Wat zegt de Bijbel nu echt over homoseksualiteit?

Sommige belijdende christenen richten zich met hatelijke uitspraken richting de homoseksuele gemeenschap, terwijl anderen de Bijbelse leerstellingen op dit punt bagatelliseren of zelfs afwijzen. Homoseksuele activisten wijzen op de eerste groep als bewijs dat het christendom vaak inherent ‘homofoob’ is en wijst op de laatste groep om aan te tonen dat christenen de Bijbelse fundamentele leerstellingen over het onderwerp op een andere manier kunnen interpreteren.

Omdat dit zo’n politiek en emotioneel beladen onderwerp is, is het essentieel dat we dit probleem benaderen door allereerst te begrijpen wat de Bijbel erover te zeggen heeft, ongeacht of het standpunt van de Bijbel politiek correct is of niet.

Dit betekent echter niet dat we onverantwoord offensief moeten zijn tegen degenen die een on-Bijbelse opvatting en levensstijl hebben (als ze zich aangesproken voelen, laat het dan door de waarheid zijn en niet door een fundamenteel liefdeloos hart!).

“Dit is een volmondige onderschrijving van een monogaam, levenslang huwelijk en geeft impliciete kritiek op eventuele alternatieve regelingen.”
Sommige activisten hebben met zeer creatieve middelen geprobeerd om de passages die in de Bijbel over homoseksualiteit gaan te herinterpreteren, met het argument dat de Bijbel homoseksueel gedrag niet per se veroordeelt. Hoe dan ook moeten christenen vandaag de dag het onderwijs van de Bijbel blijven benadrukken, niet alleen aangaande homoseksuele praktijken, maar ook wat betreft het ‘totaal plaatje’ met betrekking tot het onderwijs over huwelijk en seksualiteit wat we zien van Genesis tot Openbaring en waarzonder de kritiek op homoseksualiteit niet volledig begrepen kan worden.


Mannelijke-vrouwelijke complementariteit—Gods ontwerp

Genesis schetst de schepping van de mensheid als man en vrouw naar Gods beeld en de schepping van Eva als de geschikte hulp voor Adam. Samen leren deze passages ons dat 1) mannen en vrouwen gelijkelijk het beeld van God delen, en 2) dat zij zijn geschapen met verschillende rollen, en dit is vooral duidelijk binnen het kader van het huwelijk. Op het hoogtepunt van Genesis 2 wordt ons het eerste onderwijs van de Bijbel over het huwelijk gegeven: ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn’ (Genesis 2:24).

Dit is een volmondige onderschrijving van een monogaam, levenslang huwelijk en geeft impliciete kritiek op eventuele alternatieve regelingen. Sommige zijn zover gegaan in hun argumenteren dat Eva een ‘geschikte’ partner voor de heteroseksuele Adam was, dus een persoon van hetzelfde geslacht zou ook ‘geschikt’ zijn voor een homoseksueel, maar dit idee wordt duidelijk niet ondersteund in alle andere passages die over het huwelijk gaan.

Zonde bederft het huwelijk

Helaas bleef het perfecte huwelijk van Adam en Eva in een perfect paradijs niet lang perfect. Toen Eva door de slang werd misleid en Adam bewust rebelleerde door het eten van de verboden vrucht, kwam de zonde de wereld binnen en bedierf alles, inclusief menselijke relaties. Vanaf dat moment, zo zei God tegen hen, zouden ze de voortdurende verleiding ondervinden om elkaar te domineren, in plaats van die harmonieuze relatie te hebben die eigenlijk voor hen bedoeld was.

Naarmate de menselijke geschiedenis vorderde, verwrongen de menselijke relaties alleen maar verder. Kaïns afstammeling Lamech was de eerst geregistreerde polygamist en een onrechtvaardig man die zich erop beroemde zowel gedood te hebben alsook bereid was om te doden om zichzelf te wreken. Hij zei dat, omdat God beloofd had Kain zevenvoudig (perfecte vergelding) te wreken, hij zevenenzeventigmaal gewroken zou worden!

