Ontmoet ‘Ardi’!

Ontmoet ‘Ardi’!
door AIG
3 oktober 2009
vertaling MvdG/HR, Werkgroep In Genesis

Kan een fossiel evolutionaire bewijzen bevatten als het de idee van een missing link ondermijnt?

Evolutionisten zijn er nog niet over uit of ze Ardi een voorloper van de mens moeten noemen. Één ding weten ze wel zeker, ‘Ardi’ laat de idee van de ‘missing link’ verdwijnen. Deze overtuiging kwam duidelijk naar voren toen evolutionaire wetenschappers onlangs met hun conclusies naar de media stapten. En de avond tv nieuwsuitzendingen van Amerika en ’s werelds belangrijkste ochtendkranten namen dit over.

Alhoewel de eerste ontdekkingen van botten van de Ardipithecus ramidus in de jaren 1990 waren, worden ze nu pas genomineerd voor de ‘hall of Fame’ voor Evolutionistische fossiellen-door een groot aantal artikelen in een special van het tijdschrift Science. Hierin beschrijven Ardi’s onderzoekers de botten en onderbouwen de stelling dat Ardi nog belangrijker is voor de menselijke evolutie dan Lucy.

Maar ondanks de claims van het evolutionaire belang van Ardi, zei een van de wetenschappers die Ardi bestudeerd had: “Het is geen chimpansee. Het is geen mens”. Want in tegenstelling tot de hypothetische ‘missing link’ (die zowel kenmerken van een chimpansee als van een mens zou bevatten), laat Ardi’s anatomie–zoals gereconstrueerd door de wetenschappers–zien dat Ardi anders is dan mensen en dan andere apen! Daarom hebben de wetenschappers het idee van een missing link geschuwd: “Het laat zien dan de laatste gemeenschappelijke voorouder [van mensen en] de chimpansee, niet leek op een chimpansee, of een mens, of iets vreemds ertussenin,” verklaarde de paleontoloog Alan Walker van de Penn State University (die geen deel uitmaakte van het onderzoek).

De eerste vraag die creationisten moeten beantwoorden is: wat is Ardi nu precies? We kunnen snel een aantal belangrijke dingen wegstrepen die het niet is: het is geen menselijk fossiel, en het is ook geen compleet fossiel. Feitelijk is het al misleidend om naar ‘het’ te verwijzen, omdat Ardi een gedeeltelijk skelet is dat is samengesteld op basis van een beperkt aantal botten van op zijn minst 36 A. ramidus individuen. De eerste botten, die als 4,4 miljoen jaar oud gedateerd worden, werden in het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw in Ethiopië gevonden. De vertraging in de publicatie van een analyse werd gedeeltelijk veroorzaakt door de slechte staat van de overblijfselen. “Het kostte ons vele, vele jaren om de botten schoon te maken in het Nationale Museum van Ethiopië en vervolgens bezig te gaan met het herstellen van het skelet naar zijn oorspronkelijke afmetingen en vorm; om het vervolgens te bestuderen en te vergelijken met alle andere fossielen die we kennen uit Afrika en elders, en ook met hedendaagse vormen,” volgens Tim White van de Universiteit van Berkeley in Californië

De blog Evolution News & Views gaf een kritischere kijk op hoe de slechte staat van het fossiel twijfels werpt op de aandacht trekkende claims van wetenschappers. Een veelzeggende quote komt uit National Geographic News (uit hetzelfde artikel dat Walker citeerde, hierboven gelinked):

De eerste gefragmenteerde vondsten van Ardipithecus werden gedaan in Aramis in 1992 en gepubliceerd in 1994. Het vandaag aangekondigde skelet is in het zelfde jaar gevonden en in de volgende drie seizoenen opgegraven samen met de botten van andere individuen. maar het duurde 15 jaar voordat het onderzoeksteam het skelet volledig kon onderzoeken en publiceren., omdat de fossielen in een erg slechte staat waren.

Nadat Ardi was gestorven, zijn haar overblijfselen klaarblijkelijk de modder ingetrapt door nijlpaarden en andere passerende herbivoren. Miljoenen jaren later werden de ernstig vertrapte en vervormde botten door erosie weer aan het oppervlak gebracht.

