De zestien kleinzonen van Noach.

De zestien kleinzonen van Noach.
door Harold Hunt & Russell Grigg in Creation 20(4).
vertaling FZ, Werkgroep In Genesis

De seculiere geschiedenis geeft talrijke aanwijzingen waaruit blijkt dat de overlevenden van Noach’s vloed echte historische personen waren van wie de namen onuitwisbare sporen hebben achtergelaten in de oude wereld.

 

Toen Noach en zijn gezin de ark verlieten, waren zij de enige mensen op Aarde. Het was nu aan de drie zonen van Noach: Sem, CHam en Jafet, en hun vrouwen om de aarde opnieuw te bevolken met de kinderen die zij na de zondvloed kregen. Van Noach zijn kleinkinderen zijn er 16 kleinzonen met naam vermeld in Genesis hoofdstuk 10.

God heeft ons overvloedig bewijsmateriaal nagelaten dat bevestigt dat deze 16 kleinzonen van Noach werkelijk geleefd hebben, en dat de namen zoals de Bijbel die noemt, hun exacte waren. Na de spraakverwarring in Babel (Genesis 11), zien we dat hun nakomelingen zich verspreiden over de aarde en dat zo de vele naties van de oude wereld werden gevestigd.

De eerste generaties na de zondvloed werden zeer oud, waarbij sommigen mannen zelfs hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen overleefden. Dit gaf hen een bijzondere status. De 16 kleinzonen van Noach waren elk stamhoofd van een familielijn, welke uitgroeiden tot grote bevolkingsgroepen in hun respectievelijke woongebieden. Er vonden een aantal gebeurtenissen plaats:

  1. Mensen uit verscheidene gebieden vernoemden zichzelf naar de naam van de man die hun gemeenschappelijke voorvader was.
  2. Zij vernoemden hun land, en vaak ook hun hoofdstad en de belangrijkste rivier naar deze naam.
  3. In sommige gevallen vervielen de verscheidene volkeren in voorouder verering. Wanneer dit gebeurde was het voor hen gewoon om hun god te vernoemen naar de man die ook hun gezamenlijke voorvader was of ze stelden hun langlevende voorouder aan als hun god.

Dit alles betekent dat het bewijsmateriaal bewaard is gebleven op een manier die nooit verloren kan gaan en die de mens in al zijn vindingrijkheid niet kan uitwissen. We zullen het nu eens nader onderzoeken.

De zeven zonen van Jafet

Ruïnes in Turkije
Ruïnes in Turkije. Er zijn aanwijzingen die suggereren dat de naam van dit land afkomstig is van een afstammeling van Noach, Togarma (zie tekst).

Genesis 10:1-2 zegt:

Dit zijn de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet, de zonen van Noach; na de zondvloed kregen zij zonen.
Zonen van Jafet: Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesech en Tiras.

De eerst genoemde kleinzoon van Noach is Gomer. Ezechiël lokaliseert de vroege afstammelingen van Gomer samen met Togarma (een zoon van Gomer), als ‘uit het uiterste noorden’ (Ezechiël 38:6). ). In het huidige Turkije is een gebied wat in de tijd van het Nieuwe Testament Galatië werd genoemd. De Joodse historicus Flavius Josephus heeft beschreven dat de mensen die in zijn dagen (AD93) Galaten of Galliërs genoemd werden voordien Gomerieten werden genoemd. [1]

Zij migreerden in westelijke richting naar wat we nu Frankrijk en Spanje noemen. Velen eeuwen lang werd Frankrijk aangeduid met de naam Gallië (Gaul), afgeleid van de afstammelingen van Gomer. Het noordwesten van Spanje heet vandaag de dag nog steeds Galicia.

Een aantal Gomerieten migreerde verder naar wat we nu Wales noemen.
De historicus en Welshman Davis, heeft het traditionele geloof van de Welshman vastgelegd dat de nakomelingen van Gomer, ‘vanuit Frankrijk aankwamen op het Britse eiland ongeveer 300 jaar na de zondvloed’. [2] De taal van de Welsh wordt ook wel Gomeraeg genoemd.

Andere leden van hun stam vestigde zich onderweg, onder andere Armenië. De zonen van Gomer waren ‘Askenaz, Rifat, en Togarma’ (Genesis 10:3). De Encyclopaedia Britannica zegt dat de Armeniërs traditioneel claimen af te stammen van Togarma en Askenaz. [3] Het oude Armenië reikte tot in Turkije. De naam Turkije stamt waarschijnlijk af van Togarma. Andere van hen migreerde naar Duitsland (Germany). Askenaz is het Hebreeuwse woord voor Duitsland.

