Hoe zit het met argumenten voor evolutie zoals overeenkomsten?

Hoe zit het met argumenten voor evolutie zoals overeenkomsten?
Door Ken Ham, Jonathan Sarfati, en Carl Wieland, red. Don Batten
Voor het eerst gepubliceerd in The Revised and Expanded Answers Book, Hoofdstuk 7.
Vertaling (4BQ versie) Werkgroep In Genesis

Bewijzen de overeenkomsten tussen schepsels een gemeenschappelijke voorouder? Komt het DNA van mens en chimpansee grotendeels overeen? Gaan menselijke embryo’s door dierlijke stadia tijdens hun ontwikkeling? Hebben we nutteloze dierlijke overblijfselen in ons? Hoe zit het met ‘aap-mensen’?

Wij hebben in heel veel opzichten overeenkomsten met dieren, in het bijzonder met apen. En evolutionisten betogen dan ook dat wij verwant met hen zijn en dus een gemeenschappelijke voorouder moeten hebben.

De Bijbel zegt in Genesis 1 dat God de mens op een bijzondere manier schiep, als een man en een vrouw:

En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. (Genesis 1:26)

God schiep de mens naar Zijn beeld, niet naar het beeld van dieren. Dit betekent dat net als God, de mens in staat zou zijn tot zaken als onzelfzuchtige liefde, moreel oordeel en geestelijk onderscheidingsvermogen. De mens werd ook geacht om over de dieren te heersen.

In Genesis 2 krijgen we meer details over het scheppingsproces te horen en lezen we dat Adam werd geformeerd uit ‘het stof der aarde’ (Genesis 2:7). Toen God het oordeel uitsprak over Adam, bevestigde Hij dat Adam voortkwam uit de aarde:

In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren. (Genesis 3:19).

Sommigen willen het verslag van de schepping van de mens in Genesis graag allegoriseren, om het in overeenstemming te brengen met de huidige trend die zegt dat de mens evolueerde uit de apen. De Bijbel weerlegt dit hier direct in Genesis: want als het stof waaruit Adam werd gemaakt moet worden gezien als de aap van waaruit hij evolueerde, dan moet Adam weer veranderen in een aap vanwege zijn zonde! Natuurlijk is dit niet zo want de Bijbel is er duidelijk over dat de mens een bijzondere schepping is.

Het is een feit dat ook de verschillende soorten dieren en planten individueel werden geschapen, niet enkel de mens. Zij moesten nageslacht voortbrengen ‘naar hun aard’ (Genesis 1:11, 12 e.v.,21, 24, 25). Dit betekent dat boonplanten bedoeld zijn om bonen voort te brengen, runderen zouden runderen voortbrengen, enz. Er is dus geen enkele aanwijzing in de Schrift voor een evolutieproces, waarbij het ene soort organisme zou veranderen in een fundamenteel andere soort.

Evolutionisten geloven niet enkel dat de mens evolueerde vanuit een aapachtig wezen, maar ook dat uiteindelijk alles evolueerde vanuit een eencellig organisme, dat op zijn beurt weer voort zou zijn gekomen uit niet-levende materie. Zij betogen dat de overeenkomsten tussen levende dingen bewijst dat zij evolueerden uit elkaar. Zij halen dan zaken aan als de overeenkomsten tussen het DNA van mensen en chimpansees, veronderstelde overeenkomsten tussen embryo’s, rudimentaire organen, en fossielen waarvan beweerd wordt dat ze overgangen zijn tussen verschillende soorten – zoals de veronderstelde ‘aapmensen’. Laten we eens een paar van die beweringen onderzoeken.

Overeenkomsten in het DNA van mensen en chimpansees

Dikwijls wordt beweerd dat het DNA van mensen en chimpansees voor bijna 100% overeenkomt. De aangehaalde cijfers variëren van 97%, 98% tot zelfs 99% overeenkomst, afhankelijk van wie de cijfers afkomstig zijn. Maar wat vormt de basis voor deze beweringen? En wijzen de feiten erop dat er daadwerkelijk niet veel verschil is tussen chimpansees en mensen? Zijn wij slechts (heel licht) geëvolueerde apen?

In de eerste plaats zijn overeenkomstige kenmerken geen bewijs voor gemeenschappelijk voorgeslacht (evolutie), maar eerder voor een gemeenschappelijke ontwerper (schepping). Denk aan een Porsche en een Volkswagen Kever. Zij hebben allebei een achterin geplaatste luchtgekoelde, viercilindermotor, waarbij de cilinders tegenover elkaar geplaatst zijn, twee deuren, een bagageruimte voorin, en vele andere overeenkomsten (‘homologieën’). Waarom bezitten deze twee onderling zo verschillende wagens toch zoveel overeenkomsten? Omdat zij dezelfde ontwerper hadden! Of de overeenkomst nu morfologisch (in gedaante of vorm) of biochemisch is, het is geen argument om evolutie boven schepping te verkiezen.

