Waar zijn alle menselijke fossielen?

Waar zijn alle menselijke fossielen?
Door Ken Ham, Jonathan Sarfati, en Carl Wieland, red. Don Batten
Voor het eerst gepubliceerd in The Revised and Expanded Answers Book, Hoofdstuk 15.
Vertaling FZ, Werkgroep In Genesis

Waarom worden er geen fossielen van mensen samen gevonden met trilobieten? Als mensen en dinosauriërs tegelijkertijd hebben geleefd waarom worden hun fossielen dan niet samen gevonden? Hoe kon de zondvloed de ordening in de fossiele afzetting veroorzaken?

De Bijbel leert ons in Genesis 1 dat de mens al sinds de zesde scheppingsdag op deze aarde rondloopt. Hij is geschapen op dezelfde dag als de landdieren (en daarmee ook de dinosauriërs) en één dag na de zeedieren en de vogels. Evolutionisten beweren dat de volgorde waarin de fossielen zijn afgezet (b.v. trilobieten heel diep en mensen dicht bij het oppervlak) is toe te schrijven aan een opeenvolging van de levensvormen op aarde over periodes van vele honderden miljoenen jaren. Volgens hun ideeën vertegenwoordigen de rotslagen enorme tijdspannes.

Creationisten daarentegen geloven dat de meeste fossielen ontstonden tijdens de wereldwijde vloed waarvan Genesis 6-9 spreekt en die een jaar duurde. (zie: Was de zondvloed wereldwijd?). Creationisten geloven dus dat de orde in het fossielenverslag is toe te schrijven aan de volgorde van bedekking tijdens de zondvloed, en de lokale catastrofes die daarop volgden. Sceptici vragen dan bijvoorbeeld, waarom worden de menselijke fossielen niet gevonden samen met de fossielen van dinosauriërs?

Vertegenwoordigen de rotslagen enorme tijdperken?

Er is een overvloed aan bewijsmateriaal dat aantoont dat de rotslagen geen enorme tijdspannes vertegenwoordigen. Een voorbeeld hiervan is de reusachtige Coconino zandsteenformatie in de Grand Canyon. Deze zandsteenformatie is ongeveer 100 m dik en strekt zich uitover een gebied van ongeveer 250.000 km2. Het op grote schaal voorkomen van kruislingse afzettingen, aangeduid als “crossbedding” toont aan dat het zandsteen is afgezet in diep, snelstromend water over een periode van enkele dagen. Ook andere rotslagen in de Grand Canyon laten zien dat ze snel werden afgezet zonder wezenlijke tijdsonderbrekingen tussen de afzettingen van de afzonderlijke eenheden. [1]

De gehele opeenstapeling van rotslagen van de Grand Canyon is geplooid in de Kaibab Upwarp. Op sommige plaatsen behoorlijk extreem en zonder scheuren of barsten. Dit duidt erop dat de lagen, waarvan wordt verondersteld dat deze bijna 300 miljoen jaar van evolutionaire tijd vertegenwoordigen, allen nog zacht waren toen het plooien plaatsvond. [1], [2] Dit is verenigbaar met de snelle afzetting en plooien tijdens de zondvloed (in de dagen van Noach). Ander bewijsmateriaal voor het niet-bestaan van de lange tijdperken en voor de snelle afzetting van de lagen zijn:

