Vliegende dino’s, loopvogeldino’s en overige fantasieën van de evolutie theorie.

Vliegende dino’s, loopvogeldino’s en overige fantasieën van de evolutie theorie.
door Dr. Emil Silvestru – Canada
18 maart 2005
vertaling HT, Werkgroep In Genesis

‘We kunnen ervoor kiezen om het concept ‘vogel’ nog verder terug te voeren in de geschiedenis, maar dan hebben we ook te maken met dieren die nog verder verwijderd zijn van wat wij als vogels zouden beschouwen.’

Dit staat op de poster die een nieuwe expositie (van 12 maart tot 5 september 2005) aankondigde in het Royal Ontario Museum (ROM) in Toronto, Canada. Hoewel de officiële titel van de expositie ‘Gevederde dinosauriërs en de oorsprong van vliegen’ luidt, blijkt taalgebruik een van de hoofdbestanddelen te zijn en niet de fossielen. We zien namelijk, dat bij deze expositie de definitie van vogels wordt aangepast om de fossiele vondsten in te passen in de voortdurend veranderende evolutionistische scenario’s. De organisatoren zijn het Dinosaur Museum van Blanding, Utah in de VS, en het Fossiel Administration Office of Liaoning, China in samenwerking met het Geological Institute van de Chinese Academy of Geological Science.

De geschiedenis.

De fossielen komen hoofdzakelijk uit het bekende Liaoning gebied in China. Maar het echte topstuk, de Scansoriopteryx heilmanni (‘Heilmanns-klimmende-vleugel’), komt uit Binnen-Mongolie (een autonome regio in China). Er wordt verondersteld dat dit fossiel 40 – 60 Ma ouder zou zijn dan de Liaoning fossielen en 25 – 40 Ma ouder dan de Archaeopteryx. Het wordt enerzijds aangeprezen als een van de vroegste gevederde vliegende dinosauriërs of anderzijds als de eerste vogel! Dat mag nogal verwarrend lijken, maar ze hebben hierover nog geen besluit genomen. De reden hiervoor is dat er in Liaoning zoveel bijzondere fossielen worden gevonden die aansluiten bij beide ideeën.

Sommige van deze Chinese fossielen al eerder getoond bij exposities op verschillende plaatsen en continenten (zie Chinese gevederde dinosauriërs, waar zijn de sceptici?), maar de opbouw van deze expositie en de diagrammen en poster nemen duidelijk afstand van het welbekende evolutionistische verhaal over het verband tussen dinosauriërs en vogels. Temeer daar dezelfde fossielen ook worden gebruikt in een expositie in San Diego, Californie, die een geheel ander verhaal vertelt (zie: www.sdnhm.org/exhibits/feathered/ ).

Een van de allereerste posters vermeldt:

‘De enkele dinosauriërs die bekend waren in de 19e eeuw, werden in het begin beschouwd als grote reptielen of hagedissen. Wetenschappers realiseerden zich echter al snel dat er een relatie was tussen dinosauriërs en vogels. Wat die relatie is, is ook vandaag de dag nog steeds een raadsel

Cladistiek

Deel van een cladogram die de veronderstelde evolutionaire relatie tussen Deinonychus en moderne vogels laat zien

Afbeelding 1. klik op de afbeelding voor een vergroting.
Deel van een cladogram die de veronderstelde evolutionaire relatie tussen Deinonychus en moderne vogels laat zien.

Omdat er geen pasklaar antwoord kan worden gegeven, benaderd de expositie het probleem met cladestiek. Wat betekent dat de evolutionistische verwantschap wordt bepaald op basis van hun afgeleide overeenkomsten. Dit in tegenstelling tot fenetika die organismes groepeert op basis van hun uitwendige bouw en vorm (morfologie), en de meer traditionele benaderingen die zich baseren op een aantal kern eigenschappen.

Er wordt een cladogram (een soort stamboom van cladestiek) opgesteld van een serie van punten die elkaar verbinden (afbeelding 1). Bij voorkeur splitst elk punt de serie op in twee opwaartse evolutionaire takken. Eentje die leidt naar het volgende punt en de ander die leidt naar een bestaande of uitgestorven diergroep.

