Het ‘Lucy-kind’

Het ‘Lucy-kind’
door Carl Wieland,
22 september 2006.
vertaling HT, Werkgroep In Genesis

Meer goed nieuws voor creationisten.

Er is melding gemaakt van jong individu van dezelfde soort als de bekende Lucy. [1] Het exemplaar dat gevonden is in Dikika, Ethiopië, is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Waarschijnlijk is het van een jong meisje van ongeveer 3 jaar oud. Er wordt verondersteld dat de ouderdom van het fossiel ongeveer 3,3 miljoen jaar is. Er is ongeveer 5 jaar nodig geweest om het skelet voorzichtig uit het omsluitende zandsteen te verwijderen. Die klus is nog niet helemaal klaar en er zijn misschien nog wel veel meer jaren nodig om te bevestigen hoe bijvoorbeeld de voetbeenderen er precies uitzagen.

Waarom is deze vondst zo belangrijk?

Er is nogal veel ophef gemaakt toen Lucy (later Australopithecus afaransis genoemd) werd ontdekt. Eindelijk, zo dachten evolutionisten, hadden ze een prachtige kandidaat-voorouder. Eentje die rechtop gelopen zou hebben, en eigenschappen had die een perfecte mix waren tussen aap en mens.

Echter, het onvermijdelijke vond plaats. Terwijl de tijd voortschreed en anatomisten de fossiele beenderen van Lucy en andere exemplaren van haar genus (Australopithecus) beter bestudeerden, leek een andere conclusie steeds duidelijker te worden. Op basis van objectieve computertechnieken, wezen verschillende onderzoekers (zoals evolutionist Dr. Charles Oxnard) erop dat de eigenschappen als geheel helemaal geen tussenvorm tussen aap en mens zijn. Ze wezen er tevens op dat hun voortbeweging niet overeenkwam met een rechtop lopende mens. Verder, leek het erop dat de vingers en tenen van andere exemplaren van Lucys’ soort, lang en gekromd waren. Als van apen die van tak naar tak slingeren. Hun armen waren lang, zoals die van boomklimmers. [Voor meer details, zie de Australopithecus afarensis section of the overview Fossil evidence for alleged apemen—Part 2: non-Homo hominids uit het Journal of Creation]

Er op gebrand om vast te houden aan hun visie aangaande ‘aapmensen’, werd beargumenteerd dat dit slechts overblijfselen waren van de evolutie. Het werd echter steeds moeilijker om dit standpunt te verdedigen toen bleek dat het skelet van Lucy zelfs polsgewrichten had als die van chimpansees en gorilla’s (polsgewrichten die de pols ‘op slot zetten’ voor het lopen op knokkels). Zie Lucy was a knuckle-walker en het meer gedetailleerde stuk Did Lucy walk upright? (Was dit ook slechts een overblijfsel. Zo ja, waarom heeft natuurlijke selectie dit dan niet geëlimineerd als het toch niet langer nodig was?)

CAT-scan-onderzoek aan de balansorganen van andere australopithecine-schedels maakte het nog moeilijker om vast te houden aan het geloof dat dit menselijke voorouders waren. De scans verschaften bewijsmateriaal dat ze niet rechtop hebben kunnen lopen zoals mensen dat gewoon zijn te doen (zie Humans: images of God or advanced apes?). [2]

“wat ontdekt is lijkt de nagel aan de doodskist [ van het idee van de menselijke voorouder ].”

Sommigen hebben wellicht geprobeerd om hun opwinding te behouden, op basis van bewijsmateriaal dat sommige australopithicenes de capaciteit moeten hebben gehad voor tenminste een vorm van rudimentaire spraak. Het daarvoor aangehaalde bewijsmateriaal is het volgende: De binnenzijde van de schedels hadden afdrukken van patronen op het hersenoppervlak. Deze patronen komen enigzins overeen met de patronen zoals wij die hebben in onze hersenen, in de gebieden welke worden gebruikt voor spraak.

