Was Gods voltooide schepping perfect?

Hebreeuws
Robert_C / Pixabay

Mensen die miljoenen jaren in de Bijbel in willen passen, moeten accepteren dat de dood bestond vóór de zondeval van Adam. Sommigen doen dit door te beweren dat de dierlijke dood niet inconsistent is met een perfecte schepping, en anderen beweren dat de oorspronkelijke schepping niet perfect was. De laatsten doen dit door te beweren dat tov me’od (Hebreeuws voor ‘zeer goed’) in Genesis 1:31 alleen maar betekent dat de schepping zeer geschikt was voor het doel waarvoor God het schiep, en geen absolute perfectie.

Maar dit houdt bij nader onderzoek geen stand. De Bijbel leert duidelijk dat de dagen van de scheppingsweek dagen van normale lengte waren,1 de chronogenalogieën2 uit Genesis 5 en 113 plus andere bijbelse gegevens duiden op een leeftijd van ongeveer zesduizend jaar.4 En de Heere Jezus leerde dat God man en vrouw ‘vanaf het begin van de schepping’ gemaakt heeft en niet miljarden jaren later.5

Fossielen en schepping
Credit: creation ministries international

Ook bevatten de rotslagen, die naar men beweert miljarden jaren oud zijn, fossielen. Fossielen zijn natuurlijk het bewijs van dode dingen—zowel van mensen als van dieren.6 Maar de Bijbel leert consequent dat de dood het gevolg is van de zonde (Romeinen 5:12-21,7 Rom. 6:23Rom. 8:19–25,8 1 Kor.  15:21-229).10 De Bijbel leert ook dat mensen en dieren vegetarisch geschapen werden (Genesis 1:29-30), en Jesaja 11 en 65  zinspelen op deze Edenstaat van ‘geen kwaad of verderf’.11 Maar het fossielenverslag laat carnivoor gedrag zien,12 een merkwaardige blinde vlek van sommige oude-aarde apologeten die hun dogma van hoge leeftijden proberen te combineren met oorspronkelijk vegetarisme.13 Uit al dit bijbels onderwijs blijkt dat de fossielen gevormd moeten zijn nadat Adam zondigde, wat betekent dat dit ‘bewijs’ van hoge leeftijden misleidend is. De bijbelse verklaring is de wereldwijde zondvloed uit de tijd van Noach.

Het fossielenverslag laat carnivoor gedrag zien, een merkwaardige blinde vlek van sommige oude-aarde apologeten die hun dogma van hoge leeftijden proberen te combineren met oorspronkelijk vegetarisme.
Het tweede punt maakt ook deel uit van een ‘groter plaatje’. God is perfect, dus schiep Hij de dingen perfect; alles wat onvolmaakt is, is te wijten aan de zonde, niet aan de manier waarop God het oorspronkelijk gemaakt heeft. God noemt zijn schepping daarom ook zeven keer ‘goed’ (Hebreeuws: טוב tôv) in Genesis 1, en zeven is het bijbelse getal van perfectie. Verder verklaarde God de zevende keer, nadat Hij klaar was met Zijn scheppingswerk, het eindproduct ‘zeer goed’ (Genesis 1:31, Hebreeuws טוב מאד  tôv me’od). Zoals zal worden aangetoond, is dit een sterke indicator, vooral met het expliciete onderwijs hierboven genoemd, dat de wereld oorspronkelijk geen dood of ziekte had. Dit is genoeg om ideeën van miljoenen jaren te weerleggen, omdat dergelijke visies het fossielenbestand in deze ‘zeer goede’ wereld plaatsen. Dit zou inhouden dat kanker en jicht ‘zeer goed’ zijn.

Het bovenstaande bijbelse onderwijs is zo duidelijk dat de aanhangers van lange leeftijden slechts twee alternatieven hebben:

  1. Ontken de bijbelse leer helemaal, zoals theïstische evolutionisten in BioLogos.14
  2. Claim een ​​goed beeld van de Schrift, maar probeer het weg te redeneren, zoals de progressieve creationisten als Hugh Ross dat doen. De rest van dit artikel gaat over zijn argumenten en is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 6 van mijn boek Refuting Compromise(2004, 2011), een weerlegging van Ross en zijn leringen m.b.t. hoge leeftijden.

