Radiohalo’s

Radiohalo’s
door Andrew A. Snelling, in Creation 28(2), maart 2006.
vertaling FZ, Werkgroep In Genesis

Opzienbarend bewijsmateriaal van catastrofale geologische processen op een jonge aarde

Graniet

Graniet
Klik hier voor een grotere afbeelding
Foto – Andrew A. Snelling

De meeste mensen zijn wel vertrouwd met graniet (figuur 1) want het is een populair gesteente voor aanrechtbladen in onze keukens. De kleurrijke ingesloten kristallen geven een luxueuze en elegante uitstraling. Naast transparante, roze en roomkleurige kristallen bevatten granieten ook vaak glinsterende schilfers van het zwarte mineraal biotiet (ijzermica).

Graniet

Figuur 1a: Typisch graniet. De zwarte kristallen zijn biotiet schilfers
Klik hier voor een grotere afbeelding
Foto – Andrew A. Snelling

Voor het blote oog lijkt het oppervlak van biotiet schilfers gepolijst en glad, maar onder de microscoop kan men dikwijls zien dat ze kleine kristallen van andere mineralen bevatten, vooral zirkoon. Veel spectaculairder is het feit dat zulke zirkoonkristallen vaak omgeven zijn met zogenaamde halo’s, donkergekleurde ringen. Het lijkt wel op de ringen van een schietschijf. Deze halo’s hebben echter een boeiend verhaal te vertellen over de leeftijd van de aarde.


Graniet

Figuur 1b: Een ander typisch graniet
Klik hier voor een grotere afbeelding
Foto – Andrew A. Snelling

Uranium radiohalo’s

Het is bekend dat de halo’s zijn ontstaan door radioactief uranium binnen het zirkoon [1], [2] De radioactiviteit beschadigd het biotiet en verandert zijn kleur (figuur 2). Dat is de reden waarom de bolvormige halo’s ‘radiohalo’s’ genoemd worden (afkorting voor radioactieve halo’s), en hun centra worden ‘radiocentra’ genoemd. Bovendien is er een simpele reden waarom uraniumhalo’s zoveel ringen hebben. Dit komt door het stapsgewijze verval van uranium. Acht daarvan produceren ringen (figuren 3 en 4).

Met de huidige radioactieve vervalsnelheid, is geschat dat uranium 100 miljoen jaar lang moet vervallen om de uraniumhalo’s te produceren. [3] Dat is dus met de huidige vervalsnelheid. Naast de uraniumhalo’s in het graniet, is er krachtig bewijsmateriaal dat het uranium veel sneller verviel tijdens een wereldwijde geologische catastrofe! Laten we dat bewijsmateriaal eens nader bekijken.

Diagram – Andrew A. Snelling

De radioactiviteit van het uranium

Figuur 2: De radioactiviteit van het uranium binnen het zirkoonkristal schiet in alle richtingen uiteen, in de omliggende biotietschilfer, beschadigt het en produceert het een bolvormige gekleurde schil of halo.
Klik hier voor een grotere afbeelding

Foto – Mark Armitage

Een volledig ontwikkelde uranium radiohalo

Figuur 3: (a) Een volledig ontwikkelde uranium radiohalo met alle acht ringen aanwezig. Z’n diameter is ongeveer 68 microns (een micron is een duizendste van een millimeter).
Klik hier voor een grotere afbeelding


Foto – Andrew A. Snelling

Een overontwikkelde uranium radiohalo

Figuur 3: (b) Een donkere over-ontwikkelde uranium radiohalo waarbinnen zoveel stralingsschade plaatsvond dat de binnenste ringen zijn vervaagd.
Klik hier voor een grotere afbeelding

Diagram – Andrew A. Snelling

Samengestelde schematische tekening van de straling ringen

Figuur 4: Samengestelde schematische tekening van de straling ringen in (a) een polonium-218 radiohalo (drie ringen), (b) een uranium radiohalo (acht ringen), (c)een polonium-214 radiohalo (twee ringen), en (d) een polonium-210 radiohalo (een ring). De verschillende energie stralingsniveaus (E) staan vermeld.
Klik hier voor een grotere afbeelding

Polonium radiohalo’s

De laatste drie ringen van een uraniumhalo worden geproduceerd door het element polonium. Marie Curie (met haar man, Pierre) ontdekte dit element in 1898 en vernoemde het naar haar geboorteland Polen. Een van de belangrijkste kenmerken van radioactief polonium is dat het snel vervalt en dus zelden in de natuur wordt aangetroffen. Het wordt echter continue geproduceerd tijdens het verval van uranium, vandaar dat radioactief polonium altijd met uranium geassocieerd wordt.