Als de mens helemaal anders zou zijn dan alle levende dingen, of elk levend ding zou onderling volledig verschillend zijn, zou dat dan de Schepper aan ons openbaren? Neen! We zouden in dat geval kunnen denken dat er vele scheppers moeten zijn geweest, in plaats van één. De eenheid van de schepping is een getuigenis voor de Ene Ware God die alles maakte (Romeinen 1:20).

Als mensen volledig anders zouden zijn dan alle andere levende wezens, hoe zouden wij dan kunnen leven? Wij moeten andere organismen eten om aan de nodige voedingsstoffen en energie te komen om te kunnen leven. Hoe zouden we deze kunnen verteren en hoe zouden we de aminozuren, suikers, enz. kunnen gebruiken, als ze geheel verschillend zijn van datgene wat wij in ons lichaam hebben? Biochemische overeenkomst is voor ons een vereiste om over voedsel te kunnen beschikken!

Het DNA in de cellen bevat veel van de informatie die nodig is voor de ontwikkeling van een organisme. Dus als twee organismen overeenkomsten vertonen, verwachten we dat er ook overeenkomsten zijn in hun DNA. Het DNA van een koe en een walvis, twee zoogdieren, zouden meer overeenkomsten moeten hebben dan het DNA van een koe en een worm. Als dat niet zo zou zijn, dan zou het idee van DNA als informatiedrager in levende dingen ter discussie moeten worden gesteld.

Mensen en apen vertonen veel uiterlijke overeenkomsten, dus is het logisch te verwachten dat er ook overeenkomsten zijn in hun DNA. Van alle dieren vertoont de chimpansee de meeste overeenkomsten met de mens, dus zouden we verwachten dat zijn DNA zeer sterk lijkt op dat van de mens.

Bepaalde biochemische eigenschappen komen voor bij alle levende dingen. Zo is er zelfs een mate van overeenkomst tussen DNA van gist, en dat van de mens. Omdat menselijke cellen veel kunnen doen wat ook gist kan doen, zijn er overeenkomsten in de DNA-reeksen die code bevatten voor de enzymen en proteïnes en die dezelfde taken verrichten in beide celtypen. Sommige van de reeksen zijn vrijwel identiek. Dit geldt bijvoorbeeld voor de reeksen die de code bevatten voor de proteïnen die betrokken zijn bij de chromosomenstructuur.

Wat moeten we dan denken van de mogelijke overeenkomst van 97% die tussen mensen en chimpansees zou bestaan? De cijfers betekenen niet helemaal wat de wat populaire publicaties en zelfs sommige wetenschappelijke bladen wel beweren. DNA draagt zijn informatie in de reeks van vier chemische samenstellingen, nucleotiden genaamd, afgekort C, G, A, T. Per groep van drie worden deze chemische ‘letters’ ‘gelezen’ door een complex vertalingmechanisme in de cel om de reeks van aminozuren, (waarvan er 20 verschillende types zijn) te bepalen en zo tot eiwit te worden verwerkt.

Het menselijk DNA bezit 3 miljard nucleotiden. De DNA-reeksen van de mens en de chimpansee zijn nog niet allemaal vertaald zodat een goede vergelijking nog niet kan worden gemaakt. [1] Het kan zelfs nog even duren voordat een dergelijke vergelijking gemaakt kan worden. Want hoewel wij de menselijk DNA-reeksen bijna volledig kennen, geldt dat niet voor die van de chimpansee omdat het DNA van de chimpansee een veel lagere prioriteit heeft.

Waar komt de overeenkomst van 97% dan vandaan? Deze is afgeleid van een tamelijk grove methode, genaamd DNA-hybridisatie. [2] Er zijn echter verscheidene oorzaken waarom DNA wel of niet hybridiseert. En slechts één daarvan is de mate van overeenkomst. Om die reden gebruiken wetenschappers die werken in het veld van de moleculaire homologie, deze enigszins willekeurige gegevens niet; in plaats daarvan worden gegevens uit de ‘melting curve’ (smeltcurve) gebruikt.

