God liefhebben met geheel uw verstand: logica en schepping

God liefhebben met geheel uw verstand:
logica en schepping
door Jonathan D. Sarfati in TJ 12(2).
vertaling FZ & RJ, Werkgroep In Genesis

 

Samenvatting

Logica en logisch denken zijn verre van onverenigbaar met bijbels christendom. Eerder zijn zij essentieel. Zonder hen is het onmogelijk om iets af te leiden uit de ware proposities in de 66 boeken van de Bijbel, de uiteindelijke autoriteit voor christenen. Dit geldt voor de schepping, één van de fundamentele leerstellingen binnen het christendom. Voorbeelden van geldige en misleidende redeneringen worden besproken, waarbij de nadruk wordt gelegd op hoe logisch redeneren de waarheid van de bijbelse schepping kan ondersteunen, en de denkfouten/drogredenen van veel van de evolutionistische argumenten kan blootleggen.


Inleiding

Logica (redeneerkunde) is de wetenschap van de verbanden tussen proposities. Logica kan ons vertellen wat er afgeleid kan worden uit een gegeven propositie, maar het kan ons niet in de eerste plaats vertellen of de aangenomen propositie waar is. Alle filosofische systemen zijn gebaseerd op logische afleidingen van beginaannames – axioma’s —welke per definitie niet bewezen kunnen worden vanuit voorafgaande aannames. Voor wat onze axioma’s betreft, is het rationeel om de proposities in de 66 boeken van de Bijbel geopenbaard door de onfeilbare God te accepteren.

Bijbelse Overwegingen

Maarten Luther maakte correct onderscheid tussen het gezaghebbende/magistrale en het ondergeschikte gebruik van de reden.[1]

We spreken van magistraal gebruik van de reden wanneer het verstand/redeneren boven de Schrift wordt gesteld zoals een magistraat die het beoordeelt. Een dergelijke ‘redenering’ is gedoemd te mislukken, want het begint met uitgangspunten die door onvolkomen feilbare mensen zijn gemaakt en niet geopenbaard door de onfeilbare God. Dit is echter het hoofdkenmerk van liberaal ‘christendom’. Weerlegging hiervan vinden we in schriftgedeelten zoals Jesaja 55:8–9:

8. Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.

9.Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan uw gedachten.

Merk op dat er niet staat ‘Mijn logica is hoger dan uw logica’. Dat zou namelijk betekenen dat wanneer wij geloven dat 2+2=4, God zou kunnen geloven dat 2+2=5. Wat het wel betekent is dat God elke ware propositie kent, terwijl wij slechts een gedeelte kennen. Een ander schriftgedeelte is Romeinen 9:19–21:

19 Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil weerstaan?

20 Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt?Zal ook het maaksel tot hem, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt?

21 Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp te maken, het éne vat ter ere, en het andere ter onere?

We spreken van ondergeschikt gebruik wanneer de reden zich voegt aan de Schriften. Dit betekent dat alle zaken noodzakelijk voor ons geloof en leven ofwel uitdrukkelijk beschreven staan in de Bijbel, dan wel afgeleid kunnen worden door goede en noodzakelijke consequenties vanuit de Bijbel.[2]

Van christenen wordt niet verlangd dat ze, bij het betreden van de kerk, hun brein inleveren bij de garderobe. Verschillende bijbelgedeelten moedigen ons juist aan ons verstand te gebruiken, in onderwerping aan Gods Woord, bijv. Jesaja 1:18:

18 Komt dan, en laat ons samen richten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

Mattéüs 22:36–38:

36 Meester! welk is het grote gebod in de wet?

37 En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben de Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.

38 Dit is het eerste en het grote gebod.

Romeinen 12:2:

2 En wordt deze wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God is.

1 Korinthe 2:16:

16 Er staat immers geschreven: ‘Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?’ Welnu, onze gedachten zijn die van Christus.

Let op!Gedachten van Christus, geen gevoelens of emoties van Christus

Er ontstaat veel verwarring wanneer mensen ‘hoofd kennis’ geringschatten. Bijvoorbeeld Geoff Smith, die voorganger was van de grote Auckland Bible Church (Nieuw Zeeland), heeft erop gewezen dat in sommige kerken alles wat maar iets van doen heeft met rationeel denken verdacht is, en sterk wordt ontmoedigd.[3] Rationeel denken is gebrandmerkt als iets wat uit het vlees voortkomt. Geestelijke mensen proberen niet te begrijpen wat er gebeurd – ze zullen het simpelweg accepteren als de ‘zegen’. De sleutelwoorden zijn onmiskenbaar: ‘Probeer het maar niet te begrijpen’, ‘Probeer het niet te analyseren’, ‘Probeer het niet met je verstand uit te zoeken’, etc.

Binnen een dergelijke denkwijze is er geen werkelijk begrip dat geloof altijd op kennis is gebouwd. De profeet Jesaja vraagt herhaaldelijk ‘Weet u het niet, heeft u het niet gehoord?’ (Jesaja 40:21,28).

Jezus vroeg herhaaldelijk: ‘Hebt u niet gelezen…?’ en vertelde de Sadduceeën dat ze het fout hadden want ze ‘kennen de schriften niet evenals de kracht van God’ (Matt. 22:29).

Paulus toont in zijn brieven voortdurend aan dat het ware functionele geloof altijd gebouwd is op kennis. Daar tegenover staat dat gebrekkig geloof te wijten is aan zijn onmiskenbare oorzaak – gebrekkige kennis. Paulus stelt herhaaldelijk de vraag ‘Weet u niet…?’ (Rom. 6:3, 16; 11:2; 1 Kor. 3:16; 1 Kor. 5:6; 1 Kor. 6:2, 3, 9, 15, 16, 19; 1 Kor. 9:13). Merk ook dezelfde vraag op bij Jakobus (Jakobus 4:4). Filippus vroeg de Ethiopische eunuch: ‘Begrijpt u wat u leest?’ (Handelingen 8:30). [3]

De verwarring wordt gedeeltelijk veroorzaakt door onbegrip van het woord ‘hart’ in de Bijbel. Sommige mensen geven een onjuiste tegenstelling tussen ‘hoofdkennis’ en ‘hartsvertrouwen’. Wanneer we de Schrift interpreteren is het belangrijk uit te zoeken wat de auteurs bedoelden met de term. In dit geval dienen we uit te zoeken wat het woord ‘hart’ betekende voor oude Semieten, niet wat het betekent in populair Hollywood sentiment. In de Bijbel, wordt het woord ‘hart’ in 75% van de gevallen gebruikt om het brein of het intellect aan te duiden. De Bijbel laat echter regelmatig de tegenstelling zien tussen het hart en de lippen – eerlijkheid versus hypocrisie, bijvoorbeeld:

Genesis 6:5:

5 De Heer zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.

Psalm 14:1:

1 Dwazen denken: Er is geen God. Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden, geen van hen deugt.

 

Het geloofconcept in het Nieuwe Testament is verenigbaar met het logische denken/verstand. Het Griekse woord voor ‘geloof’ is pistis, wat verbonden is met het werkwoord pisteuo, wat ‘geloven’ betekent. Het heeft nooit de gevoelswaarde van ‘zes onmogelijke dingen geloven voor het ontbijt’, maar ‘is de zekerheid van de hoop en de dingen die we niet zien’ (Heb. 11:1). Veel niet-christenen hebben een verkeerd begrip van het bijbels geloof, en jammer genoeg hebben sommige christenen dit overgenomen. [4]

Logica in bijbelse prediking en getuigenis

De voornaamste apostel van Christus gebood ons (1 Petrus 3:15):

15 Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.