Foto – Mark Armitage

Een volledig ontwikkelde polonium-218 radiohalo met drie ringen duidelijk zichtbaar.

Figuur 5: (a) Een volledig ontwikkelde polonium-218 radiohalo met drie ringen duidelijk zichtbaar.

Klik hier voor een grotere afbeelding

Foto – Andrew A. Snelling

Volledig ontwikkelde polonium-218 radiohalo’s met drie ringen duidelijk zichtbaar.

Figuur 5: (b) Volledig ontwikkelde polonium-218 radiohalo’s met drie ringen duidelijk zichtbaar.

Klik hier voor een grotere afbeelding

Het was daarom dan ook een grote verassing toen onderzoekers radiohalo’s ontdekten die enkel door polonium waren geproduceerd (figuren 5–7). Hoe kwam het polonium terecht in de radiocentra van deze halo’s zonder uranium? Deze vraag houdt de wetenschappers al jaren bezig en is zelfs onderwerp van debat geweest aan het gerechtshof in de VS. [4]

Maar hoe weten we zo zeker dat het werkelijk poloniumhalo’s zijn? Antwoord: De poloniumhalo’s zijn duidelijk herkenbaar aan het aantal ringen, en de omvang van deze ringen (figuren 4–7). Dit is experimenteel aangetoond. [5], [6]

Wat is nu de betekenis van het bestaan van deze poloniumhalo’s?
Doordat polonium een zodanig vluchtig bestaan heeft, moeten de poloniumhalo’s zeer snel gevormd zijn. In slechts uren of dagen! [7] Dan moet er dus een overvloedige bron van polonium in de buurt zijn geweest om de radiocentra te creëren, anders zouden de poloniumhalo’s niet zijn ontstaan.

Foto – Andrew A. Snelling

Een volledig ontwikkelde polonium-214 radiohalo met twee ringen

Figuur 6: Een volledig ontwikkelde polonium-214 radiohalo met twee ringen, de buitenste ring minder duidelijk zichtbaar.
Klik hier voor een grotere afbeelding

Foto – Mark Armitage

Een groep met duidelijk enkele ring polonium-210 radiohalo’s

Figuur 7: Een groep met duidelijk ‘enkele ring’ polonium-210 radiohalo’s. Hun doorsneden bedraagt ongeveer 39 micron.
Klik hier voor een grotere afbeelding


Foto – Andrew A. Snelling

Meerdere donkere polonium-210 radiohalo’s dichtbij twee donkere uranium radiohalo’s.

Figuur 8: Meerdere donkere polonium-210 radiohalo’s dichtbij twee donkere uranium radiohalo’s.
Klik hier voor een grotere afbeelding

Foto – Andrew A. Snelling

Overlappend donker polonium-210 en uranium radiohalo’s.

Figuur 9: Overlappend donker polonium-210 en uranium radiohalo’s.

Klik hier voor een grotere afbeelding


Foto – Andrew A. Snelling

Een polonium-214 radiohalo

Figuur 10: Een polonium-214 radiohalo (met een vage buitenste ring) gecentreerd op een breukvlak en een donkere nabijgelegen uranium radiohalo.
Klik hier voor een grotere afbeelding

Diagram – Andrew A. Snelling

Diagrammatische dwarsdoorsnede van een biotiet schilfer

Figuur 11 : Diagrammatische dwarsdoorsnede van een biotiet schilfer toont een uranium radiohalo (links) een nabijgelegen polonium-210 (enkele ring) radiohalo (rechts). Heet water stroomde tussen de schilferlagen (plaatvormige kristalletjes) en vervoerde polonium van het uraniumverval in het zirkoon radiocentrum van het tegenoverliggende uranium radiohalo en vormde zo het polonium-210 radiocentrum en de radiohalo.
Klik hier voor een grotere afbeelding

Veel poloniumhalo’s hebben direct naastliggende uraniumhalo’s, op vaak minder dan een millimeter afstand (figuren 8–10). Terwijl het uranium in de centra van de uraniumhalo’s verviel en daarbij de halo ringen produceerde, genereerde het eveneens polonium. Heet water dat het afkoelende graniet binnenstroomde, was in staat om het polonium over korte afstanden te vervoeren en concentreerde het in nieuwe radiocentra. Deze vormden de poloniumhalo’s (figuur 11).