Fundamenteel wordt alle verdorvenheid in menselijke relaties, waaronder seksuele relaties, veroorzaakt door zonde. We hebben allemaal een zondeprobleem. Voor sommigen manifesteert dit zich in een verstoord verlangen naar ongeschikte seksuele partners (hetzij mensen van hetzelfde geslacht, kinderen of zelfs dieren). Maar er zijn genoeg zonden verbonden aan heteroseksualiteit, hetzij begeerte, overspel, verkrachting of ontucht. En omdat de Heere Jezus duidelijk heeft gemaakt dat zonden die in onze gedachten zijn begaan net zo slecht zijn als de zondige handeling, kan niemand beweren dat hij/zij vrij is van seksuele zonde. We hebben allemaal een zondeprobleem. En in zekere zin hebben homoseksuele mensen gelijk door te beweren dat ze ‘zo geboren zijn’—we zijn allemaal zondig geboren, en we hebben allemaal dezelfde oplossing nodig.

De zonde van Sodom

De eerste vermelding—en de eerste openlijke veroordeling—van homoseksualiteit vindt plaats in het verslag van de vernietiging van Sodom en Gomorra. Als de engelen komen om de zondigheid van de mensen daar te onderzoeken, is het duidelijk dat Lot weet dat de engelen in gevaar zijn vanwege de urgentie waarmee hij pleit dat ze de nacht doorbrengen in zijn huis en niet op het open plein. Hij had hen waarschijnlijk moeten binnenhalen voordat iemand de nieuwkomers opmerkte, maar het gerucht had zich over de hele stad verspreid en zij verzamelden zich die nacht rondom Lots huis.

De algemeenheid van de omschrijving is onmogelijk te missen—alle mannen, rijk en arm, jong en oud, verzamelden zich rondom het huis en eisten dat Lot zijn gasten zou uitleveren. Ze drongen er botweg bij Lot op aan dat hij zijn gasten naar buiten zou brengen zodat ze hen konden verkrachten. In die cultuur was gastvrijheid een heilige plicht, en Lot moest zijn gasten verdedigen, ook al kostte het hem zijn eigen leven. Dus gaat hij naar buiten en pleit bij hen, en biedt zelfs zijn eigen dochters aan in plaats van zijn gasten. Het is mogelijk dat hij een slechte keus maakte waardoor zijn dochters in gevaar gebracht werden, of het is mogelijk dat hij wist dat de menigte geen interesse had in vrouwen en dat hij simpelweg probeerde om tijd te winnen. Hoe dan ook, de menigte reageerde door te proberen in te breken, maar de engelen beschermden Lot en sloegen de hele menigte met blindheid.

De meeste mensen zouden, als ze plotseling verblind werden door het begaan van een afschuwelijke zonde, met daarbij ook al hun medeplichtigen, op zijn minst even een pas op de plaats maken en dat buitengewone toeval overwegen. Maar dit schrok hen niet af. In feite zegt de tekst dat ze bleven proberen om de deur te vinden, zodanig dat ze uiteindelijk uitgeput waren! Het hier beschreven beeld schetst immorele bezetenheid.

Sommigen die de veroordeling van homoseksualiteit willen reduceren menen dat de bedoelde verkrachting de zonde was en niet de homoseksualiteit. Daarbij wijzen ze dan op Ezechiël 16 voor een definitie van de ‘werkelijke’ zonde van de Sodomieten. We moeten de Bijbel echter niet zo interpreteren dat deze met zichzelf in tegenspraak komt. Ezechiël geeft een vollediger beeld van de zonde van Sodom zonder in tegenspraak te komen met het verslag van de vernietiging van de stad:

‘Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: trots, overvloed van voedsel en zorgeloze rust had zij met haar dochters. De hand van de arme en de behoeftige ondersteunde zij echter niet. Zij verhieven zich en deden een gruweldaad voor Mijn aangezicht. Daarom deed Ik hen weg, zodra Ik het gezien had.’ (Ezechiël 16: 49-50)

De homoseksuele zonde van Sodom wordt voorgesteld als een hoogtepunt van de groeiende zondige decadentie van de stad. Mindere zonden gingen daaraan vooraf, zoals het weigeren om de armen te helpen terwijl ze zelf meer dan genoeg hadden. Maar het woord ‘gruwel’ verwijst duidelijk naar de homoseksuele zonde die tot deze vernietiging leidde.

