetoond is, waarmee goddelijke inspiratie weerlegd is. Maar het merendeel van de sceptici verkeren in onwetendheid over de bovenstaande definitie van een contradictie.

Bijvoorbeeld Mattheüs 20 vers 29–34, waar staat dat Jezus twee blinde mannen genas, is niet in tegenspraak met Marcus 10 vers 46–52, waar staat dat Jezus Bartimeüs genas. Dit is geen contradictie omdat Marcus niet zegt dat alléén Bartimeüs werd genezen.

Sommige andere aangevoerde contradicties kunnen opgelost worden door aan te tonen dat woorden op verschillende manieren worden gebruikt, bijv.:

Johannes 1 vers 18 versus Exodus 24 vers 9–10: in Johannes verklaart Jezus, ‘Niemand heeft ooit God gezien [in Zijn volle glorie als Heerser van het heelal]; de enige geboren Zoon [Jezus] … heeft Hem [God] geopenbaard.’ In het andere tekstgedeelte (Exodus) aanschouwde Mozes duidelijk een versluierde aanwezigheid van God, waar metaforisch naar gerefereerd wordt als ‘onder Zijn voeten’. In Exodus 33 vers 18–23 wordt ook een onderscheid gemaakt tussen het aanschouwen van Gods volle glorie (‘aangezicht’) en Zijn versluierde aanwezigheid (‘rug’).

Hoewel vele culten beweren dat de bijbelse leerstelling van de Drie-eenheid zichzelf tegenspreekt, is dat niet het geval. De eenheid en drieheid van God wijzen naar verschillende aspecten. De drie eeuwige en gelijke Personen van de Godheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) zijn hetzelfde in essentie, maar verschillen in functie—drie Personen (of drie centra van bewustzijn) en één Wezen.

Een belangrijk aspect van contradictie is de zelfweerlegging. Veel beweringen van niet-christenen kunnen in eerste instantie redelijk klinken, maar wanneer de bewering op zichzelf wordt toegepast weerlegt het zichzelf. Enkele veel voorkomende voorbeelden zijn:

  • ‘Er is geen waarheid’—dit zou betekenen dat deze zin zelf ook niet waar is.
  • ‘We kunnen nooit iets zeker weten’—Hoe kunnen we dat dan zeker weten?
  • ‘Een verklaring is alleen betekenisvol als het ofwel een noodzakelijke logische waarheid is ofwel empirisch getest kan worden’ (het eens populaire verificatiecriterium van zinvolheid van de ‘Logische Positivisten’)—deze verklaring is op zichzelf al geen noodzakelijke logische waarheid en kan ook niet empirisch getest worden, dus is het betekenisloos naar zijn eigen criteria.
  • ‘Er is geen morele absolutie, dus we moeten tolerant zijn voor de moraal van andere mensen’—maar ‘zouden moeten’ impliceert de morele absolutie dat tolerantie goed is.
  1. Conditionele Verklaringen en Implicaties

Conditionele Verklaringen en Implicaties komen voor in de vorm: ‘als p dan q’ (als gebeurtenis/uitspraak p waar is, dan is gebeurtenis/uitspraak q waar). Een andere manier om het uit te drukken is ‘p impliceert de waarheid van q’, of in symbolische vorm p ⊃ q (of p → q). Weer een andere manier is te zeggen dat p een toereikende voorwaarde is voor q, terwijl q een noodzakelijke voorwaarde is voor p. P wordt antecedent genoemd; en q de consequent.

De geldigheid van de implicatie (p ⊃ q) duidt zelf niet aan dat het antecedent (p) waar is—enkel dat als p waar is, q hier logischerwijs uit voort moet vloeien. Een voorbeeld van een misverstand op dit punt is het gebruik van 1 Korinthe 13 vers 1–3 om te ‘bewijzen’ dat het mogelijk is te spreken met ‘engelentaal’:

1 Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.

2 En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets.

3 En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets.

Paulus doet een aantal conditionele beweringen om aan te tonen dat hij zonder liefde niets zou zijn, welke andere wonderen hij ook zou kunnen verrichten. Hij zegt niet dat er een speciale engelentaal is, evenmin dat hij bergen heeft verzet of zijn lichaam overgegeven heeft aan het vuur. Er zijn mogelijk schriftgedeelten die een veelvoorkomende praktijk van de pinksterbeweging ondersteunen, maar deze behoort daar niet toe (CMI neemt geen stelling in op dit vlak).

Een ander goed voorbeeld is de verklaring van Jezus in Mattheüs 12 vers 27:

27 en als ik door Beëlzebul de demonen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen die uw rechters zijn.

Ik betwijfel of een christen zal beweren dat Jezus verklaarde dat Hij demonen uitdreef door Beëlzebul! Hij toonde aan dat wanneer de aanklacht van Zijn tegenstanders juist was, de aanklacht dan net zo goed geldt voor hun eigen mensen. Het argument van Jezus is een voorbeeld van reductio ad absurdum (zie onder).