Een van de belangrijkste effecten van cladestiek is dat deze het mogelijk maakt dat zogenaamde primitieve en geëvolueerde schepsels (welke een in evolutionaire zin ‘grootouder’ en ‘kleinkind’ relaties, suggereren) gelijktijdig naast elkaar bestonden. Daarmee bewerend dat ze een gemeenschappelijke voorouder hadden en dat het ‘kleinkind (meer ontwikkelde)’ niet evolueerde uit de ‘grootouder (primitievere)’. Cladestiek vervangt op die manier de onbekende gemeenschappelijke voorouder met een knooppunt, die de naam draagt van een bepaalde groep (clade). Het verschaft echter geen afbeelding omdat de werkelijke (compleet hypothetische) voorouder nooit is ontdekt!

Het cladogram met de naam ‘Het dinosaurus erfgoed van vogels’ aan het eind van de lange slingerende route door de expositie is een lang verhaal. Maar het is de moeite waard om het helemaal te lezen om te begrijpen met welke mate van wensdenken cladestiek is belast. Vertaald in gewoon, begrijpelijk Nederlands staat er: Uit een vage onbekende voorouder ontstonden reptielen (een clade). Een onbekend reptiel veranderde op enig moment in schilpadden en in een andere clade, Diapsida [red.1] genoemd. Later veranderde een onbekende diapside in een groep hagedissen, slangen etc. en in een clade, Archosauria [red.2] genaamd. Een onbekende archosaurus veranderde op zijn beurt in krokodillen en een andere clade, Ornithodira [red.3] genoemd. Een onbekende ornithodise veranderde toen (even tussen haakjes, alles door evolutie natuurlijk) in Pterosauria [red.4] en in Dinosauria. [red.5]. Terwijl de evolutie stug volhield, veranderden, zo wordt verondersteld, dinosauriërs later in Ornithischia [red.6] en Saurischia [7]. Een onbekende saurischiër ontwikkelde zich verder tot Sauropodomorpha [red.8] enzovoort tot aan Neognathae [red.9] (moderne vogels).

Wanneer we kijken naar het hypothetische schepsel wat steeds wordt toegewezen aan een groep die bestaat uit veel verschillende types, dan is het niet moeilijk om vast te stellen dat geen enkele van deze gemeenschappelijke voorouders ooit is gevonden.

Die toewijzing is misschien wel erg handig, maar daardoor ontbreekt het aan bewijsmateriaal wat toch ieder weldenkend mens zou willen zien. De Bijbel geeft echter veel meer dan hypothetische entiteiten en groepen met prachtige namen. Het verschaft een geschiedenis, zoals die is vastgelegd door de Auteur van het universum. En hoeveel openbare musea (gefinancierd door belastingbetalers) zijn er die deze geschiedenis laten zien? Geen een.

Mozaïekwerk in het plafond van de foyer van het Royal Ontario Museum

Afbeelding 2: Mozaïekwerk in het plafond van de foyer van het Royal Ontario Museum (ROM).

Ironische genoeg, heeft het ROM een voorwerp wat wel daaraan herinnerd. In het plafond van de lobby, is in het prachtige mozaïekwerk een inscriptie opgenomen. ‘opdat ieder weet wat God vermag. [red.10]’ (Job 37:7). Jammer genoeg wordt dit kleine detail door het merendeel van de bezoekers genegeerd. Voor hen is het een tempel van onbetwistbare heidense, seculiere humanistische religie en onderwijs. Het is droevig om te zien hoe onze cultuur is veranderd.

De expositie

De introductie van de expositie laat het geweldige inbeeldingsvermogen van de dino-tot-vogel gelovige zien. Modellen van gevederde Deinonychus (‘verschrikkelijke-klauw-dino’) zijn opgesteld in de schaduw van Therizinosaurus, een gigantische combinatie van Pino uit sesamstraat en een gigantische “luiaard” (zie afbeelding 3 en 4). Van Therizinosaurus wordt aangenomen dat het de voorouder is van dromaeosauria. Dit grote schepsel met klauwen van 30 cm aan zijn voorpoten kijkt neer op zijn veronderstelde verwanten en de bezoekers als ze de expositie verlaten. Aan de linkerkant ervan is een mooie set van 3 ongevederde Deinoychus gereconstrueerd (afbeelding 5). Het bijschrift luid:.

