Het ‘stenen tijdperk’ – niet meer dan een gedachtenspinsel?

Heb je je ooit wel eens afgevraagd waar de uitdrukking het ‘stenen tijdperk’ vandaan komt? Je komt het vaak tegen: het vermeende ‘feit’ dat de prehistorische mens ruim twee miljoen jaren lang stenen voorwerpen gebruikten voordat ze leerden hoe ze metaal moesten winnen en bewerken. Na het steen begonnen ze brons te gebruiken, en ijzer kwam pas later.

Toch is het archeologische bewijsmateriaal helemaal niet zo eenduidig als men zou vermoeden.

Het ‘Drie Perioden Systeem’, de Steentijd, Bronstijd en IJzertijd werd uitgevonden door Christian Jürgensen Thomsen. Hij was eigenlijk een muntenverzamelaar en hoewel hij geen academische of specifieke opleiding had voor het vakgebied, werd hij toch aangesteld als directeur van het Deens Nationale Museum.

Het werd zijn taak om een classificatiesysteem te ontwikkelen, om orde te brengen in de warboel van artefacten die zich in en rond het museum hadden opgestapeld.

Hij werd later opgevolgd door J.J.A. Worsaae, een archeoloog die bij het bezoeken van verschillende Europese vindplaatsen, op zoek ging naar bewijsmateriaal ter ondersteuning van deze volgorde. Hij begon met het opgraven van begraafplaatsen in Ierland waar hij tal van stenen, bronzen en ijzeren voorwerpen vond.

Gewoonlijk wordt beweerd dat Worsaae deze artefacten in de drie lagen aantrof zoals voorgesteld door zijn voorganger, 1 maar wanneer je zijn werk controleert, blijkt in feite juist dat hij beweerde dat er niets valt af te leiden uit de voorwerpen die hij direct uit het veen opgroef. De ijzeren, bronzen en stenen voorwerpen lagen allemaal door elkaar in de veengrond.

Hij vond ook graven met enkel bronzen, stenen of ijzeren voorwerpen. Waarom concludeerde hij dan dat deze graven stammen uit drie tijdperken? De vindplaatsen met stenen voorwerpen bevatten de lichamelijke resten, terwijl de vindplaatsen met brons slechts as bevatten. Dit as zou erop wijzen dat de zij de doden cremeerden en dus ‘duidelijk’ meer geavanceerd waren! Maar zelfs dit dubieuze argument wordt ondermijnd door het feit dat de mensen met ijzeren voorwerpen blijkbaar weer terugvielen in het begraven van de doden.

Moderne archeologen bevestigen dat het Steen-Brons-IJzer tijdperk systeem buiten Europa niet erg bruikbaar is.

Je kunt afvragen of deze classificatie nog wel enige betekenis heeft. Het lijkt toch vooral een vastgeroest idee (een paradigma) te zijn over de ‘menselijke ontwikkeling’ dat het bewijsmateriaal krijgt opgelegd.

Hoewel er in de technologische innovatie zeker wel een opgaande lijn zichtbaar is, waren de technologieën in de tijd van Noach, voor de zondvloed, al geavanceerd.
Zo lezen we over de dagen van Tubal-Kaïn; ‘hij was smid en werd de stamvader van allen die brons en ijzer bewerken’ (Genesis 4:22).

 


Referenties en aantekeningen

[1] Worsaae, J.J.A., The Primeval Antiquities of Denmark, transl. by W.J. Thoms, London, John Henry Parker, 1849.