Van het begin der schepping

Heeft Genesis een ‘hiaat’?

Is er een ‘hiaat’ van miljarden jaren tussen vers 1 en vers 2 van Genesis hoofdstuk 1, waarbinnen christenen gemakkelijk de hoge leeftijden kunnen plaatsen die evolutie-geologen daarvoor opeisen?1 2

Wat zegt de Bijbel eigenlijk? Wat wilde Mozes overbrengen?   

De meest voor de hand liggende en eenvoudige lezing van Genesis 1 laat op het eerste gezicht zien, dat Mozes, onder Gods leiding, de bedoeling had om een letterlijk historisch verslag te schrijven van wat God aan hem of aan zijn voorgangers, had geopenbaard en niet een cryptische boodschap met een heen-wijzing naar een superintelligentie. Met andere woorden, als God de bedoeling had ons duidelijk te maken dat er een kloof van miljarden jaren tussen de verzen 1 en 2 was, waarin zoveel details over Satan, zonde, oordeel, straf, herschepping, enz. plaatsvonden, dan hadden we redelijkerwijs kunnen verwachten dat Hij de auteur voorzien zou hebben van tenminste enkele van deze vermeende details. Dat deed Hij niet. Ook zijn ze nergens anders in de Bijbel te vinden.3

In feite hebben orthodoxe Joden en conservatieve christenen Genesis 1 altijd als letterlijk historisch gelezen. Prof. Davis Young, een theïstisch evolutionist, geeft toe:

‘Het kan niet worden ontkend, ondanks frequente interpretaties van Genesis 1 dat uitgaat van het rigide letterlijke, dat de bijna universele kijk van de christelijke wereld tot aan de 18e eeuw was, dat de aarde slechts een paar duizend jaar oud was. Tot aan de ontwikkeling van het modern wetenschappelijk onderzoek van de aarde zelf, werd dit standpunt binnen de kerk niet in twijfel getrokken.’4

Andere Bijbelgedeelten zijn de doodsteek voor de Gap-theorie.

Genesis 1:31 zegt: En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.’ (In het Hebreeuws staat hier tov meod, wat perfectie aanduidt, een volledige afwezigheid van elke vorm van kwaad, zoals Calvijn en andere uitleggers hebben aangetoond). Dit zou nauwelijks een accurate beschrijving kunnen zijn als het wezen dat later Satan werd, al in opstand zou zijn gekomen! En als daar miljarden fossielen vanuit de ‘Lucifer-vloed’ zouden zijn, met de kenmerken van ziekte, wreedheid, dood en verval, overeenkomend met het uitsterven van een volledig pre-Adamitisch ras en het uitsterven van een complete wereld van dieren, met Adam en Eva wandelend bovenop een berg van begraven fossielen, hoe zou God dit alles ‘zeer goed’ hebben kunnen noemen?5 (In hun monumentale commentaar op het Oude Testament, zeggen Keil en Deliztsch over ‘zeer goed’ in Genesis 1:31: ‘alles was perfect naar zijn aard. De aanwezigheid van enig kwaad in de schepping van God wordt absoluut ontkend en de hypothese volledig weerlegd dat het zesdaagse werk alleen maar aan een goddeloos en kwaadaardig beginsel onderworpen en gekluisterd zou zijn.’)

“Zeker is dat een vloed die expliciet beschreven wordt in de Bijbel, een betere bron vormt voor de fossielen, dan een hypothetische vloed die in de Bijbel in het geheel niet genoemd wordt!”

Genesis 6-9 beschrijft een wereldwijde vloed waarin al de zuurstof-ademende landdieren  die niet op Noachs ark waren, omkwamen. Omdat de aanhangers van de Gap-theorie de fossielen toewijzen aan ‘Lucifers vloed’, worden zij gedwongen te concluderen dat de zondvloed geen zichtbare sporen heeft achtergelaten of slechts een lokale gebeurtenis was. Zeker is dat een vloed die de Bijbel expliciet beschrijft, een betere bron vormt voor de fossielen, dan een hypothetische vloed die in de Bijbel in het geheel niet genoemd wordt!