‘Deze sculpturen zijn tussen 1986 en 1989 gemaakt. Ze zijn gemaakt met schubachtige huid, gebaseerd op de fossielen huidafdrukken van andere dinosauriërs. Toen Deinonychus voor het eerst werd beschreven in 1969, werd gedacht dat het een vogelachtige dinosauriër en mogelijk voorouder van vogels was. Nu weten we dat Deinonychus zelf vliegende voorouders had, vliegende dromaeosauriërs. Dit betekent dat het dus feitelijk een soort loopvogel was in plaats van een dinosauriër. Wetenschappers zouden nooit hebben geopperd dat Deinonychus een schubachtige dinosauriër was als deze gevonden zou zijn geweest na de ontdekking van de fossielen van de vliegende dromaeosauriërs in China. In dat geval zou men er van zijn uit gegaan dat het een loopvogel was die de mogelijkheid om te vliegen had verloren.’

Gevederde modellen van deinonychus met op de achtergrond een therizinosaurus.

Afbeelding 3: Gevederde modellen van deinonychus met op de achtergrond een therizinosaurus.

De betekenis van deze tekst is veelzeggend en toont de feilbaarheid aan van het evolutionaire-stamboomconcept .

Merk op hoe deze tekst duidelijk weergeeft waar het in de expositie feitelijk om draait: Een fundamentele verandering in de interpretatie van fossielen die we al lang kennen.

Het laat ook zien dat veel van de overbekende eigenschappen van veel dinosauriërs feitelijk zijn afgeleid en niet gedemonstreerd. Overigens is dat niet de indruk die men krijgt als men dergelijke exposities over dit onderwerp bezoekt. Het is bijna te zielig voor woorden om te beweren dat de wetenschap ooit geloofde (In die tijd was de bewoording meer ‘we weten nu dat…’) Deinonychus een ‘mogelijke voorouder van vogels’ was en dat ze nu weten dat hetzelfde dier een gedegenereerde vogel was. Nakomeling van de vliegende dromaeosauria! Deze tekst beweert dat vliegende dromaeosauria vogels waren, en dat hun nakomelingen de vliegkunst hadden verloren. Maar verderop in de expositie worden dromaeosauria beschouwd als vliegende reptielen, en niet als vogels!

De bekende documentaire Walking with Dinosaur van Discovery Channel (zie ‘Walking with … untruths!’) schilderde de velociraptors (bekend van de Jurassic Park films) af als woeste en angstaanjagende roofdinosauriërs. Maar feitelijk ontdekken we nu dat het gedevolueerde vogels waren (Velociraptor worden net als de Deinonychus gezien als dromaeosauria).

Close-up van een therizinosaurus

Afbeelding 4: Close-up van een therizinosaurus.

De fossielen

De buitengewone mate van detail die bewaard is gebleven is spectaculair. Zelfs nerven in bladeren en vleugels van insecten zijn duidelijk zichtbaar op de oppervlaktes van de vulkanische en meersedimenten van de Yixian formatie. (vroege Krijt, volgens evolutionisten meer dan 125 miljoen jaar oud). [1]

Na de fossielen vele uren bestudeerd te hebben tijdens de expositie ben ik tot de conclusie gekomen dat er veren zichtbaar zijn op de fossielen van de vogels. Ik heb echter geen veren kunnen ontdekken op de dromaesauria en de pterosauriërs (vliegende reptielen zoals Pterorhynchus). Dat lijkt meer op speculatie, zonder duidelijke aanwijzing voor echte veren en/of ze werkelijk toebehoren aan de fossiele dinosauriërs.