  • Polystrate fossielen – bv fossiele boomstammen die door meerdere afzettingen (aardlagen) lopen waarvan wordt verondersteld dat ze vele miljoenen jaren vertegenwoordigen. Dergelijk polystrate fossielen van bomen komen algemeen voor in steenkool en tonen aan dat de lagen snel achtereenvolgend afgezet moeten zijn, anders zouden de bovenste delen van de boomstammen weggerot moeten zijn.
  • Kwetsbare bijzonderheden aan de oppervlakte van onderliggende rotslagen, zoals bijvoorbeeld rimpelingen veroorzaakt door water en voetafdrukken. Ze wijzen erop dat er geen lange tijdsperiode was alvorens de volgende laag werd afgezet.
  • Het ontbreken van gefossiliseerde bodemlagen in de strata (aardlagen) waar men ze wel zou verwachten. Zoals bijvoorbeeld onder steenkoollagen in Europa. Dit duidt op het ontbreken van lange periodes.
  • Het gebrek aan tekenen van erosie in de rotslagen of tussen de verschillende rotspartijen (iedere belangrijke tijdonderbreking zou resulteren in de vorming van een soort afwateringskanalen als gevolg van de werking van water of wind).
  • Beperkte omvang van discordantie. [red.1] Hoewel discordantie (duidelijke onderbrekingen in de afzettingen) wijst op tijdsonderbrekingen, komen dergelijke discordanties lokaal voor, zonder onderbrekingen in dezelfde afzettingen elders. Dit duidt erop dat de tijdsonderbreking lokaal was en van korte duur.
  • Klastische ‘dijken’ en ‘pijpen’, waar een zand/watermengsel zich omhoog heeft geperst door de bovenliggende lagen. Hoewel wordt verondersteld dat het onderliggende zand miljoenen jaren ouder is dan de bovenliggende lagen, had het duidelijk geen tijd gehad om te verharden.
  • en nog veel meer.[2],[3]
  • Er wordt verondersteld dat Uluru (Ayers Rock), in centraal Australië, zich langzaam heeft gevormd over een periode van meer dan honderden miljoenen jaren. De structuur van de rots toont echter aan dat het zich zeer snel en recent moet hebben gevormd. [4]

    Het bestaan van vele ‘levende fossielen’ is ook een probleem voor de veronderstelde honderden miljoenen jaren van ‘aardse geschiedenis’. Bijvoorbeeld, zeesterren, kwallen, brachiopoda, de tweekleppige schelpdieren en slakken, die we kennen van fossielen door evolutionisten gedateerd op 530 miljoen jaar oud, zien er net zo uit als degenen die in het heden leven.

    De Duitse wetenschapper Dr. Joachim Scheven, heeft een collectie met meer dan 500 voorbeelden van dergelijke ‘levende fossielen’ welke jarenlang in een museum tentoongesteld zijn geweest. Daarnaast ontbreken sommige van deze fossielen in de tussenliggende lagen waarvan wordt verondersteld dat deze vele miljoenen jaren van evolutionaire tijd vertegenwoordigen. Dit is opnieuw een aanwijzing dat er geen tijdhiaten waren.

    Bewijsmateriaal dat dinosauriërs en mensen tijdgenoten waren

    Veel bewijsmateriaal wijst erop dat de mens en dinosauriërs samen leefden en niet gescheiden door 65 miljoen jaar of meer zoals evolutionisten geloven:

    • Vele historische beschrijvingen van levende dieren die toen bekend stonden als draken zijn goede beschrijvingen van wat wij dinosauriërs zouden noemen. Bijvoorbeeld Triceratops, Stegosaurus, Tyrannosaurus en Ankylosaurus. De DVD documentaire Het grote dinosauriër mysterie behandelt enkele hiervan. [5] De beschrijving van Behemoth in Job 40 (in de Bijbel) lijkt een beschrijving van één van de grote dinosauriërs, zoals de Apatosaurus of de Brachiosaurus.
    • ‘Niet gefossiliseerde (‘ongemineraliseerde’) dinosauriër beenderen. [6] Hoe kunnen deze beenderen, waarvan sommigen zelfs bloedcellen bevatten, 65 miljoen jaar oud of ouder zijn? Het gaat de verbeelding ver te boven om zelfs maar te geloven dat zij vele duizenden jaren oud zijn.
    • Rotslagen waarin dinosauriërfossielen worden gevonden bevatten vaak zeer weinig resten van planten. De Morrison formatie in Noord-Amerika is hier een voorbeeld van. Dit is eveneens een aanwijzing dat de rotslagen geen lange tijdperken van het aardse leven vertegenwoordigen. Als de lagen een tijdperk van dinosauriërs zouden vertegenwoordigen, wat aten zij dan? Een grote Apatosaurus zou meer dan drie ton vegetatie per dag nodig hebben. In veel van de lagen waarin dinosauriërs worden aangetroffen zijn echter geen aanwijzingen van significante hoeveelheden vegetatie aangetroffen. Met andere woorden, we zien begraven dinosauriërs, maar geen begraven ecosystemen of een ‘Tijdperk van Dinosauriërs’.