De oorspronkelijke publicaties drukten de fundamentele basisdata niet af en de lezer moest de interpretatie van die data ‘in geloof’ aanvaarden. Onderzoeker Sarich en zijn medewerkers [3] verkregen de data en ontdekten aanzienlijke slordigheden in zowel het genereren van de data, als in de statistische analyse. [4] Zelfs wanneer al het overige boven kritiek verheven zou zijn, komt het 97%-cijfer voort uit een fundamentele statistische fout: men heeft het gemiddelde genomen van twee waardes zonder rekening te houden met verschillen in het aantal waarnemingen die leidden tot de uiteindelijke cijfers. Wanneer een juist gewogen gemiddelde wordt berekend dan is het 96%, niet 97%. Maar los daarvan miste het onderzoek ware reproduceerbaarheid zodat er aan de resultaten van Sibley en Ahlquist geen echte betekenis gehecht kan worden.

Maar stel dat het menselijke en chimpansee-DNA inderdaad 97% homoloog (overeenkomstig) zouden zijn? Wat zou dat betekenen? Zou dat betekenen dat de mens geëvolueerd zou kunnen zijn uit een gemeenschappelijke voorouder, samen met de chimpansee? Geenszins! De hoeveelheid informatie in de 3 miljard basisparen in het DNA in elke menselijke cel, wordt geschat op het equivalent van 1000 boeken van 500 pagina’s elk. [5] Als de mens ‘slechts’ 3% zou verschillen, dan gaat het nog steeds om 90 miljoen basisparen, een equivalent van 30 dikke boeken met informatie.

Dit is een onoverkomelijke barrière voor mutaties (willekeurige veranderingen) om te overbruggen, zelfs gegeven de verscheidene miljoenen jaren waarvan in brede kring beweerd wordt die die hiervoor beschikbaar zou zijn.

Betekent een hoge graad van overeenkomst dat twee DNA-reeksen dezelfde betekenis en functie hebben? Neen, niet noodzakelijkerwijs. Vergelijk de volgende zinnen maar eens:

Er zijn vandaag de dag veel wetenschappers die het evolutiemodel en zijn atheïstische filosofische implicaties, in twijfel trekken.

Er zijn vandaag de dag niet veel wetenschappers die het evolutiemodel en zijn atheïstische filosofische implicaties, in twijfel trekken.

Deze zinnen zijn 97% homoloog en toch hebben ze een bijna tegenovergestelde betekenis! Er is hier een sterke analogie met de manier waarop grote DNA-reeksen kunnen worden aan- of uitgezet door relatief kleine besturingsreeksen.

Zelfs indien we de data als correct zouden aannemen, dan nog is er geen mogelijkheid dat mutaties de kloof zouden kunnen overbruggen tussen chimpansees en mensen. Chimpansees zijn louter dieren. Wij zijn gemaakt naar het beeld van God (en … er is geen aap die dit bovenstaande zal lezen of het met anderen zal bespreken).

Overeenkomsten tussen embryo’s

Veel mensen hebben gehoord dat het menselijke embryo door verschillende evolutionaire stadia gaat tijdens zijn vroege ontwikkeling in de baarmoeder, zoals het hebben van kieuwspleten als een vis, een staart als een aap, enz.

Haeckel's tekeningen (© Springer-Verlag GmbH & Co.)

Haeckel’s misleidende tekeningen (boven) en foto’s van de eigenlijke embryo’s (onder).
Van Richardson e.a.,15 gebruikt met toestemming. © Springer-Verlag GmbH & Co.

Dit concept is door de Duitse evolutionist Haeckel in de jaren kort voor 1870 gepopulariseerd en werd pretentieus de ‘biogenetische wet’ genoemd. Het staat ook bekend als ‘embryonale recapitulatie’ of ‘ontogenese gerecapituleerde fylogenie’, wat zoveel betekent als dat een organisme tijdens zijn ontwikkeling zijn veronderstelde evolutionaire geschiedenis opnieuw doorloopt. Dit houdt in dat een menselijk embryo als het ware door een visstadium, een amfibiestadium, een reptielstadium, enz gaat.

Binnen enkele maanden na de populaire publicatie van Haeckels werk in 1868, toonde een professor zoölogie en vergelijkende anatomie van de Universiteit van Bazel aan dat het onderzoek misleidend was. Degene die op dat moment de leerstoel anatomie aan de Universiteit van Leipzig bekleedde, een beroemde embryoloog, bevestigde deze kritiek. [6]

Deze wetenschappers toonden aan dat Haeckel op een misleidende manier zijn tekeningen van embryo’s had aangepast om ze meer op elkaar te laten lijken. Haeckel drukte zelfs dezelfde houtsnede verscheidene malen af, en zorgde er zo voor dat de embryo’s absoluut identiek leken. Vervolgens beweerde hij dat dit embryo’s waren van verschillende soorten! Ondanks deze ontmaskering verschenen Haeckels houtsneden vele jaren lang in leerboeken.