Het is duidelijk dat de dunne donkere of soms zelfs zwarte vezels in verband worden gebracht met veel van de kleine dromaeosaurus fossielen. Ze kunnen echter evengoed de resten zijn van waterplanten die in de oude meren groeiden. Er zijn in de expositie tenminste twee aanwijzingen voor die mogelijkheid:

  1. Van het getoonde fossiele Ginko exemplaar, Ckanowskia rigida genaamd, wordt beschreven dat het ‘draad-achtige’ bladeren heeft.
  2. Het ultraviolette beeld van de Pterorhynchus toont een duidelijk kleurcontrast tussen de beenderen en de veronderstelde veren. Dit suggereert een totaal verschillende oorsprong van die twee.

Ongevederd model van een dinonychus

Afbeelding 5: Ongevederd model van een dinonychus

Een andere mogelijkheid is dat de vezels van vogelveren afkomstig zijn en bewaard zijn gebleven samen met de dinosauriër fossielen. Er is een grote concentratie van bewaard gebleven vogelleven op deze locatie. Het zou niet onterecht zijn aan te nemen dat er ook een groot aantal nesten was.

Er is van vogels bekend dat ze veren gebruiken om het nest te bekleden of te versieren. Het is heel goed mogelijk dat het geweld van de vulkaanuitbarstingen die bijgedragen lijken te hebben aan de snelle en uitstekende fossilisatie, veel van de nesten met hun inhoud in de meren hebben doen belanden. Wellicht zijn ze daar terechtgekomen bij de stervende dinosauriërs en pterosauriërs. Het is ook heel goed mogelijk dat het gebied een ruiplek was voor de vogels (vergelijkbaar met pinguïns op bepaalde stranden). Op die manier kunnen ook grote hoeveelheden veren worden gevangen in sedimentafzettingen.

Wat me bijzonder heeft verbaasd is hoe de paleontologen de fossielen met een zo gedetailleerde morfologie en anatomie hebben kunnen reconstrueren. De meeste van de fossielen zijn – platgedrukte bijna 2 dimensionale fossielen – met platte, vaak onsamenhangende skeletten. Ik herinnerde me toen opeens dat deze mensen hun werk doen met een duidelijk beeld in gedachten waar ze naar toe willen werken. We kennen dit ook wel van de ‘aapmens reconstructies’. Ze weten behoorlijk goed hoe het er moet zien. Ik herinnerde me wat Donald Johansen (de ontdekker van de veronderstelde menselijke voorouder ‘Lucy’) heeft toegegeven over dit soort vooronderstelling. Hij zei:

’Ik probeerde het bewijsmateriaal voor datering in een patroon te persen dat de conclusies over de fossielen zou ondersteunen. Hoewel deze fossielen bij nadere bestudering deze datering niet zouden onderbouwen.’[2]

Evolutie van veren

In een poging de bezoeker te overtuigen van de echtheid van de veren op deze dinosauriërs was er een groot paneel geplaatst die de hypothetische evolutie van de veren weergaf van een enkele vezel (stadium 1) tot de volledige asymmetrische veer (stadium 5). In de expositie wordt echter geen enkel duidelijk argument aangevoerd. De microscopische foto’s die V-vormige structuren zouden moeten laten zien (eigenschappen die worden beschouwd bij veren te horen) in de huid van Pterorhynchus zijn niet overtuigend. Deze structuren zouden collageenvezels kunnen zijn of overblijfselen van het fossilisatie proces. In mijn ogen lijken ze meer op haren dan op veren. De uitvergrote foto van wat beweerd word een veer te zijn in het derde stadium (hoewel het lijkt op een van de foto’s uit het vierde stadium) is minder overtuigend dan ze beweren. Opnieuw kon ik talrijke overeenkomsten waarnemen met waterplanten.

Nog meer intrigerend is de bewering dat Psittacosaurus (die wordt beschouwd als een van de vroegste voorouders van de gehoornde dinosauriërs zoals de Triceratops) draadachtige haren (primitieve veren) had op zijn staart. Deze ornithischiër (vogelheup dinosauriër) wordt niet beschouwd als voorouder van vogels, hoewel het wel een ‘afgeleide’ eigenschap deelt: het heupbeen (op basis van cladestiek). Dit is het enige fossiel dat duidelijk 3 dimensionaal is, zodat er ook meer details te zien zijn. Deze details bewijzen echter niet dat dit fossiel in verband kan worden gebracht met veren.