De creatie was slechts heel goed, maar niet perfect

Ross en zijn medewerkers beweren dat ‘zeer goed’ eigenlijk alleen maar betekent dat het perfect was voor dat waarvoor het bedoeld was, maar niet dat er geen dood of ziekte was.15 Hun uiteenzetting geeft een aantal andere voorbeelden van deze uitdrukking, en ik heb de context van wat hij beschreef tussen vierkante haken toegevoegd:

‘Gods zeer goede schepping betekent niet dat het ‘volmaakt’ is. Op de meeste plaatsen waar deze uitdrukking (tov me’od) voorkomt, wordt het vertaald als ‘erg knap’ of ‘heel mooi’—Genesis 24:16 [Rebekka’s schoonheid], Numeri 14:7 [het beloofde land], Richteren 18:9 [land van Laïs/Dan], 2 Samuël 11:2 [de schoonheid van Bathseba], 1 Koningen 1:6 [Adonia’s voorkomen], Jeremia 24:2,3 [vijgen].’16

Maar een dergelijk verweer laat zien dat hij wel wat basistraining in exegese zou kunnen gebruiken, wat bijv. gegeven wordt in het boek Exegetical Fallacies door de evangelische nieuwtestamenticus Dr. D.A. Carson. Ross begaat een klassieke denkfout die Carson als volgt noemt:

Ongeautoriseerde acceptatie van een uitgebreid semantisch veld. De denkfout ligt in dit geval in de veronderstelling dat de betekenis van het woord in een specifieke context veel breder is dan de context zelf toestaat en mogelijk het gehele semantisch bereik van het woord met zich mee kan brengen.17

Dat wil zeggen het feit dat de uitdrukking ‘zeer goed’ deze betekenissen kan hebben in sommige contexten betekent niet dat het deze betekenissen kan hebben in welke context dan ook. Zeker, de uitdrukking ‘zeer goed’ kan worden gebruikt voor mensen en dingen in een gevallen wereld.18 Maar de specifieke context van Genesis 1 laat zien wat God bedoelde met tov me’od.

De uitdrukking ‘zeer goed’ was het hoogtepunt van de scheppingsweek, waar God al zes keer de dingen ‘goed’ had genoemd. Dit is een duidelijke aanwijzing dat er geen principe van daadwerkelijk kwaad was in dat wat God gemaakt had.

Er is een Hebreeuws woord תמים (tāmîm) dat meestal met ‘perfect’ of ‘zonder smet’ wordt vertaald (het is in de meervoudsvorm omdat de uitdrukking luidt: ‘perfect in zijn generaties’). Ross maakt veel ophef over het feit dat dit niet wordt gebruikt om de schepping te beschrijven, en hij wijst er terecht op dat het wordt gebruikt voor Noach. Maar dit ondermijnt Ross zijn eigen stellingname, omdat het aantoont dat tāmîm zelfs wordt gebruikt van gevallen mensen, waaronder iemand die later dronken werd (Genesis 9:21). Integendeel, John Gill heeft het volgende commentaar op Genesis 6:9:

… een rechtvaardig, oprecht man onder zijn tijdgenoten; niet dat hij volkomen heilig was, of vrij van zonde, maar dat hij deel had gekregen aan de waarachtige genade van God; deugdzaam was en oprecht in hart en leven; een smetteloos leven leidde en zuiver in zijn spreken was te midden van de grove verdorvenheid van de tijd waarin hij leefde, waaraan hij ontkwam door de kennis, de genade en de vrees voor God; en daarom wordt eraan toegevoegd dat hij heilig, oprecht en onberispelijk was ‘onder zijn tijdgenoten’: onder de mannen van de verschillende generaties waarin hij leefde, zoals in de generatie vóór de zondvloed, die inderdaad afschuwelijk verdorven was, een verdorvenheid die de oorzaak daarvan was; en in de generatie ná de vloed: of ‘onder zijn tijdgenoten’, in de verschillende stadia van zijn leven, in zijn jeugd én op hoge leeftijd; hij was gedurende de hele loop van zijn leven een rechtvaardig, oprecht man.

