Hoe kunnen we de zondvloed geschiedenis testen?

“History becomes legend, and legend becomes myth.” – The Fellowship of the Ring

Genesis is een historisch verslag waarin de vroegste geschiedenis van de mensheid beschreven staat. Volgens de tablettentheorie is Genesis oorspronkelijk op kleitabletten geschreven door een tiental ooggetuigen en uiteindelijk door Mozes samengevoegd en bewerkt. Als dit zo is, vormt Genesis niet slechts een Hebreeuwse overlevering, maar is het de oudste historische bron ter wereld, en verhaalt het niet alleen het ontstaan van het Joodse volk, maar de afkomst van alle volken.

In dit verslag lezen we namelijk dat God de eerste mensen schiep. 1.656 jaar na de schepping stuurde God een zondvloed over de aarde, om de mensheid voor haar wangedrag te straffen. Alleen Noach en zijn familie bleven gespaard. Na de vloed centraliseerden hun nakomelingen zich rond Babel, wat God ertoe bracht hun spraak te verwarren. Hierna verspreidde de mensheid zich over de aarde, verdeeld naar hun families en talen. (Om dit artikel voldoende te kunnen begrijpen is een goed begrip van het bijbelse zondvloedverhaal geboden, het is te lezen in Genesis 6 – 9)

Hoe kunnen we deze geschiedenis testen?

De vraag waar wij in geïnteresseerd zijn is natuurlijk: klopt het wat er in Genesis staat? Is er een manier waarop we de betrouwbaarheid van dit stukje oergeschiedenis kunnen testen?

Hier is een mogelijkheid: Als Genesis betrouwbaar is, stammen alle mensen van Noach af. Alle volken stammen af van mensen die bekend waren met het zondvloedverhaal. Omdat verhalen van generatie op generatie overgeleverd worden, zouden we vanuit Genesis dus verwachten dat het zondvloedverhaal nog bewaard moet zijn gebleven binnen de folklore van ten minste een aantal volken.

Het probleem met deze voorspelling is echter dat een verhaal dat mondeling overgeleverd wordt snel kan veranderen. Wat voor wijzigingen kunnen er allemaal optreden? Hier zijn een aantal voor de hand liggende veranderingen:

  • Verhaalelementen worden overdreven.
  • Verhaalelementen verdwijnen.
  • Er worden nieuwe concepten bij verzonnen.
  • Verschillende verhalen worden gemixt.
  • Namen veranderen (bijvoorbeeld onder invloed van de taal).
  • Personages worden vervangen (geleend uit andere verhalen).
  • Plaatsnamen worden aangepast aan de plaatselijke geografie (in het geval van migratie).
  • Godheden worden aangepast aan de heersende godsdienst binnen een cultuur (soms een verschuiving naar polytheïsme).
  • Tot slot kan een verhaal natuurlijk afnemen in belangrijkheid en helemaal verdwijnen.

Kortom, als het tegen zit (en afhankelijk van culturele factoren) kan een verhaal zo transformeren dat het oorspronkelijke verhaal er uiteindelijk niet meer in te herkennen is. In veel gevallen zal het hoofdthema nog bewaard gebleven zijn en als het mee zit zijn ook secundaire elementen bewaard gebleven. Maar in principe mogen we dus de volgende verwachting uitspreken:

Bij in elk geval een paar culturen, volken of stammen zullen we verhalen tegenkomen die weliswaar verschillen van het bijbelse zondvloedverhaal, maar toch ook overeenkomsten vertonen; overeenkomsten die niet het gevolg van toeval kunnen zijn. En omdat alle volken van Noach afstammen, zullen we deze verhalen niet alleen in het Midden Oosten en omstreken aantreffen, maar wereldwijd.

Aan de andere kant, vanuit het evolutionistisch perspectief dat de mensheid zich tienduizenden jaren geleden vanuit Afrika over de wereld verspreid heeft, is er geen reden te verwachten dat verschillende stammen en gemeenschappen zondvloedverhalen hebben die overeenkomen met het historische verslag in Genesis.