Tabel 1. Bevestiging van het Antecedent.

Nederlands Symbolisch
Als p, dan q p ⊃ q
p is waar p
 q is waar  q
Bevestiging van het Antecedent Modus ponens

(Methode van construeren)

 

Tabel 2. Ontkennen van de Consequent.

Nederlands Symbolisch
Als p, dan q p ⊃ q
q is niet waar ~q
 p is niet waar  ~p
Ontkennen van de Consequent Modus tollens

(Methode van vernietiging)

 

Vanuit een conditionele verklaring kan men twee geldige typen conclusies construeren: modus ponens (Tabel 1) en modus tollens (Tabel 2). Modus ponens is Latijn voor ‘methode van construeren’. Het wordt ‘bevestiging van het antecedent’ genoemd, omdat het argument bewijst dat de consequent waar moet zijn als het antecedent bevestigd is. Modus tollens is Latijn voor ‘methode van vernietiging’. Dit type argument bewijst de valsheid van het antecedent door de ontkenning van de consequent.

Er zijn twee typen ongeldige conclusies: de misvatting van het bevestigen van de consequent (Tabel 3) en het ontkennen van het antecedent (Tabel 4).

 

Tabel 3. Drogreden/misvatting van het bevestigen van de consequent. De conclusie (p is waar) is ongeldig.

Nederlands Symbolisch
Als p, dan q p ⊃ q
q is waar q
 p is waar  p

 

Tabel 4. Drogreden/misvatting van het ontkennen van het Antecedent.

Nederlands Symbolisch
Als p, dan q p ⊃ q
p is niet waar ~p
 q is niet waar  ~q

 

Ter illustratie: beginnende met de implicatie: Als Jezus opstond uit de dood (p), dan kunnen Zijn beenderen niet gevonden worden (q); we combineren dit als volgt met vier mogelijke premissen:

1) Jezus stond op uit de dood (p is waar)
 Zijn beenderen kunnen niet gevonden worden (q is waar)
 Geldig.

2) Jezus’ beenderen kunnen niet gevonden worden (q is waar)
 Hij stond op uit de dood (p is waar)
 Ongeldig.

Ter herinnering: geldigheid staat los van de waarheid of onwaarheid van de premissen of de conclusie. Wij accepteren dat Jezus opstond, maar niet dat ieder dood persoon waar de beenderen van ontbreken ook opstond.

3) Jezus stond niet op uit de dood (p is onjuist)
 Zijn beenderen kunnen worden gevonden (q is onjuist)
 Ongeldig.

De conclusie volgt hier niet uit; vele mensen die niet opstonden werden gecremeerd.

4) Jezus’ beenderen kunnen worden gevonden (q is onjuist)
 Hij rees niet op uit de dood (p is vals)
 Geldig (ondanks het feit dat beide premissen onwaar/vals zijn).

De grondleggers van veel valse religies hebben nog steeds skeletten die wegrotten, wat bewijst dat ze niet opgestaan zijn.16

Een gebruiksvorm van de modus tollens is het reductio ad absurdum argument, d.w.z. bewijzen dat een premisse onjuist is door aan te tonen dat het tot een absurde conclusie leidt.

Een voorbeeld is de inspanning van Bisschop John Shelby Spong17 om aan te tonen dat homoseksuele handelingen toegestaan zijn, omdat sommige dieren ze uitoefenen. Op zichzelf staand is het argument ongeldig. Om het geldig te maken is er een andere premisse nodig die verklaart: Alles wat dieren doen is toegestaan.

1) Dieren oefenen homoseksuele handelingen uit;
2) Alles wat dieren doen is toegestaan;
 Homoseksuele handelingen zijn toegestaan.

Om te bewijzen dat het argument correct is moet bewezen worden dat de premisse waar is. Omgekeerd, om te bewijzen dat het argument ondeugdelijk is, moet aangetoond worden dat de premisse onjuist is. Dit kunnen we laten zien door aan te tonen dat het tot een belachelijke conclusie leidt:

1) Dieren praktiseren verkrachting en kannibalisme;
2) Wat dieren doen is toegestaan;
 Verkrachting en kannibalisme zijn toegestaan.

Welnu, als men de conclusie niet goedkeurt en men logisch is, moet men één of meer van de premissen verwerpen. Aangezien (1) empirisch waar is, moet (2) de valse premisse zijn (dus: niet alles wat dieren doen is toegestaan). Zo bevat het argument van Spong een valse premisse en is daarmee ondeugdelijk.

Een ander voorbeeld: voorstanders van abortus beweren dikwijls dat het ongeboren kind slechts een deel van het vrouwelijke lichaam is, waar zij zich van kan ontdoen. Maar zie eens wat er in het volgende argument gebeurt als deze premisse met andere, onbetwistbare premissen wordt gecombineerd:

1) Als a deel uitmaakt van b en b deel uitmaakt van c, dan maakt a deel uit van c. Dit wordt een transitieve relatie genoemd; een voorbeeld hiervan is: als een baksteen (a) deel uitmaakt van een muur (b) en een muur (b) deel uitmaakt van een huis (c), dan maakt de baksteen (a) deel uit van het huis (c);
2) Een mannelijke ongeboren baby heeft een penis (een penis maakt namelijk deel uit van hem);
3) Deze baby maakt deel uit van de zwangere vrouw;
 Een vrouw die zwanger is van een mannelijke baby heeft een penis.