Ook het Nieuwe Testament handelt op enkele plaatsen over Sodom:

‘Want als God de engelen die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar hen in de hel geworpen en overgegeven heeft aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden; en als God de oude wereld niet gespaard heeft, maar het achttal van Noach, de prediker van de gerechtigheid, bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld van de goddelozen bracht; en als God de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand en tot de vernietiging veroordeeld heeft en tot een voorbeeld gesteld heeft voor hen die goddeloos zouden leven; en als God de rechtvaardige Lot, die leed onder de losbandige levenswandel van normloze mensen, verlost heeft (want deze rechtvaardige, die in hun midden woonde, heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden); dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen, maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden. In het bijzonder echter hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en het gezag verachten; die roekeloos zijn, eigenzinnig en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt, te lasteren;’ (2 Petrus 2:4-10)

Petrus schreef om christenen te bemoedigen die vervolgd werden wegens hun geloof. Zijn argument gaat als volgt:

  1. God heeft de engelen die zondigden gestraft en de wereld met een wereldwijde vloed vernietigd, maar Noach en zijn familie zijn gespaard gebleven.
  2. God vernietigde de steden Sodom en Gomorra, maar spaarde de rechtvaardige Lot; daarom
  3. kan God de onrechtvaardigen onder het oordeel houden en de godvruchtigen bewaren voor verzoekingen.

Judas zegt:

‘Maar ik wil u eraan herinneren–u weet dit eens en voorgoed–dat de Heere, nadat Hij het volk uit het land Egypte verlost had, vervolgens hen die niet geloofden, te gronde heeft gericht. En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld.  Evenzo is het met Sodom en Gomorra, en de steden eromheen, die op dezelfde wijze als zij hoererij bedreven hebben en ander vlees achterna zijn gegaan. Zij liggen daar als een waarschuwend voorbeeld, doordat zij de straf van het eeuwige vuur ondergaan.’ (Judas 1:5-7)

Judas waarschuwde de gemeente tegen valse leraren, waarbij hij voorbeelden gaf van andere mensen die veroordeeld zijn vanwege ongeloof en immoraliteit.

Petrus en Judas argumenteren niet dat Sodom en Gomorra slecht waren; ze nemen het aan op grond van alles wat het Oude Testament over hen getuigde. Dus het gehele getuigenis van de Bijbel laat zien dat Sodom en Gomorra slechte steden waren en dat homoseksualiteit de zonde was waarom ze zijn vernietigd.

De seksuele ethiek van de Mozaïsche wet

Toen God de Israëlieten uit de slavernij in Egypte bevrijdde, gaf Hij hen een wet met twee doelstellingen: 1) het onthulde belangrijke aspecten van Gods karakter en 2) de wet zou hen verbieden net zo te handelen als de omringende naties en zou hen onderscheiden als Gods volk, een heilige natie. En deze wet omvatte een duidelijke seksuele ethiek. Overspel was een halsmisdaad. De verschillende seksuele cultische handelingen die in de Kanaänitische religies plaatsvonden waren absoluut verboden.

Het is in deze context, van een door God apart gezette natie, waaruit wij de serieuze aard van Gods wet moeten begrijpen, inclusief het verbod op en de doodstraf voor homoseksuele activiteiten. Leviticus 18 kan als volgt worden omschreven:

Verklaring van het gezag van Jahweh, bevel om af te zien van de praktijken van Kanaän (vers 1-5).
Verbod op het huwen van naaste familieleden (vers 6-18).
Verbod op andere verontreinigende praktijken (vers 19-23).
Algemeen verbod, dreiging van verdrijving uit het land (vers 24-30).

“God verbiedt deze daden omdat ze leiden tot zelfvernietiging, zowel fysiek als geestelijk.”
Het verbod op homoseksuele activiteit wordt in vers 22 genoemd tussen de kindoffers aan de Molech en bestialiteit. Het zegt eenvoudig: ‘En gij zult geen geslachtsgemeenschap hebben met een, die van het mannelijk geslacht is, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw; een gruwel is het.’ Het woord voor ‘gruwel’ is het Hebreeuwse tô’ēbāh, en is hetzelfde woord dat Ezechiël gebruikt om de homoseksuele activiteit in Sodom te beschrijven. Leviticus 20:13 vereist de doodstraf voor deze gruwel.