Het Griekse woord vertaald als ‘verantwoording’ in 1 Petrus 3:15 is απολογια (apolog’a). Deze term is afgeleid van de Griekse woorden met de betekenis ‘vanuit logica/beredeneren’, en verwijst dus naar een beredenerende verdediging zoals gegeven wordt in een rechtzaak. Het klassieke voorbeeld is Plato’s Apologie, Socrates’ verdediging tegen de aanklacht van atheïsme en het verderven van de jeugd. Het woord verschijnt ook in negatieve zin in Rom. 1:20: ongelovigen zijn anapologhtoV (anapol—getos) (zonder excuus / verdediging / apologie) voor het afwijzen van de openbaring van God in de schepping.

Het woordje voor ‘rekenschap’ is logoV (logos), en in deze context betekent dat het geven van een bewijsvoering als rationele ondersteuning van ons geloof.

Jezus’ halfbroer Judas schreef in vers 3 van zijn brief:

3 Dit impliceert een echte intellectuele strijd om mensen te overtuigen van iets rechtvaardigs en waarachtigs.

Paulus weidt hierover uit in 2 Korinthe 10:4–5:

 

4 De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer

5 en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.

Natuurlijk is evolutie het grote anti-God excuus in onze tijd, dus moeten we veel inspanningen verrichtten om het te weerleggen.

Nauwkeurige Definities van Woorden

Het is onmogelijk om een logische discussie te voeren wanneer er geen onderlinge overeenstemming is over de betekenis van woorden, of met mensen die oneerlijk zijn in hun terminologie. Socrates stelde in Plato’s Phaedo, kort en bondig, ‘het verkeerd en ongedefinieerd gebruik van woorden is niet alleen een fout in zichzelf maar het doet ook de ziel kwaad.’

Veel nieuwe bewegingen waaronder vrijzinnig ‘christendom’ gebruiken vaak bijbelse terminologie maar bekleden deze woorden met geheel nieuwe betekenissen. [6] Zij zijn als Humpty Dumpty (van Alice in Wonderland). Toen Alice niet begreep wat hij bedoelde, antwoordde hij minachtend: ‘Wanneer ik een woord gebruik, betekent het precies wat ik kies dat het betekent, niets meer en niets minder.’[7]

Enkele schoolvoorbeelden van semantische gymnastiek vinden we terug bij vrijzinnige ‘christenen’. Omdat ze betaald worden om leerstellingen te verdedigen waar ze zelf niet in geloven, herdefiniëren ze die liever. Op die manier doen ze alsof zij hun geloofsbelijdenis geen geweld aandoen. Voor hen is God niet de Schepper, maar het ‘ultieme belang’. ‘Jezus is opgestaan’ betekent voor hen dat zijn invloed voort bestaat na zijn dood. ‘Christelijk geloof’ hoeft zich volgens liberale christenen niet vast te houden aan leerstellingen, terwijl het NT verklaar dat zij die de orthodox christelijke leerstellingen verlaten zijn afgedwaald van het geloof (1 Tim.4:1, 5:8, 2 Tim. 3:8; Ef. 4:5).

Dit zijn allemaal voorbeelden van stipulatieve definities. Deze denkfout is gemeengoed onder evolutionisten die onderscheid maken tussen ‘wetenschappers’ en ‘creationisten’. Een creationist zal antwoorden dat er duizenden praktiserende wetenschappers zijn die geloven in de bijbelse schepping. Maar sommigen evolutionisten zullen weer tegenwerpen dat zulke mensen geen echte wetenschappers zijn, want geen enkele echte wetenschapper kan de creationistische verklaring accepteren, ongeacht diens kwalificaties of onderzoekservaring.[8] Dit wordt in essentie een cirkelredenering: Iedereen met wetenschappelijke kwalificaties die wetenschap praktiseert en de scheppingleer afwijst, is tegen de scheppingleer.

Dubbelzinnigheid

Het ernstigste voorbeeld van intellectuele oneerlijkheid is dubbelzinnigheid, dat is het veranderen van de woordbetekenis tijdens een argument. Deze misleidende praktijk wordt gebruikt door vele evolutionaire propagandisten bij het definiëren van het woord ‘evolutie’.

De evolutietheorie betekent in feite de ontwikkeling van al het leven uit een enkele cel die op zijn beurt ontstond uit niet-levende chemicaliën. Dit is in directe tegenspraak met de Bijbel en kent geen wetenschappelijke onderbouwing. Maar veel propagandisten definiëren evolutie als ‘verandering in genfrequentie over tijd’ of ‘afstamming met modificatie’. En vervolgens gebruiken ze Darwin’s vinken en industrieel melanisme bij berkenvlinders als klinkend bewijs voor ‘evolutie’ en tegen creationisme! Een voorbeeld is de atheïst Eugenie Scott, directeur van het pretentieus genaamde National Center for Science Education, de vooraanstaande Amerikaanse organisatie, die volledig is toegewijd aan het propaganderen van evolutie.[9] Zij citeerde met instemming een docent waarvan de leerlingen na haar ‘definitie’ zeiden: ‘Natuurlijk veranderen soorten over tijd! Is dat nou evolutie?!’ [10]

Natuurlijk zal geen creationist betwisten dat er over tijd veranderingen optreden, maar creationisten zijn het er niet mee eens dat dit type veranderingen zouden kunnen leiden tot de evolutie van molecuul tot mens, hetgeen een toename van informatie vereist.

Waarheid en valsheid (onwaarheid)

Een eenvoudige definitie van waarheid en onwaarheid gaat op zijn minst terug tot de tijd van Aristoteles (384–322 VC): ‘Als ik zeg van wat is dat het is, spreek ik de waarheid. Als ik zeg wat niet is dat het is, spreek ik valsheid.’ Oftewel, een bewering is waar als het correspondeert met de feiten. Zoniet, dan is het vals (onwaar).

Dit zou duidelijk moeten zijn, maar de anticreationist Ian Plimer schreef:

‘Naar mijn opinie is de Bijbel niet waar. Echter, het is de Waarheid.’[11]

Van de vele peilloze blunders die hij maakt op het gebied van logica, rekenkunde, wetenschap en exegese, welke goed gedocumenteerd zijn op de website van Answers in Genesis, [12] is dit de ergste.

Beredeneerde Argumenten [13]

Binnen de logica is een argument gedefinieerd als een reeks premissen waarvan beweerd wordt dat ze een conclusie ondersteunen. Zoals we eerder lieten zien, leren de Schriften christenen op deze wijze te pleiten/debatteren. Dit is niet hetzelfde als twistziek zijn, of debatteren om het debatteren.