De enkelvoudsvorm תם (tām) wordt ook gebruikt voor Job (Job 1:1), die eveneens niet zondeloos was. Maar de woorden verwijzen naar volledigheid en morele integriteit, niet naar zondeloze perfectie, omdat we ook weten dat Job zijn eigen zondigheid heeft beleden. Het woord wordt eigenlijk ook gebruikt voor Jakob in Genesis 25:27. De meeste Bijbelvertalers schijnen echter niet te willen toegeven dat hij zo gunstig is beschreven, en vertalen in plaats daarvan tām als ‘gewoon’ of als ‘stil’ in plaats van als ‘oprecht’.

Er is dus geen reden dat tamim gebruikt had moeten worden in plaats van tov me’od om een ​​zondeloze schepping te beschrijven. Integendeel, tov me’od, als hoogtepunt van de eerder gebruikte uitdrukkingen van tov, is het meest logisch om gebruikt te worden om de goedheid van Gods schepping en de fysieke perfectie van de voltooiing ervan te beschrijven.

Geen daadwerkelijk kwaad in de voltooide schepping

Nu is het duidelijk dat de schepping niet goed bleef. Maar doet dit af aan Gods verklaring? Nee. Het punt is dat toen God morele wezens schiep, er geen daadwerkelijk kwaad was. In feite is het kwaad geen ‘ding’ op zichzelf, ook al is het echt. Nee, het kwaad is het ontbreken van enig goeds dat iets zou moeten hebben, zoals Augustinus opmerkte. Moord is het verwijderen van een goed menselijk leven. Overspel is het ontbreken van een goed huwelijk. Goed is fundamenteel en kan op zichzelf bestaan; het kwaad kan niet op zichzelf bestaan. Het is altijd een parasiet in het goede. Een wond kan bijvoorbeeld niet bestaan ​​zonder een lichaam en het hele idee van een wond veronderstelt het concept van een gezond lichaam.

Blindheid bij een mens is een fysiek kwaad, omdat mensen geacht worden te zien (maar oesters zijn dat niet, dus is blind zijn geen kwaad voor oesters). Daarnaast worden er kwade acties ondernomen om dingen als rijkdom, macht en seksuele bevrediging te bereiken, die de boosdoener ‘goed’ vindt (wat ‘voldoening’ betekent). Kwade dingen worden niet als doel op zichzelf gedaan, maar goede dingen wel. Omdat kwaad geen ‘ding’ is, creëerde God geen kwaad (hoewel Hij wel rampspoed schept, waar Hij het recht toe heeft; dit geldt voor het juiste begrip van Jesaja 45:7).

Macht van Tegengestelde Keuze

Maar God schiep zowel Adam als Eva, evenals de engelen, met de macht van tegengestelde keuze. Dit betekent dat ze de macht hadden om een ​​keuze te maken die in strijd was met hun eigen aard. Die macht heeft zelfs God niet, want Hij kan niet zondigen en tegen Zijn volmaakt heilige natuur ingaan (Habakuk 1:131 Johannes 1:5).

De macht van tegengestelde keuze was iets goeds, zonder daadwerkelijk kwaad, maar het betekende wel dat er de mogelijkheid van kwaad bestond. Maar, God zag duidelijk dat er een groter goed uit voort zou komen, namelijk dat het zou resulteren in schepselen die God oprecht vrijwillig zouden liefhebben. Eigenlijk moet echte liefde vrij zijn—als ik mijn computer zou programmeren om ‘ik hou van je’ op het scherm te laten flitsen, zou dat in het geheel geen echte liefde zijn. Maar Adams misbruik van dit goed, resulteerde in daadwerkelijk kwaad dat hem ten deel viel, alsook de rest van de materiële schepping waarover hij heerschappij had (Genesis 1:28).