Exodus 20:11 zegt: ‘Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat erin is, …’ Dit is het ultieme vers buiten Genesis wat betreft het tijdsraam van de schepping. Het stelt categorisch dat God alles in zes dagen geschapen heeft. Er is gewoon geen ruimte voor een ‘hiaat’.6

Romeinen 5:12 stelt: ‘…zoals door één mens (Adam) de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood …’, Adam was geschapen op de zesde dag, maar de klassieke ‘gap-theorie’ zegt dat de dood er al was gedurende de ‘hiaat-periode’ vóór de eerste dag. Maar niet volgens de apostel Paulus! Dit vers zegt duidelijk dat de dood in de wereld kwam vanwege (en dus ) dat Adam gezondigd had. Er is geen aanleiding om dit te beperken tot de menselijke dood; integendeel, Romeinen 8:20 zegt dat de héle schepping ‘aan de zinloosheid onderworpen is’. De dood kon daarom nog niet in de wereld gekomen zijn (met fossielen omgekomen in de vermeende ‘Lucifers vloed’) vóórdat Adam gezondigd had.

Aanhangers van de Gap-theorie moeten daarom stellen dat Romeinen 5:12 en Genesis 3:3 alleen slaan op een geestelijke dood. Dit is niet zo. Adam begon lichamelijk te sterven (Hebreeuws: ‘stervende zult gij sterven’ dat betekent dat het proces van sterven zou beginnen: Genesis 3:19) en voltooid werd in Genesis 5:5; daarnaast stierf hij ook geestelijk.7 De Heere Jezus onderging beide, de lichamelijke en de geestelijke dood, (Mattheüs 27:46) voor ons aan het kruis. Zie ook 1 Korinthe 15:21-22.

Wat is de Gap-theorie?

De Gap-theorie plaatst miljoenen jaren tussen de verzen 1 en 2 in Genesis 1.

De Gap-theorie is een poging van sommige christelijke theologen om Genesis aan te passen aan het populaire geloof dat het universum buitengewoon oud is. Gap-aanhangers geloven in een letterlijke Genesis, maar accepteren een extreem hoge (ongedefinieerde) leeftijd voor de aarde. Om deze weergaven met elkaar te verzoenen, passen zij de geologische leeftijden in tussen vers 1 en 2 van Genesis 1. Nochtans zijn zij tegen evolutie.

Volgens Weston W. Fields, auteur van het ultieme anti-gap boek Unformed and Unfilled, kan de traditionele of klassieke Gap-theorie als volgt samengevat worden: ‘In het verre ongedateerde verleden schiep God een perfecte hemel en perfecte aarde. Satan was de heerser over de aarde die was bevolkt door een ras van ‘mensen’ zonder een ziel. Uiteindelijk rebelleerde Satan, die rondging in een hof van Eden, ‘bekleed met’ edelstenen (Ezechiël 28), door het verlangen aan God gelijk te zijn (Jesaja 14). Als gevolg van Satans val deed de zonde intrede in het universum en bracht het Gods oordeel op aarde in de vorm van een vloed (aangegeven door het water in Gen. 1:2) en daarna een wereldomvattende ijstijd toen het licht en de hitte van de zon op één of andere manier verdwenen waren. Al de planten, dieren en menselijke fossielen vandaag de dag op aarde, dateren van deze ‘Lucifers-vloed’ en staan in geen enkele genetische relatie met de planten, dieren en mensen die vandaag op aarde leven …’ (Ref. 6, p. 7). De hedendaagse schepselen zijn het resultaat van een zesdaagse herschepping.

Let echter op: recent kwam er een nieuwe Gap-theorie op het toneel, waarin geen sprake is van vernietiging of herstel; voorstanders postuleren slechts een lange-tijdskloof met oude sterren, een oude aarde, of beide.

Het vermeende Bijbelse bewijs voor een hiaat’.    