Ze waren zo broos dat ze in stof veranderden zodra ze werden aangeraakt. Om de waardevolle fragmenten te redden verwijderden White en zijn collega’s de fossielen met de omliggende rotsen. Daarna peuterden de onderzoekers, in een laboratorium in [Ethiopië], onder een microscoop de botten voorzichtig uit de rotsstructuur, gebruikmakend van een naald, “millimeter na submillimeter” voortgang boekend, volgens het team in Science. Dit proces alleen al duurde meerdere jaren.

Stukken van de verbrijzelde schedel zijn door de CT-scan gehaald en digitaal weer in elkaar gepast door Gen Suwa, een paleantropoloog van de Universiteit van Tokyo.

Als uitgangspunt moeten creationisten dus onthouden dat—zoals bij vele fossielen—de staat van de vondsten veel minder goed is dan wat de beelden in media en ‘reconstructies’ ons voorspiegelen. (Het ‘complete’, 4 voet (1,5m) grote Ardi fossiel wordt getoond op de voorkant van de speciale Science uitgave.)

We weten ook, zoals Walker (hierboven) uitlegde, dat Ardi feitelijk vele verschillen vertoonde met zowel andere apen als mensen. Owen Lovejoy van de Kent State Univeristy beschrijft een aantal kenmerken: “Ze heeft opponeerbare grote tenen en ze heeft een pelvis die haar in staat stelt om goed overweg te kunnen met boomtakken. Dus de helft van haar leven werd doorgebracht in de bomen; ze heeft genest in bomen en af en toe gegeten in bomen, maar als ze op de grond was liep ze rechtop op een manier die erg lijkt op hoe jij en ik lopen.”
Natuurlijk wijzen we erop dat de wetenschappers Ardi niet daadwerkelijk hebben zien lopen; hun aanname is gebaseerd op de reconstructie van de botten. Bovendien hadden Ardi’s voeten niet alleen opponeerbare tenen maar hadden ze ook geen wreef, wat Ardi onderscheidt van mensen en betekent dat “ze geen grote afstanden kon lopen of rennen,” volgens BBC News. National Geographic News tekent verder aan dat “Ardi zal op haar handpalmen hebben gewandeld als ze zich door de bomen bewoog—meer zoals sommige fossiele apen dan zoals chimpansees en gorilla’s.”

In feite zijn de evolutionaire onderzoekers, ondanks de krantenkoppen en de hype, niet eens zeker genoeg om te zeggen dat Ardi een menselijke voorouder is en niet gewoonweg een uitgestorven aap. BBC News zegt:

Zelfs al is het niet op de directe lijn naar ons, het geeft ons toch nieuw inzichten in hoe we zijn geëvolueerd van de gemeenschappelijke voorouder die we met de chimpansee delen, zegt het team

Als antwoord op de vraag of A. ramidus een directe voorouder was van ons of niet, zei het team dat meer fossielen van andere locaties en andere periodes nodig waren om een antwoord op die vraag te geven.

“We zullen veel meer fossiele vondsten uit de periode van 3 tot 5 miljoen jaar geleden moeten hebben om in de toekomst met zekerheid een antwoord te geven op die vraag,” zeiden de wetenschappers in een document dat hun artikelen voor het tijdschrift begeleidde.

“Maar als Ardipithecus ramidus feitelijk niet de soort was die een directe voorouder van ons was, dan moet ze er toch nauw verwant aan zijn geweest, en vergelijkbaar zijn in uiterlijk en aanpassing aan de leefomgeving.”

Niet alleen bestaat die onzekerheid; verscheidene wetenschappers hebben toegegeven sceptisch te zijn over de Ardi documenten. Paleoantropoloog David Pilbeam van Harvard University vertelde aan ScienceNow, “Ik vind het moeilijk te geloven dat de grote aantallen overeenkomsten tussen chimpansees en gorilla’s naast elkaar zijn geëvolueerd.” (Wij hebben in het verleden ook kritiek geuit op het idee van convergerende evolutie, zij het vanuit het tegenovergestelde perspectief.)