Vloedverhalen

Dus … worden er bij heidense volken vloedverhalen aangetroffen? We laten een expert aan het woord:

Het is reeds lang bekend dat legenden van een grote vloed, waarin bijna alle mensen omkomen, over de hele wereld voorkomen. […].
James George Frazer, Folk-Lore in the Old Testament, Vol. 1, (London: Macmillan Publishing Co., 1919), p. 105.

In zijn boek Folk-Lore in the Old Testament somt James G. Frazer een aantal van deze verhalen op. [1] In Funk & Wagnalls Standard Dictionary of Folklore Mythology and Legend staat onder het kopje ‘deluge or flood’:

Een wereldwijde catastrofe waarbij de aarde overstroomd werd met water: een concept die bijna in iedere mythologie ter wereld wordt aangetroffen. De uitzonderingen zijn Egypte en Japan; en zondvloedverhalen zijn alleen zeldzaam in Afrika.
Maria Leach (redacteur), Standard Dictionary of Folklore Mythology and Legend, Funk & Wagnalls Publishing Company, 1949, p. 305

Interessant, zondvloedverhalen worden op ieder continent aangetroffen! De Standard Dictionary of Folklore Mythology and Legend levert nog meer belangrijke gegevens:

De hoofdlijnen van het gebruikelijke zondvloedverhaal zijn als volgt: De goden (of een god) besluiten om de wereld te overstromen met water, meestal als straf voor een bepaalde daad, gebroken taboe, het doden van een dier, et cetera (in een mythe van de Tsimshian indianen komt de vloed omdat de mensen een forel mishandeld hebben). Soms komt de vloed zonder reden. Bepaalde mensen worden gewaarschuwd, of het komt zonder waarschuwing. Als er een waarschuwing komt bouwen deze mensen een vaartuig (vlot, ark, schip, Grote Kano, of iets dergelijks), of ze vinden andere ontsnappingsroutes (ze beklimmen een berg of boom, een groeiende boom, een drijvend eiland, pompoen, kokosnootschil, de rug van een schildpad, grot van een krab, et cetera). Soms redden ze ook bepaalde dingen die essentieel zijn voor een levenswijze, zoals voedsel, zelden gedomesticeerde dieren. De vloed komt (regen, grote golf, een reservoir wordt geopend, de buik van een monster doorspietst, et cetera). Dierlijke verkenners (vogels of knaagdieren) worden uitgezonden, maar dit is niet universeel. Wanneer de vloed voorbij is bevinden de overlevenden zich op een berg of een eiland. Soms brengen ze een offer (niet universeel) en dan herbevolken ze de wereld, herscheppen op miraculeuze wijze dieren, et cetera.
Maria Leach (redacteur), Standard Dictionary of Folklore Mythology and Legend, Funk & Wagnalls Publishing Company, 1949, p. 305

Dit is indrukwekkend! Niet alleen hebben volken over de hele wereld zondvloedverhalen met een overeenkomstige hoofdgedachte (de aarde werd overspoeld als straf voor zondige gedragingen), de verhalen lijken bovendien secundaire elementen te bevatten die overeenkomen met het zondvloedverslag in Genesis. Dit kan niet aan het toeval toegeschreven worden, dus deze gegevens vormen een krachtige bevestiging van het gegeven dat de hele mensheid afstamt van één familie, die een allesvernietigende zondvloed overleefde.

Alternatieve verklaringen

Waar het bijbelse model deze waarnemingen voorspelt, moeten aanhangers van het evolutiemodel ze verklaren. Hier volgen de meest gangbare verklaringen en de problemen die met deze verklaringen gepaard gaan.

Verklaring 1: Zondvloedverhalen zijn verspreid door missionarissen

Kunnen de analoge zondvloedverhalen niet ontstaan zijn onder invloed van christelijke evangelisten en missionarissen, die al eeuwenlang wereldwijd het Evangelie verkondigen?