Aangezien de conclusie onjuist is (vooral feministen zouden het verafschuwen), moet minstens één van de premissen eveneens onjuist zijn. Alle premissen zijn onbetwistbaar juist behalve nummer (3) van de abortusvoorstanders, wat nu juist de betwiste kwestie was. Zo bewijst dit argument dat de derde premisse onjuist is.18

Een voorbeeld van een foutieve reductio ad absurdum is het argument dat de Sadduceeën gebruikten tegen de opstanding in Matteüs 22 vers 23–32.:

23 Op die dag kwamen er Sadduceeën naar Hem toe, die zeggen dat er geen opstanding is, en zij vroegen Hem:

 24    Meester, Mozes heeft gezegd: als er iemand sterft die geen kinderen heeft, dan moet zijn broer diens vrouw trouwen en voor zijn broer nageslacht verwekken.

 25    nu waren er bij ons zeven broers; en de eerste trouwde en stierf; en omdat hij geen nageslacht had, liet hij zijn vrouw na aan zijn broer.

 26    Zo ook de tweede en de derde, tot de zevende toe.

 27    Ten slotte stierf na allen ook de vrouw.

 28    In de opstanding dan, van wie van die zeven zal zij de vrouw zijn? Want zij hebben haar allen als vrouw gehad.

Merk op dat ze probeerden om de Opstanding te weerleggen door aan te tonen dat het tot de absurde conclusie leidt dat in deze hypothetische situatie de vrouw niet zou weten wiens echtgenote zij is. Het antwoord van Jezus toont de meesterlijke logica van de Logos van God.

29  Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: u dwaalt, omdat u de schriften niet kent en ook niet de kracht van God.

Eerst wijst Jezus erop dat de beginaannames verkeerd zijn—Sadduceeën accepteerden slechts de Pentateuch als Gods Woord, terwijl Jezus net als de Farizeeërs dezelfde boeken als het Protestantse Oude Testament geloofde. Als zij niet onwetend waren geweest over wat de Schriften waren, dan zouden zij zich gerealiseerd hebben dat Schriftgedeelten als Daniël 12 vers 2 duidelijk de opstanding onderwijzen.

Dan merkt hij op dat wanneer een geldig argument slechts één onjuiste premisse bevat, de conclusie er niet meer logischerwijs uit volgt. De onjuiste premisse in het argument van de Sadduceeën was niet de opstanding, maar dat mensen in de hemel gehuwd zijn:

30     Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel.

Echter, het weerleggen van argumenten tegen een bepaald standpunt, bewijs dat standpunt nog niet. Dus vervolgens bewees Jezus zijn eigen standpunt, gebruikmakend van de schriften die de Sadduceeën accepteerden:

31     En wat de opstanding van de doden betreft, hebt u niet gelezen wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei:

 32     Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? God is niet een God van doden, maar van levenden.

 33    En toen de menigte dit hoorde, stonden ze versteld van Zijn onderricht.

 34    Toen de Farizeeën gehoord hadden dat hij de Sadduceeën de mond gesnoerd had, kwamen zij bijeen.

Zelfs de Schriften die door de Sadduceeën geaccepteerd werden leerden over de opstanding: Christus demonstreerde dit met een argument waarmee Hij toonde dat de Pentateuch leerde dat God de God was van de voorvaders en de God van de levenden. Daarom leefden de aartsvaders in zekere zin in de dagen van Mozes, eeuwen nadat zij een fysieke dood stierven. Merk hierbij ook op dat het argument afhangt van de tegenwoordige tijd van het werkwoord ‘zijn’ in de Hebreeuwse clausule van de passage die Jezus citeerde (Exodus 3 vers 6). Zijn argument was niet zinvol wanneer Hij niet geloofde in verbale voltallige inspiratie van de Schriften.

De drogreden van het ontkennen van het antecedent wordt begaan door sommige kerkgenootschappen die leren dat men behouden wordt door de doop, en hierbij Marcus 16 vers 16, een uitspraak van Jezus, als bewijstekst gebruiken:

16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. (NBG ’51)

Het eerste deel van het vers is een implicatie: Als een persoon gelooft en gedoopt is, dan zal hij gered zijn. Het is onjuist hieruit te redeneren dat een ieder die niet gedoopt is, niet gered zal zijn. Het tweede deel is een expliciete verklaring dat ongeloof resulteert in veroordeling.

Om deze misvatting te demonstreren kunnen we kijken naar de volgende verklaring die dezelfde logische opbouw heeft: ‘Alles wat veren heeft en vliegt is een vogel, maar alles wat geen veren heeft is geen vogel.’ Deze verklaring leert niet dat er geen vogels zijn die niet kunnen vliegen.