    Fossielen op de verkeerde plaats

    Vele fossielen en artefacten zijn op ‘de verkeerde plaats’ aangetroffen. [7] Zij bevinden zich bijvoorbeeld in lagen waarvan de evolutionisten zelf zeggen dat ze een periode vertegenwoordigen waarin dat organisme niet leefde, of de menselijke artefacten niet gemaakt konden zijn.

    Er zijn voldoende voorbeelden waarvan enkele gepubliceerd zijn in gerespecteerde tijdschriften voordat het evolutionistische paradigma de dienst uit ging maken. Dergelijke voorbeelden worden tegenwoordig niet gepubliceerd in reguliere moderne evolutionistische tijdschriften. Mogelijk omdat het onvoorstelbaar is dat iets dergelijks in een evolutionistisch wereldbeeld zou kunnen bestaan. In een andere context, zei de Nobelprijs winnaar Sir Fred Hoyle:

    ‘De wetenschap van vandaag is opgesloten in paradigma’s. Elke afslag wordt geblokkeerd door onjuiste geloofsovertuigingen, en als u vandaag de dag probeert om wat dan ook door een tijdschrift gepubliceerd te krijgen, zult u op een paradigma stuiten, en de redacteurs zullen het verhinderen.’ [8]

    Forbidden Archeology (vert: Verboden Archeologie), door Cremo en Thompson, noemt enkele “niet-passende” menselijke artefacten (archeologische vondsten). [9] Zij schreven het boek vanuit een verwesterd Hindoe standpunt om aan te tonen dat de mensen vanaf de oudheid aanwezig waren, zoals vereist voor de tijdperken van meervoudige reïncarnatiecycli binnen het Hindoe geloof. (Ware Hindoes maken zich niet druk over dergelijk rationaliseren, zij geloven dat de fysieke wereld een illusie is.) [10]

    Cremo en Thompson maken zich niet druk over de miljoenen jaren, enkel of er al mensen waren. Zij zitten slechts voor een deel op dezelfde golflengte als creationisten. De overeenkomsten zitten enkel in het feit dat ze net als wij geloven dat de mensen hier nagenoeg altijd al waren. Wij zijn het echter niet eens met de miljarden jaren. Cremo en Thompson hebben een degelijk werk neergezet van 914 pagina’s.

    Er zijn menselijke fossielen gevonden, zelfs vele honderden, maar over het algemeen in afzettingen waarvan de meeste creationisten zouden denken dat ze van na de zondvloed zijn (b.v. begraven in holen tijdens de na-zondvloedse ijstijd.). Echter in ten minste één geval, zijn er menselijke beenderen gevonden in ‘oudere’ lagen. [11]

    “ De wetenschap van vandaag is opgesloten in paradigma’s. Elke afslag wordt geblokkeerd door onjuiste geloofsovertuigingen, en als u vandaag de dag probeert om wat dan ook door een tijdschrift gepubliceerd te krijgen, zult u op een paradigma stuiten, en de redacteurs zullen het verhinderen. ”

    Jammer genoeg maakt het gebrek aan gedetailleerde documentatie over hun opgraving het onmogelijk om met zekerheid vast te stellen dat de beenderen niet zijn binnengedrongen vanuit een aardlaag volgend op degene waarin ze gevonden zijn. Overigens is er niets dat er op wijst dat dit het geval zou zijn.