Aanhangers van de Gap-theorie zijn sterk afhankelijk van revisionistische vertalingen van enkele Hebreeuwse woorden.

  1. De Hebreeuwse woorden bara (‘scheppen uit het niets’) en asah (‘maken’).

Genesis 1:1 gebruikt het woord bara en Exodus 20:11 gebruikt asah. De Gap-aanhangers beweren dat Exodus 20:11 verwijst naar een nieuw te maken en een nieuw te vormen verwoeste wereld. Zij beweren dat bara en asah niet door elkaar kunnen worden gebruikt.

Antwoord: Het Hebreeuwse woord bara wordt drie keer gebruikt in Genesis 1, iedere keer wordt het gebruikt voor de schepping van iets totaal nieuws−iets wat daarvoor niet bestond.

Genesis 1:1 gebruikt bara voor de schepping van de hemelen en de aarde.

Genesis 1:21 gebruikt bara voor de schepping van de eerste bewuste dieren (of nephish chaiah) leven.

Genesis 1:27 gebruikt bara voor de schepping van de eerste mens, dat wil zeggen menselijk leven−geschapen naar Gods beeld.

Maar Genesis 1:26 citeert God als Hij zegt: ‘Laten Wij mensen maken (asah) naar Ons beeld’, terwijl het daarop volgende vers zegt, ‘En God schiep (bara) de mens naar Zijn beeld’. Dus in dezelfde gebeurtenis, hier omschreven door de beide woorden bara en asah, worden de woorden duidelijk door elkaar gebruikt−de passage is Hebreeuws parallellisme. Bovendien zegt Genesis 2:4: ‘Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam, toen zij geschapen (bara) werden. Op de dag dat de HEERE God aarde en hemel maakte (asah)’. Hier worden bara en asah opnieuw samen gebruikt in een synoniem parallellisme, wat opnieuw laat zien dat zij door Mozes door elkaar worden gebruikt.

Soms wordt asah duidelijk gebruikt voor scheppen ex nihilo (uit het niets), ondanks dat de Gap-aanhangers het tegenovergestelde beweren, bijvoorbeeld in Nehemia 9:6:

‘U bent het, HEERE, U alleen. U hebt de hemel gemaakt (asah), de allerhoogste hemel en heel het leger erin, de aarde en al wat daarop is, de zeeën en al wat daarin is; en U doet dat alles leven, en de menigte aan de hemel buigt zich voor U neer’.

  1. Waw’ is de naam van de Hebreeuwse letter die men gebruikt als een combinatie. Het heeft meerdere betekenissen: ‘en’, ‘maar’, ‘nu’, ‘dan’ en verschillende andere dingen, afhankelijk van de context en de soort van de betrokken waw.8 Het komt voor aan het begin van Genesis 1:2 en is vertaald in de KJV, ‘En de aarde nu [waw] was zonder vorm en ledig’.

De Gap-aanhangers gebruiken deze vertaling ter ondersteuning van de Gap-theorie. Echter, de meest eenvoudige lezing van de tekst ziet vers 1 van Genesis 1 als het belangrijkste onderwerp- en werkwoordcomponent met vers 2 bevattende drie ‘indirecte clausules’. Dit is wat de Hebreeuwse gramaticus Gesenius de term ‘waw explicativum’ gaf, (ook wel genoemd copulatieve waw of disjunctieve waw) of verklarende waw en vergelijkt het met het Engelse ‘to wit’9 of het Nederlandse ‘namelijk’.