Expositie van australopithecus in de Apenheul, zomer 2006. Foto: Mathijs Schaap

Een expositie van Australopithecus in de Apenheul, zomer 2006. Let op de rechtoplopende houding, en de menselijke trekken, zoals het verzamelen van voedsel en het gebruik van de (wandel)stok.
Foto: Mathijs Schaap

Dit argument is echter met de grond gelijk gemaakt toen duidelijk werd dat dezelfde patronen ook nu nog aanwezig zijn in enkele levende apen. Daar worden ze echter enkel gebruikt voor niet-taalverwante doelen. (zie ook Mind by design: interview with neuroscientist and part-time ‘ape-man’ researcher Peter Line en Monkeying around with the origins of language).

Terwijl deze argumenten zich opstapelden werden talloze evolutionaire afbeeldingen en exposities vertoond die ‘Lucy’ afbeelden met deze ‘mens-aap’-achtige eigenschappen. (bijv. handen en voeten gelijkend op die van een mens). Hoewel hun voorstellingen later door het bewijsmateriaal werden weerlegd, lijkt het er op dat het te moeilijk is om al deze exposities en displays te wijzigen.

Betere conservering = meer informatie

Dus dit is de ontdekking van een nog beter bewaard gebleven [3] exemplaar van Lucys’ soort: (het lijkt er zoveel op dat het niet slechts in dezelfde Genus is geplaatst maar zelfs bij dezelfde soort <species>).

  • Gecorrigeerd naar lichaamsgrootte, waren de hersenen niet significant groter als die van een aap.
  • Er is een compleet tongbeen (hyoïd) (nabij het strottenhoofd) gevonden. Het komt volledig overeen met dat van een chimpansee. Geen enkel bewijs dus voor de capaciteit om te spreken, zoals sommigen hadden gehoopt.
  • De enige complete vinger (beenderen) is gebogen, zoals die van een chimpansee. Gebogen vingers zijn ontworpen voor het grijpen van takken.
  • Het schouderblad lijkt op dat van een gorilla, ontworpen voor het klimmen in bomen en voor het lopen op knokkels, niet voor rechtop lopen.
  • De eigenschappen van het evenwichtsorgaan in de schedel bevestigd dat de methode van voortbeweging was zoals die van een chimpansee. Normaliter niet rechtop lopend.

Een hieraan gerelateerd commentaar uit een Nature artikel, stelt heel diplomatiek van de laatste drie van deze:

‘alle drie bewijsstukken suggereren dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de voortbeweging van A. Afaransis beperkt was tot lopen op twee voeten.’ [4]

De auteur, een bekende paleoantropoloog, stemt er mee in dat de eigenschappen van dit schepsel ‘veel meer lijken op die van een aap, dan van latere taxa, die terecht zijn opgenomen in ons geslacht (genus), Homo.’ [5] (Zie ook de in Journal of Creation gepubliceerde analyse van ander rapporten van deze auteur [6], The non-transitions in ‘human evolution’—on evolutionists’ terms).

De auteur van het commentaar in Nature, kijkt naar het Lucy-kind met een evolutionaire bril op en vindt het op basis daarvan primitief. Dat wil zeggen, nog niet ver genoeg geëvolueerd.

Het is veel logischer om met gezond verstand direct te kijken naar wat het bewijsmateriaal zegt:

  • De reden waarom dit exemplaar aapachtig lijkt, is omdat het een lid is van een (nu uitgestorven) groep aapachtige schepsels. Geschapen in een andere groep dan de mens en andere apengroepen. Inderdaad heeft Oxnard op basis van verschillende analyses al veel eerder beargumenteerd dat australopithicenes meer afwijken van zowel mensen als chimpansees dan deze laatste twee van elkaar. [7]
  • De reden waarom het al die anatomische eigenschappen heeft die verband houden met een niet-menselijke voortbeweging, is heel simpel. Namelijk het is aapachtig, apen bewegen niet als mensen en er zijn geen apen die gewoonlijk rechtop lopen.