Een ander voorbeeld van de drogreden met betrekking tot het ontkennen van het antecedent is wanneer sommige mensen van hun stuk raken omdat we niet langer gebruik kunnen maken van een creationistisch stokpaartje, bijv. de diepte van meteorietenstof op de maan om te bewijzen dat de maan jong is.19 Maar in schematische vorm is het argument als volgt, en de misvatting zou helder moeten zijn:

1) Als het maanstof argument correct is, dan moet de maan wel jong zijn;
2) Het maanstof argument is niet correct;
 De maan kan niet jong zijn.

Dit zou een les moeten zijn dat ons primaire bewijsmateriaal altijd van de onfeilbare geschreven getuigenis van de Ene moet komen, Die erbij was en nooit fouten maakt. Ons primaire bewijsmateriaal moet niet komen van feilbare wetenschappers die er niet bij waren en dikwijls fouten maken.

Een voorbeeld van de drogreden van het bevestigen van de consequent, is het gebruik maken van geverifieerde voorspellingen als ‘bewijs’ voor een wetenschappelijke wet.20 Dit wordt zichtbaar als we het analyseren:

1) Theorie T voorspelt observatie O;
2) O is geobserveerd;
 T is waar.

Om te zien dat dit hier niet uit volgt, kijken we naar het volgende voorbeeld:

1) Als ik zojuist een hele pizza had gegeten zou ik me nu erg verzadigd voelen;
2) Ik voel me erg verzadigd;
 Ik heb zojuist een hele pizza gegeten.

Maar ik zou me verzadigd kunnen voelen om vele verschillende redenen.

Aan de andere kant is het beroemde falsificatiecriterium voor een wetenschappelijke theorie, ontworpen door Sir Karl Popper gebaseerd op de geldige ontkenning van de consequent.

1) Theorie T voorspelt dat O zal niet worden waargenomen;
2) O wordt waargenomen;
 T is onjuist.

We kunnen deze analyse toepassen op een belangrijk evolutionistisch argument:

1) Als organisme X en Y een gemeenschappelijke voorouder hebben, zullen ze homologe structuren hebben;
2) X en Y hebben homologe structuren;
 X en Y hebben een gemeenschappelijke voorouder.

Dit toont aan dat het een voorbeeld is van de drogreden van het bevestigen van de consequent. De conclusie is niet bewezen—de homologe structuren kunnen het gevolg zijn van een gemeenschappelijke ontwerper, wat een ‘biotische boodschap’ achterlaat die wijst naar één enkele ontwerper van het leven, in plaats van velen.21

Aan de andere kant betogen ornithologen als Alan Feduccia tegen de dinosaurus-naar-vogel evolutie om veel goede redenen, waaronder de recente ontdekking dat de dinosaurusembryo’s een embryonale duim hebben die bij vogels ontbreekt (de vingerpatronen zijn respectievelijk I–II–III en II–III–IV).22 Het argument is:

1) Als vogels vanuit theropoden evolueerden, zullen zij homologe vingers hebben;
2) Vogels en theropoden hebben geen homologe vingers;
 Vogels evolueerden niet van theropoden.

Dit is geldig (het ontkennen van de consequent), dus creationisten hebben dit bewijsmateriaal terecht gepubliceerd.2324

Desalniettemin wijzen filosofen zoals Imre Lakatos erop dat de kerntheorieën niet afzonderlijk worden getest, maar ‘beschermd’ worden door hulphypothesen. Het ontkennen van de consequent toont slechts aan dat één van de premissen onjuist moet zijn, en het hoeft niet per se de kerntheorie te zijn. Zo worden in plaats daarvan de hulphypothesen gewijzigd. In schematische vorm is het geldige argument als volgt:

1)Theorie T en de hulphypothese A voorspellen dat O niet zal worden waargenomen;
2)O wordt waargenomen;
Of T is onjuist, of A is onjuist.

Bijvoorbeeld, Newton’s theorie voorspelde bepaalde bewegingen van Saturnus, op voorwaarde dat er geen andere grote objecten waren die de planeet hinderden. Toen Saturnus niet bewoog zoals was voorspeld, was of Newton’s theorie onjuist, of er was een ander groot object die de omloop verstoorde. Dit bleek de planeet Uranus te zijn.25

Het bovenstaande verklaarde de logica achter het falsificatiecriterium. Het was niet per se bedoeld om dit criterium voor wetenschap te bevestigen—een samenhangende definitie van wetenschap is moeilijk te vinden.