Satans val

Satans val
Lucifer uit de hemel geworpen. Credit: wikipedia.org

Veel commentatoren beschouwen Ezechiël 28:11-19 als verwijzend naar de val van het wezen dat we nu satan noemen (Hebreeuws voor ‘tegenstander’).19 Blijkbaar had satan zijn macht van tegengestelde keuze ook misbruikt vóór de val van Adam, omdat hij de slang kon beheersen als instrument van de verleiding (Openbaring 12:9).

Eén mogelijke interpretatie van Openbaring 12:4 is dat een derde deel van de engelen zich bij de opstand aansloot20—zij zouden de demonen zijn geworden waarnaar in de Schrift wordt verwezen. Maar de val van satan en de demonen was duidelijk niet tijdens de ‘zeer goede’ scheppingsweek. Overeenkomstig zegende God de zevende dag (Genesis 2:3). Er was geen enkele aanwijzing van enige zonde of vloek op deze dag. Daarom moet satan hierna zijn gevallen. Maar dit was nog vóór de val van de mens, waarvan de timing nader kan worden beperkt, zoals zal worden uitgelegd.

De val van de mensheid

Eva werd misleid door de verleiding van de slang en gaf op haar beurt de verboden vrucht aan Adam, die niet was misleid maar desondanks at (1 Timotheüs 2:13-14). Dus wanneer gebeurde dit? Dat duurde niet zo lang, zoals kan worden afgeleid uit de geopenbaarde geschiedenis van de eerste mensen. Adam en Eva kregen de opdracht om ‘de aarde te vervullen’ (Genesis 1:28) en moeten per definitie, voordat ze vielen, gehoorzaam zijn geweest. Verder, werden zij ‘erg goed’ gemaakt, wat inhoud dat zij fysiek perfecte lichamen hadden. Dit betekent eveneens dat zij onmiddellijk in staat zouden zijn geweest om zwanger te worden, althans binnen de eerste menstruatiecyclus. Hun eerste kind (Kaïn) werd echter verwekt na de val en was zonder enige twijfel zondig.

In de oorspronkelijke schepping kende God het kwaad op dezelfde manier als een oncoloog weet heeft over kanker—niet door persoonlijke ervaring, maar door kennis ervan (in het geval van God, door voorkennis). Maar nadat Adam en Eva zondigden, kenden ze het kwaad op dezelfde manier als een kankerpatiënt kanker kent—door trieste persoonlijke ervaring.
Daarom moet hun val binnen een zeer korte tijd hebben plaatsgevonden, hoogstens drie tot vier weken na de scheppingsweek. Logisch gevolg: we kunnen ook de timing van Satans val inperken tot het smalle venster tussen de gezegende zevende dag en de val van de mensheid.

Als gevolg van zijn zonde verwierven Adam en zijn nakomelingen een zondige natuur (Romeinen 5:12 e.v.) en verloren ze de macht van een tegengestelde keuze. Dat betekende in dit geval dat ze nu niet langer tegen hun zondige natuur in konden gaan (Psalm 51:5Jeremia 17:9 , Romeinen 7:15-25). Dus krijgen mensen tegenwoordig hun zondige natuur niet door te zondigen; ze zondigen vanwege hun zondige natuur.

De potentie van het kwaad, maar niet de wezenlijkheid, wordt ook geïllustreerd door ‘de boom van de kennis van goed en kwaad’. In de oorspronkelijke schepping kende God het kwaad op dezelfde manier als een oncoloog weet heeft over kanker—niet door persoonlijke ervaring, maar door kennis ervan (in het geval van God, door voorkennis). Maar nadat Adam en Eva zondigden, kenden ze het kwaad op dezelfde manier als een kankerpatiënt kanker kent—door trieste persoonlijke ervaring.21

In de eeuwigheid zal de verloste mensheid niet langer het potentieel voor zonde hebben. Dus in deze zin zal de eeuwigheid, met de nieuwe schepping van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, zelfs beter zijn dan Eden.

Samenvattend, volgens Augustinus:

Adam en Eva zijn geschapen met het vermogen niet te zondigen.

Na de zondeval hadden de mensen niet het vermogen niet te zondigen.

In de eeuwigheid zullen mensen niet in staat zijn om te zondigen.