Dikika regio, Ethiopië

Dikika regio, Ethiopië

Het ‘Lucy-kind’ brengt de verschillende zaken bijeen in een prachtig exemplaar. Zaken die individueel beschouwt overduidelijk zijn en hebben gezorgd voor een opeenstapeling van bewijsmateriaal tegen het idee van de menselijke voorouder. Zo onderhand moet dit binnen de kringen van evolutionisten een aardig pijnpunt zijn geworden. Commentaren op dit exemplaar lijken hier en daar wat open lijntjes te hebben.

De open lijntjes lijken als doel te hebben, ons ervan te overtuigen dat eerdere onderzoekers redenen hadden om te denken dat afaransis rechtop liep. En/of dat afaransis dat mogelijk gedaan zou kunnen hebben op bepaalde momenten, zoals de nu levende dwerg chimpansee ook wel eens rechtop loopt. Maar, dat is, zo zal iedereen direct beamen, geen echt bipedalisme [red.1].

Het voorzichtig blootleggen van de rest van het skelet, zal een waar monnikenwerk zijn. Maar hopelijk zal het meer gedetailleerd bewijsmateriaal opleveren over hoe afaransis en australopithecines er hebben uitgezien. Het is zeer waarschijnlijk dat het de opinie meer zal versterken dat australopithecines niet een voorouder is van de mens. Zelfs enkele evolutionisten zijn het hiermee eens. Het grote probleem voor de anderen die niet deze opinie delen is dat er geen andere kandidaat beschikbaar is. Dat is ook wat het voor hen zo moeilijk maakt om deze los te laten.

Als het verleden ons ook maar iets heeft geleerd dan is het wel dat de geschiedenis voortdurend wordt bijgesteld. De zucht naar eer en roem en de sterke wens om dit evolutionaire vacuüm te vullen is groot. Een combinatie van enkele fragmenten aan bewijsmateriaal kan een jarenlange ronde van speculaties over een totaal nieuwe groep schepsels in het leven roepen, en daarmee weer miljoenen mensen misleiden. Tenminste, totdat ook die weer moet wijken onder het gewicht van de bewijsmaterialen.



Referenties en aantekeningen

[1] Zeresenay Alemseged, Fred Spoor, William H. Kimbel, René Bobe, Denis Geraads, Denné Reed and Jonathan G. Wynn, A juvenile early hominin skeleton from Dikika, Ethiopia, Nature 443(7109):296–301, 21 September 2006.
[2] Fred Spoor, Bernard Wood, and F. Zonneveld, Implications of Early Hominid Morphology for Evolution of Human Bipedal Locomotion, Nature 369 (6482):645–648, 1994.
[3] Ondanks het feit dat evolutionisten bevestigen dat de hoge mate van conservering duidt op snelle bedekking, hoogstwaarschijnlijk in een vloed, denken we dat dit hoogstwaarschijnlijk een gebeurtenis was van na de zondvloed. Dat wil zeggen in een lokale vloed, na de zondvloed ten tijde van Noach.
[4] Bernard Wood (News and Views) ‘Palaeoanthropology: A precious little bundle’ Nature 443 (7109):278–281, 21 September 2006.
[5] Hier worden diegene mee bedoeld in de Genus, die simpelweg gewoon nakomelingen waren van Adam (i.e. erectus, neanderthalensis). Er zijn zelfs enkele evolutionisten die van mening zijn dat die eigenlijk moeten worden herbenoemd tot dezelfde soort (species) als de onze.
[6] Bernard Wood and M. Collard, The human genus, Science284(5411):65–71, 1999.
[7] C.E. Oxnard, Nature 258:389–395, 1975.
[red.1] Bipedalisme, het rechtop (op twee) benen lopen, rennen c.q. voorbewegen.

Originele Engelse tekst op: http://www.creationontheweb.com/content/view/4654/