In de handen van evolutionisten is het woord ‘onwetenschappelijk’ een scheldwoord geworden om de Scheppingsleer mee aan te vallen. Maar het is belangrijker of schepping of evolutie waar of onwaar zijn, dan of de één ‘wetenschappelijker’ is dan de ander. Soms zijn evolutionisten zo scherp in hun aanvallen richting creationisten dat zij, zonder het zich te realiseren, zichzelf tegenspreken. Bijvoorbeeld: filosoof P. Quinn (zelf anticreationist) laat zien dat de marxistische evolutionist Stephen Jay Gould deze vergissing maakt:

‘… Gould beweert dat “‘wetenschappelijk creationisme’ een contradictio in terminis is, juist omdat het niet kan worden gefalsificeerd” … Ironisch genoeg spreekt Gould zich in de volgende zin tegen door te beweren dat “de individuele beweringen met een beetje onderzoek gemakkelijk zijn te weerleggen”. Inderdaad, enkele van hen zijn dat ook! Maar aangezien zij zo gemakkelijk door onderzoek worden weerlegd, zijn zij uiteindelijk ook falsifieerbaar en daarmee toetsbaar. Deze ernstige inconsistentie is een indicatie voor het feit dat Goulds uitingen over testbaarheid en falsifieerbaarheid meer functioneren als verbale mishandeling, dan als serieus bezwaar in zijn anti creationistische polemiek.’26

  1. Disjunctief Syllogisme

Het disjunctief syllogisme is een geschikte argumentatievorm, waar mensen die wel eens meerkeuzetoetsen gedaan hebben bekend mee zullen zijn. Soms kunnen alle mogelijkheden uitgesloten worden op een na, die derhalve juist moet zijn. Een voorbeeld: Fred vliegt ofwel met QANTAS, of met Air New Zealand; hij vliegt niet met QANTAS; dus vliegt hij met Air New Zealand (zie Tabel 5).

Tabel 5. Disjunctief Syllogisme; keuzes worden geëlimineerd tot de juiste overblijft.

Nederlands Symbolisch
Ofwel p ofwel q p v q
p is onwaar ~p
 q is waar  q

Tabel 5: Disjunctief Syllogisme

Om er zeker van te zijn dat de conclusie juist is, moet men zeker zijn dat alle mogelijke alternatieven op een rijtje zijn gezet. De zekerste manier is het toepassen van de ‘wet van het uitgesloten midden’ en er voor te zorgen dat de disjunctieve (ofwel/of) premisse een tweetal tegenstellingen bevat (p of ~p).

Een belangrijk voorbeeld is dat er maar twee verklaringen zijn voor de oorsprong van verschillende typen van leven—schepping of evolutie. Professor D.M.S. Watson schreef bijvoorbeeld:

‘Evolutie [is] een wereldwijd geaccepteerde theorie, niet omdat het als waar bewezen kan worden door logisch samenhangend bewijsmateriaal, maar omdat het enige alternatief, bijzondere schepping, duidelijk ongeloofwaardig is.’27

D.w.z.:
1) S[chepping] v E[volutie];
2) ~S;
 E.

Daar dit een disjunctief syllogisme is, is het een geldig argument. Maar het kan niet genoeg benadrukt worden dat geldigheid en waarheid niet hetzelfde zijn—dit argument is niet deugdelijk! Vele evolutionisten, beginnend bij Darwin, hebben dit soort redenaties gebruikt. Dit toont ook het atheïstische fanatisme aan achter veel evolutionistisch denken. Vanzelfsprekend kunnen ook creationisten gebruik maken van een gelijkwaardig geldig argument:

1) S v E;
2) ~E;
 S.

Dat wil zeggen, bewijsmateriaal tegen evolutie is automatisch bewijsmateriaal voor de schepping. Dit is zowel geldig als deugdelijk.

Vele evolutiepropagandisten betwisten deze redenering wanneer creationisten deze gebruiken, door aan te geven dat schepping en evolutie niet de enige alternatieven zijn. Creationisten worden dus beschuldigd van de denkfout van ontbrekende alternatieven, d.w.z. de disjunctieve premisse is onvolledig: er ontbreekt een mogelijk alternatief. Maar, zoals aangetoond, zijn veel evolutionisten het eens dat er slechts twee opties zijn, dus er wordt met twee maten gemeten.28

Dit is aantoonbaar met de ‘wet van het uitgesloten midden’: dingen zijn of gemaakt (schepping) of zij zijn niet gemaakt (evolutie). Het is waar dat de bijbelse schepping niet het enige alternatief is, dus dit is niet bewezen door tegenbewijs voor evolutie. Bijbelse schepping is zeker in overeenstemming met tegenbewijs voor evolutie, wat niet het geval is voor atheïsme.

Een goed voorbeeld van een ‘denkfout van ontbrekende alternatieven’ is het volgende bewijs voor punctuated equilibrium (de theorie dat evolutie sprongsgewijs verloopt, afgewisseld met lange periodes zonder veranderingen, ed.):

1) Het leven moet of geleidelijk of sprongsgewijs geëvolueerd zijn;
2) Er zijn belangrijke problemen met geleidelijke evolutie (afwezigheid van fossiele tussenvormen, en onvermogen om een functionele reeks te vormen);
  Het leven moet sprongsgewijs geëvolueerd zijn.