Conclusie

De ‘jonge’ aarde is in feite een afgeleide van een aantal bijbelse leringen, niet een startpunt. In het bijzonder volgt uit het bijbelse ‘grote plaatje’ dat God een volmaakte schepping schiep die ten val kwam vanwege de zonde. Zonder dit ‘slechte nieuws’ heeft het goede nieuws van het evangelie met de verlossing van de zonden geen enkele grondslag en komt dan zonder wortel in een vacuüm te hangen.22

  

Referenties en noten

  1. Sarfati, J., The numbering pattern of GenesisJournal of Creation 17(2):60–61, 2003; creation.com/numbering—after Steinmann, A., אחד as an ordinal number and the meaning of Genesis 1:5Journal of the Evangelical Theological Society (JETS) 45(4):577–584, 2002.
  2. Sarfati, J. Biblical chronogenealogiesJ. Creation 17(3):14–18, December 2003, creation.com/chronogenealogies.
  3. Freeman, T., The Genesis 5 and 11 fluidity questionJ. Creation 19(2):83–90, 2005, creation.com/fluidity;
  4. Cosner, L., How does the Bible teach 6,000 years? Creation 35(1):54–55, 2013; creation.com/6000-years.
  5. Wieland, C., Jesus on the age of the earth: Jesus believed in a young world, but leading theistic evolutionists say He is wrongCreation 34(2):51–54, 2012; creation.com/jesus-age-earth.
  6. Sarfati, J., The Fall: a cosmic catastrophe—Hugh Ross’s blunders on plant death in the BibleJ. Creation 19(3):62, 2005; creation.com/plant_death.
  7. Cosner, L., Romans 5:12–21: Paul’s view of literal AdamJ. Creation 22(2):105–107, 2008; creation.com/romans5.
  8. Smith, H., Cosmic and universal death from Adam’s Fall: an exegesis of Romans 8:19–23aJ. Creation 21(1):75–85, 2007; creation.com/romans8.
  9. Cosner, L., Christ as the last Adam: Paul’s use of the Creation narrative in 1 Corinthians 15J. Creation 23(3):70–75, 2009; creation.com/1-corinthians-15.
  10. Cosner, L. and Bates, G., Did God create over billions of years? And why is it important? creation.com/billions, 6 October 2011.
  11. Gurney, R.J.M., The carnivorous nature and suffering of animalsJ. Creation 18(3):70–75, 2004; creation.com/carniv.
  12. Sarfati, J. and Cosner, L., ‘Carnivorous’ dinosaurs had plant diet: And: More challenges to dino-to-bird dogma, creation.com/ veg-dinos, 27 January 2011.
  13. Zie de discussie over het antwoord van Norman Geisler op de afvallige Charles Templeton in Sarfati, J., Shame on Charisma! Leading Pentecostal magazine promotes Hugh Ross compromise and denigrates biblical creationists, creation.com/charisma, 29 May 2003.
  14. Cosner, L., Evolutionary syncretism: a critique of Biologos, creation.com/biologos, 7 September 2010.
  15. Ross, H., Rana, F., Samples, K., Harman, M. and Bontrager, K., Life and Death in Eden, The Biblical and scientific evidence for animal death before the Fall, audio cassette set, Reasons to Believe, 2001.
  16. Scriptural outline to Life and Death in Eden (Ref. 18).
  17. Carson, D.A., Exegetical Fallacies, Baker Book House, Grand Rapids, MI, 2nd Ed., p. 60, 1996.
  18. Ross is in elk geval niet zo slecht als sommige anticreationisten, die beweren, op het ‘gezag’ van de oude antichristelijke Kabbalist Nachmanides, dat tov me’od eigenlijk ‘meestal goed’ betekent. Omdat dit geen greintje lexicale steun bevat en zelfs Ross niet zo’n absurde bewering maakt, hoeft het ons niet verder in beslag te nemen.
  19. MacArthur, J., The Battle for the Beginning, W Publishing Group, pp. 199–204, 2001.
  20. MacArthur, Ref. 19, p. 203.
  21. MacArthur, Ref. 19, p. 211.
  22. Good news, creation.com/goodnews.