    Om vast te stellen of dingen die samen worden gevonden ook noodzakelijkerwijs samen leefden en stierven, kunnen paleontologen fossielen op beschadigingen onderzoeken die het gevolg zouden kunnen zijn van ‘re-working’ (‘herwerking’), die een indicatie zouden kunnen zijn dat de organismen niet noodzakelijk samen leefden of samen stierven.

    Er wordt echter bijna altijd zonder verdere bestudering een beroep gedaan op de het idee van ‘herwerkte’ of een ‘stratigrafische lek’ (waar iets ‘jongs’ aangetroffen wordt in ‘oud’ gesteente ) als het gaat om ‘niet-passende fossielen’.

    Hoe zit het met het algemene patroon?

    Hoewel de rotslagen geen reeks van tijdperken van de geschiedenis van de aarde vertegenwoordigen, zoals gewoonlijk wordt geloofd, vertonen zij wel een algemeen patroon. Bijvoorbeeld, de relatief immobiele en op de bodem levende zee organismen worden meestal in de diepere lagen gevonden van lagen die complexe organismen bevatten. De meer mobiele gewervelde landdieren komen veel vaker voor in de hogere lagen. Denk daarbij ook aan de volgende factoren:

    • Fossielen van gewervelden komen veel minder voor dan die van ongewervelden. Het grootste deel van het fossielen verslag bestaat uit ongewervelde zeedieren en planten in de vorm van kolen en olie. Fossielen van gewervelden komen relatief weinig voor en menselijke fossielen nog minder. [2]
    • Zelfs als we er even van uit zouden gaan dat er 10 miljoen mensen waren ten tijde van de zondvloed [12] en dat al hun lichamen bewaard zijn gebleven en gelijkmatig verdeeld zijn over de 700 miljoen kubieke kilometers fossieldragende sedimentaire rotslagen, dan nog zou er slechts één fossiel in elke 70 kubieke kilometers rots gevonden worden. Het zou dus zeer onwaarschijnlijk zijn om zelfs maar één menselijk fossiel te vinden.
    • Een wereldwijde zondvloed die begint met het openbreken van de fonteinen van de grote dieptes (dat is in de zeeën) zou ertoe neigen om de zeedieren die op de bodem leven als eerste te bedekken. Velen hiervan zijn immobiel of relatief immobiel. Ook zijn ze overvloedig aanwezig en over het algemeen robuust (bijvoorbeeld schelpdieren). [13] Met het stijgen van het water zullen het land en de landdieren zijn bedekt. [14] Hetzelfde geldt voor de bedekking van planten. De tendens zal zijn geweest, dat eerst waterplanten, dan de moerasplanten en uiteindelijk de planten van hogere gelegen gebieden bedekt werden.
    • Aan de andere kant moet ook worden bedacht dat mobiele landdieren, zoals zoogdieren en (vooral) vogels, naar hoger gelegen grond konden vluchten waar ze als laatste zullen zijn bezweken. De mensen zullen zich hebben vastgeklampt aan vlotten, bomen en ander drijvend materiaal. Na verdrinking hebben de lichamen de neiging op te zwellen en te drijven en worden ze aangevreten door vissen. Waarbij het gebeente behoorlijk snel afbreekt en juist niet conserveert. Dit alles zal er toe hebben geleid dat menselijke fossielen als gevolg van de zondvloed bijzonder zeldzaam zijn.
    • Verder kan worden gesteld dat de mobielere, meer intelligente dieren ertoe neigen om de zondvloed het langst te overleven en als laatste te worden begraven. Dit betekent ook dat hun overblijfselen stonden blootgesteld aan erosie van het terugtrekkende vloedwater aan het eind van de zondvloed en in de nasleep van de zondvloed. Het gevolg zal zijn geweest dat hun overblijfselen eerder zullen zijn vernietigd. De intelligentiefactor zou ook voor een deel de duidelijke scheiding van bijvoorbeeld dinosauriërs en zoogdieren zoals vee kunnen verklaren. [15]
    • Een andere factor is het sorterende effect van water. Een steenkoollaag in Yallourn in Victoria, Australië, bevat een laag van een halve meter dikte die voor 50% bestaat uit pollen (stuifmeel). De enige manier om een dergelijke laag van stuifmeel te verkrijgen is door de sorterende werking van water tijdens een enorme (water)catastrofe die het plantaardige materiaal van een groot gebied verzamelde en het in een bekken in het Yallourn gebied deponeerde.
    • ‘Cope’s Rule’ beschrijft de tendens van fossielen (b.v. schelpdieren ) om groter te worden naarmate ze hoger in de geologische lagen voorkomen. Maar waarom zou de evolutie dingen over het algemeen groter moeten maken? En inderdaad zien we dat de levende vormen van de fossielen over het algemeen er toe neigen kleiner te zijn dan hun fossiele voorouders. De sorterende werking van water is voor deze indeling van klein naar groot een veel betere verklaring. [16]