Is de ‘biogenetische wet’ dan van enige waarde? In 1965 zei evolutionist G.G. Simpson:

‘Het is nu duidelijk vastgesteld dat ontogenese (ontwikkeling van het individu) geen herhaling is van fylogenie (ontwikkeling van de soort of ras)’. [7]

Professor Keith Thompson (biologie aan Yale) zei:

Voorzeker, de biogenetische wet is zo dood als een pier. Ze werd uiteindelijk in de jaren vijftig uitgebannen uit de biologieleerboeken. Als een onderwerp van serieus theoretisch onderzoek, was ze al uitgeroeid in de jaren twintig. [8]

In een studieboek dat in de jaren 1990 nog op veel universiteiten werd gebruikt, werden de foutieve ideeën van Haeckel nog steeds onderwezen:

In veel gevallen kan men de evolutionaire geschiedenis van een organisme zich zien ontvouwen tijdens zijn ontwikkeling, waarbij het embryo karakteristieken vertoont van zijn voorouders. Bijvoorbeeld, vroeg in de ontwikkeling bezitten menselijke embryo’s kieuwspleten zoals een vis…[9]

Ondanks de bedriegelijke basis van het idee en de ontmaskering (zelfs door vele vooraanstaande evolutionisten) blijft het idee voortbestaan.

Wetenschappers die beter zouden moeten weten, hebben de mythe van embryonale recapitulatie in de jaren 1990 gepromoot. Wijlen Carl Sagan bijvoorbeeld, die veel gedaan heeft aan het populariseren van de wetenschap, beschrijft in een populair-wetenschappelijk artikel ‘Is it possible to be pro-life and pro-choice?’ de ontwikkeling van het menselijke embryo als volgt:

Tegen de derde week … lijkt het een beetje op een gelede worm… Tegen het eind van de vierde week … zijn kieuwspleten als van een vis of amfibie duidelijk waarneembaar … Het ziet eruit als een salamander of kikkervisje… Tegen de zesde week … reptielachtig gelaat… Tegen het eind van de zevende week … het gelaat als van een zoogdier, maar enigszins varkensachtig… Tegen het eind van de achtste week lijkt het gelaat op een primaat, maar is nog lang niet op dat van mens. [10]

Dit komt rechtstreeks van Haeckel en het is nonsens! Een menselijk embryo lijkt nooit reptielachtig of varkensachtig. Een menselijk embryo is altijd een menselijk embryo, vanaf het ogenblik van conceptie; het is nooit iets anders, in tegenstelling tot wat Sagan zei!

Het wordt niet menselijk, ergens na acht weken. De Bijbel zegt dat de ongeboren baby een klein menselijk kind is (Genesis 25:21-22; Psalm 139:13-16; Jeremia 1:5; Lukas 1:41-44), dus is abortus moord.

Kieuwspleten – iets visachtigs?

Het universiteitsleerboek waar hierboven naar werd verwezen, betoogt dat ‘menselijke embryo’s kieuwspleten als bij een vis bezitten’, alhoewel het al vele decennia bekend is dat menselijke embryo’s nooit ‘kieuwspleten’ hebben. Deze ‘faryngische bogen’, zoals ze feitelijk heten, of ‘keelzakjes’, hebben nooit een ademhalingsfunctie en zijn nooit ‘spleten’ of openingen. Ze ontwikkelen zich tot thymusklieren (zwezerik), parathyroïdklieren (bijschildklier) en middenoorkanalen. Deze hebben geen van alle iets te maken met de ademhalingsfunctie!

Gespecialiseerde embryologieleerboeken erkennen dat menselijke
embryo’s geen kieuwspleten hebben. Zo schreeft Langman bijvoorbeeld:

Omdat het menselijke embryo nooit kieuwen (branchia) heeft, zijn in dit boek de termen faryngische bogen en kloven opgenomen. [11]

Velen blijven echter spreken van ‘kieuwspleten’, in het bijzonder wanneer ze leerlingen lesgeven. De term heeft de overhand in school – en universiteitsleerboeken, maar is fout.

Meer onthullingen over de misleiding van Haeckel!

Degenen die hun best doen om de evolutiegedachte te populariseren, zullen na enig aandringen toegeven dat menselijke embryo’s geen kieuwspleten bezitten en dat de tekeningen van Haeckel enigszins misleidend waren. Maar zij zullen blijven beweren dat overeenkomsten tussen embryo’s een bewijs vormen voor evolutie. Maar dit vertrouwen rust op het algemene uitgangspunt dat de tekeningen van Haeckel de realiteit weergeven. [12]

De misleiding van Haeckel was echter veel ernstiger dan iedereen zich realiseerde. Dr Michael Richardson, een embryoloog, heeft met de hulp van biologen uit de hele wereld de types embryo’s die Haeckel tekende, gefotografeerd. [13] Hij ontdekte dat Haeckels tekeningen weinig gelijkenis vertoonden met echte embryo’s. [14] Haeckels tekeningen waren niet zomaar een vergissing. Hij heeft ze gemaakt met het doel te misleiden en zo te bevorderen dat de evolutie algemeen aanvaard zou worden.

