Onze heldere ster: waarom de zon niet miljarden jaren oud kan zijn

Zowel alle levende wezens op aarde als de wind- en waterkringlopen halen op een of andere manier hun energie uit de zon; de zon zelf haalt haar energie uit nucleaire reacties, die in de zon gebeuren. In theorie zou de kern van de zon beginnen te krimpen naarmate meer van haar nucleaire brandstof opbrandt. Hierdoor zouden de kernreacties makkelijker kunnen plaatsvinden. De zon zou dus helderder moeten gaan schijnen naarmate ze ouder wordt (zie onder).

Maar dit betekent ook dat, indien de zon echt al miljarden jaren bestaat, ze vroeger minder helder moet zijn geweest. Toch zijn er nergens in de zogenaamde miljarden jaren van de aardgeschiedenis aanwijzingen te vinden dat de zon ‘bleker’ was. Sterrenkundigen noemen dit de “bleke, jonge zon paradox”, maar als de zon slechts 6.000 jaar oud is, zoals we uit de Bijbel kunnen halen, is er helemaal geen sprake van een paradox.

Evolutionisten geloven dat het leven voor het eerst zo’n 3,8 miljard jaar geleden op aarde verscheen. Als dit klopt, dan zou de zon vandaag 25% helderder moeten zijn dan toen! Dit suggereert ook dat de hele aarde een gemiddelde temperatuur van –3 °C moet zijn geweest. De meeste paleontologen geloven daarentegen dat de aarde juist warmer moet zijn geweest.1 De enige manier om dit op te lossen is door aan te nemen dat er vroeger een sterker broeikaseffect is geweest dan vandaag2, met ongeveer 1.000 keer meer CO­­2 in de atmosfeer dan vandaag.3 Dit zijn arbitraire en onrealistische veronderstellingen.

Het wetenschappelijk bewijsmateriaal is in overeenstemming met de ouderdom van de zon zoals men kan afleiden uit de Bijbel. In 6.000 jaar tijd is er geen significante toename in energieafgifte van de zon te verwachten. Alleen de veronderstellingen van wetenschappers dat de aarde of zon miljarden jaren oud zijn geven moeilijkheden met hun eigen theorieën.

Waarom wordt de zon warmer?
Sterren, ook de zon, verkrijgen hun energie uit nucleaire kernfusie. Dit is een proces waarbij kleine, extreem snel bewegende atoomkernen samensmelten om één grotere kern te vormen (de kern is het kleine, positief geladen deel van een atoom dat bijna alle massa [protonen en neutronen] bevat). Bij dit proces gaat wat massa verloren, dat wordt omgezet in een enorme hoeveelheid energie, zoals blijkt uit Einsteins beroemde formule: E = mc2. In de zon wordt elke seconde 4 miljoen (4.000.000) ton aan materie omgezet in energie. Dit is enorm veel, maar toch verwaarloosbaar in vergelijking met de totale massa van de zon: 1,99 × 1027 (1.990.000.000.000.000.000.000.000.000) ton.
Bij kernfusie in de sterren worden 4 waterstofkernen (H) omgevormd tot 1 heliumkern (He).4 De zon lijkt hierdoor op een reusachtige waterstofbom.5 Kernfusie produceert een grote hoeveelheid neutrino’s, deeltjes met een extreem kleine massa.6 Deze spookdeeltjes zouden door lichtjaren dikke loden platen kunnen gaan, zonder moeite. Tegenwoordig is het bekend dat ze tussen verschillende ‘smaken’ overschakelen.7
Eén groot en zwaar kerndeeltje (zoals helium) neemt veel minder plaats in dan vier kleine kerndeeltjes (zoals waterstof). Als de zon ‘opbrandt’ neemt de dichtheid dus toe8 en krimpt de zonnekern waar de kernfusie plaatsvindt. De druk en temperatuur nemen hierdoor toe en versnellen het kernfusieproces waardoor de zonnekern meer hitte afgeeft. Daarom zou de zon gedurende miljarden jaren veel helderder moeten worden.

Referenties en voetnoten

  1. Faulkner, D., “The young faint sun paradox and the age of the solar system”, TJ 15 (2): 3-4, 2001.
  2. Zoals de vooraanstaande verdediger van de ‘dag-periode’-theorie, Hugh Ross, voorstelt in: The Faint Sun Paradox, Facts for Faith 10, 2002.
  3. Analyses van acritarchen (eucaryotische microfossiele algen) die op 1,4 miljard jaar werden gedateerd–de zon zou ongeveer 88% zo helder zijn als vandaag–geven aanwijzingen voor een CO2-gehalte van 10-200 keer het niveau van vandaag. Toch blijven de onderzoekers hopen dat dit een compensatie zou zijn voor de ‘bleke’ zon. Kaufman, A., Xiao, S., ‘High CO2 levels in the Proterozoic atmosphere estimated from analyses of individual microfossils’, Nature 425 (6955): 279-282, 18 september 2003.
  4. Vier waterstofatomen (massa = 1,008) worden omgevormd tot helium (massa = 4,0039) waardoor 0,0281 atoommassa eenheden verloren gaan (1 AMU = 1,66 × 10–27 kg), waardoor 4,2 × 10–12 Joule aan energie vrijkomt.
  5. De waterstofbom bevat de zwaardere waterstofisotopen deuterium en tritium en wat lithium. De zon gebruikt slechts waterstof, waarbij kernfusie veel moeilijker is, maar waardoor de zon gelukkig wel gelijkmatiger brandt. Deuterium is een moeilijk te vormen tussenstap en beperkt daarom de fusiesnelheid in de zon; de waterstofbom slaat deze stap over door te beginnen met deuterium.
  6. De complete reactie ziet er als volgt uit: 4 1H à4He + 2e++ 2νe, waar e+ een positron (of anti-elektron) voorstelt en νe een elektron-neutrino.
  7. Dit was een enorm probleem voor de kernfusie theorie (en dus ook voor miljarden jaren) voordat de oscillatie (het overschakelen) van neutrino’s was aangetoond. Theoretisch fysici onderwezen namelijk dat neutrino’s een rustmassa hadden van precies 0, wat oscillatie onmogelijk zou maken. Maar in 2001 werd oscillatie gedetecteerd, en daarmee werd het bewijs geleverd tegen de beweringen van de fysici. Zie ook: Newton, R., Missing neutrinos found! No longer an ‘age’ indicator, TJ16(3):123–125, 2002.
  8. Evolutionisten nemen aan dat de kern van de zon voor 4,5 miljard jaar aan ‘helium-brandstof’ bevat, maar dit is niet direct waargenomen. Maar of de zon nou nog meer helium heeft dan wordt aangenomen, de aanwijzingen laten zien dat de zon nooit ‘bleek’ is geweest. Liever gezegd: de grote hoeveelheid helium zou eerder een ontwerp-kenmerk zijn, aangezien de zon dan warm genoeg zou zijn. Het kan ook een reden zijn voor waarom onze zon zo exceptioneel stabiel is in vergelijking met andere sterren van dezelfde spectrale klasse. Zie ook: Sarfati, J., The sun: our special star, Creation 22(1):27–30, 1999. Maar de leeftijd van de zon wordt eigenlijk helemaal niet direct gemeten door ‘long-agers’. Ze beredeneren het door radioactieve straling van meteorieten te meten, wat weer hele andere problemen met zich meebrengt.