Argumenten zijn deductief of inductief. Deductieve argumenten redeneren vanuit het algemene naar het specifieke. Inductieve argumenten redeneren vanuit een gelimiteerd aantal voorbeelden naar een algemene regel. Deductieve argumenten zijn het belangrijkst, dus hieronder zullen we ons hier op concentreren.

Een syllogisme is een algemeen type deductief argument met twee premissen en een conclusie.

1) Geldigheid

Een argument is geldig wanneer het onmogelijk is dat de premissen waar zijn en de conclusie onwaar, m.a.w. de conclusie volgt uit de premissen. Merk op dat de geldigheid niet afhangt van de waarheid van de premissen, maar van de vorm van het argument.

Een voorbeeld van een geldig argument met een juiste premisse is:

1) Alle walvissen hebben een wervelkolom;
2) Moby Dick is een walvis;
Moby Dick heeft een wervelkolom.

Een voorbeeld van een geldig argument met een onjuiste premisse en een onjuiste conclusie is:

1) Alle honden zijn reptielen;
2) Alle reptielen hebben schubben;
Alle honden hebben schubben.

Een ongeldig argument met een juiste premisse en een juiste conclusie is:

De zon is groter dan de aarde;
polytheïsme is in tegenspraak met de Bijbel.

Deze is ongeldig, want de conclusie bevat termen die niet voorkomen in de premisse. Het is belangrijk om geldige vormen van een argument te herkennen en deze te gebruiken.

Veel ongeldige argumenten kunnen gevonden worden in het werk van politici. Op de scherpzinnige Britse televisiesatire ‘Yes, Prime Minister’, illustreerde een burger één van de politica’s dwalingen:

1) We moesten iets doen;
2) Dat was iets;
We moesten dat doen.

Zoals uitgelegd in het programma is dit net zo ongeldig als:

1) Mijn kat heeft vier poten;
2) Mijn hond heeft vier poten;
Mijn hond is mijn kat.

2) Correctheid

Een correct argument is een geldig argument met ware premissen. De conclusie van een correct argument moet waar zijn. Dus, om de conclusie van een geldig argument te bewijzen is het voldoende om te bewijzen dat alle premissen waar zijn. Bijvoorbeeld:

1) Abortus is het bewust doden van een foetus;
2) Een foetus is een onschuldig menselijk wezen;
3) Bewust doden van een onschuldig menselijk wezen is moord;
4) Moord is door God verboden;
Abortus is door God verboden.

De vorm van het argument is geldig, premissen (1) en (3) zijn waar naar de normale definities van die woorden, (2) kan bewezen worden door de wetenschap en de Schriften (Gen. 25:22 en Luk. 1:41 gebruiken dezelfde woorden voor ongeboren en geboren baby’s), (4) is bewezen door Gen. 9:6, Ex. 20:13, Rom. 13:9, dus het argument is correct.

3) Contradicties

Een contradictie is gedefinieerd als het samenvallen van de bevestiging en de ontkenning van een premisse, op dezelfde tijd, plaats en betekenis (dwz p en niet-p, of in symbolische vorm, p.~p). Voor ieder paar tegenstrijdige premissen, moet er één juist zijn en de ander onjuist. De wet van non-contradictie verbiedt dat beide premissen waar zijn, terwijl de wet van het uitgesloten midden uitwijst dat een paar tegenstrijdige premissen alle mogelijkheden uitput. Een andere manier om het voor te stellen is als volgt: een bewering moet ofwel waar dan wel onwaar zijn – niet zowel waar als onwaar, noch in een nevelige toestand tussen waar en onwaar in. Dit is bruikbaar bij het opsommen van alle mogelijkheden en het weerleggen van al deze mogelijkheden behalve de juiste.

Het beroemde Trilemma argument van C.S. Lewis is een goed voorbeeld.

Er is melding gemaakt dat Jezus Christus beweerde God te zijn. De meldingen zijn juist of onjuist.

1) Als de meldingen onjuist waren, wisten de verslaggevers dat deze onjuist waren, of ze wisten het niet.

1a) Als zij wisten dat de meldingen onjuist waren, waren zij leugenaars – maar wie zou willen sterven voor iets waarvan zij weten dat het een leugen is?

1b) Als zij het niet wisten, dan is het een groot probleem om te verklaren hoe legenden konden ontstaan rond een historische persoon in een dergelijke korte tijd.

2) Als de meldingen waar zijn dan sprak Jezus ofwel onwaarheid dan wel de waarheid.

2a) Als Jezus onwaarheid sprak wist hij het, of wist hij het niet.

2a1) Als Hij het wist, was Hij een leugenaar.

2a2) Als Hij het niet wist, dan was Hij een gestoorde, want om te beweren God te zijn is de meest absurde bewering die een beperkt schepsel kan doen.

2b) Als Jezus de waarheid sprak is Hij werkelijk God.

Tegenstanders van het christendom beschuldigen de Bijbel er vaak van dat Zij zichzelf tegenspreekt. Ze realiseren zich dat wanneer de beschuldiging bewezen zou kunnen worden, op zijn minst één valse bewering aangetoond is, waarmee goddelijke inspiratie weerlegd is. Maar het merendeel van de sceptici verkeren in onwetendheid over de bovenstaande definitie van een contradictie.

Bijvoorbeeld Matteüs 20:29-34, waar staat dat Jezus twee blinde mannen genas, is niet in tegenspraak met Marcus 10:46-52, waar staat dat Jezus Bartimeüs genas. Dit is geen contradictie omdat Marcus niet zegt dat alléén Bartimeüs werd genezen.

Sommige andere aangevoerde contradicties kunnen opgelost worden door aan te tonen dat woorden op verschillende manieren worden gebruikt, bijv.:

Johannes 1:18 versus Exodus 24:9–10: in Johannes verklaart Jezus, ‘Geen mens heeft ooit God gezien [in Zijn volle glorie als Heerser van het heelal] op geen enkel moment; de enige voortgebrachte God [Jezus] … heeft Hem geopenbaard.’ In het andere tekstgedeelte (Exodus) aanschouwde Mozes duidelijk een versluierde aanwezigheid van God, waar metaforisch naar gerefereerd wordt als ‘onder Zijn voeten’. In Exodus 33:18–23 wordt ook een onderscheid gemaakt tussen het aanschouwen van Gods volle glorie (‘aangezicht’) en Zijn versluierde aanwezigheid (‘rug’).

Hoewel vele culten beweren dat de bijbelse leerstelling van de drie-enige God zichzelf tegenspreekt, is dat niet het geval. De eenheid en drieheid van God betreffen verschillende aspecten. De drie eeuwige en gelijke Personen van God (Vader, Zoon en Heilige Geest) zijn hetzelfde in essentie, maar verschillen in functie—drie Personen (of drie centra van bewustzijn) en één Wezen.