De tekeningen van Haeckel behoren niet langer te worden gebruikt om de claim van evolutionisten te ondersteunen dat embryonale overeenkomsten steun bieden aan de evolutietheorie.

Anomalieën wijzen op schepping!

Als we embryo’s van gewervelde schepsels in het faryngula-stadium (dat wil zeggen het stadium waarin de faryngische bogen zichtbaar zijn) met elkaar vergelijken, kunnen sommige vagelijk op elkaar lijken, maar in vroegere stadia zijn ze behoorlijk verschillend! Ballard zei:

… vanuit onderling verschillende eieren gaan de embryo’s van gewervelden door afzonderlijke stadia waarbij ze heel ander uitzien, en vervolgens door een periode van morfogenetische ontwikkeling. Deze vertonen patronen van migratie en tijdelijke structuren die uniek zijn voor elke klasse. Alle komen dan terecht in het faryngula-stadium dat opmerkelijk uniform is in subfylum, waarin de biologische classificatie plaastvindt. Daarbij zijn vergelijkbare orgaanbeginselen gelijkvormig gerangschikt (alhoewel in sommige opzichten gedeformeerd voor wat betreft de leefomgeving en voedselvoorziening). [15]

Na dit convergeren, bewegen de embryo’s in ontwikkeling van elkaar weg. Hoe kan dit door evolutie verklaard worden? ReMine [16] betoogt dat dit wijst op een intelligente ontwerper die levende dingen ontwierp. God maakte de dingen om aan te tonen dat er één Schepper is (overeenkomsten in het faryngula-stadium), maar deze overeenkomsten kunnen niet verklaard worden als gevolg van natuurlijke processen (evolutie) omdat de vroegere stadia van de ontwikkeling van de embryo’s sterk verschillen. De verschillen in de vroegere stadia vormen geen ondersteuning van een naturalistische verklaring voor de overeenkomst in het latere faryngula-stadium, als een gevolg van een gemeenschappelijke voorouder.

Hetzelfde geldt voor de manier waarop de voetbeenderen in de embryo’s van amfibieën en zoogdieren zich ontwikkelen. Uiteindelijk zullen ze erg op elkaar kunnen lijken, maar de tenen van een zoogdier ontwikkelen zich vanuit een plaat waarbij er cellen afsterven tussen de tenen. Dit in tegenstelling tot tenen van een amfibie die van binnen naar buiten groeien en zich ontwikkelen vanuit kleine knopjes. De verschillende manieren van ontwikkeling sluiten evolutie uit als verklaring en laten zien dat de overeenkomst te wijten is aan een gemeenschappelijke Schepper/Ontwerper.

De patronen van embryonale ontwikkeling wijzen op schepping, niet op evolutie! Wij zijn inderdaad ‘wonderbaarlijk gemaakt’ (Psalm 139:14). [17]

Rudimentaire organen?

Evolutionisten beweren dikwijls dat zaken als de kleine vleugels van niet-vliegende vogels en de blinde darm bij de mens ‘overblijfselen van de evolutie’ zijn, en dus bewijsmateriaal voor de evolutie.

Dit ‘rudimentair orgaan’-argument is een oud maar ongeschikt argument voor evolutie, omdat:

Ten eerste, is het onmogelijk te bewijzen dat een orgaan nutteloos is, omdat altijd de mogelijkheid bestaat dat het nut ervan in de toekomst ontdekt kan worden. Dit is zo ook gegaan met meer dan honderd rudimentaire organen in de mens, waarvan in het verleden beweerd werd dat ze nutteloos waren, maar waarvan nu bekend is dat ze essentieel zijn.

Ten tweede, zelfs indien het vermeende rudimentaire orgaan niet langer zou nodig zijn, dan zou dat een bewijs zijn van ‘devolutie’ en niet van evolutie. Vanuit de Bijbel zouden we een verslechtering verwachten van de oorspronkelijk volmaakte schepping. Dit is het gevolg van het verderf dat de gehele schepping ten deel viel omdat de mensen die door God gemaakt waren, hun Schepper verwierpen; dat wil zeggen, de mens zondigde (Romeinen 8:20-22). Maar de evolutie van molecuul tot mens behoort voorbeelden te kunnen tonen van ontluikende organen, dat wil zeggen organen die nog toenemen in complexiteit.

Vleugels van vogels die niet vliegen?