Verbazingwekkende implicaties

Dagzomend granietgesteente

Dagzomend granietgesteente
Klik hier voor een grotere afbeelding
Foto – Andrew A. Snelling

De implicaties hiervan zijn verbazingwekkend. Ten eerste vereisten de poloniumhalo’s een overvloedige aanvoer van polonium. Uitgaande van de huidige vervalsnelheid van uranium een hoeveelheid die overeenkomt met 100 miljoen jaren radioactief verval van uranium. Maar bedenk hierbij dat al dit polonium snel beschikbaar moest zijn voordat het zou vervallen. Dat wil zeggen dat het zich binnen enkele uren heeft moeten afspelen, of ten hoogste in een paar dagen. Daarom betekenen de poloniumhalo’s feitelijk dat 100 miljoen jaren radioactief verval van uranium (gerekend naar de huidige vervalsnelheid), plaatsvond in slechts enkele dagen! Met andere woorden, het radioactief verval van uranium was voorheen tot wel een miljard maal sneller dan vandaag!

“de poloniumhalo’s zijn krachtig bewijsmateriaal waarmee aangetoond kan worden dat gesteente dat door radiometrische datering is‘gedateerd’ als miljarden jaren, in feite slechts enkele duizenden jaren oud is! ”

Ten tweede, als het uraniumverval dusdanig snel heeft plaatsgevonden, dan moet ook het verval van de overige radioactieve elementen veel sneller hebben plaatsgevonden. Maar de radiometrische dateringsmethoden die gebruikt worden om gesteente op miljarden jaren te dateren, veronderstellen dat de radioactieve vervalsnelheid altijd constant is geweest en gelijk aan die van het heden. De poloniumhalo’s zijn daarentegen krachtig bewijsmateriaal waarmee aangetoond kan worden dat gesteente dat door radiometrische datering is ‘gedateerd’ als miljarden jaren, in feite slechts enkele duizenden jaren oud is!

Ten derde, radiohalo’s kunnen zich slechts vormen nadat het graniet waarin het is ingebed uithardde en afkoelde. [8] Het radioactieve verval van het uranium dat het polonium produceerde, moet zijn aangevangen zodra het graniet uithardde en moet hebben voortgeduurd tot de poloniumhalo’s zich hadden gevormd. Gewoonlijk wordt geclaimd dat graniet miljoenen jaren nodig heeft om te stollen en af te koelen. Maar als dat waar zou zijn, zouden er nu geen poloniumhalo’s in graniet aanwezig zijn. In een dergelijke lange tijd, zou al het uranium en polonium door verval zijn verdwenen. Poloniumhalo’s betekenen dus dat het graniet in slecht 6 tot 10 dagen stolde en afkoelde!

Opzienbarend bewijsmateriaal

Granieten kuststrook

Granieten kuststrook.
Klik hier voor een grotere afbeelding
Foto – Andrew A. Snelling

Uranium,- en polonium radiohalo’s zijn dus opzienbarend bewijsmateriaal van catastrofale geologische processen op een jonge aarde. Tijdens de zondvloed die een jaar duurde (ongeveer 4.500 jaar geleden), werden aardlagen op catastrofale wijze afgezet en geërodeerd op een wereldwijde schaal. De catastrofe begroef enorme massagraven van planten en dieren, dat over de gehele wereld fossielhoudende rotslagen ten gevolg had. De aardverschuivingen en beweging in de aardschollen, drukten bergen omhoog, [9] en vormden in korte tijd graniet. Binnen dit graniet, produceerde extreem snel radioactief verval uranium en polonium radiohalo’s. Deze zijn zo microscopisch klein dat zij gemakkelijk over het hoofd gezien zouden kunnen worden. [4] Maar hun overvloedige aanwezigheid in graniet over de hele wereld kan niet worden genegeerd. [10] Zij zijn een bijzondere bevestiging dat de aarde en zijn rotsen geen miljoenen en miljarden jaren oud zijn zoals gewoonlijk wordt beweerd, maar slechts ongeveer 6.000 jaar, zoals God’s Woord duidelijk verklaart in de geschiedschrijving van Genesis.