Nieuwe ideeën, nieuwe lessen, hetzelfde oude liedje.

Drie afzonderlijke teksten in de expositie trokken mijn bijzondere aandacht, omdat de logica hier ver te zoeken is:

We weten nu dat vogels niet de enige dieren zijn die veren hadden. Pterosauriërs, de vliegende reptielen en enkele dinosauriërs hadden ook een of andere soort veren. Dit roept een paar interessante vragen op: Wat is het verband tussen deze drie soorten dieren? Ontwikkelden veren zich een keer, twee keer of drie keer afzonderlijk van elkaar? Stamde een van de groepen af van een de anderen, of stammen de drie groepen af van een gemeenschappelijke voorouder? Hoe ver terug in de tijd voeren de verschillende groepen?

Als we de tekst goed lezen komen we tot de conclusie dat vogels geen dinosauriërs zijn. Ze worden in de volgende zin immers afgezet tegen, pterosauriërs en dinosauriërs. Een andere tekst luidt echter:

U hebt gezien dat vogels veel bijna unieke eigenschappen delen met dinosauriërs [red: maar er zijn veel meer verschillen]. Deze bijzondere eigenschappen kunnen het best worden verklaard vanuit de conclusie dat vogels en dinosauriërs dezelfde voorouders hadden [red: of misschien een gemeenschappelijke Ontwerper?]. Enkele van de gemeenschappelijke eigenschappen worden getoond op het cladogram. Zoals u kunt zien, zijn de moderne vogels (Aves, rechtsboven) de enige overlevende van de uitgebreide dinosauriër familie.

De derde tekst maakt het nog verwarrender:

De ontdekking dat sommige dromaesauriërs konden vliegen, betekent dat ze vogels zijn en plaatst ze nu dus in bij de Aves. De ontdekking van Scansoriopteryx ondersteunt het alternatief dat vogels mogelijk zijn ontwikkeld van onder uit de boom (red. Door schepsels die de bomen inklommen).

Zijn vogels nu dinosauriërs of niet? Al het gegoochel met woorden zoals ‘soort’, ‘genus’, ‘familie’, ‘clade’, etc roepen een hoop verwarring op. De Bijbel leert ons dat God de dieren schiep naar hun ‘aard’!

Met de eerste tekst zijn nog meer problemen. Veren zijn mogelijk drie keer zijn geëvolueerd! Een keer vanuit schubben (wat op zichzelf al een groot probleem is, lees meer daarover in Skeptics/Australian Museum “Feathered Dinosaur” display: Knockdown argument against creation?).
De tweede vanuit huid (zoals bv bij pterosauriërs) en uiteindelijk van …, tja dat is niet duidelijk. We weten immers niet, wie of wat de verschillende in bomen levende voorouders waren, en of ze schubben of een huid hadden.

In eenvoudig Nederlands lijkt de expositie te zeggen:

“er zijn zoveel fossielen waarvan we geloven dat ze verband houden met de voorgeschiedenis van vogels, dat we geen mening kunnen vormen over de evolutie daar van. Het is heel goed mogelijk dat ze een ander evolutie pad hebben gevolgd voor de verschijning van de theropoda (2 potige dinosauriërs). Immers, toen theropoda veren hadden en sommigen zelfs konden vliegen, waren er ook al echte vogels. Maar de onbekende voorouder van vogels moet wel een dinosauriër zijn geweest omdat er te veel afgeleide eigenschappen zijn die ze gemeenschappelijk hebben. Net zoals sommige vogels de mogelijkheid verloren om te vliegen, zijn er ook dinosauriërs die de mogelijkheid verloren te vliegen. Dus soorten zoals Velociraptor en Deinonychus hebben geen veren ontwikkeld ter isolatie van hun lichaam maar voor het vliegen. Maar in de loop van de tijd hebben ze de mogelijkheid om te vliegen verloren. Loopvogels en dinosauriërs leefden gelijktijdig en streden om hun bestaan. De dinosauriërs stierven allen op hetzelfde tijdstop uit terwijl enkele vogels tot in het heden hebben weten te overleven.

