Schepping of evolutie: kies verstandig!

Schepping of evolutie: kies verstandig!
Een recensie van het boek Creation or evolution-do we have to choose? van Denis Alexander
door David Anderson, Creation.com 1 mei 2009
Vertaling AtS, Mediagroep in Genesis

 

Dr. Denis Alexander is biochemicus en directeur van het “Faraday Institute for Science and Religion” aan het St. Edmonds College in Cambridge. Ook is hij een doorgewinterde campagnevoerder vóór theïstische evolutie (wat hij ‘evolutionair creationisme’ noemt) en tegen zowel Intelligent Design als creationisme. In dit boek, dat gericht is op de doorsnee lezer, probeert hij een geïntegreerde wetenschappelijke en theologische onderbouwing op te stellen voor zijn standpunt. Omdat Alexander overtuigd evangelisch is zullen theïstische evolutionisten de komende jaren dit boek waarschijnlijk aanbevelen ter verdediging van hun positie. Daarom is het goed dat creationisten kennis nemen van dit boek. Deze recensie richt zich op de theologische aspecten en argumenten.

Over het geheel genomen is dit boek een serieuze aanval op het in twijfel trekken van de stelling dat darwinisme verenigbaar is met de Bijbel. Het doel is om de lezers ervan te overtuigen dat deze twijfels uit onwetendheid voortkomen. Het boek probeert te impliceren dat er geen echt debat is onder verlichte mensen, en de toonzetting verandert vaak van onderwijzend naar betuttelend neerbuigend. Het is heel goed mogelijk dat de auteur met deze strategie te hoog heeft ingezet. Een kritische lezer die het gepresenteerde kan vergelijken met echte creationistische argumenten zal snel tot de conclusie komen dat de superieure toonzetting maskeert dat de auteur stelselmatig onbetrouwbaar is op de momenten waarop hij spreekt voor degenen die het niet met hem eens zijn.

De gekunstelde onwetendheid op het gebied van creationistische wetenschappers, organisaties en hun publicaties is zo systematisch dat het alleen opzettelijk kan zijn;[1] in 350 pagina’s en 233 voetnoten, kwam ik slechts 2 van dit soort verwijzingen tegen, beiden van wijlen Henry Morris uit de jaren 80 van de vorige eeuw! Alexander geeft er de voorkeur aan om zijn ideeën te vergelijken met platitudes door formuleringen zoals “Sommige christenen geloven” te gebruiken. Geen enkele criticus van het creationisme die de publiciteit zoekt heeft een geldig excuus om creationisten weer te geven als mensen die geloven in de onveranderlijkheid van soorten (hoofdstuk 5[2]), als mensen die geloven dat de eerste hoofdstukken van Genesis geschreven zijn als moderne wetenschap (hoofdstuk 2), of als mensen die geloven dat God de aarde er “oud” uit heeft laten zien om ons geloof te testen (hoofdstuk 6) – een suggestie die hij in 3 pagina’s bespreekt, tegenover slechts 1 pagina die gewijd is aan het bezwaar vanuit de tweede wet van de thermodynamica.

De inhoudsopgave geeft de veelomvattende scope van dit boek aan. Het boek begint met een algemene introductie, dan een overzicht van de Bijbelse doctrine van de schepping, in één hoofdstuk, en van evolutie, in drie hoofdstukken. Dan volgt een aantal antwoorden op mogelijke tegenwerpingen, een wat specifieker onderzoek van Genesis, en dan een weergave van een synthese van dit alles, namelijk “evolutionair creationisme”. Het volgende deel gaat over het begrijpen van bepaalde Bijbelse en theologische zaken binnen dit denkkader, zoals Adam en Eva, de dood, de zondeval, lijden en het kwaad. De laatste drie hoofdstukken zijn meer los zand en geven het gevoel dat de schrijver hier stukken tekst plaatst die hij wel wilde gebruiken maar waarvan hij niet wist waar hij ze kwijt kon. Deze stukken gaan over vragen betreffende intelligentie en ontwerp inclusief de ID (Intelligent Design) beweging, en dit deel eindigt met een behoorlijk technisch hoofdstuk over het ontstaan van het leven. Het boek besluit met een tamelijk humeurig naschrift waarin Alexander kinderachtig afgeeft op anderen die zoveel tijd besteden aan dit onderwerp terwijl ze iets waardevollers hadden kunnen doen – dit nadat hij er zelf 350 pagina’s aan gewijd heeft. Waarschijnlijk valt dit buiten zijn kritiek!