Let erop dat dit geen liefdeloze, homofobe wet is (in feite zou het extreem anachronistisch zijn om een ​​idee als ‘homofobie’ toe te passen op een tekst die lang geleden geschreven is, voordat er ook maar sprake was van iets wat in de buurt komt bij het hedendaagse begrip ‘seksuele oriëntatie’). Wat hier voorgesteld wordt is dat God, zowel als Schepper alsook Israëls Heer, het recht heeft om de wetten voor Israël te bepalen, en omdat Hij een goede Schepper en Heere is, zullen deze wetten in het belang van Israël zijn. Dus God verbiedt incest en homoseksualiteit niet omdat Hij onverdraagzaam is tegen hen die van hun familie en van mensen van hetzelfde geslacht houden; Hij verbiedt deze daden omdat ze leiden tot zelfvernietiging, zowel fysiek als geestelijk.

Waren David en Jonathan een homoseksueel koppel?

Homoseksuele uitleggers wijzen vaak op David en Jonathans’ nauwe vriendschap als een positieve Bijbelse voorstelling van een homoseksuele relatie. Ten eerste waren David en Jonathan aantoonbaar niet homoseksueel—beide hadden meerdere kinderen en David had meerdere vrouwen. Bovendien kan homoseksualiteit binnen hun relatie alleen maar worden gelezen door de relevante teksten grof te verbuigen. 1 Samuël 18:1-4 luidt:

‘Het gebeurde, toen David met Saul uitgesproken was, dat Jonathan met hart en ziel aan David verbonden raakte. Jonathan had hem lief als zichzelf. Saul nam hem diezelfde dag mee en liet hem niet terugkeren naar het huis van zijn vader. Jonathan sloot een verbond met David, omdat hij hem liefhad als zichzelf. Jonathan deed zijn mantel af die hij aanhad, en gaf hem aan David; ook zijn kleding, ja, tot zijn zwaard, tot zijn boog en tot zijn gordel toe.’

Ten eerste moeten we ons realiseren dat de Bijbel, die door God geïnspireerd is, zichzelf niet tegenspreekt door op de ene plaats iets positief te beschrijven terwijl het op een andere plaats een ‘gruwel’ genoemd wordt. Dus de lofwaardige liefde die Jonathan voor David heeft getoond, heeft geen seksuele component. Er was eerder sprake van een hechte en liefdevolle vriendschap in platonische zin. Het stuk laat Jonathan zien als hij zijn koninklijke kleding, wapenrusting en wapens aflegt om ze aan David te geven—dit is een erkenning van Gods zegen over David en zijn recht om te heersen.

1 Samuël 20:41 zegt:

‘Toen de jongen weggegaan was, stond David op van de zuidzijde, en hij wierp zich met het gezicht ter aarde. Hij boog zich driemaal, zij kusten elkaar, en huilden met elkaar, totdat David zich vermande.’

In een Midden-Oosterse context is het kussen op de wang een goede manier om platonische liefde te tonen. Dit is geen romantische uiting, maar een diep emotioneel afscheid van goede vrienden.

In 2 Samuël 1:25b-26, als David van de dood van Saul en zijn zonen hoort, ondergaat hij een diep lijden:

‘Jonathan ligt gesneuveld op uw hoogten!
Ik ben benauwd om jou, mijn broeder Jonathan!
Je was mij zeer lief;
je liefde was mij wonderlijker dan de liefde van vrouwen.’

Dit spreekt niet van een homoseksuele relatie; maar veeleer spreekt hij zich erover uit dat Jonathan zijn nauwste vriend en vertrouweling was, zoals geen van zijn vrouwen dat was. Om de relatie tussen David en Jonathan te lezen als een homoseksuele relatie is in feite een soort homoseksueel imperialisme, een benadrukking van het feit dat wij de oude wereld bezien vanuit een totaal moderne context, terwijl wij de soort liefde en taal van een niet-seksuele vriendschap, die als normaal werd aanvaard, negeren.