Een belangrijk aspect van contradictie is de zelfweerlegging. Veel beweringen van niet-christenen kunnen in eerste instantie redelijk klinken, maar wanneer de bewering op zichzelf wordt toegepast weerlegt het zichzelf. Enkele veel voorkomende voorbeelden zijn:

  • ‘Er is geen waarheid’—dit zou betekenen dat deze zin zelf ook niet waar is.
  • ‘We kunnen nooit iets zeker weten’—Hoe kunnen we dat dan zeker weten?
  • ‘Een verklaring is alleen betekenisvol als het ofwel een noodzakelijke logische waarheid is dan wel empirisch getest kan worden’ (het eens populaire verificatiecriterium van zinvolheid van de ‘Logische Positivisten’)—deze verklaring is op zichzelf al geen noodzakelijke logische waarheid en kan ook niet empirisch getest worden, dus is het betekenisloos naar zijn eigen criteria.
  • ‘Er is geen morele absolutie, dus we moeten tolerant zijn voor de moraal van andere mensen’—maar ‘zouden moeten’ impliceert de morele absolutie dat tolerantie goed is.

4) Conditionele Verklaringen en Implicaties

Deze komen voor in de vorm: ‘als p dan q’ (als p is waar, dan is q waar). Een andere manier om het uit te drukken is ‘p impliceert de waarheid van q’, of in symbolische vorm p ⊃ q. Nog weer een andere manier is te zeggen dat p een toereikende voorwaarde is voor q, terwijl q een noodzakelijke voorwaarde is voor p. P wordt antecedent genoemd; en q de consequent.

De geldigheid van de implicatie (p ⊃ q) brengt op zichzelf niet met zich mee dat het antecedent (p) waar is—enkel dat als p waar is, q hier logischerwijs uit voort moet vloeien. Een voorbeeld van een misverstand op dit punt is het gebruik van 1 Kor. 13:1-3 om te ‘bewijzen’ dat het mogelijk is te spreken met ‘engelen taal’:

1 Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

2 En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.

3 En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.

Paulus doet een aantal conditionele beweringen om aan te tonen dat hij zonder liefde niets zou zijn, welke andere wonderen hij ook zou kunnen verrichten. Hij zegt niet dat er een speciale engelentaal is, evenmin dat hij bergen heeft verzet of zijn lichaam overgegeven heeft aan het vuur. Er zijn mogelijk schriftgedeelten die een veelvoorkomende praktijk van de pinksterbeweging ondersteunen, maar deze behoort daar niet toe (AiG/WiG neemt geen stelling in op dit vlak).

Een ander goed voorbeeld is de verklaring van Jezus in Matteüs 12:27:

27 En als ik inderdaad door Beëlzebul demonen uitdrijf, door wie drijven uw eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook uw rechters zijn!

Ik betwijfel of een christen zal beweren dat Jezus verklaarde dat Hij demonen uitdreef door Beëlzebul! Hij toonde aan dat wanneer de aanklacht van Zijn tegenstanders juist was, de aanklacht dan net zo goed geldt voor hun eigen me sen. Het argument van Jezus is een voorbeeld van reductio ad absurdum (zie onder).

 

Nederlands Symbolisch
Als p, dan q p ⊃ q
p is waar p
q is waar q
Bevestiging van het Antecedent Modus ponens

Tabel 1: Bevestiging van het Antecedent

Nederlands Symbolisch
Als p, dan q p ⊃ q
q is niet waar ~q
p is niet waar ~p
Ontkennen van de Consequent

Modus tollens

Tabel 2: Ontkennen van de Consequent

Vanuit een conditionele verklaring kan iemand twee geldige typen conclusies construeren: modus ponens (Tabel 1) en modus tollens (Tabel 2). Modus ponens is Latijn voor ‘methode van construeren’. Het wordt ‘bevestiging van het antecedent’ genoemd omdat het argument bewijst dat de consequent waar moet zijn als het antecedent bevestigd is. Modus tollens is Latijn voor ‘methode van vernietiging’. Dit type argument bewijst de valsheid van het antecedent door de ontkenning van de consequent.

Er zijn twee typen van ongeldige conclusies: de misvatting van het bevestigen van de consequent (Tabel 3) en het ontkennen van het antecedent (Tabel 4).

Nederlands Symbolisch
Als p, dan q p ⊃ q
q is waar q
p is waar p

Tabel 3: Drogreden/misvatting van het Bevestigen van de Consequent

Nederlands

Symbolisch
Als p, dan q p ⊃ q
p is niet waar ~p
q is niet waar ~q

Tabel 4: Drogreden/misvatting van het Ontkennen van het Antecedent

Ter illustratie: beginnende met de implicatie: Als Jezus opstond uit de dood (p), dan kunnen Zijn beenderen niet gevonden worden (q); we combineren dit met vier mogelijke premissen als volgt:

1) Jezus stond op uit de dood (p is waar)
Zijn beenderen kunnen niet gevonden worden (q is waar)
Geldig.

2) Jezus’ beenderen kunnen niet gevonden worden (q is waar)
Hij stond op uit de dood (p is waar)
Ongeldig.

Ter herinnering: geldigheid staat los van de waarheid of onwaarheid van de premissen of de conclusie. Wij accepteren dat Jezus opstond, maar niet dat ieder dood persoon waar de beenderen van ontbreken ook opstond.

3) Jezus stond niet op uit de dood (p is onjuist)
Zijn beenderen kunnen worden gevonden (q is onjuist)
Ongeldig.

De conclusie volgt hier niet uit; vele mensen die niet opstonden werden gecremeerd.

4) Jezus’ beenderen kunnen worden gevonden (q is onjuist)
Hij rees niet op uit de dood (p is vals)
Geldig (ondanks het feit dat beide premissen onwaar/vals zijn).

De grondleggers van veel valse religies hebben nog steeds skeletten die wegrotten, wat bewijst dat ze niet opgestaan zijn.[14]

Een gebruiksvorm van de modus tollens is het reductio ad absurdum argument, d.w.z. bewijzen dat een premisse onjuist is door aan te tonen dat het tot een absurde conclusie leidt.

Een voorbeeld is de inspanning van Bisschop John Shelby Spong [15] om aan te tonen dat homoseksuele handelingen toegestaan zijn omdat sommige dieren ze uitoefenen. Op zichzelf is het argument ongeldig. Om het geldig te maken is er een andere premisse nodig die verklaart: Alles wat dieren doen is toegestaan.

1) Dieren oefenen homoseksuele handelingen uit;
2) Alles wat dieren doen is toegestaan;
Homoseksuele handelingen zijn toegestaan.

Om te bewijzen dat het argument correct is moet bewezen worden dat de premisse waar is. Omgekeerd, om te bewijzen dat het argument ondeugdelijk is, moet aangetoond worden dat de premisse onjuist is. Dit kan worden gedaan door aan te tonen dat het tot een belachelijke conclusie leidt:

1) Dieren praktiseren verkrachting en kannibalisme;
2) Wat dieren doen is toegestaan;
Verkrachting en kannibalisme zijn toegestaan.