De volgende kleinzoon die genoemd wordt is Magog. Volgens Ezechiël leefde hij in het uiterste noorden (Ezechiël 38:15, 39:2). Josephus beschrijft dat de Magogieten door de Grieken als Scythen worden aangeduid. [1] Volgens de Encyclopaedia Britannica was Scythia de oude naam voor een gebied wat nu onderdeel is van Roemenië en de Oekraïne.[4]

De volgende kleinzoon is Madai. Samen met Sem’s zoon Elam is Madai de voorouder van de hedendaagse Iraniërs. Josephus schrijft dat de nakomelingen van Madai door de Grieken werden aangeduid als Meden. [1] Iedere keer wanneer de Meden staan vermeld in het Oude Testament, dan wordt het Hebreeuwse woord Madai gebruikt. Na de periode van Cyrus, werden de Meden (op een uitzondering na) altijd in één adem genoemd met de Perzen. Zij vormden één Koninkrijk met één wet, ‘de wet van Meden en Perzen’ (Daniël 6:8, 12, 15). Later werden ze eenvoudigweg Perzen genoemd. Sinds 1995 noemen ze hun land Iran.
De Meden hebben ook ‘India bevolkt’.[5]

De naam van de volgende kleinzoon, Jawan, is het Hebreeuwse woord voor Griekenland. Griekenland of Grieken komen vijf maal voor in het Oude Testament, en altijd wordt het Hebreeuwse woord Jawan gebruikt. Daniël refereert aan ‘de koning van Griekenland’ (Daniël 8:21), letterlijk ‘de koning van Jawan’. De zonen van Jawan waren Elisa, Tarsis, Kittim, en Dodanim (Genesis 10:4), welke allen verbonden zijn met het Griekse volk. De Elisianen (een oud Grieks volk) verkreeg overduidelijk hun naam van Elisa. Tarsis of Tarsus was gelegen in de regio van Cilicië (hedendaags Turkije).

De Encyclopædia Britannic vermeld dat Kittim de Bijbelse naam is voor Cyprus.[6] De Grieken vereerden Jupiter onder de naam Jupiter Dodanaeus, mogelijk refererend aan de vierde zoon van Javan, met Jupiter als afgeleide van Jafet (Japhet). Zijn orakel was in Dodena.

De volgende is Tubal. Ezechiël vermeld hem samen met Gog en Meshech (Ezechiël 39:1). Tiglath-pileser I, koning van Assyrië in ongeveer 1100 v. CHR., refereert aan de nakomelingen van Tubal als de Tabali. Josephus heeft hun naam vastgelegd als Thobelieten welke later bekend werden als Iberiërs [1]

In de dagen van Josephus werd hun land door de Romeinen Iberia genoemd en besloeg wat nu (de voormalige Sovjet staat) Georgië heet en waarvan de hoofdstad Tbilisi, nog steeds de naam Tubal in zich draagt. Van hieruit doorkruisten deze mensen de bergen van de Kaukassus en migreerden ze naar het noordoosten. Hierbij verleenden ze hun stamnaam zowel aan de rivier de Tobol als aan de befaamde stad ‘Tobolsk’. [7]

Mesech, de naam van de volgende kleinzoon, is de oude naam voor Moskou. Moskou is zowel de naam voor Rusland’s hoofdstad alsmede de naam voor de regio rondom de stad. Tot de dag van vandaag draagt een regio, de laaglanden van Mesera, nog steeds de naam van Mesech (Meschera Lowland). In wezen onveranderd door de eeuwen.

Volgens Josephus droegen de nakomelingen van kleinzoon Tiras de naam Thirasianen. De Grieken veranderde hun naam in Tracianen.[1] Thrace reikte van Macedonië in het zuiden tot aan de Rivier de Donau in het noorden en tot aan de Zwarte Zee in het oosten. Het besloeg grotendeels tot wat later Joegoslavië werd genoemd. De World Book Encyclopedia zegt hierover:

‘Het volk van Thrace bestond uit woeste Indo-europeanen, die hielden van oorlogvoering en plundering.’ [8]

Tiras werd vereerd door zijn nakomelingen als Thuras, of Thor, de god van de donder.

 

De vier zonen van Ham

Verder met de zonen van Cham: Kus, Misraïm, Put en Kanaän (Genesis 10:6).