Het grote plaatje

Het idee van de onbevooroordeelde wetenschapper (of onbevooroordeelde andere persoon) komt niet uit de Bijbel maar vanuit de seculiere ‘Verlichting’.

De auteur is over het algemeen consistent en systematisch, bereid om zijn sturende vooronderstellingen te volgen, waar deze hem ook zullen brengen. Een grote zwakte van dit boek is dat hij zelden de tijd neemt om zijn vooronderstellingen te beargumenteren maar ze als onomstreden presenteert. Dit maakt het een ietwat gevaarlijk boek voor onervaren lezers, omdat het probleem met Alexander’s stelling niet zozeer de enkele rotte vruchten zijn die er uit voortkomen maar meer de verdorven wortels. De onderliggende theologische methode is in de kern niet historisch evangelisch. Er zijn in het boek een aantal disclaimers waarin de auteur zijn evangelische orthodoxie verkondigt. De jonge Christen neemt dit misschien direct aan vanwege de autoritaire toon van het boek en de klinkende aanbevelingen op de omslag. De kritische lezer zal snel een gevoel krijgen dat hij het er te dik op legt.

Het belangrijkste aan Alexander’s benadering is dat hij de wetenschappelijke methode als praktisch onfeilbaar behandelt. Als een resultaat de algemene visie is van de belangrijkste stroming in de wetenschappelijke wereld, gepubliceerd is in de mainstream gepeer-reviewde publicaties dan moet het behandeld worden als waarheid. Leken mogen vragen stellen over deze zaken maar ze moeten zich schikken onder de autoriteit van de wetenschapper (blz. 130-131); kritiek van leken of van hen die niet geaccepteerd worden door peer-reviewers is niet relevant.[3] Dit geldt voor alles wat valt in het veronderstelde domein van de wetenschap, of het nu gaat om gebeurtenissen die naar men veronderstelt miljoenen jaren geleden gebeurd zijn of in het hier en nu. Zonder een spoor van ironie vergelijkt Alexander de wetenschap met strafprocessen, met controles en afwegingen en een uiteindelijk overtuigende bewijslast, zodat er op de resultaten vertrouwd kan worden (blz. 136). Er wordt beweerd dat wetenschap een ideologie vrije zone is; het zijn buitenstaanders, niet wetenschappers, die filosofie loslaten op het bestuderen van de natuur.

De evangelische hermeneutiek verlaten

De Bijbel aan de andere kant, en Genesis in het bijzonder, is een theologisch boek (bijvoorbeeld blz. 153 e.v.). Alexander maakt een scherpe tweedeling. De Schrift geeft ons hoogstaande theologische interpretaties. Het kan ‘converseren’ met de wetenschap. Dit betekent dat we kunnen zoeken naar mogelijke overeenstemming tussen de reële, fysische feiten van de wetenschap en de theologische verklaringen van de Bijbel. Het kan echter geen kritiek geven op de wetenschap of grenzen stellen aan de wetenschap omdat het geen wetenschappelijke literatuur is. We zien hier eigenlijk een ‘twee-boeken’ benadering van de waarheid. Wetenschap is één boek en de Bijbel is een ander onafhankelijk boek, zonder wezenlijke overlappingen. Zoals Alexander deze benadering toepast is het duidelijk welke van deze twee boeken uiteindelijk het laatste woord heeft, al dan niet in theorie. In zijn optiek zijn veel gedeelten van de Bijbel hoogst onzeker en staan open voor wijd uiteenlopende interpretaties; geen enkel belangrijk deel van de hedendaagse Darwinistische orthodoxie wordt neergezet als mogelijk onzeker. Met een behoorlijke mate van dogmatisme wordt ons verteld dat deze of die gebeurtenis precies 1,44 miljoen jaar geleden plaats vond (blz.218); maar als we een stelling tegenkomen in de Schrift die in directe tegenspraak lijkt met een onderdeel van het evolutionaire geloof, wijst Alexander direct op de moeilijkheden met de exegese, en hoeveel verschillende interpretaties er zijn in de vele commentaren (bijvoorbeeld blz.268). Ondanks zijn tegenwerpingen verliest de Bijbel in Alexander’s handen, in de praktijk, zijn autoriteit. Theologie is niet langer de ‘koningin van de wetenschap’ die het toegestaan is acceptabele grenzen voor andere naspeuringen te stellen; biologie is een onafhankelijke gezaghebbende openbaring.