Welnu, als men de conclusie niet goedkeurt en men logisch is, moet men één of meer van de premissen verwerpen. Aangezien (1) empirisch waar is, moet (2) de valse premisse zijn. Zo bevat het argument van Spong een valse premisse en is daarmee ondeugdelijk.

Een ander voorbeeld: voorstanders van abortus beweren dikwijls dat het ongeboren kind slechts een deel van het vrouwelijke lichaam is, waar zij zich van kan ontdoen. Maar zie eens wat er in het volgende argument gebeurt als deze premisse met andere, onbetwistbare premissen wordt gecombineerd:

1) Als a deel uitmaakt van b en b deel uitmaakt van c, dan maakt a deel uit van c (dit wordt een transitieve relatie genoemd, voorbeeld hiervan is: als een baksteen deel van een muur uitmaakt en een muur deel uitmaakt van een huis, dan maakt de baksteen deel uit van het huis);

2) Een mannelijke ongeboren baby heeft een penis (een penis maakt namelijk deel uit van hem);
3) Deze baby maakt deel uit van de zwangere vrouw;
Een vrouw die zwanger is van een mannelijke baby heeft een penis.

Aangezien de conclusie onjuist is (vooral feministes zouden het verafschuwen), moet minstens één van de premissen eveneens onjuist zijn. Alle premissen zijn onbetwistbaar juist behalve (3) van de abortusvoorstanders, wat nu juist de betwiste kwestie was. Zo bewijst dit argument dat de derde premisse onjuist is. [16]

Een voorbeeld van een misleidende reductio ad absurdum is het argument dat de Sadduceeën gebruikten tegen de opstanding in Matteüs 22:23-34.:

23 Diezelfde dag kwamen er Sadduceeën, die beweren dat er geen opstanding uit de dood is, naar hem toe. Ze stelden hem deze vraag:

24 ‘Meester, Mozes heeft gezegd: “Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken.”

25 Nu kennen wij een geval met zeven broers. De eerste trouwde, maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer.

 

26 Hetzelfde gebeurde met de tweede en de derde broer, tot aan de zevende toe.

27 Het laatst van allen stierf de vrouw.

28 Wiens vrouw zal zij dan bij de opstanding zijn? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’

Merk op dat ze probeerden om de Opstanding te weerleggen door aan te tonen dat het tot de absurde conclusie leidt dat in deze hypothetische situatie de vrouw niet zou weten wiens echtgenote zij is. Het antwoord van Jezus toont de meesterlijke logica van de Logos van God.

29 Jezus gaf hun ten antwoord: ‘U dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet, en de macht van God evenmin!

Eerst wijst Jezus erop dat de beginaannames verkeerd zijn – Sadduceeën accepteerden slechts de Pentateuch als Gods Woord, terwijl Jezus net als de Farizeeërs dezelfde boeken als het Protestantse Oude Testament geloofde. Als zij niet onwetend waren geweest over wat de Schriften waren, dan zouden zij zich gerealiseerd hebben dat Schriftgedeelten als Dan.12:2 duidelijk de opstanding onderwijzen.

Dan merkt hij op dat wanneer een geldig argument slechts één onjuiste premisse bevat, de conclusie er niet meer logischerwijs uit volgt. De onjuiste premisse in het argument van de Sadduceeën was niet de opstanding, maar dat mensen in hemel gehuwd zijn:

30 Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel.

Echter, het weerleggen van argumenten tegen een bepaald standpunt, bewijs dat standpunt nog niet. Dus vervolgens bewees Jezus Zijn eigen standpunt, gebruikmakend van de Schriften die de Sadduceeën accepteerden:

31 Hebt u niet gelezen wat God u over de opstanding van de doden heeft gezegd? Dit is wat hij zei:

32 “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.” Hij is geen God van doden, maar van levenden.’

33 Toen de talrijke omstanders dit hoorden, stonden ze versteld over zijn onderricht.

34 Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat hij de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar.

Zelfs de Schriften die door de Sadduceeën geaccepteerd werden leerden over de opstanding: Christus demonstreerde dit met een argument waarmee Hij toonde dat de Pentateuch leerde dat God de God was van de voorvaders en de God van de levenden. Daarom leefden de aartsvaders in zekere zin in de dagen van Mozes, eeuwen nadat zij een fysieke dood stierven. Merk hierbij ook op dat het argument afhangt van de tegenwoordige tijd van het werkwoord ‘zijn’ in de Hebreeuwse clausule van de passage die Jezus citeerde (Ex. 3:6). Zijn argument was niet zinvol wanneer Hij niet geloofde in verbale voltallige inspiratie van de Schriften.

De drogreden van het ontkennen van het antecedent wordt begaan door sommige kerkgenootschappen die leren dat men behouden wordt door de doop, en hierbij Marcus 16:16, een uitspraak van Jezus, als bewijstekst gebruiken:

16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. (NBG ’51)

Het eerste deel van het vers is een implicatie: Als een persoon gelooft en gedoopt is, dan zal hij gered zijn. Het is onjuist hieruit te redeneren dat een ieder die niet gedoopt is, niet gered zal zijn. Het tweede deel is een expliciete verklaring dat ongeloof resulteert in veroordeling.

Om deze misvatting te demonstreren, kijk eens naar de volgende verklaring die dezelfde logische opbouw heeft: ‘Alles wat veren heeft en vliegt is een vogel, maar alles wat geen veren heeft is geen vogel.’ Deze verklaring leert niet dat er geen vogels zijn die niet kunnen vliegen.

Een ander voorbeeld van een drogreden met betrekking tot het ontkennen van het antecedent is wanneer sommige mensen van hun stuk raken omdat we niet langer gebruik kunnen maken van een creationistisch stokpaartje, bijv. de diepte van meteorietenstof op de maan om te bewijzen dat de maan jong is. [17] Maar in schematische vorm is het argument als volgt, en de misvatting zou helder moeten zijn:

1) Als het maanstof argument correct is, dan moet de maan wel jong zijn;
2) Het maanstof argument is niet correct;
De maan kan niet jong zijn.

Dit zou een les moeten zijn dat ons primaire bewijsmateriaal altijd van de onfeilbare geschreven getuigenis van die Ene moet komen, die er bij was en nooit fouten maakt. Ons primaire bewijsmateriaal moet niet komen van feilbare wetenschappers die er niet bij waren en dikwijls fouten maken.

Een voorbeeld van de drogreden van het bevestigen van de consequent, is het gebruik maken van geverifieerde voorspellingen als ‘bewijs’ voor een wetenschappelijke wet.[18] Dit kunnen we zien wanneer we het analyseren:

1) Theorie T voorspelt observatie O;
2) O is geobserveerd;
T is waar.

Om te zien dat dit hier niet uit volgt, kijken we naar het volgende voorbeeld:

1) Als ik zojuist een hele pizza had gegeten zou ik me nu erg verzadigd voelen;
2) Ik voel me erg verzadigd;
Ik heb zojuist een hele pizza gegeten.

Maar ik zou me verzadigd kunnen voelen om vele verschillende redenen.