Dit is in sommige gevallen de verklaring, maar het probleem is dat deze gevallen duidelijk afsteken tegen de rest. De verhalen die werkelijk zijn bewerkt met christelijke invloeden zijn meestal duidelijk herkenbaar, en worden aangetroffen in gebieden waarvan bekend is dat ze onder sterke katholieke invloed hebben gestaan, met name in Centraal Amerika.

Bijvoorbeeld de Yaqui, een indianenstam in Noord Mexico die sinds de komst van de Spanjaarden ‘nauw contact met de Europese cultuur’ [2] en Jezuïtische missionarissen heeft gehad, heeft een vloedlegende waar de berg Golgota en de aartsengel Michaël in voorkomen. Bovendien zijn christelijke invloeden ook in een aantal andere verhalen herkenbaar. En de Popoluca Indianen in de Zuid-Mexicaanse staat Veracruz hebben een verhaal waarin Christus de vloed zendt en een ander verhaal waarin Sint Petrus een rol speelt. Deze verhalen steken dus duidelijk af tegen de vele andere zondvloedlegenden waar geen bijbelse ingrediënten doorheen gemixt zijn.

Het grootste probleem met de missionarissenhypothese is het volgende: Als missionarissen verantwoordelijk zijn voor het wereldwijd voorkomen van zondvloedlegenden, zouden we een even brede verspreiding van andere bijbelse verhalen verwachten, binnen de folklore van culturen over de hele wereld. We zouden wereldwijd verbasterde versies van de tien plagen in Egypte aantreffen, of van de oversteek van de Rode Zee. Dit is een voorspelling die voortvloeit uit de hypothese.

Maar dit is niet wat we aantreffen. Bijbelverhalen die zich chronologisch na de spraakverwarring bij Babel afspeelden zijn buitengewoon zeldzaam. Dat falsificeert de missionarissenhypothese, maar is precies wat we zouden verwachten vanuit het bijbelse model.

Verklaring 2: Zondvloedlegenden zijn ontstaan door lokale overstromingen

Overstromingen komen wereldwijd voor, en vooral aan het eind van de IJstijd zal smeltwater voor de nodige waterrampen gezorgd hebben. Zijn de zondvloedlegenden niet simpelweg overleveringen van deze plaatselijke rampen?

Als verklaring voor de zondvloedlegenden is deze hypothese om twee redenen niet toereikend. Ten eerste verklaart het niet de grote overdaad aan vloedlegenden, ten opzichte van verhalen over andere catastrofale natuurverschijnselen. In het boek Oorsprong: Wetenschap en Bijbel Verenigd [3], van Ariël Roth, vinden we op pagina 320 de volgende tabel: [4]

Oorzaken Aantal verhalen
Zondvloed

122

Vuur

19

Aanhoudende winter

6

Grote stenen

2

Boeman

1

Aardworm

1

Objecten (levend en levenloos)

1

Zonsopkomst

1

Oorzaken van wereldrampen in de volksverhalen (met uitzondering van legendes over het einde der tijden).

Plaatselijke natuurrampen kunnen verschillende vormen aannemen, denk maar aan vulkaanuitbarstingen, bosbranden, cyclonen, aardbevingen, langdurige droogte, sprinkhanenplagen, en dus ook overstromingen. Ongetwijfeld zullen een aantal van de lokale overstromingen overdreven zijn tot een universele vloed, maar waarom zijn het er zo enorm veel in vergelijking met andere lokale gebeurtenissen? Je zou op grond van deze hypothese verwachten dat de oorzaken van wereldrampen in legenden meer gespreid zouden zijn.

Het tweede probleem met de hypothese is dat het geen verklaring levert voor de overeenkomsten tussen de vloedlegenden en het Genesisverslag. En het zijn juist de gemeenschappelijke verhaalelementen die wijzen op de historische basis van Genesis.