    Woodmorappe geeft in een van zijn onderzoeksrapporten een diepgaande behandeling van het fossiele verslag van cephalopoda (zoals bv de octopusen de pijlinktvis) en hoe dit past bij de schepping en de zondvloed [17]

    Dit zijn enkele factoren die de patronen verklaren in het fossielen verslag, met inbegrip van de algemene afwezigheid van menselijke fossielen in de afzettingen van de zondvloed.

    Het grootste deel van de fossiele afzetting vertegenwoordigt niet de geschiedenis van het leven op aarde, maar de orde van bedekking tijdens de zondvloed. Wij zouden met een wereldwijde vloed inderdaad bepaalde patronen verwachten, maar geen volledig perfect patroon. Dit is ook wat we terug zien in de geologische lagen.

    Iedere historische gebeurtenis kent problemen met de reconstructie, in het bijzonder die gebeurtenissen, die geen moderne tegenhanger kennen. Dit gaat zeker op voor de zondvloed. [18] Hierdoor is het dus erg lastig om de exacte opeenvolging van gebeurtenissen voor te stellen waarmee de zondvloed materiaal erodeerde, deponeerde, en fossielen creëerde. Het is heel goed mogelijk dat er een ondernemende creationistische wetenschapper met een zondvloedmodel op de proppen komt dat een volledige verklaring geeft voor alle fossielen en de verschillende aardlagen.

    Voor de geïnteresseerde lezer zijn er enkele interessant rapporten verschenen over dit onderwerp. Onder andere het TAB (Tectonically Associated Biological) provincies model van Woodmorappe. [12] Dr.Tasman Walker zijn zondvloedmodel; dat ook veel van de gegevens lijkt te verklaren. [19] Het catastrofale aardschollen tektoniek model van Dr’s. Austin, Baumgardner en collega’s lijkt ook interessant in het verklaren van de distributie van vele fossielen (zie What about continental drift? [vert: Hoe zit het met continentale drift?]). Andere modellen zijn nog in ontwikkeling en kunnen ook nuttig zijn bij het verklaren van het bewijsmateriaal. [20]

    Men kan er zeker van zijn dat de evolutionistische kijk op de aarde geschiedenis onjuist is en dat het verslag in de rotsen en de fossielen, met inbegrip van de distributie van menselijke fossielen, logischer is in het licht van de bijbelse beschrijving van de schepping, zondeval en de zondvloed. Toen God het oordeel over de wereld uitsprak zei hij, ik zal de mens vernietigen die ik van het gezicht van de aarde ‘heb gecreëerd (Gen. 6:7). Misschien maakt het gebrek aan menselijke fossielen van voor de zondvloed wel deel uit van de vervulling van dit oordeel!