 

Aan de andere kant, het beroemde falsificatiecriterium voor een wetenschappelijke theorie, ontworpen door Sir Karl Popper, is gebaseerd op het geldige ontkenning van de consequent.

1) Theorie T voorspelt dat O zal niet worden waargenomen;
2) O wordt waargenomen;
T is onjuist.

We kunnen deze analyse toepassen op een belangrijk evolutionistisch argument:

1) Als organisme X en Y een gemeenschappelijke voorouder hebben, zullen ze homologe structuren hebben;
2) X en Y hebben homologe structuren;
X en Y hebben een gemeenschappelijke voorouder.

Dit toont aan dat het een voorbeeld is van de drogreden van het bevestigen van de consequent. De conclusie is niet bewezen—de homologe structuren kunnen het gevolg zijn van een gemeenschappelijke ontwerper, wat een ‘biotische boodschap’ achterlaat die wijst naar één enkele ontwerper van het leven, in plaats van velen. [19]

Aan de andere kant betogen ornithologen als Alan Feduccia tegen de dinosaurus-naar-vogel evolutie, om veel goede redenen. Waaronder de recente ontdekking dat de dinosaurusembryo’s een embryonale duim hebben die bij vogels ontbreekt (de vingerpatronen zijn respectievelijk I–II–III en II–III–IV). [20] Het argument is:

1) Als vogels vanuit theropoden evolueerden, zullen zij homologe vingers hebben;
2) Vogels en theropoden hebben geen homologe vingers;
Vogels evolueerden niet van theropoden.

Dit is geldig (De consequent [het gevolg] ontkennend), zodat creationisten dit bewijsmateriaal terecht gepubliceerd hebben. [21], [22]

Echter, filosofen zoals Imre Lakatos wijzen erop dat de kerntheorieën niet afzonderlijk worden getest, maar ‘beschermd’ worden door hulphypothesen. Het ontkennen van de consequent toont slechts aan dat één van de premissen onjuist moet zijn, en het hoeft niet de kerntheorie te zijn. Zo worden in plaats daarvan de hulphypothesen gewijzigd. In schematische vorm is het geldige argument als volgt:

1)Theorie T en de hulphypothese A voorspellen dat O niet zal worden waargenomen;
2)O wordt waargenomen;
Of T of A is onjuist.

Bijvoorbeeld, Newton’s theorie voorspelde bepaalde bewegingen van Saturnus, op voorwaarde dat er geen andere grote objecten hinderen. Toen Saturnus niet bewoog zoals was voorspeld, was ofwel Newton’s theorie onjuist of was er en ander groot object die de omloop verstoorde. Dit object bleek de planeet Uranus te zijn. [23]

Het bovenstaande verklaart de logica achter het falsificatiecriterium. Het is niet persé bedoeld om dit criterium voor wetenschap te onderschrijven. Een samenhangende definitie van wetenschap is moeilijk te vinden.

In de handen van evolutionisten is het woord ‘onwetenschappelijk’ een scheldwoord geworden om de Scheppingsleer mee aan te vallen. Maar het is belangrijker of schepping of evolutie waar of onwaar zijn, dan of de één ‘wetenschappelijker’ is dan de ander. Soms zijn evolutionisten zo scherp in hun aanvallen richting creationisten dat zij, zonder het zich te realiseren, zichzelf tegenspreken. Bijvoorbeeld, filosoof P. Quinn (zelf anticreationist) laat zien dat de marxistische evolutionist Stephen Jay Gould deze vergissing maakt:

‘… Gould beweert dat “‘Wetenschappelijk creationisme’ een contradictio in terminis is omdat het niet kan worden gefalsificeerd” … Ironisch genoeg spreekt Gould zich in de volgende zin tegen door te beweren dat “de individuele beweringen met een beetje onderzoek gemakkelijk zijn te weerleggen.” Inderdaad, enkele van hen zijn dat ook! Maar aangezien zij zo gemakkelijk door onderzoek worden weerlegd, zijn zij uiteindelijk ook falsifieerbaar en daarmee toetsbaar. Deze ernstige inconsistentie is een indicatie voor het feit dat Gould’s uitingen over testbaarheid en falsifieerbaarheid meer functioneren als retorische truc, dan als serieus bezwaar in zijn anticreationistische polemiek.’[24]

5) Disjunctief Syllogisme

Het disjunctief syllogisme is een geldige argumentatievorm, waar mensen die wel eens meerkeuzetoetsen gedaan hebben bekend mee zullen zijn. Soms kunnen alle mogelijkheden uitgesloten worden, behalve de juiste. Een voorbeeld is: Fred vliegt met QANTAS of Air New Zealand; hij vliegt geen QANTAS; daarom vliegt hij met Air New Zealand (zie tabel 5).

Nederlands Symbolisch
Of p of q p v q
p is onwaar ~p

q is waar

q

Tabel 5: Disjunctief Syllogisme

Om er zeker van te zijn dat de conclusie juist is, moet men zeker zijn dat alle mogelijke alternatieven op een rijtje zijn gezet. De zekerste manier is het toepassen van de wet van het uitgesloten midden en er voor te zorgen dat de disjunctieve (ofwel/of) premisse een tweetal tegenstellingen bevat (p of ~p).

Een belangrijk voorbeeld is dat er maar twee verklaringen zijn voor de oorsprong van verschillende typen van leven – schepping of evolutie. Professor D.M.S. Watson schreef bijvoorbeeld:

‘evolutie [is] een wereldwijd geaccepteerde theorie, niet omdat het als waar bewezen kan worden door logisch samenhangend bewijsmateriaal, maar omdat het enige alternatief, afzonderlijke schepping, duidelijk ongeloofwaardig is.’[25]

Dwz: C v E; ~C; E.

Daar dit een disjunctief syllogisme is, is het een geldig argument. Maar het kan niet genoeg benadrukt worden dat geldigheid en waarheid niet hetzelfde zijn. Dit argument is niet correct! Velen evolutionisten, beginnend bij Darwin, hebben deze redenering gebruikt. Dit toont ook het atheïstische fanatisme aan achter veel evolutionistisch denken. Vanzelfsprekend kunnen ook creationisten gebruik maken van een gelijkwaardig geldig argument:

C v E; ~E; C.

Dat wil zeggen, bewijsmateriaal tegen evolutie is automatisch bewijsmateriaal voor de schepping. Dit is zowel geldig als correct.

Vele evolutiepropagandisten betwisten deze redenering wanneer creationisten deze gebruiken, door aan te geven dat schepping en evolutie niet de enige alternatieven zijn. Creationisten worden dus beschuldigd van de denkfout van ontbrekende alternatieven, dwz, de disjunctieve premisse is onvolledig: er ontbreekt een mogelijk alternatief. Maar zoals aangetoond, veel evolutionisten zijn het eens dat er maar twee zijn, dus er wordt met twee maten gemeten.[26] Dit is aantoonbaar met de wet van het uitgesloten midden: dingen zijn of gemaakt (schepping) of zij zijn niet gemaakt (evolutie). Het is waar dat de bijbelse schepping niet het enige alternatief is, dus dit is niet bewezen door tegenbewijs voor evolutie. Bijbelse schepping is zeker in overeenstemming met tegenbewijs voor evolutie, wat niet het geval is voor atheïsme.