 

Aanbevolen bronnen:

DVD: DVD Genesis & Geologie: Vingerafdrukken van de Schepping & De jonge leeftijd van de aarde

Gekleurde radiohalo’s in graniet geven antwoord op de vraag hoe graniet is ontstaan. Deze twee-in-één DVD bevat 2 documentaires met wetenschappelijke ontdekkingen waaruit blijkt dat de aarde niet zomaar is ontstaan en dat deze aanzienlijk jonger is dan ons wordt voorgehouden door de seculiere moderne media.
Vingerafdrukken van de schepping

Een boek over de raadselachtige halo’s die in graniet gesteenten over de hele aarde worden gevonden. Uit gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze halo’s al decennia lang een probleem vormen voor de gangbare wetenschappelijke verklaringen over het ontstaan van de aarde en de dateringsmethoden die gebruikt worden om de ouderdom van de aarde te bepalen. Ingekorte versie van dit boek (Nederlandse vertaling) staat on-line op de website van Frank van de Laar (Genesis en Geologie).



Referenties en aantekeningen

[1] Gentry, R.V., Radioactive halos, Annual Review of Nuclear Science 23:347–362, 1973.
[2] Snelling, A.A., Radiohalos, in: Vardiman, L., Snelling, A.A. and Chaffin, E.F. (Eds), Radioisotopes and the Age of the Earth: A Young-Earth Creationist Research Initiative, Institute for Creation Research, California, and Creation Research Society, Missouri, pp. 381–468, 2000.
[3] Humphreys, D.R., Accelerated nuclear decay: a viable hypothesis? in: Vardiman, L., Snelling, A.A. and Chaffin, E.F. (Eds), Radioisotopes and the Age of the Earth: A Young-Earth Creationist Research Initiative, Institute for Creation Research, California, and Creation Research Society, Missouri, pp. 333–379, 2000.
[4] Dr. G. Brent Dalrymple, toen Deputy Director aan het U.S. Geological Survey. en recentelijk aan het Berkeley Geochronology Center van de University of California Berkeley, verwierp polonium radiohalos als `een uiterst klein geheim’ op de getuigentribune bij de 1981 Arkansas ‘Creation Trial’’, gerapporteerd door: Gentry, R.V., Creation’s Tiny Mystery, Earth Science Associates, Tennessee, p. 122, 1988.
[5] Gentry, R.V., Christy, S.S., McLaughlin, J.F. and McHugh, J.A., Ion microprobe confirmation of Pb isotope ratios and search for isomer precursors in polonium radiohalos, Nature 244(5414):282–283, 1973.
[6] Gentry, R.V., Radiohalos in a radiochronological and cosmological perspective, Science 184(4132):62–66, 1974.
[7] Snelling, A.A., Radiohalos in granites: evidence for accelerated nuclear decay, in: Vardiman, L., Snelling, A.A. and Chaffin, E.F. (Eds), Radioisotopes and the Age of the Earth: Results of a Young-Earth Creationist Research Initiative, Institute for Creation Research, California, and Creation Research Society, Missouri, pp. 101–207, 2005.
[8] Laney, R. and Laughlin, A.W., Natural annealing of the pleochroic haloes in biotite samples from deep drill holes, Fenton Hill, New Mexico, Geophysical Research Letters 8(5):501–504, 1981.
[9] Baumgardner, J.R., Catastrophic plate tectonics: the physics behind the Genesis Flood, in: Ivey, R.L. Jr. (Ed.), Proceedings of the Fifth International Conference on Creationism, Creation Science Fellowship, Pennsylvania, pp. 113–126, 2003.
[10] Ref. 7. Sommige granieten hebben uranium en polonium radiohalo’s in elk biotiet schilfertje in zich, bijvoorbeeld het Land’s End Granite van Cornwall, Engeland, en het Strathbogie Granite van Victoria, Australië.

Originele Engelse tekst op: http://www.creationontheweb.com/content/view/5041