De moeilijke vragen ontlopen

Hoe kan een stamboom alleen ‘theologisch’ waar zijn en geen geschiedenis of wetenschap zijn?

Alexander kan deze scherpe tweedeling tussen wetenschap theologie neerzetten door werkelijke argumenten geponeerd door echte creationisten te negeren en door veel eigenschappen van de Bijbelse tekst te vermijden. In plaats van de discussie aan te gaan of de Bijbel zou moeten worden gelezen als een wetenschappelijk boek, is de vraag die beantwoord moet worden of Genesis een door God gegeven historisch verslag is.[4] Moeilijke zaken, zoals het onderzoeken van de precieze, gedetailleerde genealogie uit Genesis 5,[5,6] worden stelselmatig ontlopen. Wat betekent een uitspraak als “En Jared leefde 162 jaar en gewon Henoch” als deze exclusief wordt geïnterpreteerd als een theologisch en niet een historisch/wetenschappelijke uitspraak? Zeker, Jared’s dood op 962 jarige leeftijd en de algemeen aangenomen wetenschappelijke overtuigingen op het gebied van menselijke ontwikkeling kunnen niet beiden juist zijn. Het lijkt erg lastig om de routinematig herhaalde verwerping “Genesis gaat simpelweg niet over dit soort wetenschappelijke vragen” toe te passen op deze gevallen. Andere gedeeltes waarin geïnspireerde apostelen leren dat historische details uit Genesis als echt en accuraat behandeld moeten worden, en die Alexander niet gebruikt om zijn theorie te toetsen omvatten 2 Korinthe 11:3, 1 Timotheus 2:13-14 en 1 Korinthe 15:47.
In een uitzonderlijke afwijking van wat hij over het algemeen doet concludeert Alexander, op grond van Nieuw Testamentische gegevens dat Adam een historisch persoon lijkt te zijn die ongeveer 6000-8000 jaar geleden geleefd heeft (blz. 242). Wat gemist wordt is het toepassen van dezelfde methode op andere vragen of redenen waarom ze niet toegepast is in die gevallen. Ergens anders verwerpt de auteur de mogelijkheid dat de auteur van Genesis de bedoeling had om ons te leren dat Adam direct uit de aarde gemaakt was zonder menselijke ouders, of dat Eva gemaakt werd uit zijn zij of dat ze echt de biologische moeder was van het hele menselijke ras. Hij beweert ronduit dat Genesis een theologische vertelling is en dat we daarom als we zoeken naar historische realiteit Genesis in het verkeerde genre plaatsen. Er wordt niet onderzocht of de apostelen van de christelijke kerk ook deze benadering kozen.[7]