    Referenties en aantekeningen

    [1] Austin, S.A., Grand Canyon: Monument to Catastrophe, Institute for Creation Research, San Diego, CA, 1994.
    [2] Morris, J., The Young Earth, Creation-Life Publishers Inc., Colorado Springs, CO, 1994.
    [3] Raging Waters, video geproduceerd door Keziah Videos, 1998.
    [4] Snelling, A., Uluru and Kata Tjuta testimony to the Flood, Creation 20(2):36–40, 1998.
    [5] Een uitgave van Werkgroep In Genesis. Zie ook (binnenkort) hoofdstuk 19: Wat is er gebeurd met de dinosauriërs?
    [6] Wieland, C., Dinosaur bones: just how old are they really?, Creation 21(1):54–55, 1999, en de daarin gebruikte referenties.
    [7] Bijvoorbeeld: Howe, G.F., Williams, E. L., Matzko, G. T. and Lammerts, W. E., Creation Research Society studies on Precambrian pollen, Part III: A pollen analysis of Hakatai Shale and other Grand Canyon rocks, Creation Research Society Quarterly 24(4):173–182, 1988.
    [8] Horgan, J., Profile: Fred Hoyle, Scientific American 272(3):24–25, 1995.
    [9] Cremo, M.A. and Thompson, R.L., Forbidden Archeology, Bhaktivedanta Institute, San Diego, CA, pp. 797–814, 1993.
    [10] Een van de redenen waarom wetenschap alleen floreerde in Bijbelgelovende natiën.
    [11] Twee menselijke skeletten in een kopermijn in Moab, Utah (VS), in het (Krijt) Dakota Sandstone, waarvan wordt verondersteld dat het deel uitmaakt van het dinosauriër tijdperk.’ C. L. Burdick, Discovery of human skeletons in Cretaceous formation (Moab, Utah), Creation Research Society Quarterly 10(2):109–10, 1973.
    [12] Woodmorappe, J., A diluviological treatise on the stratigraphic separation of fossils, Creation Research Society Quarterly 20(3):133–185, 1983.
    [13] Echter de conservering van afdrukken van zachte schepsels zoals kwallen komen ook voor en dit getuigd van de snelheid van bedekking.
    [14] De Bijbel lijkt aan te geven dat de zondvloed begon in de ‘grote afgrond’ (de zee). Zie hoofdstuk 12, De zondvloed: hoe zit het dan met al dat water?
    [15] De meeste creationisten beschouwen afzettingen met grote zoogdierfossielen zoals in de John Day County of Oregon, USA, als post-zondvloed.
    [16] Hoewel het er toe neigt dat grotere rotsen meer op de bodem gesorteerd worden, is bijvoorbeeld de dichtheid van grotere schaaldieren over het algemeen minder groot dan bij de kleinere, en konden ze na de kleinere worden afgezet door de sorterende werking van het water.
    [17] Woodmorappe, J., The cephalopods in the creation and the universal Deluge, Creation Research Society Quarterly 15(2):94–112, 1978.
    [18] Seculiere geologen veronderstellen ten onrechte dat de geschiedenis van de aarde is gevormd door dezelfde processen als vandaag de dag. Dit is de doctrine van het uniformitarisme, die de geologie de laatste 200 jaar heeft geleid. Aangezien er in onze moderne tijd geen wereldwijde zondvloed plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, verhindert deze denkwijze de meeste geologen om het bewijsmateriaal van de zondvloed te herkennen. Zij proberen het bewijsmateriaal te verklaren met processen die slechts in het heden gezien worden. De Bijbel bevat een profetie, in 2 Petrus 3:3-7, betreffende deze verkeerde benadering van de geologie die de bovennatuurlijke schepping en de zondvloed ontkent.
    [19] Walker, T., A biblical geologic model, Proc. Third ICC, pp. 581–92, 1994.
    [20] Oard, Michael, persoonlijke communicatie.
    [red1] Discordantie binnen de stratigrafie is dit een typering van de oriëntatie van sedimentaire gesteentelagen. Als er een hoekverschil tussen twee lagen zit, wordt dit discordant genoemd (wikipedia).

    Originele Engelse tekst op: http://www.creationontheweb.com/content/view/3674