Hooglied: een viering van echtelijke liefde

Het Hooglied is een van de sterkste uitdrukkingen van het soort seksuele relatie die naar Gods gedachten is. Het is de positieve uitdrukking van de relatie van man en vrouw voorgesteld in metaforische en figuurlijke taal, maar voldoende expliciet om zowel de emotionele als de fysieke aspecten van de relatie uit te beelden, wat impliciet een veroordeling is van elke andere soort relatie. Het is onvoorstelbaar dat de Bijbel een positieve voorstelling van homoseksuele mannen die zich in hun relatie uitleven hierbij insluit.

Heeft Jezus iets over homoseksualiteit gezegd?

Een van de meest voorkomende argumenten tegen de Bijbelse seksuele ethiek is dat de Heere Jezus zich nooit tegen homoseksualiteit heeft uitgesproken. Maar dat gaat voorbij aan het feit dat Jezus een Jood is, Die in een samenleving leefde die door het Oude Testament werd bestempeld, met inbegrip van de hierboven besproken passages. De Heere Jezus heeft zich ook nooit uitgesproken tegen bestialiteit, maar er is niemand die argumenteert dat Hij dergelijke handelingen door de vingers zou zien. Als de Heere Jezus een valse interpretatie van deze (bovengenoemde) passages had willen verduidelijken of weerleggen, had Hij ruimschoots de gelegenheid om dit te doen.

Maar in feite sluiten Jezus’ uitspraken over het huwelijk noodzakelijkerwijs een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht alsook iedere soort homoseksuele relatie uit. Mattheüs 19 en Markus 10 doen beide verslag over deze geschiedenis. In Jezus’ dagen waren er twee rabbijnse leerstellingen, ieder met hun eigen denkrichting over echtscheiding. De ene richting dacht dat een man van zijn vrouw zou kunnen scheiden om de meest triviale redenen (vergelijkbaar met de westerse wereld van vandaag) en de andere richting dacht dat hij alleen van haar kon scheiden vanwege ernstige zonden zoals overspel of andere seksuele immoraliteit. Toen ze de Heere Jezus vroegen welk standpunt Hij hierbij innam, stelde Hij de fundamenten van hun debat aan de kaak.

Zij lazen de wetten van Mozes over de echtscheiding alsof dat het eerste was in Gods Woord wat over die kwestie ging, maar Jezus zei hierover ‘maar van het begin af is het zo niet geweest’ (Mattheüs 19: 8). ‘Van het begin van de schepping echter heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee maar één vlees zijn. Dus wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden’ (Markus 10: 6-9).

Jezus’ onderwijs over het huwelijk is doordrongen van het Oudtestamentische onderwijs en hetzelfde Oude Testament veroordeelt homoseksualiteit. Hij aarzelde niet om de joodse misvatting van de wet van Mozes wat betreft echtscheiding te corrigeren, maar wat betreft het verbod op homoseksualiteit heeft Hij niet eens één aanwijzing gegeven over enig misverstand.

De brief aan de Romeinen: Homoseksualiteit als een oordeel van God

In de brief aan de Romeinen portretteert Paulus een neerwaartse spiraal van zonde. Hij beweert dat de natuur een duidelijke aanduiding geeft voor het bestaan ​​van God en Zijn kracht, maar dat mensen ‘…de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken, …’ (Romeinen 1:18). In plaats van God te aanbidden, aanbidden zij afgoden (vers 23). Een van de manieren waarop God deze zonde veroordeelt, is om hen aan hun begeerten over te geven (vers 24), met inbegrip van zowel mannelijke als vrouwelijke homoseksualiteit (vers 26-27). Dit oordeel mondt uit in allerlei zonden, allemaal geworteld in hun fundamentele afwijzing van God (vers 28). Sommige activisten hebben aangevoerd dat de enige vorm van homoseksualiteit die de Bijbel veroordeelt, de vormen van misbruik zijn, zoals pederastie (mannen die seksuele relaties hebben met jonge jongens) of homoseksuele handelingen waarbij een onwillige partij gedwongen wordt. Maar het ontgaat hun duidelijk dat deze passages verwijzen naar mensen die ‘… in wellust voor elkaar ontbrand zijn …’ (vers 27).