Dit is zo’n beetje de argumentatievorm die Niles Eldredge en Stephen Jay Gould gebruikten toen ze het punctuated equilibrium introduceerden,29 zoals aangehaald wordt door creationisten.30

Andere veelvoorkomende misvattingen

Overhaaste generalisatie

Tot dusver heb ik het deductieve (afleidende) redeneren besproken. Zoals aangegeven redeneren inductieve argumenten vanuit een gelimiteerd aantal voorbeelden naar een algemene regel. De reden waarom zij minder belangrijk zijn is dat zij niet de waarheid van de conclusie waarborgen—ze zijn formeel gezien ongeldig volgens de definitie van geldigheid binnen de logica. Bijvoorbeeld, enkel omdat we duizend zwarte kraaien observeren, volgt daar niet uit dat de 1001ste kraai geen albino zal zijn.

Wetenschap is inductief van aard, niet deductief. De wetenschap gebruikt altijd een eindig aantal metingen, waarvan elk een onnauwkeurigheid heeft, dus de wetenschap kan nooit een volledig beeld van de werkelijkheid geven. Vandaar dat—hoewel de wetenschap nuttig kan zijn—het nooit een bedreiging voor het christelijke geloof kan vormen.

Genetische misvatting

Dit is de fout waarmee men probeert een overtuiging te weerleggen door deze te traceren tot de bron. Kekulé kwam bijvoorbeeld op de (correcte) ringstructuur van het benzeen (C6H6) molecuul na een droom waarin een slang naar zijn staart hapt, maar chemici hoeven zich niet druk te maken over slangenkunde om benzeen te kunnen analyseren!

Veel critici van het christendom begaan deze denkfout echter wanneer zij proberen het christendom te weerleggen door op zogenaamde parallellen in heidense mythologie te wijzen.31

Een ander voorbeeld is: ‘U gelooft slechts in het christendom omdat u door uw ouders en cultuur werd geïndoctrineerd; als u uit een Hindoeïstische familie en cultuur kwam zou u hindoe zijn’, met tussen neus en lippen door: ‘dus het christendom hoeft niet te worden verkozen boven het hindoeïsme’. In geen van beide gevallen kan er iets worden afgeleid over de waarheid van het christendom vanuit de redenen voor het ontstaan van een iemands christelijk geloof.

Vele evolutionistische propagandisten geloven dat zij eenvoudig moeten aantonen dat een creationist een fundamentalistische ‘godsdienstige overtuiging’ heeft om zijn zuiver wetenschappelijke beweringen in diskrediet te brengen. Een overduidelijk geval van met twee maten meten: het radicale atheïstische of zelfs marxistische geloof van vele vooraanstaande evolutionisten32 wordt vaak genegeerd, hoewel deze geloven/overtuigingen bepalen welke wetenschappelijke verklaringen aanvaardbaar zijn en welke niet.

Misvatting van Verdeeldheid

Bijvoorbeeld: een vrachtwagen is zwaar, daarom zijn al zijn atomen zwaar. Dit voorbeeld is overduidelijk onzin, maar andere even onzinnige argumenten zijn in alle ernst naar voren gebracht. Sommige New Age-aanhangers zoals Teilhard de Chardin beweren dat atomen van levende wezens een beetje bewustzijn moeten hebben, omdat levende wezens zelf een bewustzijn hebben.

Misvatting van Samenstelling

Het tegengestelde van de Misvatting van Verdeeldheid. Voorbeeld: alle cellen zijn licht, daarom zijn alle dieren die cellen bevatten licht.

Post hoc ergo propter hoc

Dit is Latijn voor ‘na dat, daarom vanwege dat’. Maar enkel omdat B na A gebeurde, wil het nog niet zo zijn dat B door A werd veroorzaakt. Gordon Clark geeft het volgende voorbeeld van deze misvatting:

‘Aan het eind van de jaren ’70 ondernam de [Amerikaanse] belastingdienst pogingen om het christelijke scholen moeilijk te maken… [ze] probeerden de belastingvrijstellingsstatus van christelijke scholen te herroepen door ze schuldig te bevinden aan rassendiscriminatie, totdat zij via bepaalde processen hun onschuld konden bewijzen, wat in sommige gevallen onmogelijk was. Een van de argumenten die de dienst gebruikte was dat die scholen waren opgericht vlak nadat de wetten van rassendiscriminatie waren ingesteld. Post hoc ergo propter hoc. Een van de tegenwerpingen die door de christenen werd gebruikt was dat [een aantal van] de scholen waren opgericht vlak nadat het opperste hof de bijbel en het gebed verbood. Men zou kunnen toevoegen dat zij werden opgericht nadat geweld, drugs en seks in openbare scholen ondragelijk werden.’33

Een recenter voorbeeld van deze misvatting is de bewering van atheïst Alex Ritchie:

‘Ik veronderstel dat de naamsverandering van Creation Science Foundation [Australië] naar Answers in Genesis een sluwe en goed getimede voorzorgsmaatregel is om deze godsdienstige organisatie te beschermen tegen de mogelijkheid van gerechtelijke stappen na het precedent van de Plimer/Roberts zaak.’34