Er zijn nog veel onbeantwoorde vragen, zoals:

  • Hoe kan het dat een succesvolle vliegende diergroep zoals de pterosauriers, nooit geëvolueerd is tot vogel, ondanks dat het veren heeft ‘ontwikkeld’?
  • Hoe kan het dat dieren met de meest belangrijk eigenschap (de grote voorste ledematen) om te vliegen (een eigenschap die tevens zeer moeilijk te ontwikkelen is), niet evolueerden tot vogels, terwijl anderen dat zogenaamd wel deden?
  • Hoe konden dromaeosauriërs het grootste gedeelte van hun fysieke kracht verschuiven van hun achterpoten (andere theropoda hadden 75 % van hun kracht in hun heupen) naar hun voorste ledenmaten, zodat ze konden vliegen?
  • Waar is de genetische informatie voor een dergelijke grote verandering vandaan gekomen? Mutaties kunnen daar absoluut geen verklaring voor zijn.

Voor diegenen die de ware geschiedenis van de Bijbel aannemen laat de expositie geen vragen achter. God schiep alle dieren naar hun aard. Dat geldt ook voor de vogels, pterosauriërs, dinosauriërs en dromaeosauriërs, die misschien wel of geen veren hebben gehad. Toen de zondvloed kwam, kwamen alle dieren om het leven, behalve die aan boord waren van de ark. Het is de zondvloed met de daarbij gepaard gaande vulkanische activiteiten die deze dieren zo goed fossiliseerde in het Liaoning district. Ze verschaffen een duidelijk archief van plotselinge dood en bedekking in stilstaand water (het ‘meer-milieu’), waar het fijne sediment, afgewisseld met vulkanische as zeer geschikt waren voor de conservering van de fossielen.

Na de initiële bedekking, zorgde woester water voor grotere sedimentvolumes, die het geheel verder bedekten om het te bewaren voor de evolutionistische paleontologen die er hun hoofd over kunnen breken en ter bekoring en verwondering van op de Bijbel vertrouwende christenen. Na de zondvloed, gingen de pterosauriërs, dinosauriërs en vogels uit de ark om zich te verspreiden over de aarde die door de zondvloed dramatisch was veranderd. De omstandigheden en de leefomgeving zijn echter duidelijk in het voordeel van de vogels en de zoogdieren. De dinosauriërs en pterosauriërs stierven uiteindelijk uit.



Referenties en aantekeningen

[1] De kleurrijke reconstructie van Pterorhynchus (vliegende reptiel) laat een geel gestreept schedeldak zien. Het bijschrift op de expositie bevestigd dat het kleurenpatroon bewaard is gebleven in de fossielen. Informatie van <www.palaeo.gly.bris.ac.uk/palaeofiles/lagerstatten/Liaoning/taphonomy.html> zegt echter dat de kleuren niet bewaard zijn gebleven. Wie moeten we geloven?
[2] Johanson, Donald C. and Maitland Edey, Lucy: The Beginnings of Humankind, Simon & Schuster, New York, pp. 258–258, 1981.
[red.1] Diapsida, = ‘met twee openingen’.
[red.2] Aurchosauria, = ‘heersende hagedis’
[red.3] Ornithodira, = ‘vogelnekken’
[red.4] Pterosauria, = ‘gevleugelde reptielen’
[red.5] Dinosauria = ‘veschrikkelijke hagedis’
[red.6] Ornithischia = ‘vogel heup’
[red.7] Saurischia = ‘hagedis heup’
[red.8] Sauropodomorphs = ‘met poten van een sauropod’
[red.9] Neognathae, = ‘nieuwe bek’ , moderne vogels
[red.10] In het Engels luidt de tekst. “Opdat een ieder het werk Zijner handen kent.”