Consistentie in het conformeren aan de moderne wetenschap

Alexander’s consistentie is het beste te zien in die delen van het boek waar hij onderzoekt hoe we de Bijbelse ideeën als zonde, de zondeval en dood moeten begrijpen. Hier dwingt zijn wetenschappelijke rechtlijnigheid hem om te geloven dat er geen fysieke verandering plaats vond in de wereld toen Adam en Eva zondigden (een paar duizend jaar geleden[8]). Dienovereenkomstig leert Alexander dan ook dat pijn, lijden en dood allemaal onderdeel zijn van God’s oorspronkelijke ontwerp van de schepping, geen ongenode indringers.[9-12] Adam en Eva hadden menselijke voorouders, en de cyclus van pijn, lijden en frustratie in het leven gevolgd door de dood was de enige cyclus die bekend was, of verwacht werd door iedereen ervoor of erna. Er is een scherp onderscheid tussen “fysieke” en “geestelijke” dood – in essentie zijn het twee onafhankelijke fenomenen. Adam en Eva waren Neolithische boeren in het oosten. Kunst, cultuur, religieuze verkenningen en andere menselijke activiteiten bestonden al jaren voor hen. Wat hen anders maakte was dat hen een leidende rol in de menselijke familie werd gegeven en de mogelijkheid tot een relatie met God; dat is wat “God’s beeld” betekende. Doordat ze dit verwierpen kwamen ze terecht in een staat van geestelijke dood, maar dit heeft geen relatie met het bestaan van pijn en dood in de wereld. In feite zijn deze zaken essentieel voor op koolstof gebaseerd leven; biologie is een pakketaanbieding en als je iets wilt dat lijkt op leven zoals wij dat kennen kun je logischerwijs deze consequenties niet vermijden. De implicaties van dit alles is dat zelfs God niet in staat zou zijn een fysieke wereld te creëren zonder deze zaken. Het zijn beperkingen die over Hem regeren, geen vloeken die Hij in Zijn heilige oordeel oplegt als reactie op onze oorspronkelijke ongehoorzaamheid – vergelijk Openbaring 21:4 met 22:3, teksten die Alexander nergens bespreekt. Is dit beperkte wezen echt de Soevereine Heer van de Schriften?

Verlossing is een zaak van vlees en bloed

Dit werpt enorme vragen op over de betekenis van het werk van Christus voor ons behoud. Alexander volgt de implicaties zonder een spier te vertrekken. Volgens hem is het idee van fysieke opstanding over het algemeen onbekend in het oude testament en wordt alleen tegen het eind ervan op gezinspeeld (in tegenspraak met Christus’ berisping in Matthëus 22:29-32). De helende bediening van Christus richt zich niet op het herstel en de verhoging van de oorspronkelijke schepping maar op een geheel nieuwe orde. De schepping wordt feitelijk niet vernieuwd maar vervangen. In het bespreken van deze vragen gaat Alexander’s dualisme over in een nieuw Gnosticisme. Redding is een buitenwereldse gebeurtenis, die verband houdt met een spirituele val en die ons uiteindelijk verlost van een onaangenaam fysiek bestaan en ons brengt naar iets geheel nieuws.

Het probleem dat door het hele boek terug komt is hier het meest duidelijk. Alexander’s benadering ontdoet de Schrift in het geheel en de verlossing in het bijzonder van historische inhoud. Ondanks zijn waarschuwingen tegen ‘modernisme’ gebaseerd op de verlichting en niet op aannames vanuit de Schrift, neemt hij toch de belangrijkste veronderstellingen van de Verlichting als geheel aan. De Bijbel wordt een boek met etherische waarden, dat zich bezighoudt met een niet fysieke val en een niet fysieke verlossing. Dit draait uiteindelijk uit op de vervanging van de fysieke wereld, niet van zijn verlossing. Op basis van dit verhaal vragen we ons af waarom de Zoon van God in vlees en bloed zou komen, zou lijden in een echt menselijk lichaam, een fysieke dood zou sterven en een fysieke opstanding zou ondergaan. Alexander ontwijkt simpelweg de uitdaging van passages als Romeinen 8:19-22, waar de apostel Paulus naadloos overgaat van de slavernij van de gevallen mens naar de slavernij van de fysieke wereld, met een kinderachtig beroep op het feit vele Ph.D. studenten tot verschillende interpretaties zijn gekomen (hoewel de meeste commentaren het erover eens zijn dat Paulus de huidige gebondenheid relateerde aan de zondeval in Genesis 3, zelfs als ze het zelf niet geloven). De ergste verminking van de Schrift is als hij ingaat op 1 Korinthe 15, daarbij de centraal gestelde fysieke opstanding van Christus, de laatste Adam, ontwijkend, met holle beweringen dat de eerste Adam alleen een spirituele en geen fysieke dood in de wereld bracht.