Specifieke verhaalelementen

Bij het lezen van verschillende vloedlegenden valt al gauw op dat de details significant verschillen van het bijbelse zondvloedverhaal. Het is dus niet waarschijnlijk dat de verhalen rechtstreeks uit de Bijbel zijn gekopieerd (zoals de missionarissenhypothese suggereert). Tegelijk valt ook op dat de overeenkomsten te treffend zijn om door toeval te zijn ontstaan (de vloedlegenden zijn dus geen ongerelateerde verhalen die gebaseerd zijn op plaatselijke gebeurtenissen).

De gegevens zijn perfect in overeenstemming met het gegeven dat alle volken afstammen van voorouders die een dergelijke gebeurtenis echt hebben meegemaakt en dit aan hun nageslacht hebben doorverteld. In dit proces van doorvertellen hebben kleine details eerder de neiging te veranderen of te verdwijnen dan belangrijkere verhaalelementen, terwijl de hoofdlijnen nog constanter zijn. Het is dan ook logisch dat de hoofdgedachte (de vloed was een bovennatuurlijk oordeel; slechts enkele overlevenden) bijna altijd bewaard is gebleven. Het secundaire concept dat de hoofdpersoon ook dieren aan boord van zijn boot nam is een belangrijk gegeven en komt dus nog in een heel aantal legenden voor (zie afbeelding). Maar bijvoorbeeld het kleine detail dat Noach na de vloed een offer bracht, is veel zeldzamer.

Verspreiding van zondvloedlegenden die het verhaalelement bevatten dat de hoofdpersoon dieren aan boord van zijn boot nam. Het is op zich al bijzonder als één of twee Indianenstammen een dergelijk verhaal hebben, maar dit resultaat is ronduit verbluffend! En dit zijn nog maar de verhalen die ik tot nu toe heb kunnen achterhalen. In werkelijkheid zijn het er waarschijnlijk nog veel meer, maar dit geeft al goed de wereldwijde verspreiding van dit verhaalelement weer.

Alaska: Hareskin Indianen. Canada (van west naar oost): Sarcee, Cree, Timagami. VS: Skagit, Caddo. Zuid Amerika: Jivaro. Europa: Wales, Litouwen, Transylvaanse Zigeuners. Afrika: Tanzania, Masai. Midden Oosten: Hebreeën, Soemeriërs, Zoroastrisme. India: Hindoe geschriften. Centraal Azië: Altaj, Boerjatië. Zuidoost Azië: Bahnar (Vietnam), Miao (Jiangxi in China). Borneo: Dajaks. Oceanië: Biami, Nieuwe Hebriden.

In het bijbelse verhaal zendt Noach aan het eind van de zondvloed vogels uit om te kijken of er al droog land is. Eerst liet hij een raaf uit, maar zonder succes. Daarna liet hij een duif wegvliegen, maar deze kon geen droog land vinden en keerde terug naar de Ark. Na zeven dagen liet hij de duif weer uit de Ark, en ditmaal kwam de duif terug met een vers olijfblad, een teken dat vegetatie herstellende was. Zeven dagen later liet hij de duif voor de derde keer los, en ditmaal kwam de duif niet meer terug.

Het uitzenden van vogels is een heel specifiek gegeven, het is heel onwaarschijnlijk dat twee mensen het onafhankelijk van elkaar zouden bedenken. Toch wordt ook dit concept bij meerdere volken aangetroffen:

Een verrassend groot aantal culturen kent een vloedverhaal waarin vogels er op uit worden gestuurd om voor de hoofdpersoon of personen te onderzoeken of de aarde al droog is.

VS (van west naar oost): Cascadegebergte, Hopi, Chitimacha, Lenape. Midden Oosten: Hebreeën, Chaldeeën. Afrika: Tanzania, Masai. Azië: Altaj, Bahnar, Miao. Australië: Wunambal.

Bij veel Noord Amerikaanse legenden vinden we een motief dat hier enigszins op lijkt. Aan het eind van de vloed stuurt ‘Noach’ een aantal dieren het water in, om te kijken hoe diep het water is, of om een beetje modder van de bodem mee naar boven te nemen. Verschillende dieren falen omdat het water nog te diep is. Maar uiteindelijk lukt het Muskusrat (in sommige verhalen is het Bever of een ander dier) de bodem te bereiken en een beetje modder, of een aantal zandkorrels, mee naar boven te nemen. De hoofdpersoon spreidt deze modder uit over het oppervlak van het water en blaast er over, waardoor droog land verschijnt.