Maar de Amerikaanse tak van Answers in Genesis veranderde zijn naam al drie jaar hiervoor, en de officiële bedrijfsnaam van Answers in Genesis (Australië) is nog altijd Creation Science Foundation Ltd., ACN 010 120 304 (ACN = Australisch nummer van het bedrijf). De reden voor de naamsverandering wordt verklaard in dit artikel: de uitgangspunten (axioma’s) van de organisatie vinden hun grond in de Bijbel, niet in de theorieën van feilbare wetenschappers. [Red.: in 2006 hebben de organisaties in Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika hebben hun naam allemaal veranderd naar Creation Ministries International (CMI).]

De basis voor logica

De slotvraag is: waarom zou logica überhaupt moeten werken? Niet alleen zijn ongelovigen niet in staat een overtuigende zaak neer te zetten tegen het christendom, maar bovendien ondermijnt een atheïstisch wereldbeeld het fundament van de reden zelf. De beroemde communistische evolutionistische bioloog J.B.S. Haldane realiseerde zich dit:

‘Als mijn denkprocessen enkel bepaald worden door de bewegingen van atomen in mijn brein, heb ik geen reden te veronderstellen dat mijn overtuigingen juist zijn … en hieruit volgt dat ik geen redenen heb om te veronderstellen dat mijn brein uit atomen bestaat.35

In een debat tussen christen William Lane Craig en atheïst Frank Zindler,36 beweerde Zindler dat ons logisch denkvermogen ontstond omdat het overlevingsvoordeel biedt. Craig wees er op dat dit geen reden geeft ons vermogen tot redeneren inhoudelijk te vertrouwen, alleen dat het selectievoordeel oplevert.

Zelfs Darwin schreef in een persoonlijk notitieboekje, ‘Waarom zijn gedachten, als afscheiding van het brein, mooier dan zwaartekracht als eigenschap van materie?’37 Maar dit argument doet zichzelf teniet. Want het is ook van toepassing op de gedachten van Darwin, en op iedere gedachte over evolutie. Daarom hebben we ook geen reden om die te vertrouwen.

De beroemde marxistische paleontoloog Stephen Jay Gould beweerde dat het verstand een door het brein geproduceerde illusie was.38 Dus als zijn gedachten illusies zijn, waarom zouden we dan vertrouwen op iets wat Gould zegt?

Dit laat enkel zien dat vele atheïstische theorieën zichzelf in feite weerleggen. Er is dus geen noodzaak voor onafhankelijke empirische onderzoeken naar deze theorieën. Hiertegenover staat de christelijke leerstelling dat we geschapen zijn naar het beeld van een logische God, wat een uitstekende verklaring is voor onze logische verstandelijke vermogens.

 