Een dergelijke disjunctieve waw is eenvoudig uit te leggen vanuit het Hebreeuws, omdat het is gevormd door de letter waw gevolgd door een niet-werkwoord. Het introduceert een verklarende voorlooptekenreeks, dat wil zeggen: het waarschuwt de lezer om de volgende passage tussen haakjes te plaatsen, als het ware−een beschrijvende aanduiding over het vorige zelfstandig naamwoord. Het betekent niet iets wat er op volgt in een tijdreeks−dit zou worden aangegeven door een andere Hebreeuwse constructie, de consecutieve waw genoemd, waar de waw wordt gevolgd door een werkwoord [de consecutieve waw, is in feite gebruikt vóór de verschillende scheppingsdagen (zie Creation at the academy Dr Doug Kelly interview). Dus blijkt uit de Hebreeuwse grammatica dat een betere vertaling van Genesis 1:2 zou zijn: ‘De aarde nu …’, en geparafraseerd zou het kunnen zijn: ‘Nu zover het de aarde betreft …’.10

Het is alsof de auteur van Genesis (onder Gods leiding), door het gebruik van een dergelijk
verbindingswoord tot uitdrukking wil brengen dat er geen onderbreking is tussen de twee verzen.

  1. ‘Was’ [Hebreeuws hayetah] in Genesis 1:2 is door de Gap-aanhangers vertaald met ‘werd’, wat de volgende lezing geeft: ‘En de aarde nu werd [of is geworden] zonder vorm en ledig.’ Gap-theoreticus A.C. Custance besteedt bijna 80% van zijn boek Without Form and Void, inclusief 13 aanhangsels, om te pleiten voor deze vertaling, in het bijzonder met de pluperfect ‘is geworden’.

Maar erkende grammatici, lexicografen en taalkundigen hebben bijna unaniem de vertalingen ‘werd’ en ‘is geworden’ verworpen.11 Het is een fundamenteel exegetische misvatting te beweren dat het legitiem zou zijn om het op deze manier in de specifieke context van Genesis 1:2 te vertalen, omdat Strongs Concordantie ‘werd’ als één van de betekenissen van het woord haya geeft. Het is grammaticaal gewoon onmogelijk wanneer het werkwoord haya is gecombineerd met een disjunctieve waw−in de rest van het Oude Testament is Waw + een zelfstandig naamwoord + haya (qal perfect, 3e persoon) altijd vertaald met ‘was’ of ‘kwam’, maar nooit met ‘werd’.

“De eenvoudige bedoeling van wat Mozes zegt is dat er op de eerste dag een met water bedekte massa was.”
  1. De Hebreeuwse woorden tohu en bohu, vertaald met ‘zonder vorm’ en ‘ledig’, in Genesis 1:2, wordt door de Gap-aanhangers opgeëist om een vernietigend oordeel aan te duiden in plaats van een proces van opbouw.12 Maar tohu vinden we verschillende keren in de Bijbel ‘waar het wordt gebruikt in een moreel neutrale vorm, met een beschrijving van iets onvoltooids en verward, maar niet noodzakelijkerwijs als kwaad!’.13 De eeuwen door hebben Hebreeuwse geleerden en de Kerk geoordeeld dat Genesis 1:2 niet een scene is van oordeel of van een staat van kwaad, veroorzaakt door de val van engelen, maar een beschrijving van de onvoltooide staat van het heelal. De duidelijke en eenvoudige bedoeling van wat Mozes zegt, is dat er op de eerste dag een met water bedekte massa was, met nog geen functioneel droog land (tohu = zonder vorm), en nog onbewoond (bohu = ongevuld).

Sommigen hebben Jeremia 4:23 misbruikt om de Gap-theorie te onderwijzen, omdat het de zin tohu va bohu gebruikt om het resultaat van een oordeel te beschrijven. Leidende gap-theoretici zoals Arthur Custance gebruiken dit feit om te beweren dat ‘zonder vorm en ledig’ zou moeten betekenen ‘verwoest door een oordeel’. Maar dit is misleidend−er is niets in de Hebreeuwse woorden tohu va bohu dat in zichzelf iets dergelijks suggereert. De enige reden dat zij verwijzen naar ‘verwoest’ is te wijten aan de context waarin de woorden zijn gevonden. Zij betekenen eenvoudig ‘zonder vorm en ledig’. Deze toestand kan of het gevolg zijn van dat er nog niets anders is ontstaan, of sommige ontstane dingen die verwijderd zijn. De context van Jeremia 4 is een profetie over de plundering van Jeruzalem door de Babyloniërs, niet van schepping. In feite staat Jeremia 4:23 bekend als een literaire toepassing op Genesis 1:2 − het oordeel zou zo ernstig zijn, dat de uiteindelijke staat ervan net zo leeg zou zijn als de wereld voordat God iets geschapen had. Jeremia 4:23 kan niet gebruikt worden om Genesis 1:2 uit te leggen als een oordeel − dat zou totaal achterstevoren zijn, omdat een toepassing alleen maar in één richting werkt.