De nakomelingen van Cham leven hoofdzakelijk in zuidwest Azië en Afrika. De Bijbel refereert vaak aan Afrika als het land van Cham (Psalm 105:23,27; 106:22). De naam van Noach’s kleinzoon Kus is het Hebreeuwse woord voor oud Ethiopië (van Aswan in zuidelijke richting naar Khartoem). Zonder uitzondering is het woord Ethiopië in de Engelse Bijbel altijd de vertaling van het Hebreeuwse woord Kus. Josephus geeft de naam weer als Chus, en zegt dat de Ethiopiërs ‘tot de dag van vandaag Chusieten genoemd worden, zowel binnen hun eigen groep als door alle overige mensen in Azië’. [9]

De kleinzoon van Noach die hierna vermeld staat was Misraïm. Misraïm is het Hebreeuwse woord voor Egypte. De naam Egypte verschijnt honderden malen in het Oude Testament en (een uitzondering daargelaten ) is altijd een vertaling van het woord Misraïm. Bijv. bij de begrafenis van Jacob, waar de Kanaänieten de rouwklacht van de Egyptenaren gadesloegen en daarom de naam Abel-Misraïm gaven aan die plaats (Genesis 50:11).

‘Put’, de naam van Noach’s volgende kleinzoon is de Hebreeuwse naam voor Libië. Het wordt drie maal op deze wijze vertaald in het Oude Testament. De oude rivier de Put bevond zich in Libië. In de dagen van Daniël, werd de naam gewijzigd in Libië (Daniël 11:43). Josephus zegt, ‘Put was ook de oprichter van Libië, en vernoemde de inwoners naar zichzelf, Putieten’. [9]

De naam van Noach’s volgende kleinzoon, Kanaän, is de Hebreeuwse naam voor de algemene regio die door de Romeinen werd aangeduid met Palestina, ofwel het moderne Israël en Jordanië. Hier moeten we ook kort een aantal nakomelingen van Cham vermeldden (Genesis 10:14–18). We zien de Patrusieten uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen (duidelijk ook de grondslag voor de naam Palestina), en Sidon, de stichter van de oude stad die zijn naam draagt, en Heth, de aartsvader van het oude imperium van de Hettieten. Ook deze nakomeling wordt vermeld in Genesis 10:15–18 als de stamvader van de Jebusieten (Jebus was de oude naam voor Jeruzalem—Richteren 19:10), De Amorieten, Girgasieten, Chiwwieten, Arkieten, Sinieten, Arwadieten, Semarieten, en de Hamatieten waren de oude volken die leefden in het land van Kanaän.

De meest bekende nakomeling van Cham was Nimrod, de stichter van Babel (Babylon) en van Erech, Accad en Calneh in Shinar (Babylonië).

 

De vijf zonen van Sem

Tenslotte de zonen van Sem: Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram. (Genesis 10:22).

Grote imperiums uit het verleden: Egypte, Assyrië, Babylon en Perzië hebben allen sterke historische verbindingen met de bijbelse figuren die verbonden zijn met de zonen van Noach. De meeste zo niet alle volkeren en naties kunnen via de zonen van deze mannen herleid worden.
Carved statue
Een groot beeldhouwwerk van de grote Farao Ramses II van Egypte.
Ruïnes
Ruïnes van de oude Nabateaanse stad van Petra.

Elam is de oude naam voor Perzië, en Perzië is de oude naam voor Iran. Tot aan de periode van Cyrus werden deze mensen Elamieten genoemd en zelfs in de tijd van het Nieuwe Testament werden ze dikwijls zo genoemd. In Handelingen 2:9, werden op de pinksterdag de Joden vanuit Perzië, Elamieten genoemd. De Perzen stammen dus zowel van Elam, de zoon van Sem als ook van Madai, de zoon van Jafet af (zie hierboven). Sinds de 30er jaren van de 20e eeuw noemen ze hun land Iran.

Het is interessant om te vermeldden dat het woord ‘Ariër’, wat Adolf Hitler zo fascineerde, een verbuiging is van het woord ‘Iran’. Hitler had het voornemen om een zuiver Arisch-ras van supermensen voort te brengen. Maar de feitelijke aanduiding Ariër duidt nu juist op een gemengde familielijn van Semmieten en Jafetieten!

Asshur is het Hebreeuwse woord voor Assyrië. Assyrië behoorde tot een van de grote oude wereldrijken. Iedere keer als de woorden Assyrië of Assyriers in het Oude Testament voorkomen, zijn ze vertaald van het woord Asshur. Hij werd vereerd door zijn nakomelingen.