Referenties en aantekeningen

  1. Voor een goede verhandeling, zie Craig, W.L., Apologetics: An Introduction, Moody Press, Chicago, chapter 1, 1984.
  2. Voor een uitgebreide verhandeling over de rol van logica binnen het christendom en vele voorbeelden, zie Clark, G.H., Logic, The Trinity Foundation, Jefferson, MD, USA, 1988.
  3. Smith, G. The ‘Toronto Blessing’, Apologia 4(2):37–40, 1995.
  4. Een over het algemeen zeer goed boek over het belang van het ontwikkelen van een op Christus gelijkende denkwijze is Moreland, J.P., Love Your God With All Your Mind, Navpress, Colorado Springs, 1997. Het belangrijkste nadeel is dat Moreland op ‘zestig-veertig staat in het voordeel van het oude-aarde standpunt’ (p.107), mogelijk vanwege een lichte nadruk op buiten-bijbelse openbaringen.
  5. Machen, J.G., Christianity and Liberalism, Macmillan, New York, 1924.
  6. Martin, W.R., The Kingdom of the Cults, Bethany House Publishers, Minneapolis, N, 1985.
  7. Carroll, L. Through the looking-glass, and what Alice found there (with fifty illustrations by John Tenniel) Macmillan, London, 1877.
  8. Een voorbeeld is Schafersman, S. Letter, Geotimes, August 1981. Cited in Bird, ref. 26, Vol. II, pp. 77–78.
  9. Zie: Batten, D. en Sarfati, J., How Religiously Neutral are the Anti-Creationist Organisations?, 1998.
  10. Scott, E., Dealing with anti-evolutionism, Reports of the National Center for Science Education 17(4):24–28; citaat op p. 26, met uitroeptekens in origineel, 1997.
  11. Frege, F.L.G., Über Sinn und Bedeutung, Zeitschrift für Philosophie und philosophische Kritik 100:25–50, 1892 (over Beduiding en Betekenis, Journal van Filosofie en Filosofische Kritiek). In de Griekse mythologie is Hesperos (Grieks: Ἓσπερος ) de Avondster, de planeet Venus bij het vallen van de avond. Hij is de zoon van de dageraad godin Eos (de Romeinse Aurora) en is de broer van Phōsphoros, de Morgenster (Grieks: Φωσφόρος = licht-brenger, in het Latijn vaak vertaald als Lucifer; een andere naam is Eōsphoros Ἐωσφόρος = dageraad-brenger). Maar Freges oorspronkelijke Duitse artikel gebruikte ‘de Avondster’ (der Abendstern) en ‘de Morgenster’ (der Morgenstern). Zie ook: Venus: cauldron of Fire.
  12. Andere namen zijn: ‘waterstof hydroxide’ en de juiste chemische namen ‘waterstof oxide’ en ‘oxidaan’.
  13. Plimer, I.R., Telling Lies for God, Random House, Australia, p. 289, 1994.
  14. Zie The Ian Plimer Files.
  15. Ik kan hier natuurlijk slechts een aantal beginselen van de logica uiteenzetten. Een meer formele en diepgaande verhandeling is te vinden in: Hughes, G.E. and Londey, D.G., The Elements of Formal Logic, Methuen, London, 1965.
  16. Met dank aan de christelijke logicus van Wellington Ross Powell voor dit voorbeeld.
  17. Voor een uitvoerig kritiek op Spongs dolende en ketterse zienswijze, zie: Bott, M.R. en Sarfati, J.D., What’s wrong with Bishop Spong? Apologia 4(1):3–27, 1995.
  18. Dit argument is gedramatiseerd in de vorm van een Socratische dialoog in: Kreeft, P., The Unaborted Socrates, IVP, pp. 44–47, n.d. (na 1987).
  19. Snelling, A.A. and Rush, D., Moon dust and the age of the solar systemCEN Tech. J. 7(1):2–42, 1993.
  20. Clark, G.H., The Philosophy of Science and Belief in God, The Trinity Foundation, Jefferson, MD, USA, 2nd Ed, 1987.
  21. ReMine, W.J., The Biotic Message, St Paul Press, St. Paul, Minnesota, 1993; zie review.
  22. Ann C. Burke, A.C. and Feduccia, A., Developmental Patterns and the Identification of Homologies in the Avian Hand, Science 278(5338):666–8, 1997; algemeen artikel in hetzelfde blad, pp. 596–7 by Hinchliffe, R. The Forward March of the Bird-Dinosaurs Halted?
  23. Oard, M.J., Bird-dinosaur link challenged, CEN Tech. J. 12(1):5–7, 1998.
  24. Sarfati, J.D., Dino-bird evolution falls flat, Creation Ex Nihilo 20(2):41, 1998. [Zie ook de andere artikelen onder Did birds really evolve from dinosaurs?]
  25. Voor een uitvoerige verhandeling over de opvatting van Popper and Lakatos, en andere pogingen om wetenschap te definiëren, zie Bird, W.R., The Origin of Species Revisited, Philosophical Library, New York, Vol. II, chapters 9–10, 1991.
  26. Quinn, P., The Philosopher of Science as Expert Witness; in: Recent Work in the Philosophy of Science, ed. J. Cushing, C. Delaney and G. Gutting, 1984, pp. 32, 43, 1984; Cited in Bird, ref. 26, p. 121.
  27. Watson, D.M.S., Adaptation, Nature 124:233, 1929.
  28. Bird, W.R., The Origin of Species Revisited, Philosophical Library, New York, Vol. II, chapter 11, 1991.
  29. Gould, S.J. and Eldredge, N., Punctuated equilibria: an alternative to phyletic gradualism; in: Models in Paleobiology, T.J.M. Schopf (ed.), Freeman, Cooper and Co., San Francisco, pp. 82–115, 1972.
  30. Batten, D.J., Punctuated equilibrium: come of age? CEN Tech. J. 8(2):131–7, 1994.
  31. Ronald Nash heeft zulke beweringen in detail behandelt, zie bijvoorbeeld, Was the New Testament Influenced by Pagan Religions?. Zie ook: Was Christianity plagiarized from pagan myths? Refuting the copycat thesis.
  32. Batten, D.J., A Who’s Who of evolutionists, Creation Ex Nihilo 20(1):32, 1997.
  33. clark, ref. 2, pp. 17–18.
  34. Ritchie, A., Dropping the Pretence: The Creation Science Foundation changes its name, The Skeptic 17(4):13,15, 1997.
  35. Haldane, J.B.S. Possible Worlds, p. 209; geciteerd in Lewis, C.S., Miracles, Fontana, London, p. 19, 1960 (eerste publicatie 1947).
  36. Zie: Atheism vs Christianity: Where does the evidence point? Een debat tussen Dhr. Frank Zindler en Dr. William Lane Craig, Apologia 5(1):21–29, 1996.
  37. Geciteerd door Wieland, C.Darwin’s real message: have you missed it?, Creation Ex Nihilo 14(4):16–19, 1992.
  38. Gould, S.J., The Darwinian Revolution in Thought. Lecture, June 6, Victoria University of Wellington, New Zealand, 1990.