Een analogie: als ik mijn tekstverwerker open, is mijn documentscherm leeg. Maar als ik een heel document verwijder, zou mijn scherm eveneens leeg zijn. Dus ‘leeg’ betekent ‘vrij van elke tekst’. In de ene context is het gebrek aan tekst te wijten aan het feit dat ik nog niets geschreven heb, in de andere context is het een gevolg van de verwijdering van de tekst. Je zult de juiste context moeten weten−je kunt het niet afleiden louter van het woord ‘leeg’. Echter, een Custance-achtige analyse van het woord kan concluderen dat ‘leeg’ kan verwijzen naar een scherm waarvan alle tekst verwijderd is, dus het woord ‘leeg’ betekent een tekstverwijderingsgebeurtenis, zelfs wanneer dat niet is vermeld.

  1. Het Engelse woord ‘replenish’ in de KJV vertaling van Genesis 1:28 (‘… and God said unto them, Be fruitful and multiply and replenish the earth, …”) biedt geen ondersteuning voor de Gap-theorie zoals de Gap-aanhangers beweren. Taalkundige Dr. Charles Taylor schrijft, “Zoals vertaald in 1611 was het (replenish) slechts een parallel tot ‘vullen’ en het voorvoegsel ‘re’ betekende niet ‘her’, maar ‘volledig’.”14 Hetzelfde Hebreeuwse woord male is gebruikt in Genesis 1:22, en is daar vertaald met ‘vervult’ (het water van de zeeën), dus is er geen noodzaak om het in vers 28 anders te vertalen. (Zie ook: What does replenish the earth mean?
  2. De duisternis. Aangezien ‘God licht is’ (1 Johannes 1:5), en in de Bijbel ‘duisternis’ soms gebruikt wordt als een metafoor voor oordeel over goddelozen (Exodus 10:21, Jesaja 13:10, Joël 2:31, Mattheüs 27:45, enz.), hebben sommige (niet alle) Gap-aanhangers betoogd, dat Genesis 1:2 naar een toestand van kwaad verwijst. Dit is een fout van de logica. ‘Het symbool wordt verward met dat wat gesymboliseerd wordt, zodat het symbool zelf nu als kwaad beschouwd wordt!’15

De aarde kon niet anders dan in duisternis zijn, want het licht was nog niet geschapen. Inderdaad, Genesis 1:3, ‘En God zei: Laat er licht zijn!’, zou alleen al voldoende zijn om de Gap-theorie te ondermijnen. Als de zon, maan en sterren al ‘In den beginne’ (Genesis 1:1) geschapen waren (waar zelfs de nieuwere Gap-theorieën op aandringen), waarom was het dan noodzakelijk voor God om licht te scheppen (vers 3) ná het veronderstelde hiaat tussen de verzen 1 en 2?

Andere problemen.

  1. Heel veel dierlijke fossielen zijn functioneel gezien vrijwel identiek als vandaag levende dieren. Traditionele Gap-aanhangers worden geconfronteerd met het probleem van hoe en waarom dit zo is, zonder dat er enige lijn van afkomst is.
  2. Gap-aanhangers gaan voorbij aan de woorden van de Heer Jezus in Markus 10:6, ‘Van het begin van de schepping echter heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt.’ Het is duidelijk dat de Heere Zelf niet voorzag in een hiaat van enige betekenis tussen Genesis 1:1 en de schepping van Adam en Eva.
  3. In ieder geval is er veel excellent wetenschappelijk bewijs, consistent met een jonge aarde.16 (Zie Q&A: Young World evidence).
  4. Het hele concept voor de noodzaak van een hiaat laat ‘een verkeerde manier van denken’ zien. Het is het resultaat van het gebruik van humanistische, evolutionaire wetenschappelijke opinies om de Bijbel te verklaren, in plaats van het tegenovergestelde.