Dit is helaas een logische consequentie van zijn compromis met evolutie. Ook de atheïstische filosoof Micheal Ruse schreef een boek, “Can a Darwinian Be a Christian?” (Kan een darwinist een christen zijn?), een vraag waarop het antwoord “ja” is, maar zijn versie van het ‘christendom’ heeft de opstanding als een optionele extra in plaats van, zoals Paulus dat zegt, de kern van ons geloof (1 Korinthe 15:12-19).[13]

Hergebruikt deïsme

 

Alexander’s eigen theorie is eigenlijk deïsme met kleine lettertjes die er niet toe doen. Klassiek deïsme leerde dat de Schepper in wezen afwezig is. Hij schiep de begintoestand, stelde de regels op, wond de machine op en liet die daarna op zichzelf lopen. Alexander ontkent dit (terecht) met kracht, op grond van het feit dat de Bijbel een sterke doctrine leert over God’s universele immanentie. Er zijn geen onpersoonlijke wetten; Hij doet alles, overal volgens Zijn eigen wil. Het beschrijven van secundaire oorzaken spreekt de realiteit van de Eerste Oorzaak niet tegen. Wetenschappers kunnen nooit alternatieve verklaringen geven voor theologische zaken, alleen complementaire en aanvullende verklaringen. Wetenschap kan nooit een geldig wapen zijn tegen theïsme; meer nog, de orde in de schepping is een consequentie en een getuigenis van de goddelijke geest erachter.

Na dit theoretische materiaal te hebben behandeld, blijkt het uiteindelijk toch geen reële waarde te hebben voor het algemene schema dat Alexander naar voren brengt. Hij leert dat, omdat in het vocabulaire dat gebruikt wordt in de scheppingsverhalen bepaalde sleutelwoorden die wonderen aanduiden ontbreken, het ontstaan van het leven geen wonder was. Dit is een woord drogreden (een van de vele woord of definitie drogredenen in het boek[14]) omdat de woorden die hij vereist, ‘teken’ en ‘wonder’, in de Schrift in het bijzonder geassocieerd worden met redding (zoals bij de Exodus en in de genezende bediening van Jezus, enz.), niet met het bovennatuurlijke in het algemeen. Alexander overziet simpelweg de fundamentele verbinding, dat zowel de schepping als de wonderen van Christus gebeurtenissen waren die tot stand kwamen door een direct goddelijk Woord (Joh. 1:1-5). Dit veronderstelde ‘bewijs’ dat het ontstaan van het leven en zijn ontwikkeling niet ‘bovennatuurlijk’ was, is bedoeld om het Darwinisme de standaard verklaring te maken. Darwinisme is de op secundaire-oorzaken gebaseerde verklaring vanuit de objectieve wetenschap.[15]
Het eindresultaat is functioneel deïsme, of ‘zacht deïsme’. Hoewel de Bijbel de theologische interpretatie levert van God’s immanentie, is dit slechts een toegevoegd extraatje. Hard theoretisch deïsme of een onzichtbare tovenaar aan het einde van de straat, zou ook mogelijke verklaringen kunnen zijn. Vanwege zijn keuze voor de tweedeling tussen geloof en wetenschap, waarin wetenschap waarde vrij is en filosofische interpretaties uitsluitend van buitenaf komen, is de enige manier om te kiezen een blinde sprong in geloof. De belangrijke aanwijzing – dat Darwin zelf een deïst was[16] – om in te zien dat wetenschappelijke theorieën over de oorsprong geen ideologie vrije zones zijn, wordt niet in overweging genomen. Was dit wel zo geweest dan zou de centrale stelling van dit boek in elkaar geploft zijn.