Emoe

De vleugels van de emoe zijn niet nutteloos.

Vogels zoals de struisvogel en de emoe zouden kunnen zijn voortgekomen uit kleinere vogels die ooit konden vliegen.

  1. Dit is mogelijk in een geschapen wereld. Verlies van eigenschappen is relatief eenvoudig door natuurlijke processen, in tegenstelling tot de verwerving van nieuwe karakteristieken. Want dit laatste vereist specifiek nieuwe DNA-informatie en dat is onmogelijk. Het verlies van vleugels is waarschijnlijk opgetreden bij een bepaalde keversoort die een winderig eiland koloniseerde. Maar opnieuw: dit is een verlies van genetische informatie, en dat is geen bewijs voor ‘microbe-tot-mens’-evolutie die gigantische hoeveelheden nieuwe genetische informatie nodig heeft. [18]
  2. Maar de vleugels van de emoe zijn niet zonder functie. Immers als de vleugels nutteloos zijn, waarom zouden dan de spieren die het mogelijk maken de vleugels te bewegen wel functioneel zijn? Afhankelijk van de soort niet vliegende vogel zijn mogelijke functies van die vleugels: evenwicht tijdens het rennen, koeling bij warm weer, warmte bij koud weer, ter bescherming van de ribbenkast bij vallen, paringsrituelen, bescherming van kuikens, enz.

De menselijke blinde darm?

De blinde darm (appendix) bevat lymfatisch weefsel dat toezicht houdt op de bacteriën die in de darmen komen. Het functioneert op dezelfde manier als de amandelen aan de andere kant van het voedingskanaal. De amandelen verhogen de weerstand tegen keelinfecties, hoewel men vroeger dacht dat ze nutteloos waren. [19], [20]

Zoals Scadding, een evolutionist, zei: ‘… rudimentaire organen zijn geen bewijs voor de evolutietheorie’. [21]

Aapmensen?

Zijn er werkelijk aanwijzingen dat de mens afstamt van de apen? Velen zijn verlokt om te geloven dat de afkomst van de mens waarheidsgetrouw en vrijwel compleet in kaart is gebracht. Zij hebben gehoord van de ‘ontbrekende schakels’ (‘missing links’) en beschouwen deze als wetenschappelijk bewijs voor de evolutie van de mens vanuit apen. Er is echter geen enkele overtuigend gedocumenteerde aapachtige voorouder van de mens. De ‘ontbrekende schakels’ ontbreken nog steeds. Hieronder volgt een opsomming van feiten over enkele van de meest bekende fossielen. [22], [23]

Afgeschreven aapmensen (enkele)

De volgende voorbeelden werden ooit geclaimd als de ‘pre-human’ tussenvormen tussen apen en mensen, maar ze zijn tegenwoordig als zodanig afgeschreven.

  • Homo sapiens neanderthalensis (Neanderthaler) – 150 jaar geleden zagen Neanderthaler-reconstructies er gebogen uit en ze leken erg op een ‘aapmens’. Het gebogen postuur was echter te wijten aan ziekte (rachitis). Neanderthalers maakten deel uit van de menselijke soort, waren in staat om te spreken, muziek te creëren en ervoeren een religieus beleven, enz. [24]
  • Ramapithecus – ooit breed geaccepteerd als de voorouder van de mens. Men is er nu achter gekomen dat het slechts gaat om een uitgestorven type orang-oetang (een aap).
  • Eoanthropus (Piltdown-mens) – velen werden overtuigd van evolutie door deze misleiding, die gebaseerd was op een menselijke schedelkap en een kaak van een orang-oetang. Het werd direct maar onterecht wereldwijd gepubliceerd als de ‘ontbrekende schakel’, en bleef als zodanig bekend staan, veertig jaar lang.
  • Hesperopithecus (Nebraska-mens) – gebaseerd op slechts één enkele tand van een varkenssoort die nu alleen nog levend te vinden is in Paraguay.
  • Pithecanthropus (Java-mens) – nu Homo erectus genoemd (zie verderop), en maakt deel uit van de menselijke soort.
  • Australopithecus africanus – ooit gepromoot als de ‘ontbrekende schakel’. Het lijkt erg op een aap en evolutionisten zelf beschouwen het niet langer als een tussenvorm.
  • Sinanthropus (Peking-mens) – is nu opnieuw geclassificeerd als Homo erectus (zie verderop).

‘Aapmensen’ die nu in de mode zijn

De volgende ‘aap-mensen’ sieren momenteel de evolutionaire bomen. Men veronderstelt dat ze vanuit een chimpansee-achtig schepsel tot Homo sapiens hebben geleid.