 

Conclusie 

Hoewel de Gap-theorie goedbedoeld is door zijn aanhangers, wordt hij niet bevestigd door enig gegeven, noch taalkundig, noch Bijbels, noch praktisch. Er voor pleiten dat de dood al aanwezig was vóórdat Adam zondigde is in strijd met het Bijbelse gegeven dat de dood gekomen is als gevolg van het zondigen van Adam, wat de verlossing van de mens door de dood van Christus aan het kruis en Zijn opstanding noodzakelijk maakte.

 

Waar passen de engelen?

Exodus 20:11 zegt dat God alle dingen in hemel en op aarde maakte in zes dagen. Daarbij moeten ook de engelen besloten zijn, allen goed of heilig geschapen (Kolossenzen 1:16; Judas 6).

Job 38:4,7 suggereert dat de engelen (‘kinderen/zonen Gods’) aanwezig waren toen God de fundamenten van de aarde legde, d.w.z. geschapen op dag 1 (Genesis 1:1), vóórdat Hij het licht schiep. Engelen, die geestelijke wezens zijn, hebben geen ogen met menselijke retina’s en konden dus vermoedelijk in het donker zien evenals God dat kan.

Dit roept de vraag op wanneer deze wezens in opstand kwamen en aanleiding gaven tot opkomst van Satan en zijn demonische volgelingen (2 Petrus 2:4; Judas 6). Dit was zeker niet vóór het moment dat God verkondigde dat alles ‘zeer goed’ was tegen het einde van de zesde dag (Genesis 1:31). Sommige Gap-aanhangers zeggen dat er niet voldoende tijd was na de zesde dag en vóór de gebeurtenissen in Genesis 3 om te voorzien in deze rebellie. Dus hoe lang was het?

We weten niet hoelang het was na de zesde dag (of de zevende?) dat de verleiding van Eva plaatsvond (Genesis 3). We kunnen veronderstellen dat het geweest moet zijn vóórdat Eva in staat was om zwanger te worden (Genesis 4:1). Omdat Kaïn een zondige natuur had moet de conceptie plaats gevonden hebben na de zondeval van zijn ouders.

Laten we er daarom vanuit gaan dat het niet langer dan een week was tussen de zesde dag en de zondeval. Geeft dit voldoende tijd? Ter overweging:

  • Engelen bewonen een geestelijk rijk/dimensie en we weten niet hoe deze zich verhoudt met ons eigen ruimte/materie/tijd-continuüm. Sinds Einstein weten we dat tijd geen constante is en beïnvloed wordt door bijvoorbeeld de zwaartekracht, dus is tijd (als daar al zoiets bestaat) in de geestelijke dimensie niet noodzakelijk hetzelfde als tijd in de dimensies die wij kennen.
  • Zelfs als het bovenstaande niet van toepassing is, lijkt één week meer dan voldoende tijd. Degenen die zeggen, ‘Het zou niet voldoende geweest zijn,’ en dus kiezen voor een hiaat vóór Genesis 1:2, passen een menselijke standaard van redeneren toe. Echter zouden engelen, met een bovenmenselijke intelligentie (maar niet alwetend), begrensd kunnen worden door zulke antropomorfe beperkingen?
  • Zelfs als we mensen als voorbeeld nemen, waarom zou één dag, of zelfs één uur niet voldoende zijn om een situatie aan te grijpen en die te laten resulteren in trotse opgeblazenheid? Waarom zou het een lange tijd moeten duren om anderen op te roepen om deel te nemen aan rebellie. Een paar uur of zelfs één of twee dagen van demagogie is vaak al voldoende geweest om gewone eenvoudige burgers op te zetten tot een lynchpartij. Kijk naar de menigte in Jeruzalem tijdens het proces van de Heer Jezus. Het door God uit Zijn nabijheid verdrijven van de engelen die dusdanig gezondigd hadden, kan gemakkelijk binnen een heel korte tijd hebben plaatsgevonden−misschien zelfs binnen enkele minuten of nog minder.