Opsommingen van zonden: Homoseksuelen worden veroordeeld, maar er is vergeving in Christus

Er zijn twee opsommingen in Paulus’ brieven, en beide zijn relevant voor de discussie over homoseksualiteit.

‘Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven.’ (1 Korintiërs 6:9-10)

‘Maar laat hoererij en alle onreinheid of hebzucht onder u zelfs niet genoemd worden, zoals het heiligen past, alsook oneerbaarheid, en zotte praat of lichtzinnige taal, die niet gepast zijn, maar veeleer dankzegging. Want dit weet en erkent u, dat geen hoereerder, onreine of hebzuchtige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het koninkrijk van Christus en van God. Laat niemand u bedriegen met zinloze woorden; want om deze dingen komt de toorn van God over de zonen van de ongehoorzaamheid.’ (Efeziërs 5:3-6)

Deze opsommingen noemen duidelijk homoseksualiteit en andere vormen van seksuele immoraliteit (evenals alle zonden) als dingen die een persoon buiten het Koninkrijk van God sluiten. Maar dat is niet de hele boodschap van deze passages. Zij vertellen verder:

‘Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.’ (1 Korintiërs 6:11)

‘Wees dan hun metgezellen niet. Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere;’ (Efeziërs 5:7-8a)

Met andere woorden, Paulus schrijft aan christenen, van wie sommigen lasteraars waren, van wie sommigen afgodendienaars waren, van wie sommigen homoseksuelen en dieven en dronkaards waren. Maar hij ziet geen enkele christen doorgaan met die levensstijl vanwege de transformerende kracht van de verlossing in Christus.

Huwelijk: een beeld van Christus’ relatie tot de Kerk

Een van de redenen waarom het zo bijzonder belangrijk is om Gods wil voor het huwelijk en seksuele relaties te begrijpen, is dat het wordt gebruikt als een metafoor voor de relatie van Christus tot de kerk. Paulus vertelt in zijn tweede brief aan de gemeente in Korinthe: ‘… Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen.’ (11: 2), en Openbaring 19 beschrijft het huwelijk van het Lam met Zijn bruid, de kerk gekleed in smetteloos en blinkend fijn linnen.

De metafoor zou totaal geruïneerd zijn als Christus een bruid óf een bruidegom had kunnen nemen, als het er niet toe deed of Hij één kerk of veel kerken had, of dat Hij op een later tijdstip van haar zou kunnen scheiden. Dus de belangrijkste reden om een ​​Bijbelse kijk op het huwelijk te houden is Christologisch: om de relatie van Christus tot Zijn kerk te begrijpen moeten we een goed beeld hebben van de instelling die consequent wordt gebruikt als de metafoor om het te beschrijven.

Dus hoe moet een christen reageren?

De kwestie van homoseksualiteit in de hedendaagse cultuur is niet alleen een intellectuele discussie over standpunten, maar als we familie of vrienden hebben die ‘uit de kast zijn gekomen’, wordt het vrij persoonlijk. Als gelovigen echter moeten we de Bijbel onze reactie laten bepalen. In plaats van boosheid of het herinterpreteren van de Bijbel, moeten we het goede nieuws delen van de verlossing die alleen door Jezus Christus voorhanden is.

Als eerste stap om dit probleem aan te pakken raden wij u aan om ons boekje, Gay Marriage: right or wrong? And who decides? (ook in e-book formaat en binnenkort ook in het Nederlands verkrijgbaar) te lezen. Dit zal u helpen aan een Bijbelse, waarheidsgetrouwe en zachtmoedige benadering en om te gebruiken voor iemand die u kent en die mogelijk worstelt met seksuele aantrekkingskracht tot personen van hetzelfde geslacht, met inbegrip van christelijke gezinnen wier kinderen door culturele meningsvorming over dit onderwerp zijn beïnvloed. Wees getrouw in het gebed en meelevend, en onthoud dat de Heere Jezus zelf, ‘toen wij nog zondaars waren’, door de kracht van het kruis, direct met onze zonden afgerekend heeft.