Intelligent Design

De hoofdstukken die gaan over zaken die te maken hebben met intelligentie en ontwerp zijn bijzonder teleurstellend. Veel van de punten zijn niet meer dan het klakkeloos herhalen van de goedkope argumenten van de atheïstische apologeten op het internet. Zo worden ons verteld dat rechter Jones, van de zaak van de school raad van Pennsylvania, een Lutheraan was benoemd door president Bush,[17] dat het Discovery Institute een document heeft dat de “Wig Strategie” genoemd wordt, dat voorstanders van ID geen door collega’s gecontroleerde artikelen in de belangrijkste (wetenschappelijke) literatuur hebben en dat ze geen onderzoek doen, enz. Alexander stelt dat ID in de kern een “God van de gaten” argument is gebaseerd op onwetendheid en een makkelijke prooi voor toekomstige wetenschappelijke vooruitgang. Deze foute[18] aanname gaat van tevoren uit van de waarheid van het Darwinisme; tenzij het Darwinisme juist is, zal de toekomstige wetenschappelijke vooruitgang het gat tussen het Darwinisme en de geobserveerde realiteit juist groter maken en niet kleiner.
Alexander is geen reactionaire “dorps atheïst”, en het is dan ook teleurstellend hem kritiekloos deze drogredennaties te zien (her)opvoeren. De manier waarop hij de kern van het ID/Darwinisme vraagstuk vermijdt is nog erger. Het belangrijkste geschilpunt is dat Darwinisme de complexiteit van biologisch leven op dusdanige manier verklaard dat de inbreng van een intelligent wezen overbodig is. Het is een verklaring waarom er geen brein nodig is om de biologische diversiteit, zoals wij die kennen te verklaren, een niet-teleologisch scheppingsverhaal. Alexander wijst arbitrair andere, ondergeschikte, vragen aan als kernvragen en bespreekt deze, daarbij de bijdragen van echte ID-voorstanders[19] vermijdend. Over het geheel genomen accepteert hij echter dat het Darwinisme niet een proces is waarbij intelligente inbreng kan worden waargenomen, en daarom spreekt hij logischerwijs ID tegen. Wanneer hij probeert evolutie te harmoniseren met het idee van ontwerp, suggereert hij dat het ontwerp misschien gelegen is in de bovenliggende parameters van het systeem en niet in wat het systeem voortbrengt. Dat wil zeggen, het ontwerp van het systeem zelf heeft het leven zoals wij dat kennen onvermijdbaar gemaakt – Darwinisme is uiteindelijk niet compleet willekeurig, maar het periodiek systeem en de wetten van interactie die er zijn hebben de uitkomst vooraf vastgelegd.[20] Hier wijkt hij af van het axioma dat hij elders toepast, omdat deze interpretatie van Darwinisme controversieel is en niet de algemene consensus.

Conclusie

Uiteindelijk is Dr. Alexander’s boek een geschenk voor de Verlichting en het secularisme. Het accepteert het hele wetenschappelijke veld als een ideologie vrije zone en geeft de reële wereld, de hele schepping van vlees en bloed daaraan over. Christenen worden achtergelaten met een boek met etherisch theologische interpretaties en waarden, en een vage hoop om uit deze wereld te worden getild naar iets geheel anders. Van de Bijbel wordt een onzeker boek gemaakt met veel mogelijke verklaringen, terwijl objectieve, onbevooroordeelde en onfeilbare wetenschap een regent is die onweerlegbare waarheid onthult. Zonde, de dood, de zondeval en uiteindelijk het evangelie worden gescheiden van de fysieke wereld. De fysieke menswording, dood en opstanding van Christus en daarom het evangelie zelf worden achtergelaten als theologisch onverklaarbare gebeurtenissen.

Kort gezegd, onze evangelische erfenis wordt voor niets weggegeven. Het idee dat “God de wereld schiep door evolutie” kan aannemelijk klinken als het in het kort wordt gepresenteerd. Christenen zouden dit boek moeten lezen als ze de verreikende theologische gevolgen van het aannemen van dat geloof willen onderzoeken. Het schepping-evolutie debat is niet, zoals Alexander het wil afschilderen, een storm in een glas water, veroorzaakt door de onwetenden. De christelijke orthodoxie wordt bedreigd, en we moeten daarin een wijze keuze maken.