  • Australopithecus – verschillende soorten van deze vorm zijn in het verleden uitgeroepen tot menselijke voorouder. Er is er nog één van over: Australopithecus afarensis, beter gekend als het fossiel ‘Lucy’. Detailonderzoeken van het binnenoor, schedels en beenderen hebben aangetoond dat ‘Lucy’ en haar gelijken niet op weg waren om mens te worden. Zo zou zij wellicht anders hebben gelopen dan de meeste apen maar beslist niet altijd rechtop, op de manier van een mens. Australopithecus afarensis lijkt erg op de dwergchimpansee. En recent heeft men ontdekt dat Lucy’s polsbeenderen het sluitmechanisme hebben van een aap die op zijn knokkels loopt.
  • Homo habilis – de meeste antropologen zijn het er meer en meer over eens dat habilis eigenlijk stukjes en beetjes bevat van verscheidene andere types – zoals Australopithecus en Homo erectus. Daarom is hij een taxonomisch gezien ongeldig. Dat wil zeggen: hij heeft nooit als zodanig bestaan. De Homo habilis is afgeschilderd als de ‘overduidelijke schakel’ tussen apen en mensen, maar bleek nooit deugdelijk.
  • Homo erectus

    Homo erectus, een variant van de menselijke soort, werd ook ooit naar voren gebracht als de ‘missing-link’ (de ontbrekende schakel tussen aap en mens).

  • Homo erectus – van dit type zijn er wereldwijd veel overblijfselen gevonden. Deze classificatie omvat nu ook Java-mens (Pithecanthropus) en Peking-mens (Sinanthropus), die vroeger werden beschouwd als ‘ontbrekende schakels’. Hun schedels hebben prominente wenkbrauwrichels, zoals Neanderthalers. Hun lichamen zijn precies hetzelfde als de hedendaagse mens, enkel meer robuust. Het hersenvolume ligt binnen de maat van de huidige mens, en studies van het binnenoor hebben aangetoond dat Homo erectus op dezelfde manier heeft gelopen als wij. Zowel de morfologie als archeologisch/culturele vondsten wijzen er beide op dat Homo erectus volkomen mens was. Verscheidene evolutionisten zijn het er nu mee eens dat erectus zou moeten worden geschaard onder de Homo sapiens. [25]

Er bestaat geen duidelijk bewijs vanuit de fossielen dat de mens het product is van evolutie. De hele keten van ‘ontbrekende schakels’ ontbreekt nog steeds omdat die simpelweg nooit bestaan hebben. De Bijbel zegt duidelijk: ‘En de HEERE God had de mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel’ (Genesis 2:7). Als we kijken naar de geschiedenis van afgedankte ‘aapmensen’, kan het niet anders dan dat we alle toekomstige claims met enige scepsis benaderen.

Andere overgangsfossielen

Volgens het evolutionaire verhaal hebben mutaties en natuurlijke selectie gedurende enorme perioden, gezorgd voor het ontstaan van alle levende dingen, inclusief bacteriën, kevers, mangobomen, muizen, olifanten en mensen. De verandering van het ene soort organisme in het andere wordt verondersteld bewaard te zijn gebleven in de fossiele lagen. Als dat het geval zou zijn, dan moeten er miljoenen fossielen zijn die de overgangsvormen tonen van het ene soort organisme naar het andere.

Maar er zijn buitengewoon weinig kandidaten en zelfs evolutionisten kunnen het over de betekenis van deze weinige het niet eens worden.

Het ontbreken van overgangsfossielen bracht evolutionisten er zelfs toe een nieuwe wijze van evolutie voor te stellen in de late jaren 1970 zodat men verder kon gaan met geloven in evolutie zonder overgangsfossielen. [26] Dit idee – punctuated equilibrium – zegt eigenlijk dat de evolutionaire veranderingen snel optraden – geologisch gezien – in kleine geïsoleerde populaties, zodat er geen fossielen bewaard zijn gebleven die die evolutionaire veranderingen zouden kunnen tonen. [27]

Conclusie

De vermeende bewijzen voor evolutie kunnen kritisch onderzoek niet doorstaan. [28] Het bewijsmateriaal dat voorhanden is, wordt beter begrepen in de context dat God verschillende basistypen organismen schiep, die in staat zijn geweest zich aan te passen aan hun verschillende omgeving doordat de origineel geschapen genetische informatie via natuurlijke selectie (herschikking door seksuele reproductie) werd gesorteerd. Mutaties hebben gezorgd voor enige variatie, maar dit brengt verlies van genetische informatie mee, of op zijn best horizontale veranderingen waarbij geen informatie wordt verloren, noch verworven.