Een goed voorbeeld van een ‘denkfout van ontbrekende alternatieven’ is het volgende bewijs voor punctuated equilibrium (de theorie dat evolutie sprongsgewijs verloopt, afgewisseld met lange perioden van constantie):

1)Het leven moet of geleidelijk of sprongsgewijs geëvolueerd zijn;
2)Er zijn belangrijke problemen met geleidelijke evolutie (afwezigheid van fossiele tussenvormen, en onvermogen om een functionele reeks te construeren);
Het leven moet sprongsgewijs geëvolueerd zijn.

Dit is zo’n beetje de argumentatievorm die Niles Eldredge en Stephen Jay Gould gebruikten toen ze het punctuated equilibrium introduceerden, [27] zoals aangehaald wordt door creationisten.[28]

Andere veelvoorkomende denkfouten

Haastige Generalisering

Tot dusver heb ik het deductieve redeneren besproken. Zoals aangegeven redeneren inductieve argumenten van een gelimiteerd aantal voorbeelden naar een algemene regel. De reden waarom zij minder belangrijk zijn is dat zij niet de waarheid van de conclusie waarborgen – ze zijn formeel ongeldig volgens de definitie van geldigheid binnen de logica. Bijvoorbeeld, enkel omdat wij 1000 zwarte kraaien observeren, volgt daar niet uit dat de 1001ste kraai geen albino zal zijn.

Wetenschap is inductief van aard, niet deductief. De wetenschap gebruikt altijd een eindig aantal metingen, waarvan elk een onnauwkeurigheid heeft, dus de wetenschap kan nooit een volledig beeld van werkelijkheid geven. Vandaar dat – hoewel de wetenschap nuttig kan zijn – het nooit een bedreiging kan zijn voor het christelijke geloof.

Genetische Onjuistheid

De fout een overtuiging te weerleggen door deze te traceren tot de bron. Bijvoorbeeld, Kekulé kwam op de (correcte) ringstructuur van het benzeen (C6H6) molecule na een droom waarin een slang naar zijn staart grijpt, maar chemici hoeven zich niet druk te maken over slangenkunde in hun analyse van benzeen.

Echter, veel critici van het christendom begaan deze denkfout wanneer zij proberen het christendom te weerleggen door op zogenaamde parallellen in heidense mythologie te wijzen. [29] Een ander voorbeeld is: ‘U gelooft slechts in het christendom omdat u door uw ouders en cultuur werd geïndoctrineerd; als u uit een Hindoese familie en cultuur kwam zou u hindoe zijn’ , daarmee implicerend: ‘dus het christendom hoeft niet te worden verkozen boven hindoeïsme’. Van de redenen waarom een christen gelooft, kan niets worden afgeleid over de waarheid van het christendom.

Vele evolutionistische propagandisten geloven dat zij eenvoudig moeten aantonen dat een creationist een fundamentalistische ‘godsdienstige overtuiging’ heeft om zijn zuiver wetenschappelijke beweringen in diskrediet te brengen. Een overduidelijk geval van met twee maten meten. Het radicale atheïstische of zelfs marxistische geloof van vele vooraanstaande evolutionisten [30] wordt vaak genegeerd, hoewel deze geloven bepalen welke wetenschappelijke verklaringen aanvaardbaar zijn en welke niet.

Denkfout van Verdeeldheid

Bijvoorbeeld: een vrachtwagen is zwaar, daarom zijn al zijn atomen zwaar. Dit voorbeeld is overduidelijk onzin, maar andere even onzinnige argumenten zijn in alle ernst naar voren gebracht. Sommige New Age aanhangers zoals Teilhard de Chardin beweren dat, aangezien levende wezens een bewustzijn hebben, hun atomen ook een beetje bewustzijn moeten hebben.

Denkfout van Samenstelling

Het tegengestelde van de Misvatting van Verdeeldheid. Een voorbeeld is: alle cellen zijn licht, daarom zijn alle dieren die cellen bevatten licht.

Post hoc ergo propter hoc

Dit is Latijns voor ‘na dat, daarom vanwege dat’. Maar enkel omdat B na A gebeurde, betekent het niet dat B door A werd veroorzaakt. Gordon Clark geeft het volgende voorbeeld van deze misvatting:

‘Aan het eind van de jaren ’70 ondernam de [Amerikaanse] belastingdienst pogingen om het christelijke scholen moeilijk te maken… [Ze] probeerden de belastingvrijstellingstatus van christelijke scholen te herroepen, door ze schuldig te bevinden aan rassendiscriminatie, totdat zij via bepaalde processen hun onschuld konden bewijzen, wat in sommige gevallen onmogelijk was. Eén van de argumenten die de dienst gebruikte was dat die scholen waren opgericht vlak nadat de wetten van rassendiscriminatie waren ingesteld. Post hoc ergo propter hoc. Eén van de tegenwerpingen die door de christenen werd gebruikt was dat [een aantal van] de scholen waren opgericht vlak nadat het Opperste Hof de Bijbel en het gebed verbood. Men zou kunnen toevoegen dat zij werden opgericht nadat geweld, drugs en seks in openbare scholen ondragelijk werden.’[31]

Een recenter voorbeeld van deze misvatting is de bewering van de atheïst, Alex Ritchie:

‘Ik veronderstel dat de naamsverandering van Creation Science Foundation [Australië] naar Answers in Genesis een sluwe en goedgetimede voorzorgsmaatregel is om deze godsdienstige organisatie te beschermen tegen de mogelijkheid van gerechtelijke stappen, na het precedent van de Plimer/Roberts zaak.’[32]

Maar de Amerikaanse tak van Answers in Genesis veranderde zijn naam al drie jaar hiervoor, en de officiële bedrijfsnaam van Answers in Genesis (Australië) is nog altijd Creation Science Foundation Ltd., ACN 010 120 304 (ACN = Australische nummer van het bedrijf). De reden voor de naamsverandering wordt verklaard in dit artikel: de uitgangspunten van de organisatie vinden hun grond in de Bijbel, niet in de theorieën van feilbare wetenschappers.

De basis voor logica

De slotvraag is, waarom werkt logica überhaupt? Niet alleen zijn ongelovigen niet in staat een overtuigende zaak neer te zetten tegen het christendom, maar bovendien ondermijnd een atheïstisch wereldbeeld het fundament van de reden zelf. De beroemde communistische evolutionistische bioloog J.B.S. Haldane realiseerde zich dit:

‘Als mijn denkprocessen enkel bepaald worden door de bewegingen van atomen in mijn brein heb ik geen reden te veronderstellen dat mijn overtuigingen juist zijn … en hieruit volgt dat ik geen redenen heb om te veronderstellen dat mijn brein uit atomen bestaat.’[33]

In een debat tussen de christen William Lane Craig en de atheist Frank Zindler, [33] beweerde Zindler dat ons logisch denkvermogen ontstond omdat het overlevingsvoordeel biedt. Craig wees er op dat dit geen reden geeft ons vermogen tot redeneren inhoudelijk te vertrouwen, alleen dat het selectievoordeel oplevert.