‘Inderdaad, zo lang Assyrië heeft bestaan, dat was tot 612 v. CHR, werden de verslagen van veldslagen, diplomatieke dienstmededelingen en buitenlandse nieuwsberichten dagelijks voorgelezen voor zijn standbeeld; en iedere Assyrische koning beweerde dat hij de kroon alleen droeg met de uitdrukkelijke toestemming van Asshur’s goddelijke geest.’ [10]

Arpachsad was de voorvader van de Chaldeeën. Dit werd bevestigd door de kleitabletten van Nuzi, die zijn naam weergeven als ‘Arip-hurra, de stichter van Chaldea.’ [11] Zijn nakomeling Eber, gaf zijn naam aan het Hebreeuwse volk via de lijn van Eber-Peleg-Reu-Serug-Nahor-Terah-Abram (Genesis 11:16–26). De andere zoon van Eber, Joktan, had 13 zonen (Genesis 10:26–30), die zich blijkbaar allemaal hebben gevestigd in Arabië.[12]

Lud was de stamvader van de Lydiers. Lydië bevond zich, in wat nu West Turkije heet. Hun hoofdstad was Sardis. Een van de zeven gemeenten van Azië bevond zich in Sardis (Openbaringen 3:1).

Aram is het Hebreeuwse woord voor Syrië. Telkens wanneer in het Oude Testament het woord Syrië verschijnt, is het een vertaling van het woord Aram. De Syriër’s noemen zichzelf Arameeërs, en hun taal wordt Aramees genoemd. Voordat het Griekse imperium zich uitbreidde was Aramees de internationale taal (2 Koningen 18:26). Toen Jezus aan het kruis, uitriep, ‘Eloï, Eloï, lama sabachtani’ (Markus 15:34),[13] sprak Hij Aramees, de taal van het gewone volk.

Conclusie

We hebben slechts in vogelvlucht gekeken naar de zestien kleinzonen van Noach,[14] maar voldoende om aan te tonen dat ze werkelijk hebben geleefd. We zien dat ze werkelijk diegenen waren dat de Bijbel zegt dat ze waren, en dat hun nazaten duidelijk zijn terug te vinden op de bladzijden van de geschiedenis. Het is niet alleen zo dat de Bijbel geen verzameling van mythen en legenden is, maar Zij is een unieke sleutel naar de geschiedenis van de vroegste eeuwen van de wereld.

 

Zie ook het artikel In de dagen van Peleg voor meer informatie over de verspreidding vanuit Babel.

 


Referenties en aantekeningen

[1] Josephus: Complete Works, Kregal Publications, Grand Rapids, Michigan, ‘Antiquities of the Jews’, 1:6:1 (i.e. book 1, chapter 6, section 1).
[2] J. Davis, History of the Welsh Baptists from the Year Sixty-three to the Year One Thousand Seven Hundred and Seventy, D.M. Hogan, Pittsburgh, 1835, opnieuw gepubliceerd door The Baptist, Aberdeen, Mississippi, p. 1, 1976.
[3] Encyclopædia Britannica, 2:422, 1967.
[4] Encyclopædia Britannica, 20:116, 1967.
[5] A.C. Custance, Noah’s Three Sons, Vol.1, ‘The Doorway Papers’, Zondervan, Michigan, p. 92, 1975.
[6] Encyclopædia Britannica 3:332, 1992.
[7] Bill Cooper, After the Flood, New Wine Press, Chichester, England, p. 203, 1995. (een Nederlandse vertaling van dit boek; Na de vloed is on-line beschikbaar op de Genesis-Homepage).
[8] World Book Encyclopedia, Vol. 18, p. 207, 1968.
[9] Ref. 1, 1:6:2.
[10] Ref. 7, p. 170.
[11] Ref. 7, p. 172.
[12] Ref. 5, p. 117.
[13] Matteus 27:46 en Markus 15:34 citeren de Aramese vorm van Psalm 22:1, maar Matteus werkt Eloi om tot het Hebreewse Eli.
[14] Bijvoorbeeld, we doen hier geen poging om de oorsprong van de Chinezen te herleiden. Voor bewijsmateriaal over dit onderwerp verwijzen we naar ‘The original, “unknown” God of China’, Creation 20(3):50–54, 1998. Zie ook hoe ancient Chinese Characters laten zien dat de oude Chinezen wisten van het bestaan van de evangelieboodschap zoals we dat vinden in het boek Genesis.

Harold Hunt was 40 jaar lang werkzaam als predikant in verschillende kerken in Tennessee, Georgia en Mississippi. Momenteel schrijft hij een ‘vers voor vers bijbelcommentaar’ over de zendbrieven van Paulus.

Originele Engelse tekst op: http://www.answersingenesis.org/creation/v20/i4/noah.asp

DELEN
Vorig artikelSpraakverwarring
Volgend artikelWaar kwam Kaïns vrouw vandaan?
Harold Hunt is een auteur die enkele artikelen voor de Journal of Creation heeft geschreven.