We concluderen daarom dat de tijd die nodig was voor de engelen om in opstand te komen geen ‘hiaat’ noodzakelijk maakt tussen de verzen 1 en 2 van Genesis 1. Een dergelijke gegeven zou in tegenspraak zijn met alles wat God beschrijft als ‘zeer goed’ aan het eind van de zesde dag.

Referenties en noten

  1. Voorgesteld door Thomas Chalmers (1780–1847), oprichter van de Free Church of Scotland. Het idee van een hiaat werd door sommige christenen tot ‘canon’ verheven toen C.I. Scofield het in 1909 opnam in de voetnoten van de Scofield Reference Bible in 1909.
  2. De meest academische presentatie van de gap theorie is te vinden in Without Form and Void by Arthur C. Custance, Doorway Publications, Brookfield, Canada, 1970.
  3. De twee Bijbelgedeelten die gewoonlijk worden aangehaald met betrekking tot de ‘val van Satan zijn Jes. 14:12–15 en Ezech. 28:13-17. Beide passages zijn in de context profetieën over aardse koningen (van Babel en Tyrus), en er wordt geen expliciete verwijzing naar Satan gemaakt. Maar zelfs als deze verzen zo worden toegepast, dan is er geen aanwijzing dat een van de beschreven gebeurtenissen plaatsvond vóór Genesis 1:2.
  4. Davis A. Young, Christianity and the Age of the Earth, Zondervan, Michigan, p. 25, 1982.
  5. Met andere woorden, als Jes. 14:12–15 en Ezech. 28:13–17 verwijzen naar de ‘val’ van Satan (wat zeker niet bewezen is), past dit meer consistent ná de zesde dag van de scheppingsweek en niet tussen de verzen 1 en 2 van Genesis 1. Voor verdere discussie, zie mijn artikel, Who was the serpent?, Creation 13(4):36–38.
  6. Voor verdere discussie, zie Weston W. Fields, Unformed and Unfilled, Burgener Enterprises, Collinsville, Illinois, p. 58,1976.
  7. In de Bijbel heeft ‘geestelijk dood zijn’ de betekenis van scheiding van God in plaats van vernietiging.
  8. F. Brown, S.R. Driver, and C.A. Briggs, A Hebrew and English Lexicon of the Old Testament, Oxford, pp. 251–255, 1968, geciteerd uit Ref. 6, p. 81.
  9. Kautzsch and Cowley, Gesenius’ Hebrew Grammar, p. 484, sectie 154a, voetnoot 1, geciteerd uit Ref. 6, p. 82.
  10. Voor een meer gedetailleerde uitleg, zie Ref. 6, pp. 81–86.
  11. Voor een meer gedetailleerde uitleg, zie Ref. 6, pp. 87–112.
  12. Ref. 2, p. 168.
  13. Ref. 6, p. 129, wat de argumenten van Fields’ op pp. 113–130 samenvat. Gap-aanhangers beweren soms dat de twee woorden gezamenlijk gebruikt (tohu va bohu) in andere delen van de Bijbel waar sprake is van oordeel; er is echter in de context van Genesis niets, (wat wel gevonden wordt in deze andere verwijzingen) die onafhankelijk zouden wijzen op oordeel.
  14. Charles Taylor, The First 100 Words, The Good Book Co., Gosford, New South Wales, Australia, p. 74, 1996.
  15. Ref. 6, p. 132.
  16. Zie Morris, JD, The Young Earth, Master Books, Colorado Springs, 1994; evenals de samenvatting van Dr. Russell Humphrey, Evidence for a young world, Creation 13 (3): 28-31, ook verkrijgbaar als herdruk in de boekwinkels in de UK, de VS, NZ en Australië.