Zelfs Darwin schreef in een persoonlijk notitieboekje, ‘Waarom zijn gedachten als afscheidingsproduct van het brein, mooier dan aantrekkingskracht als een product van materie?’ [35] Maar dit argument doet zichzelf teniet. Want het is ook van toepassing op de gedachten van Darwin, en op iedere gedachte over evolutie, daarom hebben we ook geen reden om die te vertrouwen.

De beroemde marxistische paleontoloog Stephen Jay Gould beweerde dat het verstand een door het brein geproduceerde illusie was.[36] Dus als zijn gedachten illusies zijn, waarom zouden we dan vertouwen op iets wat Gould zegt?

Dit laat enkel zien dat vele atheïstische theorieën zichzelf in feite weerleggen. Er is dus geen noodzaak voor onafhankelijke empirische onderzoeken naar deze theorieën. Hier tegenover staat de christelijke leerstelling dat we geschapen zijn naar het beeld van een logische God wat een uitstekende verklaring is voor onze logische verstandelijke vermogens.



Referenties en aantekeningen

[1] Voor een goede verhandeling, zie Craig, W.L., Apologetics: An Introduction, Moody Press, Chicago, chapter 1, 1984.
[2] Voor een uitgebreide verhandeling over de rol van logica binnen het christendom en vele voorbeelden, zie Clark, G.H., Logic, The Trinity Foundation, Jefferson, MD, USA, 1988.
[3] Smith, G. The ‘Toronto Blessing’, Apologia 4(2):37–40, 1995.
[4] Een over het algemeen zeer goed boek over het belang van het ontwikkelen van een op Christus gelijkende denkwijze is Moreland, J.P., Love Your God With All Your Mind, Navpress, Colorado Springs, 1997. Het belangrijkste nadeel is dat Moreland op ‘zestig-veertig staat in het voordeel van het oude-aarde standpunt’ (p.107), mogelijk vanwege een lichte nadruk op buitenbijbelse openbaringen.
[5] Machen, J.G., Christianity and Liberalism, Macmillan, New York, 1924.
[6] Martin, W.R., The Kingdom of the Cults, Bethany House Publishers, Minneapolis, N, 1985.
[7] Carroll, L. Through the looking-glass, and what Alice found there (with fifty illustrations by John Tenniel) Macmillan, London, 1877.
[8] Een voorbeeld is Schafersman, S. Letter, Geotimes, August 1981. Cited in Bird, ref. 26, Vol. II, pp. 77–78.
[10] Scott, E., Dealing with anti-evolutionism, Reports of the National Center for Science Education 17(4):24–28; citaat op p. 26, met uitroeptekens in origineel, 1997.
[11] Plimer, I.R., Telling Lies for God, Random House, Australia, p. 289, 1994.
[13] Ik kan hier natuurlijk alleen een aantal beginselen uiteenzetten. Een meer formele en diepgaande verhandeling is te vinden bij Hughes, G.E. and Londey, D.G., The Elements of Formal Logic, Methuen, London, 1965.
[14] Dankzegging aan Wellington Christian logician Ross Powell voor dit voorbeeld.
[15] Voor een uitvoerige kritiek op Spong’s dolende en ketterse zienswijze zie Bott, M.R. and Sarfati, J.D., What’s wrong with Bishop Spong? Apologia 4(1):3–27, 1995.
[16] Dit argument is gedramatiseerd in de vorm van een Socratische dialoog in Kreeft, P., The Unaborted Socrates, IVP, pp. 44–47, n.d. (after 1987).
[17] Snelling, A.A. and Rush, D., Moon dust and the age of the solar system, CEN Tech. J. 7(1):2–42, 1993.
[18] Clark, G.H., The Philosophy of Science and Belief in God, The Trinity Foundation, Jefferson, MD, USA, 2nd Ed, 1987.
[19] ReMine, W.J., The Biotic Message, St Paul Press, St. Paul, Minnesota, 1993; zie review.
[20] Ann C. Burke, A.C. and Feduccia, A., Developmental Patterns and the Identification of Homologies in the Avian Hand, Science 278(5338):666–8, 1997; algemeen artikel in hetzelfde blad, pp. 596–7 by Hinchliffe, R. The Forward March of the Bird-Dinosaurs Halted?
[21] Oard, M.J., Bird-dinosaur link challenged, CEN Tech. J. 12(1):5–7, 1998.
[22] Sarfati, J.D.,Dino-bird evolution falls flat, Creation Ex Nihilo 20(2):41, 1998. [Zie ook de andere artikelen onder Did birds really evolve from dinosaurs?].
[23] Voor een uitvoerige verhandeling over de opvatting van Popper and Lakatos, en andere pogingen om wetenschap te definiëren, zie Bird, W.R., The Origin of Species Revisited, Philosophical Library, New York, Vol. II, chapters 9–10, 1991.
[24] Quinn, P., The Philosopher of Science as Expert Witness; in: Recent Work in the Philosophy of Science, ed. J. Cushing, C. Delaney and G. Gutting, 1984, pp. 32, 43, 1984; Cited in Bird, ref. 26, p. 121.
[25] Watson, D.M.S., Adaptation, Nature 124:233, 1929.
[26] Bird, W.R., The Origin of Species Revisited, Philosophical Library, New York, Vol. II, chapter 11, 1991.
[27] Gould, S.J. and Eldredge, N., Punctuated equilibria: an alternative to phyletic gradualism; in: Models in Paleobiology, T.J.M. Schopf (ed.), Freeman, Cooper and Co., San Francisco, pp. 82–115, 1972.
[28] Batten, D.J., Punctuated equilibrium: come of age? CEN Tech. J. 8(2):131–7, 1994.
[29] Ronald Nash heeft zulke beweringen in detail behandelt, zie bijvoorbeeld, Was the New Testament Influenced by Pagan Religions?.
[30] Batten, D.J., A Who’s Who of evolutionists, Creation Ex Nihilo 20(1):32, 1997.
[31] Clark, ref. 2, pp. 17–18.
[32] Ritchie, A., Dropping the Pretence: The Creation Science Foundation changes its name, The Skeptic 17(4):13,15, 1997.
[33] Haldane, J.B.S. Possible Worlds, p. 209; geciteerd in Lewis, C.S., Miracles, Fontana, London, p. 19, 1960 (eerste publicatie 1947).
[34] Zie Atheism vs Christianity: Where does the evidence point? Een debat tussen Dhr Frank Zindler en Dhr Dr William Lane Craig, Apologia 5(1):21–29, 1996.
[35] Geciteerd door Wieland, C., Darwin’s real message: have you missed it?Creation Ex Nihilo 14(4):16–19, 1992.
[36] Gould, S.J., The Darwinian Revolution in Thought. Lecture, June 6, Victoria University of Wellington, New Zealand, 1990.

 

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/tj/v12/i2/logic.asp