Dit verhaal wordt, in allerlei variaties, onder andere verteld door de Hareskin, Sarcee, Timagami, Montagnais en Sioux Indianen.

Hebben we hier te maken met een verbastering van het vogelconcept? In beide gevallen worden er dieren opuit gestuurd (soms om te kijken in hoeverre de vloed al afgenomen is). In beide gevallen zijn er meerdere dieren nodig. En in beide gevallen wordt er uiteindelijk iets teruggebracht (in de Bijbel een vers blaadje, in de Indiaanse legenden een beetje modder).

Maar er zijn ook grote verschillen. Als het ene verhaal ontstaan is uit het andere, is er dan misschien nog ergens een verhaal die daar tussenin zit? Dat is er inderdaad! De Chitimacha Indianen in Louisiana vertellen dat eerst de specht werd gestuurd om te zoeken naar land. Toen de specht onverrichter zake terugkwam, werd de duif eropuit gestuurd. De duif kwam terug met een zandkorrel, die op het wateroppervlak werd geplaatst en waaruit het land ontstond.

De ‘evolutie’ van dit verhaalelement kunnen we dus als volgt weergeven:

Oorspronkelijke gebeurtenis

‘Tussenvorm’

Indiaans verhaalelement

Duif brengt takje

Duif brengt modder

Muskusrat duikt naar modder

Het is dus goed mogelijk dat deze verhalen gerelateerd zijn.

Nog meer opvallendheden

Zondvloedlegenden bevatten nog veel meer interessante gegevens die misschien iets kunnen zeggen over de historiciteit van Genesis.

  • Volgens een paar Indiaanse overleveringen leefden er voor de vloed reuzen, en werd het water gestuurd om hen uit te schakelen. Dit was het geval volgens legenden van de Montagnais en de Pawnee. Volgens de Caddo was het een groot mensenetend monster. De Bijbel zegt ook iets dergelijks over de tijd voor de zondvloed: “In die dagen waren er reuzen op de aarde” (Genesis 6:4) (Dit is controversieel, maar overblijfselen zijn gevonden van mensen met een lengte van 3 of zelfs 4 meter.)
  • Waar kwam het water van de vloed vandaan? Genesis zegt dat de ‘fonteinen des groten afgronds’ openbraken. Veel bijbelgetrouwe wetenschappers hebben dit geïnterpreteerd als het openbreken van onderaardse waterreservoirs. Dit weerklinkt in een verhaal van de Jakun in Maleisië. Volgens dit verhaal is de grond waar we op staan slechts een velletje over een grote massa water. Lang geleden deed de godheid dit vel scheuren, waardoor een vloed alles vernietigde. Ook de Sioux zeggen dat een vloed ontstond doordat de grond openscheurde en er water omhoog kwam.
  • Voor de zondvloed was de aarde veel vlakker dan tegenwoordig (Psalmen 104:8). Dit viel Noach en zijn familie natuurlijk ook op. De Lushai (Assam, India), Bunun (Taiwan), Tsimshian (Brits Columbia, Canada) en de Ifugao (bergvolk uit de Filippijnen) vertellen allemaal dat de aarde voor de overstroming vlak was, en bergen en valleien na of tijdens de vloed ontstaan zijn (bijvoorbeeld door het wegstromende water).
  • Volgens verschillende volken verscheen de regenboog na de zondvloed, net als in Genesis. Dit is het geval bij de Litouwse folklore, en bij de legenden van de Masai, de Munda in Noord India, de Sioux Indianenstam, de Wunambal Aboriginals en een verhaal uit Yellowstone.
  • Een overlevering uit Noord Mongolië (Tuvinian) zegt dat de mensen na de vloed werd geleerd hoe ze sterke drank moesten maken. Dat doet je toch denken aan Noachs ondernemingen na de zondvloed (Genesis 9:20-27).
  • In een aantal verhalen (vooral in Azië) zijn de enige overlevenden broer en zus. Om het menselijke ras van uitsterving te redden is inteelt dus noodzakelijk (soms moet er van alles gebeuren om ze hiervan te overtuigen). Dit kan een vage herinnering zijn over de tijd vlak na de bijbelse zondvloed, toen de mensheid ook was uitgedund tot één familie. [5]