De waarschijnlijkheid dat mutaties nieuwe informatie voortbrengen is zo klein dat dit onmogelijk gezorgd kan hebben voor de enorme hoeveelheid complex gecodeerde informatie in levende dingen. Het bewijsmateriaal vereist daadwerkelijk een Schepper die ver boven de mens uitstijgt in intellect, creatieve capaciteit, kracht, kennis, enz. Dit is de God van de Bijbel die de mensheid oproept om zich af te keren van fabels over ‘alles maakt zichzelf ’ en om gepaste eer te brengen aan de Ene Die alles schiep.



Referenties en aantekeningen

[1] Spencer, L. 1998. Not by Change. Judaica Press, NY.
[2] Sibley en Ahlquist, 1987. Journal of Molecular Evolution 26:99–121.
[3] Sarich, V.M., Schmid, C.W., en Marks, J., 1989. Cladistics 5:3–32.
[4] Moleculair homologieonderzoek zou erg nuttig kunnen zijn voor creationisten om te determineren welke de oorspronkelijk geschapen grondtypes geweest zouden kunnen zijn, en wat er sindsdien gebeurd is in de ontwikkeling van nieuwe soorten binnen het grondtype. Zo zijn de variaties/soorten van de vink op de Galapagoseilanden overduidelijk afkomstig van een klein aantal dat naar de eilanden overgestoken is. Recombinatie van de genen in de oorspronkelijke migranten en natuurlijke selectie zouden de reden kunnen zijn voor de variëteiten van de vink zoals we die vandaag de dag op de eilanden vinden. Dit is vergelijkbaar met alle hedendaagse hondenrassen in de wereld die zijn gekruist vanuit de originele wilde hondensoort, niet al te lang geleden. De onderzoeken in moleculaire homologie zijn zeer consistent gebleken wanneer ze werden toegepast binnen wat waarschijnlijk bijbelse grondtypes (‘aard’) zijn. De resultaten spreken echter de belangrijkste voorspellingen van evolutie tegen voor wat betreft de verwantschap tussen de belangrijke groepen zoals fylum (stam) en klasse (zie noot 9 voor dit laatste).
[5] Denton, M., 1985, Evolution: Theory in Crisis, Burnett Books.
[6] Rusch, W.H. Sr, 1969. Creation Research Society Quarterly 6(1):27–34.
[7] Simpson en Beck, 1965. An Introduction to Biology, p.241.
[8] Thompson, K., 1988. American Scientist 76:273.
[9] Raven, P.H. en Johnson, G.B., 1992. Biology (3rd edition), Mosby–Year Book, p.396.
[10] Parade Magazine, 22 April, 1990.
[11] Langman, J., 1975. Medical Embryology (3de editie), p. 262.
[12] Bijvoorbeeld, Gilbert, S., 1997. Developmental Biology (5th edition), Sinauer Associates, Mass., pp. 254, 900. Gilbert wijst de tekeningen onterecht toe aan ‘Romanes, 1901’.
[13] Richardson, M., e.a., 1997. Anatomy and Embryology 196(2):91–106.
[14] Grigg, R., 1998. Creation 20(2):49–51.
[15] Ballard, W.W., 1976. Bioscience 26(1):36–39.
[16] ReMine, W.J., 1993. The Biotic Message: Evolution versus Message Theory, St Paul Science, p. 370.
[17] Voor meer informatie over embryo’s, zie Parker, G., 1984. Creation 6(3):6–9; Vetter, J., 1991. Creation 13(1):16–17; Glover, W. en Ham, K., 1992. Creation 14(3):46–49; Grigg, R., 1996. Creation 18(2):33–36.
[18] Wieland, C., 1997. Creation 19(3):30.
[19] Ham, K., en Wieland, C., 1997. Creation 20(1):41–43.
[20] Glover, J.W., 1988. CEN Technical Journal 3:31–38.
[21] Scadding, S.R., 1981. Evolutionary Theory 5:173–176.
[22] Voor details, zie Lubenow, M., 1994, Bones of Contention: A Creationist Assessment of the Human Fossils, Baker Books.
[23] Voor een videodocumentaire over zogenaamde ‘aapmensen’, zie The Image of God, Keziah Films (gedistribueerd door Answers in Genesis).
[24] Lubenow, M.L., 1998. CEN Technical Journal 12(1):87–97.
[25] Ref. 26, pp. 134–143.
[26] Batten, D., 1994. CEN Technical Journal 8(2):131–137.
[27] Voor meer informatie over het veronderstelde bewijs voor evolutie: Sarfati, J., 1999. Refuting Evolution. Master Books. Voor een diepgaande studie zie Ref. 20.
[28] Spetner, L.M., 1998. Not by Chance, Judaica Press, New-York.

Originele Engelse tekst op: http://www.creationontheweb.com/content/view/3666