Ook bekritiseerd anatoom William Jungers van de Stone Brook University de conclusie dat Ardi rechtop kon lopen: “Dit is een fascinerend skelet, maar gebaseerd op wat ze presenteren, is het bewijs voor tweevoetigheid op zijn best beperkt. Uitwijkende grote tenen worden geassocieerd met grijpen, en deze heeft één van de meest uitwijkende tenen die je je kan voorstellen. Waarom zou een dier dat volledig is aangepast om zijn gewicht op zijn onderarmen te dragen in de bomen er voor kiezen om op twee voeten op de grond te lopen?” vertelde hij aan National Geographic News.

Tenslotte vragen sommige wetenschappers hoe Ardi in het evolutionaire schema past met Australopitheci zoals Lucy, een andere veronderstelde menselijke voorouder waarvan gezegd wordt dat ze in een recentere periode dan Ardi heeft geleefd. Was er genoeg tijd in de evolutionaire tijdslijn, voor de primitieve Ardi om te evolueren tot de minder primitieve Lucy? De BBC citeert Chris Stinger van Londen’s Museum van Natuurlijke Geschiedenis die zegt, “Met de Australopitheci die 4 miljoen jaar geleden begonnen zou je verwachten dat de ontwikkeling verder was zo’n 4,4 miljoen jaar geleden. OK, het is mogelijk dat er zeer snelle verandering was, misschien; of Ardipithecus kan een rest vorm zijn, een overblijfsel van een wat oudere fase in de evolutie die was blijven bestaan. Wellicht vinden we iets van 4,4 miljoen jaar oud wat meer lijkt op de Australopitheci elders in Afrika.”

We moeten toegeven dat vanuit ons standpunt gezien, we steeds ongevoeliger worden voor alle ophef die in toenemende mate ontstaat rond iedere volgende ontdekking die de evolutie ondersteund. Rond de onthulling van Ardi is een spectaculaire media drukte, maar in vele opzichten verschilt deze weinig van de hype rond Ida, minder dan vijf maanden geleden (zie Is Ida werkelijk de ‘missing link’?). Die hype was snel ontmaskerd als op zijn best onterecht en op zijn slechts oneerlijk (zie Ida (Darwinius masillae): the Real Story of this “Scientific Breakthrough”). Op dezelfde manier lijken de geregisseerde publicatie van zo vele artikelen over Ardi en de commotie die daar het gevolg van zijn misschien meer te maken hebben met het zoeken van publiciteit dan met wetenschap. Kan het misschien zo zijn dat de voortdurende druk op wetenschappers om iets van evolutionair ‘belang’ te vinden heeft geleid tot een systematisch aanleiding om een grote show te maken (om het plat te zeggen) van een anders onbetekenend fossiel? (Zie The Dating Game voor meer op dit gebied.)

Misschien zijn we nu een beetje te hard. Evolutionisten geloven dat onze eigen oorsprong ligt begraven in fossielen zoals Ardi. Het is dus niet verwonderlijk dat zij het verlangen hebben zulke vondsten te interpreteren in het licht van de menselijke evolutie. Maar in gevallen zoals Ardi (en Ida, Lucy, enz.) ziet goede wetenschap af van het maken van zulke ontestbare, door vooronderstellingen gedreven claims.

Gezien de grote hoeveelheid en de scope van de artikelen die deze week over Ardi zijn gepresenteerd, zal het wel enige tijd duren voordat creationisten vertrouwen hebben in onze conclusie over Ardi en zijn familie. Maar gebaseerd op onze eerste indruk lijken de feiten stevig het idee te ondersteunen dat Ardi een viervoetige aap was met weinig overeenkomsten met de mens (i.e. niet meer dan de meeste apen); het sleutelargument dat de basis is voor de zogenaamde link tussen Ardi en de mens (waarover zelf de auteurs twijfelen om het bevestigen), is het idee dat het rechtop liep-een idee dat zelfs door evolutionisten is bekritiseerd. En we moeten niet vergeten dat al deze conclusies afgeleid worden uit een digitale reconstructie en faalbare reconstructies van botten die in uiterst slechte staat waren.

Zonder een levende ‘Ardi’ om te observeren, zullen wetenschappers slechts in staat zijn om waarschijnlijke conclusies te trekken over zijn eigenschappen. Wat ons betreft is de ‘evolutionaire’ dreiging voor creationisten die van Ardi komt niet meer dan die van Ida: viz. geen.