Samenvatting

Genesis is een betrouwbaar historisch verslag over de oorsprong en vroegste geschiedenis van de mensheid. In dit verslag wordt gesproken over een man, Noach, die in opdracht van God een boot bouwde, en op die manier met zijn familie een wereldwijde waterramp overleefde. Alle mensen die nu op aarde leven stammen af van deze familie.

Eén mogelijke manier om dit verhaal te testen is de volgende: Als alle volken afstammen van gezamenlijke voorouders die ongeveer 4.300 jaar geleden een zondvloed overleefden, zou je verwachten bij minstens een paar groepen nog volksverhalen, overleveringen, et cetera aan te treffen die refereren naar een allesvernietigende watervloed.

En aan deze verwachting wordt meer dan voldaan! Het wereldwijd voorkomen van zondvloedlegenden, die bovendien op meerdere punten overeenkomen met het verhaal in Genesis, wijst erop dat we inderdaad afstammen van de overlevenden van een grote overstroming.

Het bijbelse scheppingsmodel voorspelt deze waarnemingen, maar bijbelcritici moeten veel moeite doen om ze op één of andere manier te verklaren. Deze verklaringen zijn niet afdoende. De verhalen kunnen niet onafhankelijk van elkaar ontstaan zijn, want de overeenkomsten zijn te groot om toevallig te ontstaan. En als de zondvloedlegenden het gevolg zijn van evangeliserende missionarissen, hoe komt het dan dat we bijna nooit legenden aantreffen die sterk lijken op bijbelverhalen die zich chronologisch na de spraakverwarring afspelen? Voor de bijbelcritici is dat moeilijk te verklaren, terwijl het vanuit bijbels opzicht juist precies in de lijn der verwachting ligt.

 


Referenties en aantekeningen

[1] Frazers uitgebreide verzameling vloedlegenden staat in z’n geheel online: http://www.creationism.org/flood/FrazerFolkloreOT_0.htm.
[2] Ruth Warner Giddings, Yaqui Myths and Legends, 1959, p. 6. Dit boek staat volledig online http://www.sacred-texts.com/nam/sw/yml/index.htm, het vloedverhaal is te vinden op pagina 106-108.
[3] Oorspronkelijke titel: A. Roth, Origins: Linking Science and Scripture, Review and Herald® Publising Association, Hagerstown MD, 1998.
[4] Gebaseerd op de indeling en referenties in: S. Thompson, Motif Index of Folk Literature, vol. 1, herziene editie, 1955.
[5] Men brengt dit wel eens als argument aan tegen het bijbelse scheppingsmodel. Inteelt leidt tegenwoordig immers tot misvormingen. Maar de reden dat dit tot gezondheidsproblemen leidt is dat kopieerfouten in ons DNA door inteelt een grote kans hebben dubbel voor te komen in de volgende generatie, waardoor een kind twee defecte genen heeft in plaats van één. In de tijd van Noach (tien, elf generaties na de schepping) was dat echter nog geen enkel probleem, aangezien kopieerfouten zich nog niet hadden opgestapeld in het genetische materiaal van de mensheid. Pas eeuwen later werd dit een probleem, en het is dan ook volkomen logisch dat God inteelt in de tijd van Mozes verbood (Leviticus 18).
DELEN
Vorig artikelWater in de hete mantel.
Volgend artikelHoe ontstaan fossielen?
Ruben is een auteur die enkele artikelen voor de Mediagroep in Genesis heeft geschreven.