 


Referenties

[1]En tekenend voor de koers die de compromiszoekers varen, zie ook Cosner, L., A pathetic case for an old earth, A review of A Biblical Case for an Old Earth by David Snoke, J. Creation 21(3):52–54, December 2007; (creation.com/snoke).
[2]Dit is in de context van de discussie over micro/macro evolutie — zie http://creation.com/dontuse#micro_macro; later op bladzijde 159 al shij een andere onderwerp bespreekt, geeft Dr. Alexander dat hij zich realiseerd dat het niet noodzakelijk is om de “soort” in Genesis gelijk te stellen met “soort” in de biologie.
[3]Zie ook Kulikovsky, A.S., Creationism, Science and Peer Review, J. Creation 22(1): 44–49, 2008; (creation.com/peer).
[4]Is Genesis poetry / figurative, a theological argument (polemic) and thus not history?, from Batten, D., Catchpoole, D., Sarfati, J. and Wieland, C., Creation Answers Book, ch. 2, Creation Book Publishers, 2007.(creation.com/fh)
[5]Freeman, T.R., The Genesis 5 and 11 fluidity question, J. Creation 19(2):83–90, 2005; (creation.com/fluidity).
[6]Sarfati, J., Biblical chronogenealogies, J. Creation 17(3):14–18, 2003; (creation.com/chronogenealogy).
[7]Sarfati, J., Genesis: Bible authors believed it to be history, Creation 28(2):21–23, 2006; (creation.com/gen-hist).
[8]Dat is, enkele duizenden jaren volgens Dr Alexander’s eigen beweringen zoals eerder aangegeven.
[9]Sarfati, J., The Fall: a cosmic catastrophe: Hugh Ross’s blunders on plant death in the Bible, J. Creation 19(3):60–64, 2005; (creation.com/plant_death).
[12]Cosner, L., Romans 5:12–21: Paul’s view of a literal Adam, J. Creation 22(2):105–107, 2008; (creation.com/romans-5-pauls-literal-adam).
[13]See the review by Weinberger, L., Preaching to his own choir, J. Creation 19(2):42–45, 2005; (creation.com/ruse2).
[14]Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld het verwerpen van de vraag of Darwinisme beperkingen heeft door de vraag volkomen in termen van specificatie te stellen (hoofdstuk 5), het verwerpen van de dreiging van naturalisme door dit te simpel definiëren als wetenschap bedrijven zonder expliciete God woorden te gebruiken (hoofdstuk 14), en het verwerpen van de vraagstukken rond het toepassen van informatie theorie op het bestuderen van DNA, door de willekeurige stelling dat “informatie” een andere betekenis zou moeten mogen hebben in de biologie (hoofdstuk 5).
[15]Mijn argumentatie in dit stuk, waarbij Dr. Alexander’s leer als “zacht deïsme” wordt beschreven, moet niet uitgelegd worden als een aanval op secundaire oorzaken in het algemeen, of data een keuze voor het gebruik van wonderlijke verklaringen de voorkeur geniet indien dat mogelijk is. Het punt is dat de Schrift expliciet de taal gebruik van directe oorzaken, en dit kan niet simpelweg vervallen tot secundaire oorzaken zonder een geode rechtvaardiging, die niet gegeven wordt.
[16]Dit kan ook gezien wordenin een niet uitgewerkte noot, waarin Dr. Alexander aantekent dat vele 19e eeuwse theoriën keurig samenvielen met het wereldbeeld van de normale “Victorian gentleman”, blz. 179.
[17]Maar hij was geen conservatief, en zijn “bevindingen” waren bijna woord voor woord overgenomen uit de ACLU tekst. Zie creation.com/nas#appendix.
[18]Het uiteindelijke doel van de ID theoreticus, zoals ze AD nauseum uitleggen, is om overtuigend de karakteristieke tekenen van ontwerp aan te tonen, e.g. Put a Sock In It: Arguments we’ve heard many times before and don’t want to hear again, (www.uncommondescent.com/comment-policy/put-a-sock-in-it/); cf. Sarfati, J., By Design: Evidence for nature’s Intelligent Designer—the God of the Bible, Creation Book Publishers, 2008. Zie ook Weinberger, L., Whose god? The theological response to the god-of-the-gaps, Journal of Creation 22(1):120–127, 2008.
[19]Hoewel, in tegenstelling tot zijn behandeling van de creationisten, citeert Dr. Alexander meerdere ID theoretici en publicaties.
[20]Dr. Alexander beweert ook dat buitenaards leven wellicht mogelijk is, en om deze redenen op het leven op aarde moet lijken. Wederom negeert hij de krachtige argumenten tegen deze ideeën, e.g. Bates, G., Alien Intrusion: UFOs and the Evolution Connection, Master Books, AR, 2005.